Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
PREAMBULE
De Staten die partij zijn bij dit Protocol,
Verklarend dat doeltreffende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht een alomvattende internationale aanpak vereist, met inbegrip van samenwerking, de uitwisseling van informatie en andere passende maatregelen, waaronder sociaal-economische maatregelen, op nationaal, regionaal en internationaal niveau,
In herinnering roepend resolutie 54/212 van de Algemene Vergadering van 22 december 1999, waarin de Vergadering de lidstaten en het systeem van de Verenigde Naties aanspoorde de internationale samenwerking op het gebied van internationale migratie en ontwikkeling te intensiveren teneinde de oorzaken aan te pakken die ten grondslag liggen aan migratie, in het bijzonder die welke verband houden met armoede, en de voordelen van internationale migratie voor de betrokkenen te optimaliseren, en, waar relevant, internationale, regionale en subregionale mechanismen aanmoedigde zich te blijven inzetten voor de kwestie van migratie en ontwikkeling,
Overtuigd van de noodzaak van een humane behandeling van migranten en de volledige bescherming van hun rechten,
Rekening houdend met het feit dat er, ondanks het werk, verricht door andere internationale fora, geen universeel instrument bestaat dat alle aspecten van de smokkel van migranten en aanverwante kwesties aanpakt,
Bezorgd over de sterke toename van de activiteiten van criminele organisaties bij het smokkelen van migranten en aanverwante criminele activiteiten als omschreven in dit Protocol, die veel schade berokkenen aan de betrokken Staten,
Voorts bezorgd over het feit dat de smokkel van migranten het leven of de veiligheid van de betrokken migranten in gevaar kan brengen,
In herinnering roepend resolutie 53/111 van de Algemene Vergadering van 9 december 1998, waarin de Vergadering besloot een „open-ended" intergouvernementele ad hoc-commissie in het leven te roepen ten behoeve van de opstelling van een alomvattend internationaal verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en ter bespreking van de uitwerking van, onder andere, een internationaal instrument dat de illegale handel in en het vervoer van migranten, met inbegrip van over zee, aanpakt,
Ervan overtuigd dat aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad met een internationaal instrument tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht nuttig zal zijn voor de voorkoming en bestrijding van die misdaad,
Zijn het volgende overeengekomen:
I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Verhouding met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
Dit Protocol vult het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad aan. Het dient tezamen met het Verdrag te worden uitgelegd.
De bepalingen van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op dit Protocol, tenzij hierin anders wordt bepaald.
De overeenkomstig artikel 6 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overeenkomstig het Verdrag strafbaar gestelde feiten.
Artikel 2. Verklaring omtrent het doel
Het doel van dit Protocol is de smokkel van migranten te voorkomen en te bestrijden, alsmede de samenwerking tussen de Staten die partij zijn daartoe te bevorderen, waarbij de rechten van gesmokkelde migranten worden beschermd.
Artikel 3. Gebruikte termen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
- a. „smokkelen van migranten": het bewerkstelligen, teneinde rechtstreeks of onrechtstreeks, een financieel of ander materieel voordeel te verkrijgen, van de illegale binnenkomst van een persoon in een Staat die partij is waarvan de persoon geen onderdaan of ingezetene is;
- b. „illegale binnenkomst": het overschrijden van grenzen zonder te voldoen aan de vereisten voor legale binnenkomst in de ontvangende Staat;
- c. „frauduleus reis- of identiteitsdocument": elk reis- of identiteitsdocument dat:
- i. valselijk is vervaardigd of substantieel gewijzigd door een persoon of instelling niet zijnde rechtmatig bevoegd reis- of identiteitsdocumenten te vervaardigen of af te geven namens een Staat; of
- ii. onrechtmatig is afgegeven of verkregen door bedrog, corruptie of onder dwang of op andere onrechtmatige wijze; of
- iii. door een andere persoon dan de rechtmatige houder wordt gebruikt;
- d. „schip": elk soort vaartuig, met inbegrip van vaartuigen zonder diepgang en watervliegtuigen, dat wordt gebruikt of kan worden gebruikt als transportmiddel over het water, uitgezonderd oorlogsschepen, hulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of worden geëxploiteerd door een overheid, en, tijdelijk, alleen voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt.
Artikel 4. Werkingssfeer
Dit Protocol is van toepassing, tenzij hierin anders is bepaald, op de voorkoming, opsporing en vervolging van de overeenkomstig artikel 6 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten, indien deze een grensoverschrijdend karakter hebben en er een criminele organisatie bij betrokken is, alsmede op de bescherming van de rechten van personen die het voorwerp zijn geweest van deze strafbare feiten.
Artikel 5. Strafrechtelijke aansprakelijkheid van migranten
Migranten mogen niet strafrechtelijk worden vervolgd uit hoofde van dit Protocol wegens het feit dat zij het voorwerp zijn geweest van in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen.
Artikel 6. Strafbaarstelling
Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om de volgende handelingen strafbaar te stellen, indien zij opzettelijk zijn gepleegd en om rechtstreeks of onrechtstreeks een financieel of ander materieel voordeel te verkrijgen:
- a. het smokkelen van migranten;
- b. indien gepleegd om het smokkelen van migranten mogelijk te maken:
- i. het vervaardigen van een frauduleus reis- of identiteitsdocument;
- ii. het aanschaffen, verschaffen of bezitten van een dergelijk document;
- c. het in staat stellen van een persoon die geen onderdaan is van of ingezetene is in de betrokken Staat te verblijven zonder te voldoen aan de vereisten voor rechtmatig verblijf in die Staat met de middelen genoemd in onderdeel b van dit lid of met andere illegale middelen.
Elke Staat die partij is, neemt tevens de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om strafbaar te stellen:
- a. met inachtneming van de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, de poging tot het plegen van een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit;
- b. medeplichtigheid aan een overeenkomstig het eerste lid, onder de onderdelen a, b.i of c, van dit artikel strafbaar gesteld feit en, met inachtneming van de grondbeginselen van zijn rechtssysteem, medeplichtigheid aan een overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b.ii, van dit artikel strafbaar gesteld feit;
- c. het organiseren van of aan andere personen opdracht geven tot het plegen van een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit.
Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om als strafverzwarende omstandigheden aan te merken ten aanzien van de overeenkomstig het eerste lid, onderdelen a, b.i en c, van dit artikel strafbaar gestelde feiten alsmede, met inachtneming van de grondbeginselen van zijn rechtssysteem, van de overeenkomstig het tweede lid, onderdelen b en c, van dit artikel strafbaar gestelde feiten omstandigheden die:
- a. het leven of de veiligheid van de betrokken migranten in gevaar brengen of vermoedelijk in gevaar brengen; of
- b. gepaard gaan met een onmenselijke of vernederende behandeling, mede ten behoeve van de uitbuiting, van deze migranten.
Geen enkele bepaling van dit Protocol belet een Staat die partij is maatregelen te nemen tegen een persoon wiens gedrag een strafbaar feit vormt krachtens zijn nationale recht.
II. SMOKKELEN VAN MIGRANTEN OVER ZEE
Artikel 7. Samenwerking
De Staten die partij zijn, werken zoveel mogelijk samen teneinde het smokkelen van migranten over zee in overeenstemming met het internationale recht van de zee te voorkomen en te bestrijden.
Artikel 8. Maatregelen tegen het smokkelen van migranten over zee
Een Staat die partij is die redelijke gronden heeft voor de verdenking dat een schip dat onder zijn vlag vaart of waarvan beweerd wordt dat het in die Staat is ingeschreven, dat geen nationaliteit heeft of dat, hoewel het vaart onder een vreemde vlag of weigert een vlag te voeren, in feite de nationaliteit heeft van de betrokken Staat die partij is, betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee, kan de andere Staten die partij zijn verzoeken om bijstand bij het bestrijden van het gebruik van het schip voor dat doel. De Staten die partij zijn, verlenen desgevraagd bijstand voor zover dat binnen hun macht ligt.
Een Staat die partij is die redelijke gronden heeft voor de verdenking dat een schip dat gebruik maakt van de vrijheid van scheepvaart in overeenstemming met het internationale recht en dat onder de vlag vaart of de registratiekenmerken vertoont van een andere Staat die partij is, betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee, kan de Vlaggenstaat daarvan in kennis stellen, verzoeken om bevestiging van de inschrijving, en, bij bevestiging, verzoeken om toestemming van de Vlaggenstaat om passende maatregelen te nemen ten aanzien van dat schip. De Vlaggenstaat kan de verzoekende Staat toestemming geven onder andere:
- a. aan boord te gaan van het schip;
- b. het schip te doorzoeken; en
- c. indien bewijzen worden gevonden dat het schip betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee, passende maatregelen te nemen ten aanzien van het schip en de personen en lading aan boord, zoals toegestaan door de Vlaggenstaat.
Een Staat die partij is die een maatregel heeft genomen overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, stelt de Vlaggenstaat onverwijld in kennis van de resultaten van die maatregel.
Een Staat die partij is, beantwoordt met spoed een verzoek van een andere Staat die partij is om te bepalen of een schip waarvan beweerd wordt dat het bij hem is ingeschreven of onder zijn vlag vaart daartoe gerechtigd is, alsmede op een overeenkomstig het tweede lid van dit artikel gedaan verzoek om toestemming.
Een Vlaggenstaat kan, overeenkomstig artikel 7 van dit Protocol, zijn toestemming afhankelijk stellen van tussen hem en de verzoekende Staat overeen te komen voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden met betrekking tot verantwoordelijkheid en de reikwijdte van te nemen doeltreffende maatregelen. Een Staat die partij is, neemt geen aanvullende maatregelen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de Vlaggenstaat, uitgezonderd maatregelen tegen onmiddellijk gevaar voor het leven van personen of maatregelen die voortvloeien uit toepasselijke bilaterale of multilaterale overeenkomsten.
Elke Staat die partij is, wijst een autoriteit of, waar nodig, autoriteiten aan voor het ontvangen en beantwoorden van verzoeken om bijstand, om bevestiging van inschrijving of van het recht van een schip onder zijn vlag te varen en om toestemming voor het nemen van passende maatregelen. Alle andere Staten die partij zijn, worden door de Secretaris-Generaal binnen een maand na de aanwijzing hiervan in kennis gesteld.
Een Staat die partij is die redelijke gronden heeft voor de verdenking dat een schip betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee en geen nationaliteit heeft of kan worden gelijkgesteld aan een schip zonder nationaliteit, kan aan boord gaan en het schip doorzoeken. Indien bewijs wordt gevonden dat de verdenking bevestigt, neemt die Staat die partij is passende maatregelen in overeenstemming met het toepasselijke nationale en internationale recht.
Artikel 9. Beveiligingsclausules
Indien een Staat die partij is maatregelen neemt tegen een schip overeenkomstig artikel 8 van dit Protocol,
- a. verzekert hij de veiligheid en humane behandeling van de personen aan boord;
- b. geeft hij zich voldoende rekenschap van de noodzaak de veiligheid van het schip of zijn lading niet in gevaar te brengen;
- c. geeft hij zich voldoende rekenschap van de noodzaak de handels- of juridische belangen van de Vlaggenstaat of een andere belanghebbende Staat niet te schaden;
- d. verzekert hij, binnen de beschikbare middelen, dat elke maatregel die ten aanzien van het schip wordt genomen, niet schadelijk is voor het milieu.
Indien de redenen voor de uit hoofde van artikel 8 van dit Protocol genomen maatregelen ongegrond blijken, wordt het schip schadeloos gesteld voor elk eventueel verlies of elke eventuele schade, mits met het schip geen enkele handeling is verricht die de genomen maatregelen rechtvaardigt.
Bij elke overeenkomstig dit hoofdstuk aangenomen of uitgevoerde maatregel dient zorgvuldig rekening te worden gehouden met de noodzaak geen belemmering te veroorzaken van of schade te berokkenen aan:
- a. de rechten en verplichtingen en de uitoefening van de rechtsmacht van kuststaten in overeenstemming met het internationale recht van de zee; of
- b. de bevoegdheid van de Vlaggenstaat om rechtsmacht en toezicht uit te oefenen bij bestuurlijke, technische en sociale aangelegenheden betreffende het schip.
Elke maatregel die krachtens dit hoofdstuk op zee wordt genomen, wordt uitsluitend uitgevoerd door oorlogsschepen of militaire luchtvaartuigen, of door andere schepen of luchtvaartuigen die duidelijk zijn gemarkeerd en herkenbaar zijn als zijnde in gebruik voor overheidsdoeleinden en daartoe gemachtigd zijn.
III. PREVENTIE, SAMENWERKING EN ANDERE MAATREGELEN
Artikel 10. Informatie
Onverminderd de artikelen 27 en 28 van het Verdrag, wisselen de Staten die partij zijn, in het bijzonder die met gemeenschappelijke grenzen of die welke gelegen zijn aan routes waarlangs migranten worden gesmokkeld, ten behoeve van het verwezenlijken van de doelstellingen van dit Protocol, onderling, in overeenstemming met hun onderscheiden nationale rechts- en bestuursstelsels, relevante informatie uit over aangelegenheden als:
- a. inschepingsplaatsen en plaatsen van bestemming, alsmede routes, vervoerders en transportmiddelen waarvan bekend is of de verdenking bestaat dat zij worden gebruikt door een criminele organisatie die betrokken is bij de in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen;
- b. de identiteit en methoden van organisaties of criminele organisaties waarvan bekend is of de verdenking bestaat dat zij betrokken zijn bij de in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen;
- c. de authenticiteit en voorgeschreven vorm van reisdocumenten afgegeven door een Staat die partij is en de diefstal of het aanverwante misbruik van blanco reis- of identiteitsdocumenten;
- d. middelen en methoden voor het verbergen en vervoeren van personen, het onrechtmatig wijzigen, vermenigvuldigen of verwerven of ander misbruik van reis- of identiteitsdocumenten gebruikt bij de in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen en methoden om ze te ontdekken;
- e. ervaringen en praktijken op het gebied van wetgeving en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen; en
- f. wetenschappelijke en technische informatie die nuttig is voor de rechtshandhaving, teneinde elkaar beter in staat te stellen de in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken en de betrokkenen te vervolgen.
Een Staat die partij is die informatie ontvangt dient te voldoen aan ieder verzoek van de Staat die partij is die de informatie heeft verzonden, dat beperkingen stelt aan het gebruik ervan.
Artikel 11. Grensmaatregelen
Onverminderd internationale verplichtingen ten aanzien van het vrije verkeer van personen, scherpen de Staten die partij zijn voor zover mogelijk de grenscontroles aan die nodig kunnen zijn ter voorkoming en opsporing van mensensmokkel.
Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke of andere passende maatregelen ter voorkoming, voor zover mogelijk, van het gebruik van door commerciële vervoerders geëxploiteerde transportmiddelen bij het plegen van het overeenkomstig artikel 6, eerste lid, onder a, van dit Protocol strafbaar gestelde feit.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.