Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

Type Verdrag
Publication 2005-08-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Staten die partij zijn bij dit Protocol,

Verklarend dat doeltreffende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht een alomvattende internationale aanpak vereist, met inbegrip van samenwerking, de uitwisseling van informatie en andere passende maatregelen, waaronder sociaal-economische maatregelen, op nationaal, regionaal en internationaal niveau,

In herinnering roepend resolutie 54/212 van de Algemene Vergadering van 22 december 1999, waarin de Vergadering de lidstaten en het systeem van de Verenigde Naties aanspoorde de internationale samenwerking op het gebied van internationale migratie en ontwikkeling te intensiveren teneinde de oorzaken aan te pakken die ten grondslag liggen aan migratie, in het bijzonder die welke verband houden met armoede, en de voordelen van internationale migratie voor de betrokkenen te optimaliseren, en, waar relevant, internationale, regionale en subregionale mechanismen aanmoedigde zich te blijven inzetten voor de kwestie van migratie en ontwikkeling,

Overtuigd van de noodzaak van een humane behandeling van migranten en de volledige bescherming van hun rechten,

Rekening houdend met het feit dat er, ondanks het werk, verricht door andere internationale fora, geen universeel instrument bestaat dat alle aspecten van de smokkel van migranten en aanverwante kwesties aanpakt,

Bezorgd over de sterke toename van de activiteiten van criminele organisaties bij het smokkelen van migranten en aanverwante criminele activiteiten als omschreven in dit Protocol, die veel schade berokkenen aan de betrokken Staten,

Voorts bezorgd over het feit dat de smokkel van migranten het leven of de veiligheid van de betrokken migranten in gevaar kan brengen,

In herinnering roepend resolutie 53/111 van de Algemene Vergadering van 9 december 1998, waarin de Vergadering besloot een „open-ended" intergouvernementele ad hoc-commissie in het leven te roepen ten behoeve van de opstelling van een alomvattend internationaal verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en ter bespreking van de uitwerking van, onder andere, een internationaal instrument dat de illegale handel in en het vervoer van migranten, met inbegrip van over zee, aanpakt,

Ervan overtuigd dat aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad met een internationaal instrument tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht nuttig zal zijn voor de voorkoming en bestrijding van die misdaad,

Zijn het volgende overeengekomen:

I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Verhouding met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
1.

Dit Protocol vult het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad aan. Het dient tezamen met het Verdrag te worden uitgelegd.

2.

De bepalingen van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op dit Protocol, tenzij hierin anders wordt bepaald.

3.

De overeenkomstig artikel 6 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overeenkomstig het Verdrag strafbaar gestelde feiten.

Artikel 2. Verklaring omtrent het doel

Het doel van dit Protocol is de smokkel van migranten te voorkomen en te bestrijden, alsmede de samenwerking tussen de Staten die partij zijn daartoe te bevorderen, waarbij de rechten van gesmokkelde migranten worden beschermd.

Artikel 3. Gebruikte termen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 4. Werkingssfeer

Dit Protocol is van toepassing, tenzij hierin anders is bepaald, op de voorkoming, opsporing en vervolging van de overeenkomstig artikel 6 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten, indien deze een grensoverschrijdend karakter hebben en er een criminele organisatie bij betrokken is, alsmede op de bescherming van de rechten van personen die het voorwerp zijn geweest van deze strafbare feiten.

Artikel 5. Strafrechtelijke aansprakelijkheid van migranten

Migranten mogen niet strafrechtelijk worden vervolgd uit hoofde van dit Protocol wegens het feit dat zij het voorwerp zijn geweest van in artikel 6 van dit Protocol bedoelde handelingen.

Artikel 6. Strafbaarstelling
1.

Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om de volgende handelingen strafbaar te stellen, indien zij opzettelijk zijn gepleegd en om rechtstreeks of onrechtstreeks een financieel of ander materieel voordeel te verkrijgen:

2.

Elke Staat die partij is, neemt tevens de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om strafbaar te stellen:

3.

Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om als strafverzwarende omstandigheden aan te merken ten aanzien van de overeenkomstig het eerste lid, onderdelen a, b.i en c, van dit artikel strafbaar gestelde feiten alsmede, met inachtneming van de grondbeginselen van zijn rechtssysteem, van de overeenkomstig het tweede lid, onderdelen b en c, van dit artikel strafbaar gestelde feiten omstandigheden die:

4.

Geen enkele bepaling van dit Protocol belet een Staat die partij is maatregelen te nemen tegen een persoon wiens gedrag een strafbaar feit vormt krachtens zijn nationale recht.

II. SMOKKELEN VAN MIGRANTEN OVER ZEE

Artikel 7. Samenwerking

De Staten die partij zijn, werken zoveel mogelijk samen teneinde het smokkelen van migranten over zee in overeenstemming met het internationale recht van de zee te voorkomen en te bestrijden.

Artikel 8. Maatregelen tegen het smokkelen van migranten over zee
1.

Een Staat die partij is die redelijke gronden heeft voor de verdenking dat een schip dat onder zijn vlag vaart of waarvan beweerd wordt dat het in die Staat is ingeschreven, dat geen nationaliteit heeft of dat, hoewel het vaart onder een vreemde vlag of weigert een vlag te voeren, in feite de nationaliteit heeft van de betrokken Staat die partij is, betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee, kan de andere Staten die partij zijn verzoeken om bijstand bij het bestrijden van het gebruik van het schip voor dat doel. De Staten die partij zijn, verlenen desgevraagd bijstand voor zover dat binnen hun macht ligt.

2.

Een Staat die partij is die redelijke gronden heeft voor de verdenking dat een schip dat gebruik maakt van de vrijheid van scheepvaart in overeenstemming met het internationale recht en dat onder de vlag vaart of de registratiekenmerken vertoont van een andere Staat die partij is, betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee, kan de Vlaggenstaat daarvan in kennis stellen, verzoeken om bevestiging van de inschrijving, en, bij bevestiging, verzoeken om toestemming van de Vlaggenstaat om passende maatregelen te nemen ten aanzien van dat schip. De Vlaggenstaat kan de verzoekende Staat toestemming geven onder andere:

3.

Een Staat die partij is die een maatregel heeft genomen overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, stelt de Vlaggenstaat onverwijld in kennis van de resultaten van die maatregel.

4.

Een Staat die partij is, beantwoordt met spoed een verzoek van een andere Staat die partij is om te bepalen of een schip waarvan beweerd wordt dat het bij hem is ingeschreven of onder zijn vlag vaart daartoe gerechtigd is, alsmede op een overeenkomstig het tweede lid van dit artikel gedaan verzoek om toestemming.

5.

Een Vlaggenstaat kan, overeenkomstig artikel 7 van dit Protocol, zijn toestemming afhankelijk stellen van tussen hem en de verzoekende Staat overeen te komen voorwaarden, met inbegrip van voorwaarden met betrekking tot verantwoordelijkheid en de reikwijdte van te nemen doeltreffende maatregelen. Een Staat die partij is, neemt geen aanvullende maatregelen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de Vlaggenstaat, uitgezonderd maatregelen tegen onmiddellijk gevaar voor het leven van personen of maatregelen die voortvloeien uit toepasselijke bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

6.

Elke Staat die partij is, wijst een autoriteit of, waar nodig, autoriteiten aan voor het ontvangen en beantwoorden van verzoeken om bijstand, om bevestiging van inschrijving of van het recht van een schip onder zijn vlag te varen en om toestemming voor het nemen van passende maatregelen. Alle andere Staten die partij zijn, worden door de Secretaris-Generaal binnen een maand na de aanwijzing hiervan in kennis gesteld.

7.

Een Staat die partij is die redelijke gronden heeft voor de verdenking dat een schip betrokken is bij het smokkelen van migranten over zee en geen nationaliteit heeft of kan worden gelijkgesteld aan een schip zonder nationaliteit, kan aan boord gaan en het schip doorzoeken. Indien bewijs wordt gevonden dat de verdenking bevestigt, neemt die Staat die partij is passende maatregelen in overeenstemming met het toepasselijke nationale en internationale recht.

Artikel 9. Beveiligingsclausules
1.

Indien een Staat die partij is maatregelen neemt tegen een schip overeenkomstig artikel 8 van dit Protocol,

2.

Indien de redenen voor de uit hoofde van artikel 8 van dit Protocol genomen maatregelen ongegrond blijken, wordt het schip schadeloos gesteld voor elk eventueel verlies of elke eventuele schade, mits met het schip geen enkele handeling is verricht die de genomen maatregelen rechtvaardigt.

3.

Bij elke overeenkomstig dit hoofdstuk aangenomen of uitgevoerde maatregel dient zorgvuldig rekening te worden gehouden met de noodzaak geen belemmering te veroorzaken van of schade te berokkenen aan:

4.

Elke maatregel die krachtens dit hoofdstuk op zee wordt genomen, wordt uitsluitend uitgevoerd door oorlogsschepen of militaire luchtvaartuigen, of door andere schepen of luchtvaartuigen die duidelijk zijn gemarkeerd en herkenbaar zijn als zijnde in gebruik voor overheidsdoeleinden en daartoe gemachtigd zijn.

III. PREVENTIE, SAMENWERKING EN ANDERE MAATREGELEN

Artikel 10. Informatie
1.

Onverminderd de artikelen 27 en 28 van het Verdrag, wisselen de Staten die partij zijn, in het bijzonder die met gemeenschappelijke grenzen of die welke gelegen zijn aan routes waarlangs migranten worden gesmokkeld, ten behoeve van het verwezenlijken van de doelstellingen van dit Protocol, onderling, in overeenstemming met hun onderscheiden nationale rechts- en bestuursstelsels, relevante informatie uit over aangelegenheden als:

2.

Een Staat die partij is die informatie ontvangt dient te voldoen aan ieder verzoek van de Staat die partij is die de informatie heeft verzonden, dat beperkingen stelt aan het gebruik ervan.

Artikel 11. Grensmaatregelen
1.

Onverminderd internationale verplichtingen ten aanzien van het vrije verkeer van personen, scherpen de Staten die partij zijn voor zover mogelijk de grenscontroles aan die nodig kunnen zijn ter voorkoming en opsporing van mensensmokkel.

2.

Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke of andere passende maatregelen ter voorkoming, voor zover mogelijk, van het gebruik van door commerciële vervoerders geëxploiteerde transportmiddelen bij het plegen van het overeenkomstig artikel 6, eerste lid, onder a, van dit Protocol strafbaar gestelde feit.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.