Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Islamitische Republiek Pakistan inzake de export en handhaving van socialezekerheidsuitkeringen

Type Verdrag
Publication 2005-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Islamitische Republiek Pakistan,

Hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

geleid door de wens betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid tot stand te brengen,

geleid door de wens de samenwerking tussen de twee Staten bij de toepassing van de wetgeving van het ene land in het andere te regelen en fraude te bestrijden voorzover zulks wordt toegestaan door hun onderscheiden wetgeving,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

2.

Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing:

1.

ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving inzake sociale bijstand en de volgende takken van sociale verzekering of delen daarvan:

2.

Ten aanzien van de Islamitische Republiek Pakistan, op contributieve uitkeringen door het EOBI (Employment Old Age Benefit Institution) en het departement van Sociale Zaken verstrekt aan een omschreven categorie werknemers in nijverheid en handel.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag zowel van toepassing op een uitkeringsgerechtigde als op een lid van zijn gezin voorzover de uitkeringsgerechtigde of het gezinslid woont of verblijft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 4. Export van uitkeringen
1.

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is een bepaling van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij woont of verblijft, niet van toepassing ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die respectievelijk dat op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont of verblijft.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de Nederlandse wetgeving inzake sociale bijstand en op de Nederlandse Toeslagenwet van 6 november 1986.

3.

Ten aanzien van de betaling van Nederlandse nabestaandenuitkeringen in het geval van meer dan een nabestaande, wordt het bedrag gelijkelijk verdeeld over alle nabestaanden.

Artikel 5. Identificatie
1.

Om het recht op een uitkering of de rechtmatigheid van de betaling van een uitkering ingevolge de Nederlandse of Pakistaanse wetgeving vast te stellen, is een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin verplicht zich te identificeren door overlegging van een officieel identiteitsbewijs aan het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan de betrokken persoon woont of verblijft. Een officieel identiteitsbewijs is een paspoort of enig ander geldig identiteitsdocument dat is afgegeven op het grondgebied waar de betrokken persoon woont of verblijft.

2.

Het betrokken bevoegde orgaan identificeert de uitkeringsgerechtigde of het lid van zijn gezin aan de hand van het officiële identiteitsbewijs. Het bevoegde orgaan stelt het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij door toezending van een gewaarmerkt afschrift van het officiële identiteitsbewijs ervan in kennis dat de identiteit van de uitkeringsgerechtigde, of van dit lid van het gezin, is geverifieerd.

Artikel 6. Verificatie van aanvragen en betalingen
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder „informatie": gegevens betreffende identiteit, adres, huishouden, gezinssituatie, werk, scholing, inkomen, vermogensbestanddelen, gezondheidstoestand, overlijden en hechtenis, of alle andere gegevens die relevant zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.

2.

Met betrekking tot de behandeling van een aanvraag om een uitkering of de betaling van een uitkering, verifieert het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, de informatie aangaande een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin. Indien nodig wordt deze verificatie tezamen met de uitvoeringsorganen verricht. Het bevoegde orgaan doet een verklaring inzake verificatie tezamen met gewaarmerkte afschriften van de relevante stukken toekomen aan het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij.

3.

Onverminderd het tweede lid brengt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, zonder voorafgaand verzoek en voor zover mogelijk, het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij op de hoogte van wijzigingen in bedoelde informatie aangaande een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin.

4.

Met inachtneming van het nationale recht kunnen de bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks contact opnemen met elkaar alsmede met een uitkeringsgerechtigde, een lid van zijn gezin of een bevoegde vertegenwoordiger van de betrokken persoon.

5.

Onverminderd het tweede lid is het diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers en de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij toegestaan zich rechtstreeks in verbinding te stellen met de uitvoeringsorganen van de andere Verdragsluitende Partij teneinde het recht op een uitkering of de betaling van een uitkering te verifiëren.

6.

Bij de uitvoering van dit Verdrag zijn de instanties elkaar behulpzaam en handelen zij als betrof het de uitvoering van hun eigen wetgeving. De administratieve bijstand die door de instanties wordt verleend is kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen echter overeenkomen dat sommige kosten worden vergoed.

Artikel 7. Medisch onderzoek
1.

Op verzoek van het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij wordt het geneeskundig onderzoek ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die respectievelijk dat woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, verricht door het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

2.

Teneinde de mate van arbeidsongeschiktheid van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin vast te stellen, maakt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij gebruik van de door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte medische rapporten en administratieve gegevens. Het bevoegde orgaan van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin een geneeskundig onderzoek te laten ondergaan door een arts naar keuze van het orgaan of op het grondgebied waar dit bevoegde orgaan is gevestigd.

3.

De uitkeringsgerechtigde of het lid van zijn gezin geeft gehoor aan ieder verzoek zich te melden voor een geneeskundig onderzoek. Indien de betrokken persoon om medische redenen niet in staat is te reizen naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, stelt hij het bevoegde orgaan van die Verdragsluitende Partij daarvan onverwijld in kennis. In dat geval dient hij een geneeskundige verklaring over te leggen, afgegeven door een arts die daartoe is aangewezen door het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan hij woont of verblijft. Deze verklaring dient als bewijs van de medische gronden voor de onmogelijkheid te reizen alsmede de verwachte duur daarvan.

4.

De kosten van het onderzoek en, naar gelang van het geval, de uitgaven voor reis en verblijf worden voldaan door het bevoegde orgaan op verzoek waarvan het onderzoek wordt verricht.

Artikel 8. Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en uitspraken
1.

Een onherroepelijke beslissing van een bevoegd orgaan in een van de Verdragsluitende Partijen of een in verband daarmee gedane onherroepelijke uitspraak van een rechter met betrekking tot de terugvordering van onverschuldigde betalingen of de inning van socialeverzekeringspremies en administratieve boeten ingevolge de toepasselijke wetgeving wordt erkend door de andere Verdragsluitende Partij.

2.

Een beslissing of uitspraak als bedoeld in het eerste lid wordt niet erkend indien erkenning in strijd zou zijn met de openbare orde in de staat waar erkenning wordt beoogd.

3.

Voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen en uitspraken die ingevolge het eerste lid zijn erkend, worden door de andere Verdragsluitende Partij ten uitvoer gelegd in overeenstemming met de op het grondgebied van die Staat van kracht zijnde wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de tenuitvoerlegging van soortgelijke beslissingen en uitspraken. De uitvoerbaarverklaring dient te worden vermeld op het gewaarmerkte afschrift van die uitspraak of beslissing. Het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij wordt in kennis gesteld van de bevestiging dat de uitspraak of beslissing ten uitvoer is gelegd.

Artikel 9. Terugvordering van onverschuldigde betalingen en administratieve boetes

Indien een bevoegd orgaan een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing heeft genomen in de zin van artikel 8 en de desbetreffende uitkeringsgerechtigde een uitkering ontvangt van een bevoegd orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, kan het eerstbedoelde orgaan verzoeken dat de desbetreffende betaling of de administratieve boete wordt verrekend met in die Verdragsluitende Partij achterstallige bedragen of bedragen die nog verschuldigd zijn aan de uitkeringsgerechtigde. Het laatstgenoemde bevoegde orgaan brengt het bedrag in mindering binnen de grenzen van de door dat bevoegde orgaan toegepaste wet inzake de uitvoering van overeenkomstige beslissingen en maakt het bedrag over aan het eerstgenoemde bevoegde orgaan dat recht heeft op teruggave.

Artikel 10. Bescherming van gegevens
1.

Wanneer, ingevolge dit Verdrag, de bevoegde autoriteiten, bevoegde organen of uitvoeringsorganen van een Verdragsluitende Partij persoonlijke gegevens mededelen aan de bevoegde autoriteiten, bevoegde organen of de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers van de andere Verdragsluitende Partij, is deze mededeling onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens als neergelegd door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt. Elke daarop volgende overdracht dan wel opslag, wijziging of vernietiging van de gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving van de ontvangende Verdragsluitende Partij inzake de bescherming van gegevens.

2.

Het gebruik van persoonsgegevens voor andere doeleinden dan die van sociale zekerheid is onderworpen aan de goedkeuring van de betrokken persoon of in overeenstemming met andere waarborgen waarin de nationale wetgeving voorziet.

Artikel 11. Uitvoering van het Verdrag

De bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen kunnen door middel van aanvullende regelingen maatregelen vaststellen voor de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 12. Taal
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten, bevoegde organen en uitvoeringsorganen van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar communiceren in de Engelse taal.

2.

Geen enkel document wordt geweigerd op grond van het enkele feit dat het is opgesteld in een officiële taal van een Verdragsluitende Partij.

Artikel 13. Regeling van geschillen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen verrichten alle redelijke inspanningen om geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

Artikel 14. Inwerkingtreding
1.

De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden wettelijke of grondwettelijke procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de laatste kennisgeving door een van de Verdragsluitende Partijen.

3.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan zijn materiële werkingssfeer door middel van een schriftelijke kennisgeving van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Islamitische Republiek Pakistan worden uitgebreid tot de wetgeving bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b, c, d, e en f.

Artikel 15. Territoriale toepassing

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 16. Beëindiging

Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd bij een zes maanden daaraan voorafgaande schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In het geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij is ontvangen.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at The Hague, on this 27th day of September, in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands

B. R. BOT

For the Islamic Republic of Pakistan

MAKHDUM KHUSRO BAKHTYAR

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.