Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie

Type Verdrag
Publication 2006-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegende dat het wenselijk is het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (ETS nr. 173, hierna te noemen „het Verdrag") aan te vullen teneinde corruptie te voorkomen en te bestrijden;

Tevens overwegende dat dit Protocol een bredere uitvoering mogelijk maakt van het Actieprogramma tegen Corruptie uit 1996.

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol:

HOOFDSTUK II. MAATREGELEN TE NEMEN OP NATIONAAL NIVEAU

Artikel 2. Actieve omkoping van nationale arbiters

Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken, wanneer opzettelijk gepleegd, het beloven, aanbieden of geven, rechtstreeks of indirect, van elk onverschuldigd voordeel aan een arbiter die zijn of haar taken uitoefent volgens het nationale recht inzake arbitrage van de Partij, voor hemzelf, haarzelf of voor iemand anders, opdat hij of zij een handeling verricht of nalaat te verrichten in de uitoefening van zijn of haar taken.

Artikel 3. Passieve omkoping van nationale arbiters

Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken, wanneer opzettelijk gepleegd, het vragen of ontvangen door een arbiter die zijn of haar taken uitoefent volgens het nationale recht inzake arbitrage van de Partij, rechtstreeks of indirect, van elk onverschuldigd voordeel, voor hemzelf, haarzelf of voor iemand anders, of het aanvaarden van het aanbod of de belofte daarvan, om een handeling te verrichten of na te laten te verrichten in de uitoefening van zijn of haar taken.

Artikel 4. Omkoping van buitenlandse arbiters

Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken de gedragingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, wanneer daarbij een arbiter betrokken is die zijn of haar taken uitoefent volgens het nationale recht inzake arbitrage van enige andere staat.

Artikel 5. Omkoping van nationale juryleden

Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken de gedragingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, wanneer daarbij een persoon betrokken is die binnen haar rechtssysteem optreedt als jurylid.

Artikel 6. Omkoping van buitenlandse juryleden

Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken de gedragingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, wanneer daarbij een persoon betrokken is die binnen het rechtssysteem van enige andere staat optreedt als jurylid.

HOOFDSTUK III. TOEZICHT OP DE IMPLEMENTATIE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 7. Toezicht op de implementatie

De Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO) draagt zorg voor het toezicht op de implementatie van dit Protocol door de Partijen.

Artikel 8. Verhouding tot het Verdrag
1.

De Staten die Partij zijn beschouwen de bepalingen van de artikelen 2 tot en met 6 van dit Protocol als aanvullende artikelen bij het Verdrag.

2.

De bepalingen van het Verdrag zijn van toepassing voor zover deze verenigbaar zijn met de bepalingen van dit Protocol.

Artikel 9. Verklaringen en voorbehouden
1.

Indien een Partij een verklaring heeft afgelegd in overeenstemming met artikel 36 van het Verdrag, kan zij een soortgelijke verklaring afleggen ten aanzien van de artikelen 4 en 6 van dit Protocol op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Indien een Partij een voorbehoud heeft gemaakt in overeenstemming met artikel 37, eerste lid, van het Verdrag waarin de toepassing van de delicten van passieve omkoping zoals omschreven in artikel 5 van het Verdrag wordt beperkt, kan zij ten aanzien van de artikelen 4 en 6 van dit Protocol een soortgelijk voorbehoud maken op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Elk ander door een Partij gemaakt voorbehoud, in overeenstemming met artikel 37 van het Verdrag, is eveneens op dit Protocol van toepassing, tenzij die Partij anderszins verklaart op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

3.

Andere voorbehouden kunnen niet worden gemaakt.

Artikel 10. Ondertekening en inwerkingtreding
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Staten die het Verdrag hebben ondertekend. Deze Staten kunnen hun instemming te worden gebonden tot uitdrukking brengen door:

2.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

3.

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop vijf Staten in overeenstemming met de bepalingen van het eerste en tweede lid hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht, en pas nadat het Verdrag zelf in werking is getreden.

4.

Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die later zijn instemming door dit Protocol te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop deze zijn instemming tot uitdrukking heeft gebracht door het Protocol te worden gebonden in overeenstemming met de bepalingen van het eerste en tweede lid.

5.

Een ondertekenende Staat mag dit Protocol pas bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren wanneer hij gelijktijdig zijn instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, of dit reeds tot uitdrukking heeft gebracht.

Artikel 11. Toetreding tot het Protocol
1.

Een Staat of de Europese Gemeenschap die is toegetreden tot het Verdrag mag tot dit Protocol toetreden na de inwerkingtreding ervan.

2.

Ten aanzien van iedere Staat of de Europese Gemeenschap die toetreedt tot het Protocol, treedt het in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 12. Territoriale toepasselijkheid
1.

Iedere Staat of de Europese Gemeenschap kan, op het tijdstip van de ondertekening of bij de nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het grondgebied of de grondgebieden waarop dit Protocol van toepassing is nader aanduiden.

2.

Iedere Partij kan op een later tijdstip door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot elk ander grondgebied dat in de verklaring wordt genoemd en voor de internationale betrekkingen van welk grondgebied hij verantwoordelijk is of namens welk grondgebied hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan. Ten aanzien van een dergelijk grondgebied treedt dit Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van die verklaring door de Secretaris-Generaal.

3.

Iedere krachtens de twee vorige leden gedane verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring nader aangeduid grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. Deze intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 13. Opzegging
1.

Iedere Partij kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

3.

Opzegging van het Verdrag heeft automatisch opzegging van dit Protocol ten gevolge.

Artikel 14. Kennisgeving

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad van Europa en iedere Staat, of de Europese Gemeenschap, die tot dit Protocol is toegetreden, in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 15th day of May 2003, in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding Parties.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.