Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Type Verdrag
Publication 2022-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek ten Oosten van de Uruguay,

teneinde hun betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid te regelen,

zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

De hieronder omschreven uitdrukkingen en termen hebben met betrekking tot dit Verdrag de volgende betekenis:

2.

Alle andere termen of uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan in de toepasselijke wetgeving wordt toegekend.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer
1.

Dit Verdrag is van toepassing:

2.

Dit Verdrag is eveneens van toepassing op toekomstige wet- en regelgeving die de in het eerste lid omschreven wet- en regelgeving aanvult of wijzigt.

3.

Wat betreft Nederland is dit Verdrag niet van toepassing op regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen daarvan.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing op personen op wie de wetgeving van een of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest, alsmede op hun gezinsleden of nabestaanden voorzover zij rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel 4. Gelijke behandeling

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de volgende personen die wonen of verblijven op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij als haar eigen onderdanen:

Artikel 5. Betaling van prestaties
1.

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is wetgeving die het recht op of de betaling van een prestatie beperkt uitsluitend omdat de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin woont of verblijft buiten het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, niet van toepassing ten aanzien van uitkeringsgerechtigden of leden van hun gezin die wonen of verblijven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt voor zover Nederlandse wetgeving dit vereist, het woonlandbeginsel toegepast, zodat de hoogte van een uitkering wordt afgestemd op het kostenniveau van het land waar de uitkeringsgerechtigde woont.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op de Nederlandse Toeslagenwet van 6 november 1986.

TITEL II. BEPALINGEN INZAKE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 6. Algemene regel
1.

Personen op wie de bepalingen van dit deel van het Verdrag van toepassing zijn, zijn onderworpen aan de wetgeving van slechts een Verdragsluitende Partij, in overeenstemming met de bepalingen van artikelen 7 en 8

2.

Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont of indien het domicilie van zijn werkgever of de zetel van diens onderneming zich bevindt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

3.

Een zelfstandige die zijn beroep uitoefent op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

4.

Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van deze Titel onderworpen is aan de wetgeving van Nederland wordt beschouwd als wonend op het grondgebied van Nederland.

Artikel 7. Bijzondere bepalingen
1.

Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die wordt gedetacheerd om voor zijn of haar werkgever werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is voor die werkzaamheden uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij als zouden die werkzaamheden worden verricht op haar grondgebied en mits deze detachering niet langer duurt dan 24 maanden en de betrokkene niet tevens tewerk wordt gesteld op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij door een andere werkgever die gevestigd is op dat grondgebied.

2.

De persoon die behoort tot het vliegend personeel van een onderneming die internationaal vervoer van personen of goederen door de lucht exploiteert en die werkzaam is op het grondgebied van beide Partijen, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar hoofdzetel heeft. Indien deze persoon op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont en de onderneming een filiaal of permanente vertegenwoordiging van de voornoemde onderneming heeft op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, is hij onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij

3.

De werknemer die werkzaam is aan boord van een schip dat onder de vlag van een Verdragsluitende Partij vaart en aan wie het loon wordt uitbetaald door een onderneming of een persoon waarvan de zetel of wiens domicilie zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevindt, is onderworpen aan de wetgeving van deze laatstgenoemde Verdragsluitende Partij indien hij op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij woont.

4.

Onderdanen van een Verdragsluitende Partij die door de Regering van die Verdragsluitende Partij worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij als lid van een diplomatieke zending of consulaire post, zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.

5.

Een persoon die als werknemer werkzaam is bij een diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

6.

Indien de diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen personen in dienst heeft die overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, voldoet de zending of post aan de verplichtingen die de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij aan werkgevers oplegt.

7.

Het in het vijfde en zesde lid van dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op personen in persoonlijke dienst van een in het vierde lid van dit artikel genoemde persoon. In dat geval voldoet de natuurlijke persoon die personen in persoonlijke dienst heeft aan de verplichtingen die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de dienstbetrekking wordt uitgeoefend aan werkgevers oplegt.

8.

Het in het vierde tot en met het zevende lid van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op honoraire leden van een consulaire post of op personen in persoonlijke dienst van dergelijke personen.

9.

Indien een persoon ingevolge het eerste lid van dit artikel onderworpen blijft aan de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 8. Uitzonderingen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door deze autoriteiten aangewezen lichamen kunnen, in onderlinge overeenstemming, voor werknemers of zelfstandigen uitzonderingen vaststellen.

TITEL III. BEPALINGEN MET BETREKKING TOT PENSIOENUITKERINGEN

HOOFDSTUK 1. SAMENTELLING

Artikel 9. Samentelling van verzekeringstijdvakken

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de verkrijging, het behoud of het herstel van het recht op pensioenuitkeringen afhankelijk stelt van de vervulling van bepaalde verzekeringstijdvakken, houdt het bevoegde orgaan waar nodig rekening met de verzekeringstijdvakken die overeenkomstig de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij binnen dit stelsel zijn vervuld als waren zij vervuld volgens haar eigen wetgeving, mits deze tijdvakken niet samenvallen.

HOOFDSTUK 2. RECHT OP EN BETALING VAN PENSIOENEN

Artikel 10. Pensioenuitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid, en voor nabestaanden

Het recht op pensioenuitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid, en voor nabestaanden wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die van toepassing is op de verzekerde of de uitkeringsgerechtigde op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt.

Artikel 11. Beoordeling van arbeidsongeschiktheid
1.

Teneinde de mate van arbeidsongeschiktheid van de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde vast te stellen, maken de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij gebruik van de door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte geneeskundige rapporten en administratieve gegevens. Het bevoegde orgaan van de eerste Verdragsluitende Partij kan de uitkeringsgerechtigde evenwel verzoeken een geneeskundig onderzoek door een arts naar keuze van het orgaan of een geneeskundig onderzoek op het grondgebied van het orgaan te ondergaan.

2.

De kosten van de onderzoeken worden gedragen door het bevoegde orgaan op verzoek waarvan het onderzoek wordt verricht.

3.

In het Administratief Akkoord zal de wijze waarop de vergoeding van de kosten van aanvullend onderzoek plaatsvindt tussen de Verdragsluitende Partijen worden vastgesteld.

HOOFDSTUK 3. TOEPASSING VAN DE WETGEVING VAN URUGUAY

Artikel 12. Stelsel van pensioenuitkeringen
1.

De werknemers die in Uruguay zijn aangesloten bij een Spaarfonds Sociale Zekerheid, financieren hun pensioenuitkeringen uit de bedragen die op hun individuele kapitaalrekeningen zijn ingelegd.

2.

De pensioenuitkeringen die worden toegekend uit hoofde van een kapitalisatiestelsel worden toegevoegd aan de pensioenuitkeringen ontleend aan een solidariteitsstelsel wanneer de werknemer aan alle door de geldende wetgeving gestelde eisen voldoet, en waar nodig, onder toepassing van de samentelling van verzekeringstijdvakken.

Artikel 13. Beoordeling van het recht op en betaling van pensioenen

De werknemer die gedurende achtereenvolgende of afwisselende perioden onderworpen is geweest aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen kan aanspraak maken op de pensioenuitkeringen die in dit Hoofdstuk worden geregeld, overeenkomstig de volgende voorwaarden:

Artikel 14. Samentelling van tijdvakken van betaling van premie of bijdrage in bijzondere of verbeterde stelsels

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.