Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Type Verdrag
Publication 2007-06-01
Laatst bijgewerkt 2005-12-21
State In force
Source BWB
artikelen 36
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

Wanneer een uitkering verschuldigd is krachtens de wetgeving van de ene Partij aan een persoon op het grondgebied van de andere Partij, kunnen door de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde Partij, op verzoek van de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de eerstgenoemde Partij, regelingen voor de betaling worden getroffen; de laatstgenoemde Partij wordt door de eerstgenoemde Partij terugbetaald.

6.

Wanneer een persoon die zich op het grondgebied van de ene Partij bevindt een uitkering aanvraagt of ontvangt krachtens de wetgeving van de andere Partij en een geneeskundig onderzoek noodzakelijk is, treft de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de eerstgenoemde Partij, op verzoek van de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde Partij, maatregelen voor een dergelijk onderzoek. De kosten van een dergelijk onderzoek komen voor rekening van de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de eerstgenoemde Partij. De bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan blijft evenwel bevoegd de desbetreffende persoon op te roepen voor een geneeskundig onderzoek. In het geval dat het Nederlandse bevoegde orgaan het noodzakelijk acht dat bepaalde medische onderzoeken die uitsluitend in zijn belang zijn, op het grondgebied van de andere Partij worden uitgevoerd, wordt de procedure toegepast die in de Nederlandse wetgeving voorzien is.

7.

Een door het bevoegde orgaan van Nederland benoemd medisch college wordt, op verzoek van de bevoegde autoriteit van Guernsey, beschouwd als een medisch college voor beslissingen inzake invaliditeitskwesties krachtens de wetgeving van Guernsey.

8.

Indien de wetgeving van de ene Partij bepaalt dat een verklaring die of ander document dat wordt ingediend ingevolge de wetgeving van die Partij geheel of gedeeltelijk wordt vrijgesteld van belastingen, leges, consulaire heffingen of administratieve heffingen, is deze vrijstelling van toepassing op elke verklaring die of ander document dat wordt ingediend ingevolge de wetgeving van de andere Partij of in overeenstemming met dit Verdrag.

9.

Verklaringen, documenten en certificaten van welke aard dan ook die voor de toepassing van dit Verdrag dienen te worden overgelegd, worden vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke of consulaire autoriteiten.

10.

Certificaten, documenten of verklaringen van welke aard dan ook die in een officiële taal van een van de Partijen zijn gesteld mogen niet worden afgewezen op grond van het feit dat zij in een vreemde taal zijn gesteld.

11.

Tenzij bekendmaking vereist is ingevolge de wetgeving van de ene Partij, zijn inlichtingen over een persoon die aan die Partij worden gezonden door de andere Partij in overeenstemming met en voor de toepassing van dit Verdrag vertrouwelijk en worden zij uitsluitend gebruikt ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag en de wetgeving waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel 29. Indiening van een aanvraag of beroepschrift

1.

Aanvragen of beroepschriften die, voor de toepassing van de wetgeving van de ene Partij, binnen een voorgeschreven tijdvak ingediend zouden moeten zijn bij de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van die Partij, worden, indien zij in ditzelfde tijdvak zijn ingediend bij de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de andere Partij, beschouwd als waren zij ingediend bij de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de eerstgenoemde Partij.

2.

Elke aanvraag om een uitkering die ingediend is krachtens de wetgeving van de ene Partij wordt tevens geacht een aanvraag voor een overeenkomstige uitkering krachtens de wetgeving van de andere Partij te zijn voor zover deze overeenkomstige uitkering verschuldigd is in overeenstemming met dit Verdrag.

Artikel 30. Valuta en betalingswijze

1.

Betaling van een uitkering in overeenstemming met dit Verdrag kan geschieden in de valuta van de Partij wier bevoegde autoriteit of bevoegd orgaan de betaling doet en een dergelijke betaling houdt een volledige nakoming in van de verplichting ter zake waarvan de betaling is geschied.

2.

Wanneer de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de ene Partij namens de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de andere Partij een betaling heeft verricht in overeenstemming met artikel 28, vijfde lid, vindt enige terugbetaling van de door de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de eerstgenoemde Partij betaalde bedragen plaats in de valuta van de laatstgenoemde Partij.

3.

Wanneer een persoon die zich op het grondgebied van de ene Partij bevindt een uitkering ontvangt krachtens de wetgeving van de andere Partij, vindt de betaling plaats volgens een methode die de bevoegde autoriteit of het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde Partij passend acht.

Artikel 31. Beslechting van geschillen

1.

De bevoegde autoriteiten van de Partijen bij dit Verdrag doen alle redelijke pogingen om geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

2.

Indien een geschil niet op de in het eerste lid bedoelde wijze kan worden beslecht, wordt het op verzoek van de bevoegde autoriteit van een van de Partijen, voorgelegd aan een scheidsgerecht dat op de volgende wijze wordt samengesteld:

  • a. elke Partij benoemt een scheidsman binnen een maand na ontvangst van het verzoek om arbitrage. De twee scheidslieden benoemen een derde scheidsman, die geen onderdaan is van een van beide Partijen, binnen twee maanden na de datum waarop de Partij die als laatste een scheidsman heeft benoemd de andere Partij van de benoeming in kennis heeft gesteld;
  • b. indien een van de Partijen nalaat binnen de voorgeschreven termijn een scheidsman te benoemen, kan de andere Partij de President van het Internationale Gerechtshof, of indien deze onderdaan van een van de Partijen is, de Vice-President of het lid van het Hof met de hoogste anciënniteit dat geen onderdaan van een van de Partijen is, verzoeken de benoeming te verrichten. Op verzoek van een van de Partijen wordt een soortgelijke procedure gehanteerd indien de twee scheidslieden geen overeenstemming bereiken over de benoeming van de derde scheidsman.
3.

Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor beide Partijen. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast en de kosten worden door beide Partijen in gelijke delen gedragen.

DEEL VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 32. Eerder verworven rechten – vervanging oud Verdrag door nieuw Verdrag – personen die onder dit Verdrag vallen

1.

Bij de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt het vorige Verdrag beëindigd en vervangen door dit Verdrag.

2.

Niettegenstaande het eerste lid wordt elk recht op een uitkering verworven door een persoon in overeenstemming met het vorige Verdrag gehandhaafd. Voor de toepassing van dit lid omvat „elk recht op een uitkering verworven’’ elk recht dat een persoon zou hebben gehad indien hij niet verzuimd zou hebben tijdig een aanvraag te doen, wanneer verlaat aanvragen is toegestaan.

3.

Niettegenstaande het eerste lid worden rechten die krachtens het vorige Verdrag verworven worden op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag vastgesteld krachtens het Verdrag dat van kracht is op de datum waarop het recht ontstaat.

4.

Wanneer, na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag geen beslissing is genomen omtrent een aanvraag om een uitkering en voorafgaand aan die datum een recht ontstaat, wordt over de aanvraag beslist in overeenstemming met het vorige Verdrag en wordt over deze aanvraag opnieuw beslist in overeenstemming met dit Verdrag met ingang van de inwerkingtreding ervan. De krachtens dit Verdrag vastgestelde hoogte van de uitkering wordt toegekend vanaf de datum van de inwerkingtreding ervan indien het gunstiger is dan het krachtens het vorige Verdrag vastgestelde hoogte van de uitkering.

5.

Uitkeringen, anders dan een uitkering ineens, zijn verschuldigd in overeenstemming met dit Verdrag ter zake van gebeurtenissen die plaatsvonden voor de datum van de inwerkingtreding ervan, met dien verstande dat een ongeval dat plaatsvond of een ziekte die zich ontwikkelde voorafgaand aan die datum, niet uitsluitend uit hoofde van dit Verdrag, wordt behandeld als een bedrijfsongeval of een beroepsziekte, indien het ongeval of de ziekte niet als zodanig zou zijn behandeld ingevolge wetgeving die of een verdrag dat van kracht is ten tijde van het ongeval of de ontwikkeling van de ziekte. Ten behoeve van het beslissen over aanvragen krachtens dit Verdrag dient, waar relevant, rekening te worden gehouden met verzekeringstijdvakken en tijdvakken van wonen, werken of aanwezigheid, die zijn vervuld voorafgaand aan de datum van de inwerkingtreding ervan.

6.

Aan het vijfde lid kunnen geen rechten op betaling van uitkeringen worden ontleend voor tijdvakken gelegen voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.

7.

Ten behoeve van de toepassing van het tweede lid en de eerste volzin van het vijfde lid:

  • a. kan elk recht op een uitkering, op verzoek van de betrokken persoon, opnieuw worden vastgesteld krachtens dit Verdrag met ingang van de datum van de inwerkingtreding daarvan mits het verzoek binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding is gedaan en, indien van toepassing, de uitkering vanaf die datum hoger is;
  • b. vindt, indien het verzoek inzake de opnieuw vast te stellen uitkering meer dan twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt gedaan, betaling van de uitkering en de betaling van achterstallige bedragen plaats in overeenstemming met de betrokken wetgeving.
8.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag doet afbreuk aan rechten of uitkeringen die een persoon voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Verdrag rechtsgeldig heeft verworven ingevolge de wetgeving van een Partij.

Artikel 33. Eerder verworven rechten – vervanging oud Verdrag door nieuw Verdrag – personen die van dit Verdrag worden uitgesloten

Op personen op wie dit Verdrag uit hoofde van artikel 2 niet van toepassing is, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a. rechten die krachtens het vorige Verdrag verworven worden voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag worden vastgesteld in overeenstemming met Richtlijn EEG 1408/71 en de Toepassingsverordening;
  • b. niettegenstaande artikel 32, eerste lid, blijft het vorige Verdrag van toepassing op een uitkering, pensioen of bijslag die of dat voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag is toegekend.

Artikel 34. Inwerkingtreding

1.

De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden grondwettelijke of wettelijke procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de maand na de datum van de laatste kennisgeving.

2.

Het Koninkrijk der Nederlanden past artikel 6 voorlopig toe vanaf 1 januari 2006.

Artikel 35. Duur van het Verdrag

Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht. Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland of het Koninkrijk der Nederlanden kunnen het Verdrag te allen tijde opzeggen door de andere Partij hiervan schriftelijk in kennis te stellen, met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden.

Artikel 36. Rechten bij beëindiging van dit Verdrag indien het niet door een ander verdrag wordt vervangen

In het geval van beëindiging van dit Verdrag en tenzij een nieuw Verdrag, met bepalingen waarin deze kwestie wordt geregeld, wordt gesloten, wordt elk recht op een uitkering verworven door een persoon in overeenstemming met dit Verdrag gehandhaafd en vinden onderhandelingen plaats over het vaststellen van andere rechten die dan verworven worden uit hoofde van de bepalingen ervan.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised by their respective Governments, have signed this Convention only in the English language.

DONE in duplicate at The Hague this 21st day of December 2005 in the English language only.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

B. R. BOT

For the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland,

Lyn PARKER

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)