Europees Sociaal Handvest (herzien)

Type Verdrag
Publication 2006-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De ondertekenende Regeringen, Leden van de Raad van Europa,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is een grotere eenheid tussen zijn Leden tot stand te brengen teneinde de idealen en beginselen welke hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, veilig te stellen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen, in het bijzonder door de handhaving en verdere verwezenlijking van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

Overwegende dat in het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en de daarbij behorende Protocollen, de Lidstaten van de Raad van Europa overeenkwamen dat zij hun volkeren de daarin opgesomde burgerlijke en politieke rechten en vrijheden zouden waarborgen;

Overwegende dat in het Europees Sociaal Handvest dat in Turijn op 18 oktober 1961 werd opengesteld voor ondertekening en de Protocollen daarbij, de Lidstaten van de Raad van Europa overeenkwamen dat zij hun volkeren de daarin opgesomde sociale rechten zouden waarborgen teneinde hun levensstandaard en hun welzijn te verbeteren;

In herinnering brengend dat de Ministersconferentie inzake de rechten van de mens die op 5 november 1990 plaatsvond te Rome, de noodzaak benadrukte enerzijds de ondeelbaarheid van alle rechten van de mens, zij het burgerrechten, politieke, economische, sociale of culturele rechten, te handhaven, en, anderzijds, het Europees Sociaal Handvest een nieuwe impuls te geven;

Vastbesloten, zoals is overeengekomen tijdens de Ministersconferentie die op 21 en 22 oktober 1991 plaatsvond te Turijn, de materiële inhoud van het Handvest te actualiseren en aan te passen teneinde met name rekening te houden met de fundamentele sociale veranderingen die zijn opgetreden sinds de tekst werd aangenomen;

Het voordeel erkennend van het in een Herzien Handvest, ontworpen om geleidelijk het Europees Sociaal Handvest te vervangen, opnemen van de rechten die door het Handvest, zoals gewijzigd, worden gewaarborgd, en van de rechten die door het Aanvullend Protocol van 1988 worden gewaarborgd en van het opnemen van nieuwe rechten,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I

1

Een ieder dient in staat te worden gesteld in zijn onderhoud te voorzien door werkzaamheden die hij vrijelijk heeft gekozen.

2

Alle werknemers hebben recht op billijke arbeidsvoorwaarden.

3

Alle werknemers hebben recht op veilige en hygiënische arbeidsomstandigheden.

4

Alle werknemers hebben recht op een billijke beloning welke hun en hun gezin een behoorlijke levensstandaard waarborgt.

5

Alle werknemers en werkgevers hebben recht op vrijheid van vereniging in nationale of internationale organisaties voor de bescherming van hun economische en sociale belangen.

6

Alle werknemers en werkgevers hebben het recht collectief te onderhandelen.

7

Kinderen en jeugdige personen hebben het recht op een bijzondere bescherming tegen de gevaren voor lichaam en geest waaraan zij blootstaan.

8

Zwangere vrouwen hebben bij hun arbeid in dienstbetrekking recht op bijzondere bescherming.

9

Een ieder heeft recht op een doelmatige beroepskeuzevoorlichting, die erop gericht is hem bij te staan bij de keuze van een beroep dat strookt met zijn persoonlijke aanleg en belangstelling.

10

Een ieder heeft recht op een doelmatige vakopleiding.

11

Een ieder heeft het recht om gebruik te maken van alle voorzieningen welke hem in staat stellen in een zo goed mogelijke gezondheid te verkeren.

12

Alle werknemers en personen te hunnen laste hebben recht op sociale zekerheid.

13

Een ieder die geen voldoende middelen van bestaan heeft, heeft recht op sociale en geneeskundige bijstand.

14

Een ieder heeft recht op bijstand door diensten voor sociaal welzijn.

15

Personen met een handicap hebben recht op onafhankelijkheid, sociale integratie en participatie in het leven van de gemeenschap.

16

Het gezin als fundamentele maatschappelijke eenheid heeft recht op een voor zijn volledige ontplooiing doelmatige sociale, wettelijke en economische bescherming.

17

Kinderen en jeugdige personen hebben recht op een passende sociale, wettelijke en economische bescherming.

18

De onderdanen van de ene Partij hebben het recht op het grondgebied van elke andere Partij een op winst gerichte bezigheid uit te oefenen op voet van gelijkheid met de onderdanen van laatstgenoemde Partij, behoudens beperkingen op grond van economische of sociale redenen van dringende aard.

19

Migrerende werknemers die onderdaan van een van de Partijen zijn, alsmede hun gezinnen, hebben recht op bescherming en bijstand op het grondgebied van elke andere Partij.

20

Alle werknemers hebben recht op gelijke kansen en gelijke behandeling ten aanzien van werkgelegenheid en beroepsuitoefening zonder discriminatie naar geslacht.

21

Werknemers hebben recht op informatie en overleg binnen de onderneming.

22

Werknemers hebben het recht deel te nemen aan de vaststelling en de verbetering van de arbeidsomstandigheden en de werkomgeving binnen de onderneming.

23

Iedere oudere heeft recht op sociale bescherming.

24

Alle werknemers hebben recht op bescherming in geval van beëindiging van de dienstbetrekking.

25

Alle werknemers hebben recht op bescherming van hun aanspraken in geval van insolventie van hun werkgever.

26

Alle werknemers hebben recht op waardigheid op het werk.

27

Alle personen met gezinsverantwoordelijkheden die een werkkring hebben aanvaard of wensen te aanvaarden hebben het recht dit te doen zonder te worden blootgesteld aan discriminatie en voor zover mogelijk zonder dat hun werkzaamheden conflicteren met hun gezinsverantwoordelijkheden.

28

Werknemersvertegenwoordigers in ondernemingen hebben recht op bescherming tegen voor hen schadelijke handelingen en dienen de beschikking te krijgen over passende voorzieningen om hun functie te kunnen uitoefenen.

29

Alle werknemers hebben recht op informatie en overleg in procedures voor collectief ontslag.

30

Een ieder heeft recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting.

31

Een ieder heeft recht op huisvesting.

DEEL II

Artikel 1. Recht op arbeid

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op arbeid te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

Artikel 2. Recht op billijke arbeidsvoorwaarden

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op billijke arbeidsvoorwaarden te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

Artikel 3. Recht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden te waarborgen, verbinden de Partijen zich, in overleg met organisaties van werkgevers en werknemers:

Artikel 4. Recht op billijke beloning

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op een billijke beloning te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

De uitoefening van deze rechten dient te worden verwezenlijkt door middel van vrijelijk gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten, bij de wet ingestelde procedures voor loonvaststelling, of andere bij de nationale omstandigheden passende middelen.

Artikel 5. Recht op vrijheid van organisatie

Teneinde het recht van werknemers en werkgevers tot oprichting van plaatselijke, nationale of internationale organisaties voor de bescherming van hun economische en sociale belangen en tot aansluiting bij deze organisaties te waarborgen, verplichten de Partijen zich dit recht op generlei wijze door de nationale wetgeving of door de toepassing daarvan te laten beperken. De mate waarin de in dit artikel voorziene waarborgen van toepassing zullen zijn op de politie, wordt bepaald door de nationale wet- of regelgeving. Het beginsel volgens hetwelk deze waarborgen van toepassing zullen zijn ten aanzien van leden van de strijdkrachten, en de mate waarin deze waarborgen van toepassing zullen zijn op personen in deze categorie, wordt eveneens bepaald door de nationale wet- of regelgeving.

Artikel 6. Recht op collectief onderhandelen

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

en erkennen;

Artikel 7. Recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht van kinderen en jeugdige personen op bescherming te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

Artikel 8. Recht van vrouwelijke werknemers op bescherming van het moederschap

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht van vrouwelijke werknemers op bescherming van het moederschap te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

Artikel 9. Recht op beroepskeuzevoorlichting

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op beroepskeuzevoorlichting te waarborgen, verbinden de Partijen zich, zo nodig, een dienst in het leven te roepen of deze te bevorderen, die een ieder, met inbegrip van personen met een handicap, dient te helpen bij de oplossing van vraagstukken met betrekking tot beroepskeuze en loopbaanontwikkeling, met inachtneming van hun persoonlijke eigenschappen, alsmede van het verband tussen deze en de bestaande werkgelegenheid: deze hulp dient kosteloos te worden gegeven, zowel aan jeugdige personen, met inbegrip van schoolkinderen, als aan volwassenen.

Artikel 10. Recht op vakopleiding

Teneinde de doeltreffende uitoefening van het recht op vakopleiding te waarborgen, verbinden de Partijen zich:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.