Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest betreffende een systeem voor collectieve klachten

Type Verdrag
Publication 2006-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Lidstaten van de Raad van Europa die dit Protocol bij het Europees Sociaal Handvest dat op 18 oktober 1961 te Turijn voor ondertekening werd opengesteld (hierna te noemen „het Handvest") hebben ondertekend;

Vastbesloten nieuwe maatregelen te treffen ter verbetering van de doeltreffende handhaving van de sociale rechten die worden gewaarborgd door het Handvest,

Overwegende dat dit doel in het bijzonder zou kunnen worden bereikt door invoering van een collectieve klachtenprocedure, die onder andere de betrokkenheid van de sociale partners alsmede van niet-gouvernementele organisaties kan versterken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen bij dit Protocol erkennen het recht van de volgende organisaties om klachten over ontoereikende toepassing van het Handvest in te dienen:

Artikel 2
1.

Een Overeenkomstsluitende Staat kan wanneer hij het feit dat hij ermee instemt door dit Protocol te worden gebonden tot uitdrukking brengt, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 13, of te eniger tijd daarna, ook verklaren dat hij het recht erkent van andere representatieve nationale niet-gouvernementele organisaties die onder de rechtsmacht vallen en die beschikken over een bijzondere bekwaamheid inzake de aangelegenheden bestreken door het Handvest, om klachten tegen hem in te dienen.

2.

Deze verklaringen kunnen voor een specifiek tijdvak worden afgelegd.

3.

De verklaringen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, die afschriften daarvan toezendt aan de Overeenkomstsluitende Partijen en deze publiceert.

Artikel 3

De internationale niet-gouvernementele organisaties en de nationale niet-gouvernementele organisaties bedoeld in respectievelijk artikel 1, sub b, en artikel 2 kunnen in overeenstemming met de in de bovengenoemde bepalingen voorgeschreven procedure alleen klachten indienen met betrekking tot aangelegenheden ter zake waarvan zij zijn erkend als beschikkende over een bijzondere bekwaamheid.

Artikel 4

De klacht wordt schriftelijk ingediend, heeft betrekking op een door de betrokken Overeenkomstsluitende Partij aanvaarde bepaling van het Handvest en geeft aan in welk opzicht de laatstgenoemde deze bepaling niet in toereikende mate heeft toegepast.

Artikel 5

Elke klacht wordt gericht aan de Secretaris-Generaal, die de ontvangst ervan bevestigt, de betrokken Overeenkomstsluitende Partij ervan in kennis stelt en de klacht onverwijld toezendt aan het Comité van Onafhankelijke Deskundigen.

Artikel 6

Het Comité van Onafhankelijke Deskundigen kan de betrokken Overeenkomstsluitende Partij en de organisatie die de klacht heeft ingediend verzoeken schriftelijke informatie en commentaar inzake de ontvankelijkheid van de klacht te leveren binnen een door het Comité te stellen termijn.

Artikel 7
1.

Indien het Comité van Onafhankelijke Deskundigen besluit dat een klacht ontvankelijk is, stelt het de Overeenkomstsluitende Partijen bij het Handvest via de Secretaris-Generaal daarvan in kennis. Het verzoekt de betrokken Overeenkomstsluitende Partij en de organisatie die de klacht heeft ingediend, binnen een door het Comité te stellen termijn, alle relevante schriftelijke toelichtingen of informatie te verschaffen, en de andere Overeenkomstsluitende Partijen bij dit Protocol die opmerkingen wensen te maken dit binnen dezelfde termijn te doen.

2.

Indien de klacht is ingediend door een nationale organisatie van werkgevers of van werknemers of door een andere nationale of internationale niet-gouvernementele organisatie, stelt het Comité van Onafhankelijke Deskundigen de in het tweede lid van artikel 27 van het Handvest bedoelde internationale organisaties van werkgevers of werknemers via de Secretaris-Generaal daarvan in kennis en verzoekt hen binnen de door het Comité te stellen termijn commentaar te leveren.

3.

Op basis van de uit hoofde van het eerste en tweede lid verschafte toelichtingen, informatie of commentaren kunnen de betrokken Overeenkomstsluitende Partij en de organisatie die de klacht heeft ingediend aanvullende schriftelijke informatie of commentaar leveren binnen de door het Comité van Onafhankelijke Deskundigen te stellen termijn.

4.

Tijdens het onderzoek van de klacht kan het Comité van Onafhankelijke Deskundigen een hoorzitting beleggen met de vertegenwoordigers van de partijen.

Artikel 8
1.

Het Comité van Onafhankelijke Deskundigen stelt een rapport op waarin het Comité de stappen beschrijft die het heeft genomen om de klacht te onderzoeken en waarin het zijn conclusie presenteert met betrekking tot de vraag of de Overeenkomstsluitende Partij de in de klacht bedoelde bepaling van het Handvest al dan niet in toereikende mate heeft toegepast.

2.

Het rapport wordt toegezonden aan het Comité van Ministers. Het wordt ook toegezonden aan de organisatie die de klacht heeft ingediend en aan de Overeenkomstsluitende Partijen bij het Handvest, die het echter niet vrijstaat het rapport te publiceren.

Het rapport wordt toegezonden aan de Parlementaire Vergadering en tegelijkertijd met de in artikel 9 bedoelde resolutie, of uiterlijk vier maanden nadat het is toegezonden aan het Comité van Ministers, gepubliceerd.

Artikel 9
1.

Op grond van het rapport van het Comité van Onafhankelijke Deskundigen neemt het Comité van Ministers een resolutie aan met een meerderheid van degenen die hun stem uitbrengen. Indien het Comité van Onafhankelijke Deskundigen van oordeel is dat het Handvest niet in toereikende mate is toegepast, neemt het Comité van Ministers, met een meerderheid van twee derden van degenen die hun stem uitbrengen, een aanbeveling gericht aan de betrokken Overeenkomstsluitende Partij aan. In beide gevallen is het stemrecht beperkt tot de Overeenkomstsluitende Partijen bij het Handvest.

2.

Indien het rapport van het Comité van Onafhankelijke Deskundigen nieuwe kwesties doet rijzen, kan het Comité van Ministers op verzoek van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij bij een tweederde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Partijen bij het Handvest besluiten het Regeringscomité te raadplegen.

Artikel 10

De betrokken Overeenkomstsluitende Partij verschaft in het eerstvolgende rapport dat zij ingevolge artikel 21 van het Handvest aan de Secretaris-Generaal zendt informatie over de maatregelen die zij heeft getroffen om de aanbeveling van het Comité van Ministers uit te voeren.

Artikel 11

De artikelen 1 tot en met 10 van dit Protocol zijn ook van toepassing op de artikelen van deel II van het eerste Aanvullende Protocol bij het Handvest ten aanzien van de Staten die Partij zijn bij dat Protocol, voorzover deze artikelen zijn aanvaard.

Artikel 12

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol zijn van mening dat de eerste alinea van de bijlage bij het Handvest die betrekking heeft op deel III als volgt luidt:

„Het Handvest houdt juridische verplichtingen van internationale aard in, welker toepassing uitsluitend aan het in deel IV en in de bepalingen van dit Protocol omschreven toezicht is onderworpen."

Artikel 13
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lidstaten van de Raad van Europa die het Handvest hebben ondertekend, die het feit dat zij ermee instemmen erdoor te worden gebonden tot uitdrukking kunnen brengen door:

2.

Een Lidstaat van de Raad van Europa kan het feit dat hij ermee instemt door dit Protocol te worden gebonden niet tot uitdrukking brengen tenzij die Staat eerder of tezelfder tijd het Handvest heeft bekrachtigd.

3.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 14
1.

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum waarop vijf Lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig het bepaalde in artikel 13.

2.

Voor iedere Lidstaat die nadien het feit dat hij ermee instemt door het Protocol te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van een maand na de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 15
1.

Iedere Partij kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een periode van twaalf maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 16

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt alle Lidstaten van de Raad van Europa in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 9th day of November 1995, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.