Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Eiland Man over de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken

Type Verdrag
Publication 2006-07-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegend dat het Koninkrijk der Nederlanden en het Eiland Man („de Partijen’’) erkennen dat de huidige wetgeving reeds voorziet in samenwerking en de uitwisseling van informatie in strafrechtelijke belastingzaken;

Overwegend dat de Partijen reeds lange tijd actief betrokken zijn bij internationale inspanningen ter bestrijding van financiële delicten en andere strafbare feiten, die mede gericht zijn op de bestrijding van de financiering van terrorisme;

Overwegend dat bevestigd wordt dat het Eiland Man gerechtigd is binnen het kader van zijn nationale bevoegdheden met het Koninkrijk der Nederlanden te onderhandelen over een verdrag tot uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken en dat te sluiten;

Overwegend dat het Eiland Man op 13 december 2000 een politieke verbintenis met betrekking tot de beginselen van de OESO betreffende de doeltreffende uitwisseling van informatie is aangegaan en actief betrokken is geweest bij de opstelling van het OESO-modelverdrag tot uitwisseling van informatie betreffende belastingaangelegenheden;

Overwegend dat de Partijen de voorwaarden voor de uitwisseling van informatie met betrekking tot belastingen wensen te verbeteren en te vergemakkelijken;

Zijn de Partijen overeengekomen het volgende verdrag te sluiten waarin uitsluitend de verplichtingen van de Partijen zijn vervat:

Artikel 1. Reikwijdte van het Verdrag

De Partijen verlenen elkaar bijstand door de uitwisseling van informatie die naar verwachting relevant is voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de Partijen inzake de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, met inbegrip van informatie die naar verwachting relevant is voor beslissingen inzake, de vaststelling van, handhaving ter zake van of invordering van belastingen ten aanzien van personen die deze belastingen verschuldigd zijn of betreffende het onderzoek of de vervolging ter zake van belastingzaken met betrekking tot dergelijke personen. Een aangezochte Partij is niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit is van haar autoriteiten, noch in het bezit van of bereikbaar voor personen onder haar territoriale rechtsmacht. De uit hoofde van de wetten of de bestuursrechtelijke praktijk van de aangezochte Partij aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing. De aangezochte Partij stelt alles in het werk teneinde te waarborgen dat de doeltreffende uitwisseling van informatie niet onnodig wordt belet of vertraagd.

Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
1.

Dit Verdrag is van toepassing op de volgende belastingen die door de Partijen worden geheven:

2.

Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of, indien de Partijen zulks overeenkomen, in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteit van elke Partij stelt de andere in kennis van wezenlijke wetswijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de verplichtingen van die Partij uit hoofde van dit Verdrag.

Artikel 3. Begripsomschrijvingen
1.

In dit Verdrag:

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag door een Partij op enig moment heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 4. Uitwisseling van informatie op verzoek
1.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Partij informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Deze informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de aangezochte Partij de informatie ten behoeve van haar eigen belastingheffing nodig heeft en of de te onderzoeken gedragingen strafbaar zouden zijn krachtens de wetgeving van de aangezochte Partij indien zij op het grondgebied van de aangezochte Partij zouden hebben plaatsgevonden. De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij verzoekt alleen om informatie uit hoofde van dit artikel indien zij de verzochte informatie niet op andere wijze kan verkrijgen, of die andere wijze van verkrijging zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.

2.

Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft de aangezochte Partij alle naar haar oordeel toepasselijke maatregelen inzake het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende Partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte Partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie behoeft te beschikken.

3.

Indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende Partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met de nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.

4.

Elke Partij waarborgt dat zij ten behoeve van de doelstellingen genoemd in artikel 1, via haar bevoegde autoriteit en op verzoek bevoegd is tot het verkrijgen en verschaffen van:

Mits dit Verdrag geen verbintenis voor een Partij in het leven roept om informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsregelingen tenzij deze informatie kan worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden.

5.

Verzoeken om informatie worden schriftelijk gedaan met daarin zo gedetailleerd mogelijk omschreven:

6.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij bevestigt de ontvangst van het verzoek aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij en stelt alles in het werk om de verzochte informatie met zo min mogelijk vertraging aan de verzoekende Partij te doen toekomen.

Artikel 5. Belastingcontrole in het buitenland
1.

Binnen een redelijke termijn kan de verzoekende Partij de aangezochte Partij verzoeken vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij toe te laten tot het grondgebied van de aangezochte Partij, voor zover zulks is toegestaan volgens haar nationale wetgeving, teneinde natuurlijke personen te ondervragen en bestanden te onderzoeken na voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokken natuurlijke personen of andere personen. De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de beoogde bijeenkomst met de betrokken natuurlijke personen.

2.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij kan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij toestaan een belastingcontrole bij te wonen op het grondgebied van de aangezochte Partij.

3.

Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of functionaris die bevoegd is de controle uit te voeren en de door de aangezochte Partij ten behoeve van de controle vereiste procedures en voorwaarden. Alle beslissingen met betrekking tot de uitvoering van de controle worden genomen door de aangezochte Partij die de controle uitvoert.

Artikel 6. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
1.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij kan het verlenen van bijstand afwijzen:

2.

Dit Verdrag verplicht een aangezochte Partij niet tot het verstrekken van stukken waarop de bescherming van de vertrouwelijkheid van toepassing is of van informatie die een handels-, bedrijfs-, nijverheids-, commercieel of beroepsgeheim of een handelswerkwijze zou onthullen, met dien verstande dat de in artikel 4, vierde lid, omschreven informatie niet uitsluitend op grond daarvan als een geheim of handelsproces mag worden aangemerkt.

3.

Een verzoek om informatie wordt niet geweigerd op grond van het feit dat de belastingvordering die aanleiding gaf tot het verzoek wordt betwist.

4.

De aangezochte Partij is niet verplicht informatie te verkrijgen en te verschaffen die, indien de verzochte informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende Partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij niet zou kunnen verkrijgen overeenkomstig haar wetgeving of bij de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk.

5.

De aangezochte Partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien de informatie door de verzoekende Partij wordt gevraagd teneinde een bepaling van de belastingwetgeving van de verzoekende Partij ten uitvoer te leggen of te handhaven die, of een daarmee verband houdend vereiste dat, discriminatie inhoudt van een onderdaan van de aangezochte Partij ten opzichte van een onderdaan van de verzoekende Partij die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.

Artikel 7. Vertrouwelijkheid
1.

Alle door de bevoegde autoriteiten van de Partijen verschafte of ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

2.

Deze informatie wordt uitsluitend bekendgemaakt aan personen of autoriteiten (met inbegrip van gerechtelijke en bestuursrechtelijke instanties) die betrokken zijn bij de doelstellingen omschreven in artikel 1, en door deze personen of autoriteiten uitsluitend voor deze doelstellingen gebruikt, met inbegrip van beslissingen in beroepszaken. Voor deze doeleinden mag informatie worden onthuld tijdens openbare rechtszittingen of bij rechterlijke beslissingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.