Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië tot de Europese Unie

Type Verdrag
Publication 2008-07-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

de Republiek Bulgarije,

de President van de Tsjechische Republiek,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

de President van de Republiek Estland,

de President van de Helleense Republiek,

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

de President van de Franse Republiek,

de President van Ierland,

de President van de Italiaanse Republiek,

de President van de Republiek Cyprus,

de President van de Republiek Letland,

de President van de Republiek Litouwen,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

de President van de Republiek Hongarije,

de President van Malta,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

de Federale President van de Republiek Oostenrijk,

de President van de Republiek Polen,

de President van de Portugese Republiek,

de President van Roemenië,

de President van de Republiek Slovenië,

de President van de Slowaakse Republiek,

de President van de Republiek Finland,

de Regering van het Koninkrijk Zweden,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie voort te zetten,

Vastbesloten op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,

Overwegende dat artikel I-58 van de Grondwet, zoals artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan de Europese Staten de mogelijkheid biedt lid van de Unie te worden,

Overwegende dat de Republiek Bulgarije en Roemenië hebben verzocht lid te worden van de Unie,

Overwegende dat de Raad, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen en na de instemming van het Europees Parlement te hebben verkregen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten,

Overwegende dat op het ogenblik van de ondertekening van dit Verdrag, het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa reeds door alle lidstaten van de Unie was ondertekend maar nog niet bekrachtigd, en dat de Republiek Bulgarije en Roemenië zullen toetreden tot de Europese Unie zoals samengesteld op 1 januari 2007,

Hebben overeenstemming bereikt over de voorwaarden en regelingen voor de toelating, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen,

Overeenstemming hebben bereikt:

Artikel 1
1.

De Republiek Bulgarije en Roemenië worden lid van de Europese Unie.

2.

De Republiek Bulgarije en Roemenië worden Partij bij het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa en bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.

3.

De voorwaarden en regelingen voor de toelating zijn neergelegd in een bij dit Verdrag gevoegd Protocol. De bepalingen van dit Protocol maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.

4.

Het Protocol, met inbegrip van de bijlagen en aanhangsels daarbij, wordt gehecht aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en de bepalingen van dit Protocol maken een integrerend deel van deze Verdragen uit.

Artikel 2
1.

Indien het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa op de datum van toetreding niet van kracht is, worden de Republiek Bulgarije en Roemenië Partij bij de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.

In dat geval wordt artikel 1, leden 2 tot en met 4, van kracht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.

2.

De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, welke van toepassing zullen zijn vanaf de datum van toetreding tot de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte. De bepalingen van deze Akte maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.

3.

Indien het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa na de toetreding in werking treedt, wordt de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag vervangen door het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol. In dat geval worden de bepalingen van dat Protocol niet geacht nieuwe rechtsgevolgen tot stand te brengen, maar worden zij geacht, onder de voorwaarden die zijn neergelegd in het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Protocol, de rechtsgevolgen die reeds door de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte tot stand zijn gebracht, te handhaven.

Handelingen die op grond van dit Verdrag of de in lid 2 bedoelde Akte zijn vastgesteld vóór de inwerkingtreding van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol, blijven van toepassing en de rechtsgevolgen ervan blijven gehandhaafd totdat deze handelingen worden gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 3

De bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de lidstaten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zoals die zijn neergelegd in de Verdragen waarbij de Republiek Bulgarije en Roemenië partij worden, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.

Artikel 4
1.

Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 31 december 2006 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek.

2.

Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2007, mits alle akten van bekrachtiging voor die datum zijn neergelegd.

Indien echter een in artikel 1, lid 1, genoemde Staat niet tijdig zijn akte van bekrachtiging heeft neergelegd, treedt dit Verdrag in werking voor de andere Staat die tot de nederlegging is overgegaan. In dat geval besluit de Raad, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen van de artikelen 5 en 6 van het onderhavige Verdrag, van de artikelen 10, 11, lid 2, 12, 21, lid 1, 22, 31, 34 en 46, Bijlagen III punt 2, onder 1, b), punt 2, onder 2 en 3, en Bijlage IV, onderdeel B, van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol en, in voorkomend geval, van de artikelen 9 tot en met 11, 14, lid 3, 15, 24, lid 1, 31, 34, 46 en 47, Bijlagen III, punt 2, onder 1, b), punt 2, onder 2 en 3, en Bijlage IV, onderdeel B, van de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemd Protocol, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen en aanhangsels, en, in voorkomend geval, van voornoemde Akte, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen en aanhangsels, waarin een Staat die zijn akte van bekrachtiging niet heeft neergelegd, met name wordt genoemd, vervallen verklaren of aanpassen.

Niettegenstaande de nederlegging van alle noodzakelijke akten van bekrachtiging overeenkomstig lid 1, treedt dit Verdrag in werking op 1 januari 2008, indien de Raad een besluit betreffende beide toetredende Staten aanneemt krachtens artikel 39 van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol of, vóór de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, krachtens artikel 39 van de in artikel 2, lid 2 bedoelde Akte.

Indien een dergelijk besluit wordt genomen met betrekking tot slechts één toetredende Staat, treedt dit Verdrag op 1 januari 2008 in werking voor die Staat.

3.

Onverminderd lid 2 kunnen de Instellingen van de Unie vóór de toetreding de maatregelen aannemen als bedoeld in de artikel 3, lid 6, artikel 6, lid 2, tweede alinea, artikel 6, lid 4, tweede alinea, artikel 6, lid 7, tweede en derde alinea, artikel 6, lid 8, tweede alinea, artikel 6, lid 9, derde alinea, artikel 17, artikel 19, artikel 27, lid 1 en lid 4, artikel 28, lid 4 en lid 5, artikel 29, artikel 30, lid 3, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 5, artikel 34, lid 3 en lid 4, artikel 37, artikel 38, artikel 39, lid 4, artikel 41, artikel 42, artikel 55, artikel 56, artikel 57 en Bijlagen IV tot en met VIII van het in artikel 1, lid 3, bedoelde Protocol. Vóór de inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa worden dergelijke maatregelen aangenomen krachtens de gelijkwaardige bepalingen in de artikelen 3, lid 6, artikel 6, lid 2, tweede alinea, artikel 6, lid 4, tweede alinea, artikel 6, lid 7, tweede en derde alinea, artikel 6, lid 8, tweede alinea, artikel 6, lid 9, derde alinea, artikel 20, artikel 22, artikel 27, lid 1 en lid 4, artikel 28, lid 4 en lid 5, artikel 29, artikel 30, lid 3, artikel 31, lid 4, artikel 32, lid 5, artikel 34, lid 3 en lid 4, artikel 37, artikel 38, artikel 39, lid 4, artikel 41, artikel 42, artikel 55, artikel 56, artikel 57 en Bijlagen IV tot en met VIII van de in artikel 2, lid 2, bedoelde Akte.

Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag.

Artikel 5

De in de Bulgaarse en de Roemeense taal opgestelde tekst van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa wordt aan dit Verdrag gehecht. Deze teksten zijn op gelijke wijze authentiek als de teksten van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa die zijn opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal.

De Regering van de Italiaanse Republiek zendt aan de Regeringen van de Republiek Bulgarije en Roemenië een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa in alle in de eerste alinea genoemde talen.

Artikel 6

Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.

Overeenkomstig artikel 2 van het Toetredingsverdrag is deze Akte van toepassing wanneer het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa op 1 januari 2007 niet in werking is getreden, en blijft zij toepasselijk tot de datum van inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.

DEEL EERSTE. BEGINSELEN

Artikel 1

In de zin van deze Akte:

Artikel 2

Onmiddellijk na de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen en de Europese Centrale Bank vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor Bulgarije en Roemenië en in deze staten toepasselijk onder de voorwaarden waarin door die Verdragen en deze Akte wordt voorzien.

Artikel 3
1.

Bulgarije en Roemenië treden toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten.

2.

Bulgarije en Roemenië bevinden zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Europese Raad of de Raad, alsmede ten aanzien van die welke betrekking hebben op de Gemeenschap of de Unie en in onderling overleg tussen de lidstaten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige lidstaten; zij zullen derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien eerbiedigen, en de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan.

3.

Bulgarije en Roemenië treden toe tot de in bijlage I opgesomde verdragen, overeenkomsten en protocollen. Deze verdragen, overeenkomsten en protocollen treden in werking ten aanzien van Bulgarije en Roemenië op de data die door de Raad worden bepaald in de in lid 4 bedoelde besluiten.

4.

De Raad brengt op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen de ingevolge de toetreding vereiste aanpassingen aan in de verdragen, overeenkomsten en protocollen als bedoeld in lid 3, en maakt de aangepaste tekst bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5.

Bulgarije en Roemenië verbinden zich ertoe om met betrekking tot de verdragen, overeenkomsten en protocollen als bedoeld in lid 3 administratieve en andere regelingen in te voeren in de trant van de regelingen die de huidige lidstaten of de Raad voor de datum van toetreding hebben aangenomen, en de praktische samenwerking tussen de Instellingen en organisaties van de lidstaten te faciliteren.

6.

De Raad kan op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen bijlage I aanvullen met de verdragen, overeenkomsten en protocollen die vóór de datum van toetreding zijn ondertekend.

Artikel 4
1.

De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen door middel van het Protocol dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna het „Schengenprotocol" genoemd), en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten die zijn opgesomd in bijlage II, evenals alle andere dergelijke rechtsbesluiten die eventueel worden aangenomen vóór de toetredingsdatum, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor en toepasselijk in Bulgarije en Roemenië.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.