Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lid-staten, enerzijds, en de Republiek Libanon, anderzijds
het Koninkrijk België,
Het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
hierna „lidstaten” genoemd, en
de Europese Gemeenschap
hierna „Gemeenschap” genoemd, enerzijds, en
de Republiek Libanon,
hierna „Libanon” genoemd, anderzijds,
Gelet op de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar lidstaten en Libanon, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;
Overwegende dat de Gemeenschap, haar lidstaten en Libanon deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;
Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de economische vrijheden, waarop de Associatie is gegrondvest;
Gelet op de recente politieke en economische ontwikkelingen, zowel op het Europese vasteland als in het Midden-Oosten, en de daaruit voortvloeiende gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart van de Europees-mediterrane regio;
Gelet op het belang voor de Gemeenschap en Libanon van vrijhandel, als bedoeld bij de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);
Gelet op de verschillen tussen Libanon en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economische en sociale ontwikkeling in Libanon te versterken;
Bevestigende dat de bepalingen van deze overeenkomst die vallen onder het toepassingsbereik van deel III, titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als een deel van de Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naar gelang het geval) Libanon ervan in kennis stelt dat het gebonden is als deel van de Gemeenschap, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het aan die verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken;
Verlangende de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de implementatie van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst, teneinde de niveaus van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en Libanon dichter bij elkaar te brengen;
Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die gebaseerd is op reciprociteit van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;
Verlangende een regelmatige politieke dialoog te ontwikkelen over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang;
Rekening houdende met de bereidheid van de Gemeenschap Libanon steun te verlenen in zijn streven naar economische wederopbouw, hervorming en aanpassing en sociale ontwikkeling;
Verlangende te komen tot de instelling, handhaving en intensivering van samenwerking, steunende op een regelmatige dialoog op economisch, wetenschappelijk, technologisch, sociaal, cultureel en audiovisueel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;
Overtuigd dat deze overeenkomst een gunstig klimaat zal scheppen voor de groei van hun economische betrekkingen, met name wat betreft handel en investeringen, die van doorslaggevend belang zijn voor het welslagen van het programma voor economische wederopbouw en herstructurering, alsmede voor de technologische modernisering,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen en de Protocollen 1, 2 en 3 bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2006, L 143.]:
Artikel 1
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Libanon, anderzijds.
Deze associatie heeft ten doel:
- –. een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;
- –. de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;
- –. het handelsverkeer en evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Libanon en de Libanese bevolking te bevorderen;
- –. de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel, financieel en monetair gebied te bevorderen;
- –. de samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang te bevorderen.
Artikel 2
De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, wat aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag ligt en een essentieel element van deze overeenkomst is.
TITEL I. POLITIEKE DIALOOG
Artikel 3
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Door middel van deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen tot stand worden gebracht, die zullen bijdragen tot welvaart, stabiliteit en veiligheid in het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen.
Doelstellingen van de politieke dialoog en samenwerking zijn met name:
- a. de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;
- b. elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;
- c. te werken aan de consolidering van de veiligheid en stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en in het Midden-Oosten in het bijzonder;
- d. bevordering van gezamenlijke initiatieven.
Artikel 4
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang, waarbij met name aandacht wordt besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het waarborgen van vrede en veiligheid door middel van steun voor samenwerking. De dialoog is tevens gericht op de totstandbrenging van nieuwe vormen van samenwerking met het oog op gezamenlijke doelstellingen.
Artikel 5
De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, met name:
- a. op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;
- b. op het niveau van hoge ambtenaren die enerzijds Libanon vertegenwoordigen en anderzijds het voorzitterschap van de Raad en de Commissie;
- c. met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings door ambtenaren, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
- d. indien nodig met alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.
Er wordt een politieke dialoog ingesteld tussen het Europees Parlement en het Libanese parlement.
TITEL II. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN BASISBEGINSELEN
Artikel 6
De Gemeenschap en Libanon brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” genoemd.
HOOFDSTUK 1. INDUSTRIEPRODUCTEN
Artikel 7
Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Libanon, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en van het Libanese douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage 1.
Artikel 8
Producten van oorsprong uit Libanon worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking.
Artikel 9
Douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Libanon van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:
- –. vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 88% van het basisrecht;
- –. zes jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 76% van het basisrecht;
- –. zeven jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 64% van het basisrecht;
- –. acht jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 52% van het basisrecht;
- –. negen jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40% van het basisrecht;
- –. tien jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 28% van het basisrecht;
- –. elf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 16% van het basisrecht;
- –. twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen afgeschaft.
Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kan het overeenkomstig lid 1 van toepassing zijnde tijdschema in onderling overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor herziening wordt aangevraagd voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Associatiecomité niet binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Libanon om herziening van het tijdschema een besluit heeft genomen, kan Libanon het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van ten hoogste één jaar.
Het basisrecht waarop de verlagingen van lid 1 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht bedoeld in artikel 19.
Artikel 10
De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.
Artikel 11
Libanon mag in de vorm van verhoging of herinvoering van douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 9.
Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van nieuwe en jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.
Invoerrechten die krachtens dergelijke uitzonderlijke maatregelen door Libanon worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan 20% van het jaarlijks gemiddelde van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende de laatste drie jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
Deze maatregelen mogen gedurende niet meer dan vijf jaar worden toegepast, tenzij het Associatiecomité toepassing ervan gedurende een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.
Deze maatregelen kunnen voor een gegeven product niet langer worden getroffen, indien meer dan drie jaar is verstreken sinds de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren.
Libanon stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Libanon aan het comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.
In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan het Associatiecomité, in geval van problemen bij het opzetten van een nieuwe industrie, bij uitzondering Libanon toestaan krachtens lid 1 reeds genomen maatregelen te handhaven voor een periode van ten hoogste drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar.
HOOFDSTUK 2. LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN
Artikel 12
Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Libanon, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Libanese douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage 1.
Artikel 13
De Gemeenschap en Libanon liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn.
Artikel 14
Voor de invoer in de Gemeenschap van de landbouwproducten van oorsprong uit Libanon genoemd in protocol 1 gelden de bepalingen van dat protocol.
Voor de invoer in Libanon van de landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in protocol 2 gelden de bepalingen van dat protocol.
Voor de handel in onder dit hoofdstuk vallende bewerkte landbouwproducten gelden de bepalingen van protocol 3.
Artikel 15
Vijf jaar na de inwerkintreding van deze overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Libanon de situatie, teneinde vast te stellen welke maatregelen door de Gemeenschap en Libanon één jaar na de herziening van deze overeenkomst moeten worden toegepast om het in artikel 13 genoemde doel te bereiken.
Onverminderd het bepaalde in lid 1 en het volume van de handel in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen, alsmede de bijzondere gevoeligheid van deze producten in aanmerking genomen, onderzoeken de Gemeenschap en Libanon in de Associatieraad regelmatig per product en op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om verdere wederzijdse concessies te verlenen.
Artikel 16
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.