Verdrag tot oprichting van het Multilateraal Investeringsfonds II
Overwegend dat het Multilateraal Investeringsfonds („het MIF I’’) is opgericht bij het Verdrag tot oprichting van het Multilateraal Investeringsfonds van 11 februari 1992 („MIF I-verdrag’’);
Overwegend dat het MIF I-verdrag overeenkomstig artikel V, afdeling 2, daarvan werd verlengd tot 31 december 2007;
Overwegend dat, de noodzaak in de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische regio erkennend om een doeltreffende aanpak te ontwikkelen teneinde private investeringen en de ontwikkeling van de private sector te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en micro-ondernemingen en kleine bedrijven te ondersteunen met als doel de economische groei en vermindering van de armoede te ondersteunen, de donoren die zijn toegetreden tot het MIF I-verdrag en de in Schema A van dit Verdrag tot oprichting van het Multilateraal Investeringsfonds II (het „MIF II-verdrag’’) vermelde toekomstige donoren (alle „toekomstige donoren’’) de voortzetting van de activiteiten van het MIF I na 31 december 2007 wensen te waarborgen en te voorzien in een verbeterd MIF I (het „MIF II of het „Fonds’’) binnen de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (de „Bank’’), die de activa en passiva van het MIF I zal aanvaarden; en
Overwegend dat de toekomstige donoren beogen dat het MIF II de werkzaamheden van de Bank, de Inter-Amerikaanse Investeringsmaatschappij (de „IIC’’ ) en andere multilaterale ontwikkelingsbanken blijft aanvullen overeenkomstig de hierin bedoelde voorwaarden en dat het beheer van het MIF II door de Bank overeenkomstig het Verdrag inzake het beheer van het Multilaterale Investeringsfonds II van dezelfde datum (het MIF II-beheerverdrag) wordt voortgezet.
Komen de toekomstige donoren derhalve thans het volgende overeen:
Artikel I. Algemeen doel en taken
Afdeling 1. Algemeen doel. Het algemene doel van het MIF II is het ondersteunen van de economische groei en van het terugdringen van de armoede in de regionale ontwikkelingslanden die lid zijn van de Bank en de ontwikkelingslanden die lid zijn van de Caraïbische Ontwikkelingsbank (de „CDB’’) door grotere private investeringen aan te moedigen en de ontwikkeling van de private sector te bevorderen.
Afdeling 2. Taken. Teneinde zijn doel te verwezenlijken heeft het MIF II de volgende taken:
- a. bevorderen van activiteiten teneinde het ondernemingsklimaat in de regionale ontwikkelingslanden die lid zijn van de Bank en de ontwikkelingslanden die lid zijn van de CDB te verbeteren;
- b. verbeteren van het concurrentievermogen van de private sector in de regio;
- c. stimuleren van micro-ondernemingen en kleine bedrijven en andere ondernemersactiviteiten;
- d. bevorderen van inspanningen ten behoeve van regionale integratie;
- e. delen van kennis die nuttig is voor de ontwikkeling van de private sector, in het bijzonder van micro-ondernemingen en kleine bedrijven;
- f. aanmoedigen van het gebruik en de toepassing van technologie in de regio;
- g. bevorderen van de toepassing van innovatieve initiatieven;
- h. aanvullen van de werkzaamheden van de Bank, de IIC en andere multilaterale ontwikkelingsbanken;
- i. aanmoedigen van de doorvoering van passende hervormingen op het gebied van wet- en regelgeving; en
- j. bevorderen van milieuvriendelijke en duurzame economische ontwikkeling en van de gelijkheid van de seksen bij al zijn werkzaamheden.
Artikel II. Bijdragen aan het fonds
- a. Zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is na nederlegging van de akte waaruit blijkt dat hij dit MIF II-verdrag heeft bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd („akte van aanvaarding’’) maar niet later dan 60 dagen daarna legt elke toekomstige donor bij de Bank een akte neder waarin hij instemt met het betalen aan het Fonds van het in Schema A achter zijn naam opgenomen bedrag („akte van bijdrage’’), waarna een toekomstige donor „donor’’ wordt overeenkomstig dit MIF II-verdrag.
- b. Een donor stemt er overeenkomstig de akte van bijdrage mee in zijn bijdrage in zes gelijke jaarlijkse termijnen te voldoen („ongekwalificeerde bijdrage’’). Donoren die een akte van bijdrage hebben nedergelegd, voorafgaand aan, op of binnen zestig dagen na de datum waarop dit MIF II-verdrag in werking treedt overeenkomstig artikel V, afdeling 1 („datum van inwerkingtreding van MIF II’’), kunnen de betaling van de eerste termijn tot 60 dagen na de datum van inwerkingtreding van MIF II uitstellen. Donoren die een akte van bijdrage later dan 60 dagen na de datum van inwerkingtreding van MIF II nederleggen, betalen hun eerste termijn en elke volgende invorderbare termijn op de datum van de nederlegging. Elke donor betaalt elke volgende termijn in overeenstemming met het door de donoren overeengekomen tijdschema.
- c. Onverminderd de bepalingen van onderdeel b van deze afdeling betreffende ongekwalificeerde bijdragen kan een donor, bij wijze van uitzondering, in zijn akte van bijdrage bepalen dat de betaling van alle termijnen afhankelijk is van de daaropvolgende budgettaire goedkeuring, en waarin hij zich verplicht te trachten de noodzakelijke goedkeuring te verkrijgen om het volle bedrag van elke termijn te voldoen op de in onderdeel b (gekwalificeerde bijdrage) bedoelde betaaldata. Na die data worden verschuldigde termijnen voldaan binnen 30 dagen nadat de vereiste goedkeuringen zijn verkregen.
- d. Indien een donor die een gekwalificeerde bijdrage heeft voldaan niet de goedkeuring heeft verkregen om termijnen volledig te voldoen op de data bedoeld in onderdeel b, kan elke donor die de overeenkomstige termijn tijdig en volledig heeft voldaan, na overleg met het uit hoofde van artikel IV opgerichte comité (het „Donorencomité’’), de Bank schriftelijk verzoeken verplichtingen inzake die termijn te beperken. Die beperking bedraagt niet meer dan het percentage dat het onbetaalde deel van de termijn te betalen door de donor die de gekwalificeerde bijdrage heeft voldaan, vormt van het volledige bedrag van de door die donor te betalen termijn en is slechts van kracht zolang dat onbetaalde deel onbetaald blijft.
- e. Een lid van de Bank dat niet wordt vermeld in Schema A en donor wordt in overeenstemming met artikel VI, afdeling 1, of een donor die, onder voorbehoud van goedkeuring door het Donorencomité, zijn bijdrage wenst te verhogen tot boven het bedrag vermeld in Schema A, verricht een bijdrage aan het Fonds door nederlegging van een akte van bijdrage, waarin hij ermee instemt een bedrag te voldoen op respectievelijk onder door het Donorencomité goedgekeurde data en voorwaarden, mits de eerste termijn voldaan door een donor die niet vermeld is in Schema A voldoende bedraagt om deze donor de termijnen te laten inhalen, en daarna zet de donor de betaling ervan voort in overeenstemming met het schema bedoeld in onderdeel b van deze afdeling.
- f. Het Fonds wordt niet verhoogd boven het totaal van de in Schema A vermelde bedragen, vermeerderd met de bedragen vermeld in de akten van bijdrage nedergelegd ingevolge onderdeel e.
- a. Uit hoofde van dit artikel verschuldigde betalingen geschieden in een vrij inwisselbare valuta zoals vastgesteld door het Donorencomité of in niet-verhandelbare, niet-rentedragende promessen (of vergelijkbare waardepapieren) luidend in die valuta en betaalbaar op zicht in overeenstemming met door het Donorencomité vast te stellen criteria en procedures teneinde te voldoen aan de operationele verplichtingen van het Fonds. Betalingen aan het Fonds in een vrij inwisselbare valuta die worden overgemaakt uit een trustfonds van een donor, worden geacht te zijn betaald ter voldoening van het door die donor verschuldigde bedrag bij overmaking.
- b. Bedoelde betalingen worden gedaan op een rekening of rekeningen die speciaal voor dat doel door de Bank is of zijn geopend en bedoelde waardepapieren worden gedeponeerd op die rekening of bij de Bank, zoals de Bank bepaalt.
- c. Om de verschuldigde bedragen vast te stellen voor elke donor die betaalt in een omwisselbare valuta anders dan de Amerikaanse dollar, wordt het bedrag in Amerikaanse dollars achter zijn naam in Schema A omgerekend in de valuta van betaling tegen de representatieve wisselkoers van het IMF voor die valuta, berekend door koersmiddeling op dagbasis gedurende het tijdvak van zes maanden eindigend op 31 december 2004.
Artikel III. Werkzaamheden van het fonds
Afdeling 1. Algemeen. Het Fonds speelt een eigen rol binnen de samenwerking met de Bank en de IIC en kan hun activiteiten aanvullen of ondersteunen, al naar gelang hetgeen het Donorencomité bepaalt. Teneinde zijn doelstellingen te verwezenlijken met betrekking tot het ondersteunen van economische groei en het terugdringen van armoede door grotere private investeringen aan te moedigen en de ontwikkeling van de private sector te bevorderen, maakt het Fonds waar mogelijk gebruik van de strategieën en het beleid van de Bank en de programma’s voor de private sector in het desbetreffende land en het overige beleid van de Bank en de IIC.
- a. Teneinde zijn doelstellingen te verwezenlijken verstrekt het Fonds financiering in de vorm van subsidies, leningen, waarborgen of combinaties daarvan, en zoals voorzien in onderdeel b van deze afdeling, tevens in de vorm van aandelenkapitaal en quasi-aandelenkapitaal of een combinatie daarvan, mits het Fonds zijn karakter van subsidieverstrekker handhaaft op een niveau dat overeenkomt met dat van het MIF I tot dusver. Het Fonds kan tevens adviezen verstrekken. Financiering en adviezen kunnen verstrekt worden aan regeringen, regeringsinstanties, regionale instellingen, non-gouvernementele organisaties, instanties uit de private sector of andere instanties, teneinde werkzaamheden te ondersteunen die bevorderlijk zijn voor de doelstellingen van het Fonds. De werkzaamheden van het Fonds kunnen onder meer gericht worden op:
- i. ondersteuning van verbeteringen in het bedrijfsklimaat waarbij de aandacht met name uitgaat naar het bevorderen van doelmatige, transparante en verantwoorde marktpraktijken, waarbij de doorvoering van geschikte hervormingen op het gebied van wet- en regelgeving wordt aangemoedigd en de toepassing van internationale normen en standaarden gestimuleerd.
- ii. ondersteuning van activiteiten die het vermogen van de private sector bevorderen om inkomsten te genereren, werkgelegenheid te creëren, een beroepsbevolking op te leiden, gebruik te maken van technologie en duurzame groei te verwezenlijken waarbij de nadruk ligt op micro-ondernemingen en kleine bedrijven;
- iii. ontwikkelen van innovatieve bedrijfs- en ondernemingsmodellen of -netwerken die bijdragen aan het ontwikkelingsproces, waarbij de publieke en private sectoren betrokken worden in samenwerkingsverbanden en maatschappelijk verantwoord ondernemen gestimuleerd wordt; en
- iv. delen van kennis en ervaringen die uit de initiatieven voortvloeien.
- b. Mede om de doelstellingen van het Fonds te verwezenlijken wordt een Investeringsfonds voor kleine ondernemingen (het „SEIF’’) aangehouden als fonds binnen het MIF II dat wat betreft beheer, aanwending, verplichtingen, investeringen en administratieve verslaglegging te allen tijde en in alle opzichten afgezonderd blijft van de andere middelen van het Fonds. De middelen van het SEIF kunnen worden aangewend voor het verstrekken van leningen, waarborgen, deelnemingen in aandelenkapitaal en quasi-aandelenkapitaal of combinaties daarvan, hetzij rechtstreeks hetzij via tussenpersonen, aan entiteiten uit de private sector die diensten creëren voor of uitbreiden tot micro-ondernemingen en kleine bedrijven of die micro-ondernemingen en kleine bedrijven financieren of erin investeren. Het Donorencomité stelt de basisvoorwaarden voor dergelijke leningen, waarborgen en investeringen vast, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met vooruitzichten wat betreft terugbetaling. Alle bedragen, ongeacht of het dividenden, interest of andere bedragen zijn, die de Bank ontvangt uit de werkzaamheden van het SEIF worden gestort op de rekening van het Fonds.
- a. Financiering uit het Fonds wordt verstrekt volgens de voorwaarden van dit MIF II-verdrag overeenkomstig de regels vervat in de artikelen III, IV en VI van de Overeenkomst tot oprichting van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (het „Handvest’’) en, waar van toepassing, het op de eigen werkzaamheden van de Bank toepasselijke beleid en de regels en het beleid van de IIC. Alle regionale ontwikkelingslanden die lid zijn van de Bank en de ontwikkelingslanden die lid zijn van de CDB komen in beginsel in aanmerking als ontvangers van financiering uit het Fonds voorzover zij ook in aanmerking komen voor financiering van de Bank.
- b. Het Fonds blijft de kosten van de werkzaamheden delen met de uitvoerende instellingen, counterpart funding aanmoedigen en het beginsel aanhangen dat de activiteiten van de private sector niet verdrongen mogen worden.
- c. Bij beslissingen over het verstrekken van subsidies schenkt het Donorencomité er bijzondere aandacht aan of specifieke lidstaten zich verplichten tot armoedebestrijding, aan de maatschappelijke kosten van economische hervormingen, de financiële behoeften van toekomstige ontvangers en de relatieve armoedeniveaus in specifieke lidstaten.
- d. Financiering op het grondgebied van landen die lid zijn van de CDB maar niet van de Bank, geschiedt in overleg en overeenstemming met of door tussenkomst van de CDB en onder zodanige voorwaarden die verenigbaar zijn met de grondbeginselen van deze afdeling, als vastgesteld door het Donorencomité.
- e. Middelen van het Fonds worden niet gebruikt ter financiering of betaling van kosten van projecten die voorafgaand aan de datum waarop de middelen van het Fonds ter beschikking kunnen worden gesteld zijn gemaakt.
- f. Subsidies kunnen beschikbaar worden gesteld op een basis die in daarvoor in aanmerking komende gevallen voorwaardelijke terugvordering van uitbetaalde bedragen mogelijk maakt.
- g. Het Fonds wordt niet gebruikt ter financiering van een onderneming op het grondgebied van een regionaal ontwikkelingsland dat lid is van de Bank indien dat lid bezwaar maakt tegen die financiering.
- h. De werkzaamheden van het Fonds geschieden aan de hand van specifieke doelen met meetbare resultaten. De resultaten van de werkzaamheden van het Fonds worden gemeten volgens een systeem waarbij rekening wordt gehouden met de doelstelling en taken van het Fonds vermeld in artikel I en met inachtneming van de beste praktijken aan de hand van:
- i. uitkomstenindicatoren, snelheid van uitbetaling, niveau van innovatie, vermogen ervaringen door te geven alsmede de kwaliteit van de uitvoering van projecten;
- ii. een kader voor het evalueren per project en per projectgroep, alsmede evaluaties achteraf en
- iii. openbaarmaking van de resultaten.
- i. De werkzaamheden van het Fonds worden zodanig opgezet en uitgevoerd dat de efficiency en ontwikkelingsimpact worden geoptimaliseerd, met bijzondere nadruk op risicoanalyse vooraf en versterking van de uitvoerende instellingen. Het Donorencomité kan partnerschappen met lokale entiteiten voor de voorbereiding en uitvoering van projecten goedkeuren.
Artikel IV. Het donorencomité
Afdeling 1. Samenstelling. Elke donor kan deelnemen aan en een vertegenwoordiger benoemen voor de vergaderingen van het Donorencomité.
Afdeling 2. Verantwoordelijkheden. Het Donorencomité is verantwoordelijk voor de definitieve goedkeuring van alle voorstellen voor werkzaamheden van het Fonds en tracht het relatieve voordeel van het Fonds te optimaliseren via werkzaamheden met een hoge mate van ontwikkelingsrendement, efficiency, innovatie en impact overeenkomstig de taken van het Fonds zoals omschreven in artikel 1, afdeling 2. Het Donorencomité neemt werkzaamheden die aan die functies beantwoorden in overweging en aanvaardt geen functies die daar niet aan voldoen of bouwt deze af.
Afdeling 3. Vergaderingen. Het Donorencomité komt zo vaak bijeen op het hoofdkantoor van de Bank als de zaken van het Fonds dat vereisen. De Secretaris van de Bank (die fungeert als Secretaris van het Comité) en elke donor kunnen een vergadering bijeenroepen. Voor zover nodig stelt het Donorencomité zijn organisatie, huishoudelijk reglement en reglement van orde vast. Een quorum voor alle vergaderingen van het Donorencomité is een meerderheid van het totale aantal vertegenwoordigers die ten minste vier vijfde van het totale aantal stemmen van de donoren vertegenwoordigt. Toekomstige donoren kunnen vergaderingen van het Donorencomité als waarnemer bijwonen.
- a. Het Donorencomité tracht besluiten te nemen bij consensus. In gevallen waarin ondanks redelijke pogingen geen besluit bij consensus kan worden genomen en tenzij anders bepaald in dit MIF II-verdrag, neemt het Donorencomité besluiten bij een meerderheid van drie vierde van het totale aantal stemmen.
- b. Het totale aantal stemmen van elke donor bestaat uit de som van zijn proportionele stemmen en zijn basisstemmen. Elke donor heeft een proportionele stem voor elke honderdduizend Amerikaanse dollar die hij heeft bijgedragen in contanten, promessen of vergelijkbare waardepapieren (of het equivalent daarvan in andere vrij inwisselbare valuta’s) ingevolge artikel II, afdeling 2 van dit MIF II-verdrag en ingevolge artikel II, afdeling 2 van het MIF I-verdrag. Elke donor heeft tevens basisstemmen bestaande uit een zodanig aantal stemmen als volgt uit de gelijke verdeling onder alle donoren van 25 percent van de gezamenlijke som van de proportionele stemmen van alle donoren.
Afdeling 5. Verslaglegging en evaluatie. Na goedkeuring door het Donorencomité wordt het ingevolge artikel V, afdeling 2, onderdeel a, van het MIF II-beheerverdrag ingediende jaarlijkse informatieve rapport toegezonden aan de Raad van Bewindvoerders van de Bank. Op enig tijdstip na een jaar na de datum van inwerkingtreding van het MIF II-verdrag en ten minste eenmaal per vijf jaar daarna, verzoekt het Donorencomité de afdeling Evaluation and Oversight van de Bank een onafhankelijke evaluatie uit te voeren, te betalen uit de middelen van het Fonds, teneinde de resultaten van het Fonds tegen het licht van de doelstelling en taken uit hoofde van dit MIF II-verdrag te beoordelen; deze evaluatie blijft mede een beoordeling van de resultaten van projectgroepen behelzen, gebaseerd op benchmarks en indicatoren betreffende aspecten als relevantie, doeltreffendheid, efficiency, innovatie, duurzaamheid, additionaliteit en vooruitgang met betrekking tot de uitvoering van door het Donorcomité goedgekeurde aanbevelingen. De donoren komen uiterlijk ten tijde van de volgende jaarvergadering van de Raad van Bestuur bijeen teneinde de onafhankelijke evaluatie te bespreken.
Artikel V. Duur van het MIF II-verdrag
Afdeling 1. Inwerkingtreding. Dit MIF II-verdrag treedt in werking op een datum voor dan wel op 31 december 2007 zodra de toekomstige donoren die ten minste 60% van het totaalbedrag van het Fonds vermeld in Schema A vertegenwoordigen hun akten van bijdrage hebben nedergelegd, waarna het MIF I-verdrag beëindigd wordt en alle activa en passiva van het MIF I door het MIF II worden overgenomen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.