Internationaal Verdrag tegen doping in de sport

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Algemene Conferentie van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, hierna aangeduid als UNESCO, bijeengekomen te Parijs van 3 tot en met 21 oktober 2005 tijdens haar 33e zitting,

Overwegend dat het doel van UNESCO is een bijdrage te leveren aan vrede en veiligheid door samenwerking tussen naties te bevorderen door middel van onderwijs, wetenschap en cultuur,

Verwijzend naar bestaande internationale instrumenten inzake mensenrechten,

Zich bewust van resolutie 58/5 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 3 november 2003, betreffende sport als middel om onderwijs, gezondheid, ontwikkeling en vrede te bevorderen, en met name paragraaf 7 daarvan,

Zich er tevens van bewust dat sport een belangrijke rol dient te spelen bij de bescherming van de gezondheid, bij morele en culturele vorming en lichamelijke opvoeding en bij het bevorderen van wederzijds begrip en vrede in de wereld,

Gelet op de noodzaak internationale samenwerking gericht op het uitbannen van doping in de sport te bevorderen en te coördineren,

Bezorgd over het gebruik door sporters van dopingmiddelen in de sport en de gevolgen daarvan voor hun gezondheid, het beginsel van fair play, het uitbannen van bedrog en de toekomst van de sport,

Indachtig het feit dat doping een bedreiging vormt voor de ethische beginselen en educatieve waarden vervat in het Internationale Handvest voor Lichamelijke Opvoeding en Sport van UNESCO en in het Olympisch Handvest,

In herinnering roepend dat de Overeenkomst ter bestrijding van doping en het Aanvullend Protocol daarbij aangenomen in het kader van de Raad van Europa instrumenten van internationaal publiekrecht zijn, die ten grondslag liggen aan nationaal antidopingbeleid en aan intergouvernementele samenwerking,

Herinnerend aan de Aanbevelingen inzake doping aangenomen tijdens de tweede, derde en vierde Internationale Conferentie van ministers en hoge ambtenaren verantwoordelijk voor lichamelijke opvoeding en sport, door UNESCO georganiseerd te Moskou (1988), Punta del Este (1999) en Athene (2004) en aan 32 C/Resolutie 9 aangenomen door de Algemene Conferentie van UNESCO tijdens haar 32e zitting (2003),

Indachtig de Wereldantidopingcode aangenomen door het Mondiaal Antidopingagentschap tijdens de Wereldconferentie inzake doping in de sport, Kopenhagen, 5 maart 2003 en de Verklaring van Kopenhagen tegen het gebruik van doping in de sport,

Tevens indachtig de invloed die topsporters hebben op de jeugd,

Zich bewust van de permanente behoefte onderzoek uit te voeren en te bevorderen met als doel het verbeteren van de detectie van doping en een beter begrip van de factoren die van invloed zijn op het gebruik ervan teneinde tot zo doeltreffend mogelijke preventiestrategieën te komen,

Zich tevens bewust van het belang van voortdurende educatie van sporters, hun begeleiders en de maatschappij in het algemeen op het gebied van het voorkomen van doping,

Indachtig de noodzaak de capaciteit van Staten die Partij zijn om antidopingprogramma’s te implementeren op te bouwen,

Zich ervan bewust dat overheidsinstanties en sportorganisaties elkaar aanvullende verantwoordelijkheden hebben bij het voorkomen en bestrijden van doping in de sport, in het bijzonder het goede verloop, op basis van het beginsel van fair play, van sportevenementen, en bij het beschermen van de gezondheid van de deelnemers daaraan,

Erkennend dat deze autoriteiten en organisaties daartoe dienen samen te werken en daarbij de hoogste mate van onafhankelijkheid en transparantie op alle van toepassing zijnde niveaus dienen te waarborgen,

Vastbesloten nadere maatregelen te nemen, in hechtere samenwerking, gericht op de uitbanning van doping in de sport,

Erkennend dat de uitbanning van doping in de sport ten dele afhankelijk is van de verdere harmonisatie van normen en praktijken op het gebied van de bestrijding van doping in de sport en samenwerking op nationaal en mondiaal niveau,

Neemt dit Verdrag aan op 19 oktober 2005.

DEEL I. REIKWIJDTE

Artikel 1. Doelstelling van het Verdrag

De doelstelling van dit Verdrag, in het kader van de strategie en het activiteitenprogramma van UNESCO op het gebied van lichamelijke opvoeding en sport, is het bevorderen van het voorkomen en bestrijden van doping in de sport, met het oog op de uitbanning ervan.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Deze begripsomschrijvingen dienen begrepen te worden in de context van de Wereldantidopingcode. Indien de bepalingen daarvan in strijd zijn met die van het Verdrag, zijn de bepalingen van het Verdrag doorslaggevend.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 3. Middelen om het doel van het Verdrag te verwezenlijken

Ter verwezenlijking van het doel van het Verdrag verplichten de Staten die Partij zijn zich tot het:

Artikel 4. Verhouding van het Verdrag tot de Code
1.

Teneinde de implementatie van de bestrijding van doping in de sport op nationaal en internationaal niveau te coördineren verplichten de Staten die Partij zijn zich de beginselen van de Code te eerbiedigen, als basis voor de in artikel 5 van dit Verdrag vervatte maatregelen. Niets in dit Verdrag belet de Staten die Partij zijn andere maatregelen te nemen ter aanvulling van de Code.

2.

De Code en de meest recente versie van de Aanhangsels 2 en 3 worden ter informatie verstrekt en vormen geen integrerend onderdeel van dit Verdrag. Uit de Bijlagen als zodanig vloeien voor de Staten die Partij zijn geen bindende verplichtingen voort uit hoofde van het internationaal recht.

3.

De Bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit Verdrag.

Artikel 5. Maatregelen om de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken

Door de in dit Verdrag vervatte verplichtingen te eerbiedigen, verplicht elke Staat die Partij is zich passende maatregelen in te voeren. Dergelijke maatregelen kunnen wetgeving, regulering, beleid of administratieve praktijken inhouden.

Artikel 6. Verhouding tot andere internationale instrumenten

Dit Verdrag heeft geen verandering tot gevolg van de rechten en verplichtingen van Staten die Partij zijn die voortvloeien uit eerder gesloten verdragen die verenigbaar zijn met het onderwerp en het doel van dit Verdrag. Dit doet geen afbreuk aan het genot van hun rechten door andere Staten die Partij zijn of de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag.

DEEL II. ANTIDOPINGACTIVITEITEN OP NATIONAAL NIVEAU

Artikel 7. Coördinatie op nationaal niveau

De Staten die Partij zijn, waarborgen de toepassing van dit Verdrag in het bijzonder door coördinatie op nationaal niveau. Teneinde hun verplichtingen ingevolge dit Verdrag na te komen, kunnen de Staten die Partij zijn zich verlaten op antidopingorganisaties alsmede op sportautoriteiten en -organisaties.

Artikel 8. Beperking van de beschikbaarheid en het gebruik in de sport van verboden stoffen en methoden
1.

De Staten die Partij zijn, nemen, wanneer van toepassing, maatregelen om de beschikbaarheid van verboden stoffen en methoden te beperken teneinde het gebruik ervan door sporters in de sport aan banden te leggen, tenzij er sprake is van dispensatie voor therapeutisch gebruik. Hieronder vallen maatregelen tegen de op sporters gerichte illegale handel in deze stoffen en methoden, en daaruit voortvloeiend, maatregelen om de productie, het verkeer, de invoer, distributie en verkoop ervan te controleren.

2.

De Staten die Partij zijn, nemen maatregelen om het gebruik en het bezit van verboden stoffen en methoden door sporters in de sport te voorkomen en te beperken tenzij dit is toegestaan ingevolge een dispensatie voor therapeutisch gebruik, of moedigen, wanneer van toepassing, de relevante instanties onder hun rechtsmacht aan zulks te doen.

3.

Geen van de uit hoofde van dit Verdrag genomen maatregelen beperkt de beschikbaarheid voor legitieme doeleinden van stoffen en methoden die in de sport verboden of aan banden gelegd zijn.

Artikel 9. Maatregelen tegen begeleiders van sporters

De Staten die Partij zijn, nemen zelf maatregelen, met inbegrip van sancties of straffen, tegen begeleiders van sporters die het antidopingreglement schenden of een ander strafbaar feit met betrekking tot doping in de sport begaan, of moedigen sportorganisaties of antidopingorganisaties aan zulks te doen.

Artikel 10. Voedingssupplementen

De Staten die Partij zijn, moedigen, wanneer van toepassing, producenten en distributeurs van voedingssupplementen aan beste praktijken in te stellen op het gebied van marketing en distributie van voedingssupplementen, met inbegrip van informatie over hun analytische samenstelling en kwaliteitsborging.

Artikel 11. Financiële maatregelen

De Staten die Partij zijn,

Artikel 12. Maatregelen om dopingcontrole te vergemakkelijken

De Staten die Partij zijn,

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.