Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie

Type Verdrag
Publication 2006-11-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Preambule

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Bezorgd over de ernst van de problemen die door corruptie worden veroorzaakt en de bedreiging die zij vormt voor de stabiliteit en veiligheid van samenlevingen, waardoor democratische instituties en waarden, ethische waarden en rechtvaardigheid worden ondermijnd en duurzame ontwikkeling en de rechtsstaat in gevaar worden gebracht,

Tevens bezorgd over de banden die bestaan tussen corruptie en andere vormen van misdaad, in het bijzonder de georganiseerde misdaad en economische criminaliteit, met inbegrip van witwaspraktijken,

Voorts bezorgd over gevallen van corruptie waarbij zeer grote hoeveelheden activa betrokken zijn, die een aanzienlijk deel van de middelen van Staten kunnen uitmaken, en die een bedreiging vormen voor de politieke stabiliteit en duurzame ontwikkeling van deze Staten,

Ervan overtuigd dat corruptie niet langer een lokale aangelegenheid is, maar een grensoverschrijdend verschijnsel dat alle samenlevingen en economieën aantast, waardoor internationale samenwerking van essentieel belang wordt voor het voorkomen en onder controle krijgen ervan,

Er voorts van overtuigd dat een brede en multidisciplinaire aanpak vereist is om corruptie op doeltreffende wijze te voorkomen en te bestrijden,

Er daarnaast van overtuigd dat de beschikbaarheid van technische bijstand in belangrijke mate kan bijdragen, mede door middel van capaciteitsversterking en de opbouw van instituten, aan het vermogen van Staten corruptie op doeltreffende wijze te voorkomen en te bestrijden,

Ervan overtuigd dat ongeoorloofde zelfverrijking buitengewoon schadelijk kan zijn voor democratische instellingen, nationale economieën en de rechtsstaat,

Vastbesloten op doeltreffender wijze de overbrenging van op illegale wijze verkregen activa te voorkomen, op te sporen en te beletten en de internationale samenwerking bij het terugkrijgen van activa te versterken,

Erkennend de grondbeginselen van een behoorlijke rechtsgang in strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures bij de toekenning van eigendomsrechten,

Indachtig dat het voorkomen en uitbannen van corruptie de verantwoordelijkheid van alle Staten is en dat zij moeten samenwerken, met de steun en betrokkenheid van individuen en groepen die niet tot de publieke sector behoren zoals het maatschappelijk middenveld, niet-gouvernementele organisaties en basisorganisaties, willen hun inspanningen op dit gebied doeltreffend zijn,

Voorts indachtig de beginselen van goed beheer van publieke zaken en eigendommen, billijkheid, verantwoordelijkheid en gelijkheid voor de wet en de noodzaak integriteit te waarborgen en een cultuur te bevorderen waarin corruptie wordt afgekeurd,

Verheugd over het werk van de Commissie Misdaadpreventie en Strafrecht en het Bureau voor Drugs en Criminaliteit van de Verenigde Naties betreffende het voorkomen en bestrijden van corruptie,

In herinnering roepend het werk op dit terrein van andere internationale en regionale organisaties, met inbegrip van de activiteiten van de Afrikaanse Unie, de Raad van Europa, de Internationale Douaneraad (ook bekend als de Werelddouaneorganisatie), de Europese Unie, de Arabische Liga, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en de Organisatie van Amerikaanse Staten,

Met waardering kennis nemend van multilaterale instrumenten voor het voorkomen en bestrijden van corruptie, met inbegrip van, onder andere, het Inter-Amerikaans Verdrag tegen Corruptie, op 29 maart 1996 aangenomen door de Organisatie van Amerikaanse Staten, deOvereenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, op 26 mei 1997 aangenomen door de Raad van Europa, het Verdrag inzake de bestrijding van de omkoping van buitenlandse overheidsfunctionarissen bij internationale zakelijke transacties, op 21 november 1997 aangenomen door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, op 27 januari 1999 aangenomen door het Comité van Ministers van de Raad van Europa, het Civielrechtelijk Verdrag inzake de bestrijding van corruptie, op 4 november 1999 aangenomen door het Comité van Ministers van de Raad van Europa, en het Verdrag van de Afrikaanse Unie inzake het voorkomen en bestrijden van corruptie, op 12 juli 2003 aangenomen door de staatshoofden en regeringsleiders van de Afrikaanse Unie,

De inwerkingtreding verwelkomend op 29 september 2003 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Verklaring omtrent het doel

De doelen van dit Verdrag zijn:

Artikel 2. Gebruikte termen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 3. Werkingssfeer
1.

Dit Verdrag is van toepassing, overeenkomstig de erin vervatte bepalingen, op het voorkomen, opsporen en vervolgen van corruptie en op de bevriezing, inbeslagneming, confiscatie en teruggave van de opbrengsten van overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten.

2.

Voor de toepassing van dit Verdrag is het, tenzij hierin anders is bepaald, niet noodzakelijk dat de erin vervatte strafbare feiten leiden tot beschadiging van of schade aan staatseigendommen.

Artikel 4. Bescherming van de soevereiniteit
1.

De Staten die partij zijn, komen hun verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag na op een wijze die in overeenstemming is met de beginselen van soevereine gelijkheid en territoriale integriteit van staten en van non-interventie in de interne aangelegenheden van andere Staten.

2.

Niets in dit Verdrag geeft een Staat die partij is de bevoegdheid op het grondgebied van een andere Staat rechtsmacht uit te oefenen en functies te vervullen die door zijn nationale wetgeving uitsluitend zijn voorbehouden aan de autoriteiten van die andere Staat.

HOOFDSTUK II. PREVENTIEVE MAATREGELEN

Artikel 5. Beleid en praktijken ter voorkoming van corruptie
1.

Elke Staat die partij is, ontwikkelt en implementeert of zorgt voor de voortzetting van, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, een gecoördineerd anticorruptiebeleid dat de participatie vanuit de samenleving bevordert en een afspiegeling vormt van de grondslagen van de rechtsstaat, goed beheer van publieke zaken en publieke eigendommen, integriteit, transparantie en verantwoording.

2.

Elke Staat die partij is, spant zich in doeltreffende praktijken ter voorkoming van corruptie tot stand te brengen en te bevorderen.

3.

Elke Staat die partij is, streeft ernaar periodiek de relevante juridische instrumenten en bestuursmaatregelen door te lichten teneinde vast te stellen of zij adequaat zijn voor het voorkomen en bestrijden van corruptie.

4.

De Staten die partij zijn, werken waar passend en overeenkomstig de grondbeginselen van hun rechtsstelsel met elkaar en met relevante internationale en regionale organisaties samen bij de bevordering en ontwikkeling van de in dit artikel bedoelde maatregelen. Deze samenwerking kan deelname aan internationale programma's en projecten gericht op het voorkomen van corruptie behelzen.

Artikel 6. Instantie of instanties belast met het voorkomen van corruptie
1.

Elke Staat die partij is, waarborgt, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, het bestaan van een of meerdere instanties, naar gelang van toepassing is, die corruptie voorkomen door middel van onder andere:

2.

Elke Staat die partij is, verleent de in het eerste lid van dit artikel bedoelde instantie of instanties de noodzakelijke onafhankelijkheid, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, teneinde deze in staat te stellen hun taken doeltreffend en vrij van ongepaste externe beïnvloeding uit te oefenen. Er dient te worden voorzien in de noodzakelijke materiële middelen en gespecialiseerde medewerkers, alsmede in de opleiding die deze medewerkers nodig zouden kunnen hebben voor de uitoefening van hun taken.

3.

Elke Staat die partij is, stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van de naam en het adres van de autoriteit of autoriteiten die andere Staten die partij zijn, kunnen bijstaan bij het opstellen en implementeren van maatregelen ter voorkoming van corruptie.

Artikel 7. Publieke sector
1.

Elke Staat die partij is, spant zich in, waar passend en overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, systemen voor de werving, de indienstneming, het behoud, de promotie en de pensionering van ambtenaren en, waar passend, andere niet-gekozen overheidsfunctionarissen, in te stellen, in stand te houden en te versterken:

2.

Elke Staat die partij is, overweegt tevens wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen aan te nemen, verenigbaar met de doelstellingen van dit Verdrag en overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, teneinde criteria vast te stellen ten aanzien van de kandidaatstelling en verkiezing voor een publiek ambt.

3.

Elke Staat die partij is, overweegt voorts wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen aan te nemen, verenigbaar met de doelstellingen van dit Verdrag en overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, teneinde de transparantie bij de financiële ondersteuning van kandidaten voor een gekozen publiek ambt en, waar van toepassing, de financiering van politieke partijen te verbeteren.

4.

Elke Staat die partij is, streeft ernaar, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, systemen die transparantie bevorderen en tegenstrijdige belangen voorkomen, in te stellen, te handhaven en te versterken.

Artikel 8. Gedragscodes voor overheidsfunctionarissen
1.

Ter bestrijding van corruptie bevordert elke Staat die partij is onder andere de integriteit, eerlijkheid en verantwoordelijkheidsgevoel onder zijn overheidsfunctionarissen, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel.

2.

Elke Staat die partij is, streeft in het bijzonder naar de toepassing, binnen zijn eigen institutionele en rechtsstelsel, van gedragscodes voor de correcte, eerzame en adequate uitoefening van publieke functies.

3.

Voor de uitvoering van de bepalingen van dit artikel, slaat elke Staat die partij is, waar passend en overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, acht op relevante initiatieven van regionale, interregionale en multilaterale organisaties, zoals de International Code of Conduct for Public Officials vervat in de bijlage bij resolutie 51/59 van de Algemene Vergadering van 12 december 1996.

4.

Elke Staat die partij is, overweegt tevens, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, het instellen van maatregelen en systemen die het overheidsfunctionarissen gemakkelijker maken corrupte handelingen te melden aan de desbetreffende autoriteiten wanneer deze hen ter kennis komen tijdens het uitoefenen van hun functie.

5.

Elke Staat die partij is, spant zich in, waar van toepassing en overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, maatregelen en systemen in te stellen die overheidsfunctionarissen verplichten verklaringen af te leggen tegenover de desbetreffende autoriteiten met betrekking tot, onder andere, hun externe activiteiten, betrekkingen, investeringen, activa en substantiële giften of voordelen waaruit belangenverstrengeling kan voortvloeien met betrekking tot hun functie als overheidsfunctionaris.

6.

Elke Staat die partij is, overweegt, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, disciplinaire of andere maatregelen te nemen tegen overheidsfunctionarissen die de overeenkomstig dit artikel ingestelde codes of normen schenden.

Artikel 9. Overheidsopdrachten en beheer van overheidsfinanciën
1.

Elke Staat die partij is, neemt, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, de noodzakelijke stappen om toepasselijke systemen voor het plaatsen van opdrachten in te stellen, gebaseerd op transparantie, concurrentie en objectieve besluitvormingscriteria, die doeltreffend zijn bij, onder andere, het voorkomen van corruptie. Dergelijke systemen, die rekening kunnen houden met toepasselijke drempelwaarden, voorzien in, onder andere:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.