Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen

Type Verdrag
Publication 2007-02-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen bij dit Verdrag,

Zich ervan bewust dat het bijzonder belangrijk is, in het belang van de huidige en de komende generaties, om de mens en het milieu te beschermen tegen de gevolgen van industriële ongevallen,

Erkennende dat het belangrijk en dringend geboden is ernstige nadelige gevolgen van industriële ongevallen voor de mens en het milieu te voorkomen, en alle maatregelen te bevorderen die het verstandige, economische en efficiënte gebruik van preventie-, voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen stimuleren, ten einde een ecologisch verantwoorde en duurzame economische ontwikkeling mogelijk te maken,

Rekening houdende met het feit dat de gevolgen van industriële ongevallen zich over de grenzen kunnen doen gevoelen en samenwerking tussen Staten noodzakelijk maken,

Bevestigende de noodzaak om actieve internationale samenwerking tussen de betrokken Staten vóór, tijdens en na een ongeval te bevorderen, het desbetreffende beleid aan te scherpen en het optreden op alle passende niveaus te intensiveren en te coördineren, ten einde de preventie van, het voorbereid zijn op en de bestrijding van de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen beter te kunnen bevorderen,

Vaststellende het belang en het nut van bilaterale en multilaterale regelingen inzake de preventie van, het voorbereid zijn op en de bestrijding van de gevolgen van industriële ongevallen,

Zich bewust van de rol die in dit opzicht is vervuld door de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (ECE) en herinnerende aan, onder meer, de Code of Conduct on Accidental Pollution of Transboundary Inland Waters van de ECE en het Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband,

Gelet op de desbetreffende bepalingen van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), het Slotdocument van de Bijeenkomst in Wenen van vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de CVSE, en de resultaten van de Bijeenkomst te Sofia inzake de bescherming van het milieu van de CVSE, alsmede de desbetreffende activiteiten en mechanismen van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), in het bijzonder het APELL-programma, van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), in het bijzonder de Code of Practice on the Prevention of Major Industrial Accidents, en van andere bevoegde internationale organisaties,

In aanmerking nemende de desbetreffende bepalingen van de Verklaring van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake het Leefmilieu, en in het bijzonder beginsel 21, op grond waarvan de Staten, in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van internationaal recht, het soevereine recht hebben hun eigen rijkdommen te exploiteren volgens hun eigen milieubeleid, en de verantwoordelijkheid hebben erop toe te zien dat activiteiten die onder hun rechtsmacht of toezicht vallen, geen schade toebrengen aan het milieu van andere Staten of van gebieden die onder geen enkele nationale rechtsmacht vallen,

Gelet op het beginsel „de vervuiler betaalt" als algemeen beginsel van het internationale milieurecht,

Onderstrepende de beginselen van het internationale recht en het internationale gewoonterecht, in het bijzonder de beginselen van goed nabuurschap, wederkerigheid, non-discriminatie en goede trouw.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Werkingssfeer
1.

Dit Verdrag is van toepassing op de preventie van, het voorbereid zijn op en de bestrijding van industriële ongevallen die grensoverschrijdende gevolgen zouden kunnen hebben, met inbegrip van de gevolgen van dergelijke ongevallen veroorzaakt door natuurrampen, en op de internationale samenwerking inzake wederzijdse bijstand, onderzoek en ontwikkeling, uitwisseling van informatie en overdracht van technologie op het gebied van de preventie van, de voorbereiding op en de bestrijding van industriële ongevallen.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op:

Artikel 3. Algemene bepalingen
1.

De Partijen nemen, rekening houdende met datgene wat op nationaal en internationaal niveau reeds is ondernomen, passende maatregelen en werken samen in het kader van dit Verdrag om de mens en het milieu te beschermen tegen industriële ongevallen door deze ongevallen zo veel mogelijk te voorkomen, de frequentie en de ernst ervan te verminderen en de gevolgen ervan te beperken. Daartoe worden maatregelen toegepast met het oog op de preventie, voorbereiding en bestrijding, met inbegrip van herstelmaatregelen.

2.

De Partijen ontwikkelen en geven zonder onnodige vertraging uitvoering aan - door middel van uitwisseling van informatie, overleg en andere op samenwerking gebaseerde maatregelen - beleidslijnen en strategieën gericht op beperking van de risico's van industriële ongevallen en verbetering van de preventie-, voorbereidings - en bestrijdingsmaatregelen, met inbegrip van herstelmaatregelen, rekening houdende met datgene wat op nationaal en internationaal niveau reeds is ondernomen, teneinde dubbel werk te vermijden.

3.

De Partijen zien erop toe dat de exploitant wordt verplicht alle noodzakelijke maatregelen te nemen, opdat de gevaarlijke activiteit veilig wordt verricht en industriële ongevallen worden voorkomen.

4.

Met het oog op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag nemen de Partijen passende wetgevende, regelgevende, bestuurlijke en financiële maatregelen gericht op de preventie van, het voorbereid zijn op en de bestrijding van industriële ongevallen.

5.

De bepalingen van dit Verdrag laten verplichtingen van de Partijen ingevolge het internationale recht met betrekking tot industriële ongevallen en gevaarlijke activiteiten onverlet.

Artikel 4. Inventarisatie, overleg en advies
1.

Met het oog op het nemen van preventiemaatregelen en het opstellen van voorbereidingsmaatregelen neemt de Partij van herkomst passende maatregelen om gevaarlijke activiteiten onder haar rechtsmacht te inventariseren en te waarborgen dat benadeelde Partijen in kennis worden gesteld van alle zodanige voorgenomen of bestaande activiteiten.

2.

De betrokken Partijen voeren op verzoek van één van hen besprekingen over de inventarisatie van gevaarlijke activiteiten die redelijkerwijs grensoverschrijdende gevolgen zouden kunnen hebben. Indien de betrokken Partijen geen overeenstemming bereiken over de vraag of een activiteit een zodanige gevaarlijke activiteit is, kan elk van die Partijen dat vraagstuk voor advies voorleggen aan een onderzoekscommissie in overeenstemming met de bepalingen van Bijlage II bij dit Verdrag, tenzij de betrokken Partijen een andere methode voor oplossing van het vraagstuk overeenkomen.

3.

De Partijen passen ten aanzien van voorgenomen of bestaande gevaarlijke activiteiten de in Bijlage III bij dit Verdrag beschreven procedures toe.

4.

Wanneer ten aanzien van een gevaarlijke activiteit een milieueffectrapportage plaatsvindt in overeenstemming met het Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdende context en die rapportage een evaluatie omvat van de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen voortvloeiende uit de gevaarlijke activiteit die wordt verricht in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, wordt de definitieve beslissing, genomen ter toepassing van het Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdende context, geacht te voldoen aan de desbetreffende vereisten van dit Verdrag.

Artikel 5. Vrijwillige uitbreiding

De betrokken Partijen dienen op initiatief van één van hen besprekingen te voeren over de vraag of een niet onder Bijlage I vallende activiteit als gevaarlijke activiteit moet worden beschouwd. In onderlinge overeenstemming kunnen zij een adviesorgaan van hun keuze, of een onderzoekscommissie in de zin van Bijlage II, inschakelen om hun advies te geven. Wanneer de betrokken Partijen zulks overeenkomen, is dit Verdrag, of een gedeelte daarvan, op de desbetreffende activiteit van toepassing als ware het een gevaarlijke activiteit.

Artikel 6. Preventie
1.

De Partijen nemen passende maatregelen ten behoeve van de preventie van industriële ongevallen, met inbegrip van maatregelen die erop zijn gericht exploitanten ertoe te bewegen actie te ondernemen om het risico van industriële ongevallen te beperken. Deze maatregelen kunnen, onder andere, de in Bijlage IV bij dit Verdrag genoemde maatregelen omvatten.

2.

Met betrekking tot elke gevaarlijke activiteit verlangt de Partij van herkomst van de exploitant dat deze aantoont dat de gevaarlijke activiteit veilig wordt verricht, door informatie te verstrekken, bijvoorbeeld essentiële gegevens betreffende het proces, met inbegrip van, onder andere, de analyse en evaluatie als omschreven in Bijlage V bij dit Verdrag.

Artikel 7. Besluitvorming inzake plaatskeuze

Binnen het kader van haar rechtsstelsel streeft de Partij van herkomst ernaar beleidslijnen op te stellen inzake de keuze van de plaats van nieuwe gevaarlijke activiteiten en inzake belangrijke wijzigingen met betrekking tot bestaande gevaarlijke activiteiten, ten einde het risico voor de bevolking en het milieu van alle benadeelde Partijen te beperken. Binnen het kader van hun rechtsstelsels streven de benadeelde Partijen ernaar beleidslijnen op te stellen inzake belangrijke ontwikkelingen in gebieden die zouden kunnen worden geraakt door grensoverschrijdende gevolgen van een industrieel ongeval voortvloeiende uit een gevaarlijke activiteit, ten einde de daarmee verband houdende risico's te beperken. Bij het uitwerken en opstellen van die beleidslijnen dienen de Partijen rekening te houden met de gegevens als vermeld in Bijlage V, tweede paragraaf, punten 1 t/m 8, en Bijlage VI bij dit Verdrag.

Artikel 8. Voorbereiding op noodsituaties
1.

De Partijen nemen passende maatregelen om te bewerkstelligen dat men in voldoende mate is en blijft voorbereid op noodsituaties om industriële ongevallen te kunnen bestrijden. De Partijen zien erop toe dat voorbereidingsmaatregelen worden genomen om de grensoverschrijdende gevolgen van zodanige ongevallen te beperken, waarbij de exploitant de ter plaatse te treffen maatregelen op zich dient te nemen. Deze maatregelen kunnen onder andere de in Bijlage VII bij dit Verdrag genoemde maatregelen omvatten. In het bijzonder stellen de betrokken Partijen elkander in kennis van hun rampenplannen

2.

De Partij van herkomst ziet wat gevaarlijke activiteiten betreft toe op het opstellen en uitvoeren van op het terrein van de gevaarlijke activiteiten van toepassing zijnde rampenplannen, met inbegrip van passende bestrijdingsmaatregelen en andere maatregelen ter voorkoming en beperking van grensoverschrijdende gevolgen. De Partij van herkomst verstrekt de andere betrokken Partijen de gegevens waarover zij beschikt voor het opstellen van rampenplannen.

3.

Elke Partij ziet wat gevaarlijke activiteiten betreft toe op het opstellen en uitvoeren van buiten de desbetreffende plaats van toepassing zijnde rampenplannen, die maatregelen bevatten die op haar grondgebied moeten worden genomen ter voorkoming en beperking van grensoverschrijdende gevolgen. Bij het opstellen van deze plannen dient rekening te worden gehouden met de conclusies van de analyse en de evaluatie, in het bijzonder de gegevens genoemd in Bijlage V, tweede paragraaf, punten 1 t/m 5. De betrokken Partijen streven ernaar die plannen op elkaar af te stemmen. Indien passend, stellen zij gezamenlijk buiten het terrein van de gevaarlijke activiteiten van toepassing zijnde rampenplannen op, ten einde het nemen van adequate bestrijdingsmaatregelen te vergemakkelijken.

4.

Rampenplannen dienen te worden herzien met een zekere regelmaat, dan wel wanneer de omstandigheden zulks vereisen, rekening houdend met de ervaring die is opgedaan bij het optreden in echte noodsituaties.

Artikel 9. Voorlichting aan en deelneming van het publiek
1.

De Partijen zien erop toe dat passende voorlichting wordt gegeven aan het publiek in gebieden die zouden kunnen worden geraakt door een industrieel ongeval voortvloeiende uit een gevaarlijke activiteit. Deze voorlichting wordt gegeven via de kanalen die de Partijen passend achten, dient de in Bijlage VIII bij dit Verdrag genoemde gegevens te bevatten en dient rekening te houden met de gegevens genoemd in Bijlage V, tweede paragraaf, punten 1 t/m 4 en 9.

2.

De Partij van herkomst biedt, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en telkens wanneer zulks mogelijk en passend is, het publiek in de gebieden die zouden kunnen worden geraakt gelegenheid om deel te nemen aan de desbetreffende procedures, opdat het zijn standpunten en bezorgdheid met betrekking tot preventie- en voorbereidingsmaatregelen kenbaar kan maken, en zij ziet erop toe dat de gelegenheid die het publiek van de benadeelde Partij wordt geboden, gelijkwaardig is aan die welke wordt geboden aan het publiek van de Partij van herkomst.

3.

De Partijen bieden, in overeenstemming met hun rechtsstelsel en, indien zij zulks wensen, op basis van wederkerigheid aan natuurlijke personen en rechtspersonen die schadelijke grensoverschrijdende gevolgen van een industrieel ongeval ondervinden of zouden kunnen ondervinden op het grondgebied van een Partij, toegang tot de desbetreffende bestuurlijke en gerechtelijke procedures, met inbegrip van de mogelijkheid een rechtsvordering in te stellen of beroep in te stellen tegen een beslissing waarbij hun rechten zijn aangetast, welke toegang gelijkwaardig dient te zijn aan die welke beschikbaar is voor de personen binnen hun eigen rechtsmacht, en zij waarborgen dat de behandeling in die procedures ook gelijkwaardig is.

Artikel 10. Meldsystemen voor industriële ongevallen
1.

De Partijen dragen zorg voor het opzetten en in bedrijf houden van compatibele en efficiënte meldsystemen voor industriële ongevallen op de juiste niveaus, ten einde meldingen van industriële ongevallen te kunnen ontvangen en verzenden die de benodigde informatie bevatten om grensoverschrijdende gevolgen tegen te gaan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.