Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
De Regering van de Republiek Tunesië,
Geleid door de wens de betrekkingen tussen beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,
Zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a). „grondgebied": wat Nederland betreft: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; wat Tunesië betreft: het grondgebied van de Republiek Tunesië;
- b). „onderdaan": wat Nederland betreft; een persoon van Nederlandse nationaliteit; wat Tunesië betreft: een persoon in Tunesische nationaliteit;
- c). „werknemer": hetzij een loontrekkende of de met hem gelijkgestelde, hetzij een werkende die anders dan in dienstbetrekking werkzaam is volgens de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij.
- d). „wetgeving" of „wettelijke regeling": de wetten, regelingen en statutaire bepalingen en alle andere uitvoeringsmaatregelen die betrekking hebben op de in artikel 2, eerste lid bedoelde takken en stelsels van sociale zekerheid;
- e). „bevoegde autoriteit": de Minister of Ministers of de hiermede vergelijkbare autoriteit onder wie de regelingen inzake sociale zekerheid ressorteren;
- f). „bevoegd orgaan": het orgaan waarbij de verzekerde is aangesloten op het tijdstip waarop hij om prestaties verzoekt of dat hem prestaties is verschuldigd of zou zijn, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar dit orgaan is gevestigd;
- g). „bevoegd land": de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;
- h). „woonplaats": de normale verblijfplaats;
- i). „verblijfplaats": de tijdelijke verblijfplaats;
- j). „orgaan van de woonplaats": het orgaan dat, ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- k). „orgaan van de verblijfplaats": het orgaan dat, ter plaatse waar de belanghebbende verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een zodanig orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- l). „gezinsleden": de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij wonen; indien deze wetgeving evenwel slechts de personen die bij de verzekerde inwonen als gezinsleden beschouwt, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer deze personen in hoofdzaak op kosten van de verzekerde worden onderhouden;
- m). „nagelaten betrekkingen": de personen die als zodanig worden aangemerkt of erkend In de wetgeving krachtens welke de prestaties worden toegekend; indien deze wetgeving evenwel slechts een persoon die bij de overleden werknemer inwoonde als nagelaten betrekking beschouwt, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer de betrokken persoon in hoofdzaak op kosten van de overleden werknemer werd onderhouden;
- n). „tijdvakken van verzekering": de tijdvakken van premiebetaling, arbeid of van wonen die als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt ingevolge de wetgeving waaronder zij zijn vervuld of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij als zodanig door deze wetgeving zijn erkend;
- o). „prestaties", „uitkeringen", „verstrekkingen", „pensioenen" of „renten": alle prestaties, uitkeringen, verstrekkingen, pensioenen of renten, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau of aanvullende uitkeringen, alsmede uitkeringen ineens in plaats van een pensioen, krachtens de in artikel 2 genoemde wettelijke regelingen.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing:
- A. In Nederland op de wettelijke regelingen betreffende:
- a). prestaties bij ziekte en moederschap;
- b). prestaties bij arbeidsongeschiktheid;
- c). uitkeringen bij ouderdom;
- d). uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;.
- e). werkloosheidsuitkeringen;
- f). gezinsuitkeringen.
- B. IN TUNESIË, op de wettelijke regelingen betreffende:
- a). uitkeringen van de sociale verzekeringen;
- b). vergoeding bij arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- c). uitkeringen van verzekeringen betreffende invaliditeit, ouderdom en nagelaten betrekkingen;
- d). gezinsuitkeringen.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, waarbij de wettelijke regelingen genoemd in het eerste lid van dit artikel, worden of zullen worden gewijzigd of aangevuld.
Het is evenwel slechts van toepassing:
- a). op wetten of regelingen die betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen wordt gesloten;
- b). op wetten of regelingen die de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van bedoelde teksten bezwaar maakt bij de Regering van de andere Verdragsluitende Partij.
Dit Verdrag is niet van toepassing op de sociale bijstand en evenmin op de bijzondere regelingen voor personen in overheidsdienst of met hen gelijkgestelden.
Artikel 3
De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op de Nederlandse en Tunesische werknemers op wie de wetgeving van een der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen, voor zover zij hun rechten ontlenen aan de verzekering van de werknemer.
De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, met inbegrip van kanselarijbeambten.
Artikel 4
Behoudens de bepalingen van dit Verdrag hebben de onderdanen van een Verdragsluitende Partij waarop dit Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van de andere Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van deze Partij.
Artikel 5
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de uitkeringen bij invaliditeit of ouderdom of de uitkeringen aan nabestaanden, de renten bij arbeidsongevallen of beroepsziekten, de gezinsuitkeringen en de uitkeringen bij overlijden, verkregen op grond van een wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, zelfs dan aan de betrokken personen uitbetaald indien zij hun woonplaats op het grondgebied van de andere Partij vestigen.
Het voorgaande lid is eveneens van toepassing op personen die onderdaan zijn van een derde land, recht hebben op een Nederlandse uitkering en in Tunesië gevestigd zijn.
Artikel 6
De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking waarin de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voorziet in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het gaat om uitkeringen welke op grond van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn verkregen of om inkomsten, welke zijn verworven of werkzaamheden welke zijn verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. Voor de toepassing van deze regel wordt evenwel geen rekening gehouden met gelijksoortige uitkeringen bij ouderdom of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, die overeenkomstig hoofdstuk III van Titel III worden vastgesteld.
TITEL II. BEPALINGEN TER VASTSTELLING VAN DE TOE TE PASSEN WETGEVING
Artikel 7
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 tot en met 10 is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, uitsluitend de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.
Artikel 8
Op het beginsel neergelegd in artikel 7 gelden de volgende uitzonderingen:
- a). op de werknemers die hun woonplaats hebben op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en door de onderneming, die hen in gewone omstandigheden op het grondgebied van deze Partij tewerkstelt, worden gedetacheerd op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde voor rekening van deze onderneming bepaalde arbeid te verrichten, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij gedurende de eerste twaalf maanden van hun tewerkstelling op het grondgebied van de andere Partij van toepassing, alsof zij werkzaam bleven op het grondgebied van eerstbedoelde Partij; indien deze tewerkstelling langer dan twaalf maanden duurt, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij gedurende een nieuw tijdvak van ten hoogste twaalf maanden van toepassing, mits de bevoegde autoriteit van de andere Partij vóór het einde van het eerste tijdvak van twaalf maanden daaraan goedkeuring heeft gehecht;
- b). op het rijdend, varend of vliegend personeel in dienst van een onderneming die voor rekening van anderen of voor eigen rekening personen of goederen vervoert per spoor, over de weg, door de lucht of te water en die haar zetel heeft op het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze onderneming haar zetel heeft, van toepassing; op de werknemer die tewerkgesteld is door een filiaal of vaste vertegenwoordiging, welke die onderneming heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan die op het grondgebied waarvan zij haar zetel heeft, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze vaste vertegenwoordiging zich bevindt, van toepassing;
- c). op de werknemers behorend tot een officiële administratieve dienst van een der Verdragsluitende Partijen, die op het grondgebied van de andere Partij worden gedetacheerd, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij van toepassing.
- d). de werknemers die wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die hun werkzaamheden uitoefenen op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen zijn onderworpen aan de wetgeving van de woonplaats.
Artikel 9
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 is artikel 7 van toepassing op werknemers die bij diplomatieke zendingen of consulaire posten der Verdragsluitende Partijen werkzaam zijn en op diegenen die in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zendingen of posten zijn.
De in het eerste lid bedoelde werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke zending of consulaire post wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel kiezen voor toepassing van de wetgeving van deze Partij.
Dit keuzerecht mag slechts eenmaal worden uitgeoefend en wel binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag of het tijdstip waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post, onderscheidenlijk in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zending of post wordt aangesteld.
Artikel 10
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, ten behoeve van de belanghebbende werknemers, uitzonderingen op de artikelen 7 tot en met 9 vaststellen.
Artikel 11
Indien krachtens de bepalingen van deze Titel op een werknemer de wetgeving van toepassing is van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij niet woont, is deze wetgeving op hem van toepassing alsof hij op het grondgebied van deze Partij woonde.
TITEL III. BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE DE VERSCHILLENDE SOORTEN PRESTATIES
Hoofdstuk I. Ziekte en moederschap
Artikel 12
Indien de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, houdt het bevoegde orgaan van die Partij, met het oog op de samentelling van tijdvakken, zo nodig rekening met de krachtens de wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van verzekering, alsof het tijdvakken van verzekering betrof die krachtens de wettelijke regeling van eerstbedoelde Partij waren vervuld.
Artikel 13
De werknemer die tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van een der Verdragsluitende Partijen en zich naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij begeeft, heeft voor zichzelf en voor zijn gezinsleden die zich op dat grondgebied bevinden, recht op de prestaties ingevolge de wettelijke regeling van deze Partij, voor zover hij voldoet aan de door de wettelijke regeling van laatstbedoelde Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, eventueel met inachtneming van de samentelling van tijdvakken zoals bedoeld in artikel 12 van het Verdrag.
Indien de werknemer die verzekerd is geweest krachtens de wettelijke regeling van een van de Verdragsluitende Partijen, zich heeft begeven naar het grondgebied van de andere Partij en niet voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van prestaties ingevolge de wettelijke regeling van laatstbedoelde Partij, en indien deze werknemer nog recht zou hebben op prestaties ingevolge de wettelijke regeling van eerstbedoelde Partij indien hij zich zou bevinden op het grondgebied van die Partij, behoudt hij dat recht.
In dat geval is het bepaalde in het eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid van artikel 14 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
Een werknemer die aan de door de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, heeft, tijdens een verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, recht op verstrekkingen, wanneer zijn gezondheidstoestand deze verstrekkingen onmiddellijk noodzakelijk maakt.
Een werknemer die recht heeft op prestaties voor rekening van een orgaan van een van de Verdragsluitende Partijen, en die woont op het grondgebied van bedoelde Partij, behoudt dit recht wanneer hij zijn woonplaats overbrengt naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. Alvorens zijn woonplaats over te brengen, heeft de werknemer evenwel de toestemming nodig van het bevoegde orgaan. De toestemming kan alleen worden geweigerd indien de verplaatsing nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van een medische behandeling.
Wanneer een werknemer, overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande leden, recht heeft op prestaties, worden de verstrekkingen voor rekening van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van de woon- of verblijfplaats volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, in het bijzonder wat betreft de omvang en de wijze van verlening van de verstrekkingen; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend, is echter gelijk aan die voorzien in de wettelijke regeling van het bevoegde land.
In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, slechts verschaft als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.
Met de goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen de verbindingsorganen bedoeld in het administratief akkoord voor de toepassing van het Verdrag een lijst op van verstrekkingen waarop dit lid van toepassing is.
In de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde gevallen worden de uitkeringen door het bevoegde orgaan volgens de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling verleend. Deze uitkeringen mogen door bemiddeling van het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend overeenkomstig de door de bevoegde autoriteiten in een administratief akkoord voor de toepassing van het Verdrag vast te stellen regels.
Wat de verstrekkingen betreft, is het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de werknemer.
Het bepaalde in het eerste en het zesde lid van dit artikel is niet van toepassing op personen die zich begeven naar het grondgebied van de Verdragsluitende Partij anders dan het bevoegde land ten einde medische hulp te ontvangen.
Wat de omvang en de wijze van verlening van verstrekkingen betreft, kunnen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in onderlinge overeenstemming vaststellen dat andere bepalingen worden toegepast dan die welke in het derde lid van dit artikel zijn vermeld.
Artikel 15
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.