Verdrag tussen lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie van Caraïbische Staten inzake regionale samenwerking bij natuurrampen

Type Verdrag
Publication 1999-04-17
State In force
Source BWB
artikelen 22
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen,

Partijen zijnd bij het Verdrag tot oprichting van de Associatie van Caraïbische Staten (hierna te noemen „het Verdrag (1994)"), ondertekend te Cartagena de Indias, Colombia, op 24 juli 1994,

Rekening houdend met het feit dat in artikel III, eerste lid, onderdeel d, van het Verdrag (1994) wordt gesteld dat de Associatie een organisatie is voor overleg, gezamenlijk optreden en samenwerking, met als doel het in kaart brengen en het bevorderen van de uitvoering van beleid en programma's, gericht op, onder andere, het tot stand brengen van samenwerkingsovereenkomsten die beantwoorden aan de verscheidenheid van culturen, aan de behoeften aan ontwikkeling en aan de regelgevingssystemen in de regio,

Overwegend dat de Raad van ministers van de Associatie tijdens zijn eerste gewone vergadering, gehouden te Guatemala Stad, op 1 december 1995, middels Overeenkomst nr. 1/95, het werkprogramma voor de eerste fase van de Associatie heeft goedgekeurd, en heeft besloten dat de eerste activiteiten onder andere gericht moeten zijn op het verwezenlijken van de prioritaire maatregelen met betrekking tot natuurrampen die de lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie treffen,

In herinnering roepend dat de Raad van ministers van de Associatie middels Overeenkomst nr. 1/95 heeft aangegeven dat gezien de doelstelling het vermogen van de lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie om natuurrampen het hoofd te kunnen bieden te vergroten en aldus hun negatieve gevolgen te verminderen, maatregelen zullen worden genomen teneinde een samenwerkingssysteem in dit gebied in te stellen,

Bereid de regionale samenwerking te intensiveren en te versterken en het belang ervan benadrukkend bij de doeltreffende beheersing van natuurrampen, met name wanneer deze gericht is op het verminderen van de kwetsbaarheid van de bevolking, de infrastructuur en de economische en sociale activiteiten van de Partijen,

Zich bewust van de kwetsbaarheid van de lidstaten en geassocieerde leden voor een verscheidenheid van natuurrampen,

Erkennend de negatieve gevolgen van natuurrampen voor de gezondheid en het welzijn van de bevolking, de biodiversiteit, de economie en de infrastructuur,

Zich ervan bewust dat het voor de ontwikkeling van de regio noodzakelijk is een wettelijk kader in te stellen ten behoeve van de bevordering van een samenwerkingssysteem voor de preventie en de beheersing van natuurrampen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de begripsomschrijvingen van artikel I van het Verdrag (1994) van toepassing.

Daarnaast worden de volgende begrippen als volgt omschreven:

Artikel 2. Doel

Het doel van dit Verdrag is een netwerk van juridisch bindenden mechanismen te ontwikkelen teneinde de samenwerking te bevorderen op het gebied van preventie, mitigatie en beheersing van natuurrampen, via de samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen onderling en met organisaties die in de regio werkzaam zijn op het gebied van natuurrampen.

Artikel 3. Zeer kwetsbare gebieden

De Verdragsluitende Partijen kunnen, indien noodzakelijk, op hun grondgebied(en) of in specifieke zones, zeer kwetsbare gebieden aanwijzen, teneinde plannen te ontwikkelen voor samenwerking bij de preventie en beheersing van natuurrampen.

Teneinde een gebied als zeer kwetsbaar aan te merken, dienen de Verdragsluitende Partijen de volgende procedure in acht te nemen:

Artikel 4. Wederzijdse samenwerking en bijstand

De Verdragsluitende Partijen bevorderen:

Het vrijmaken van de noodzakelijke middelen door de Verdragsluitende Partijen om natuurrampen het hoofd te bieden, geschiedt altijd op verzoek van de getroffen Partij en in overeenstemming met de beginselen en normen van het internationaal recht, en bestaande samenwerkingsovereenkomsten, met name met betrekking tot de soevereiniteit en zelfbeschikking van de getroffen Partij.

Artikel 5. Wetenschappelijke en technische activiteiten

De Verdragsluitende Partijen bevorderen wetenschappelijke en technische activiteiten gericht op:

Artikel 6. Rapportage aan de Raad van ministers van de Associatie

De Verdragsluitende Partijen doen de Raad van ministers van de Associatie bij elke gewone vergadering, middels de bijzondere commissie belast met natuurrampen, een rapport toekomen inzake alle ondernomen activiteiten op het gebied van rampenbeheersing in de regio, met inbegrip van basisstatistieken, de voorziene gevolgen voor de regionale en nationale ontwikkeling en de resultaten die na de implementatie van dit Verdrag zijn behaald.

Artikel 7. Instelling van gemeenschappelijke richtlijnen en criteria

De Partijen evalueren de aanneming van gemeenschappelijke richtlijnen en criteria en doen de Raad van ministers voorstellen hiertoe, met name op de volgende gebieden:

Artikel 8. Preventie en mitigatie

1.

De Verdragsluitende Partijen nemen afzonderlijk en tezamen alle maatregelen om intraregionale en interregionale samenwerking op het gebied van de beheersing van natuurrampen te ondersteunen.

2.

Elke Verdragsluitende Partij wisselt periodiek met andere Partijen actuele informatie uit omtrent de implementatie van dit Verdrag.

3.

Met betrekking tot het transport van materiaal en apparatuur voor de preventie en mitigatie van natuurrampen, nemen de Verdragsluitende Partijen de noodzakelijke maatregelen om zich wat betreft het vervoer door de lucht en over zee te verzekeren van de medewerking van de particuliere sector.

Artikel 9. Verhouding tot andere regionale en internationale organisaties/verdragen

De Verdragsluitende Partijen:

1.

erkennen het Regionale Informatiecentrum Rampen (CRID) als coördinatiecentrum voor de verspreiding van informatie op het gebied van natuurrampen.

2.

kunnen de autoriteiten van regionale, subregionale en internationale organisaties en instellingen uitnodigen hun vergaderingen bij te wonen teneinde de uitwisseling te bevorderen van ervaringen, gegevens en mensen inzake de beheersing van natuurrampen in het Groot-Caraïbisch gebied.

3.

waarborgen de doeltreffende coördinatie van de technische bijstand die, voorafgaande aan een ramp, wordt gegeven door een Verdragsluitende Partij, derden of internationale organisaties.

4.

werken samen met bestaande subregionale coördinatiecentra, zoals CDERA en CEPREDENAC, bij hun activiteiten inzake rampenbeheersing.

Artikel 10. Institutionele bepalingen

1.

Elke Verdragsluitende Partij wijst een coördinatiecentrum aan dat de contacten met de Associatie zal onderhouden met betrekking tot de implementatie van dit Verdrag.

2.

De Verdragsluitende Partijen wijzen de bijzondere commissie belast met natuurrampen aan die, in samenwerking met het secretariaat van de Associatie, de volgende taken zal uitvoeren in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden:

Artikel 11. Vergaderingen van de Verdragsluitende Partijen

De gewone vergaderingen van de Verdragsluitende Partijen vinden zes (6) maanden voor elke gewone vergadering van de Raad van ministers plaats en vallen bij voorkeur samen met de vergaderingen van de bijzondere commissie belast met natuurrampen. De Partijen kunnen op verzoek van elk van de Partijen bijzondere vergaderingen houden. De vergaderingen worden gehouden conform het huishoudelijk reglement van de Raad van ministers zoals vastgelegd in artikel XI van het Verdrag (1994) en Overeenkomst nr. 9/95 en alle andere regels die door de Raad van ministers zijn goedgekeurd.

Artikel 12. Deelnemers aan vergaderingen van de Verdragsluitende Partijen

Elke Verdragsluitende Partij benoemt een vertegenwoordiger die aan de vergaderingen deelneemt en bevoegd is beslissingen te nemen inzake de beheersing van natuurrampen, en zich mag laten vergezellen door andere deskundigen en aangewezen adviseurs. Hiertoe dient iedere Partij het secretariaat van de Associatie te informeren over de samenstelling van haar delegatie.

Artikel 13. Verplichtingen

De Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag verbinden zich ertoe:

Artikel 14. Doeltreffende uitvoering van het Verdrag

De Verdragsluitende Partijen werken samen bij de ontwikkeling en aanneming van de maatregelen die nodig zijn om de doeltreffende uitvoering van dit Verdrag te vergemakkelijken, in overeenstemming met de regels van het internationaal recht.

Artikel 15. Ondertekening

Dit Verdrag staat vanaf 17 april 1999 open voor ondertekening door elke staat, elk land of elk grondgebied bedoeld in artikel IV van het Verdrag (1994), die, respectievelijk dat, het Verdrag (1994) heeft bekrachtigd of ertoe is toegetreden.

Artikel 16. Bekrachtiging en toetreding

Bekrachtiging en toetreding vinden plaats conform de procedure die in respectievelijk artikel XXIII en artikel XXVII van het Verdrag (1994) is vastgelegd.

Artikel 17. Depositaris

De akten van bekrachtiging of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Regering die Depositaris van het Verdrag (1994) is, de Regering van de Republiek Colombia, en dienen te voldoen aan de procedure van kennisgeving die in artikel XXV van het Verdrag (1994) is vastgelegd.

Artikel 18. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt, zodra deze is aangenomen door de Verdragsluitende Partijen, in werking in overeenstemming met de procedure die is vastgelegd in artikel XXVI van het Verdrag (1994).

Artikel 19. Wijzigingen

Dit Verdrag kan bij consensus worden gewijzigd tijdens de Vergadering van Staatshoofden en/of Regeringsleiders of tijdens de vergadering van de Raad van ministers van de Associatie van Caraïbische Staten. De wijzigingen treden in werking dertig dagen na de bekrachtiging ervan door tweederde van de lidstaten.

Artikel 20. Uitlegging en geschillenbeslechting

Twijfelpunten of geschillen die mochten rijzen tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de toepassing of uitlegging van dit Verdrag, en die de betrokken Partijen niet zelf kunnen beslechten, worden beslecht door de Raad van ministers. Het Verdrag (1994) heeft in alle gevallen voorrang boven dit Verdrag.

Artikel 21. Duur en opzegging

1.

Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht, of zo lang als het Verdrag (1994) van kracht blijft.

2.

Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen in overeenstemming met de in artikel XXX van het Verdrag (1994) vastgelegde procedure.

Artikel 22. Voorbehouden

Voorbehouden op dit Verdrag zijn niet toegestaan.

OPGESTELD te Santo Domingo de Guzmán, Dominicaanse Republiek, op 17 april 1999, in een enkel exemplaar in de Engelse, de Spaanse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk geldig en authentiek.

IN WITNESS WHEREOF, the duly authorized representatives sign the present Agreement.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)