Verdrag tussen lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie van Caraïbische Staten inzake regionale samenwerking bij natuurrampen
De Verdragsluitende Partijen,
Partijen zijnd bij het Verdrag tot oprichting van de Associatie van Caraïbische Staten (hierna te noemen „het Verdrag (1994)"), ondertekend te Cartagena de Indias, Colombia, op 24 juli 1994,
Rekening houdend met het feit dat in artikel III, eerste lid, onderdeel d, van het Verdrag (1994) wordt gesteld dat de Associatie een organisatie is voor overleg, gezamenlijk optreden en samenwerking, met als doel het in kaart brengen en het bevorderen van de uitvoering van beleid en programma's, gericht op, onder andere, het tot stand brengen van samenwerkingsovereenkomsten die beantwoorden aan de verscheidenheid van culturen, aan de behoeften aan ontwikkeling en aan de regelgevingssystemen in de regio,
Overwegend dat de Raad van ministers van de Associatie tijdens zijn eerste gewone vergadering, gehouden te Guatemala Stad, op 1 december 1995, middels Overeenkomst nr. 1/95, het werkprogramma voor de eerste fase van de Associatie heeft goedgekeurd, en heeft besloten dat de eerste activiteiten onder andere gericht moeten zijn op het verwezenlijken van de prioritaire maatregelen met betrekking tot natuurrampen die de lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie treffen,
In herinnering roepend dat de Raad van ministers van de Associatie middels Overeenkomst nr. 1/95 heeft aangegeven dat gezien de doelstelling het vermogen van de lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie om natuurrampen het hoofd te kunnen bieden te vergroten en aldus hun negatieve gevolgen te verminderen, maatregelen zullen worden genomen teneinde een samenwerkingssysteem in dit gebied in te stellen,
Bereid de regionale samenwerking te intensiveren en te versterken en het belang ervan benadrukkend bij de doeltreffende beheersing van natuurrampen, met name wanneer deze gericht is op het verminderen van de kwetsbaarheid van de bevolking, de infrastructuur en de economische en sociale activiteiten van de Partijen,
Zich bewust van de kwetsbaarheid van de lidstaten en geassocieerde leden voor een verscheidenheid van natuurrampen,
Erkennend de negatieve gevolgen van natuurrampen voor de gezondheid en het welzijn van de bevolking, de biodiversiteit, de economie en de infrastructuur,
Zich ervan bewust dat het voor de ontwikkeling van de regio noodzakelijk is een wettelijk kader in te stellen ten behoeve van de bevordering van een samenwerkingssysteem voor de preventie en de beheersing van natuurrampen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de begripsomschrijvingen van artikel I van het Verdrag (1994) van toepassing.
Daarnaast worden de volgende begrippen als volgt omschreven:
-
- Natuurramp: schade veroorzaakt door elk natuurverschijnsel (orkaan, tornado, storm, vloedgolf, overstroming, tsunami, aardbeving, vulkaanuitbarsting, aardverschuiving, bosbrand, epidemie, epizoötie, ziekten en plagen in de landbouw, droogte, et cetera) waarvan de gevolgen voor mensen, de infrastructuur en de productieve sectoren van verschillende economische activiteiten dermate ernstig en omvangrijk zijn dat zij de lokale mogelijkheden om daaraan het hoofd te bieden te boven gaan, en waarvoor regionale bijstand vereist is, op verzoek van een of meer van de getroffen partijen, teneinde de hen ter beschikking staande inspanningen en middelen aan te vullen, en teneinde schade en verliezen te beperken.
-
- Planning inzake rampen: onderdeel van het voorbereidingsproces teneinde een toekomstige ramp het hoofd te kunnen bieden. Deze planning omvat activiteiten gericht op preventie, mitigatie, voorbereiding, hulp, herstel en wederopbouw.
-
- Rampenpreventie: alle activiteiten en technische en wettelijke maatregelen die moeten worden uitgevoerd tijdens het planningsproces ten behoeve van de sociaal-economische ontwikkeling, teneinde het verlies van mensenlevens en schade aan de economie ten gevolge van natuurrampen te voorkomen.
-
- Mitigatie: een actie die gericht is op het verminderen van de gevolgen van natuurrampen voor de bevolking en de economie.
-
- Voorbereiding: activiteiten op organisatorisch vlak teneinde te waarborgen dat de systemen, procedures en middelen die nodig zijn om een natuurramp het hoofd te bieden, beschikbaar zijn om tijdig hulp te kunnen bieden aan de getroffenen, waarbij waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande mechanismen.
-
- Rampenbeheersing: alle maatregelen op het gebied van preventie, mitigatie, voorbereiding en bestrijding die adequate bescherming waarborgen voor de bevolking en de economie in het geval van een natuurramp.
-
- Risico: verhouding tussen de frequentie en de gevolgen van het optreden van een bepaalde gebeurtenis.
-
- Kwetsbaarheid: mate van waarschijnlijkheid dat er verlies of beschadiging optreedt van elementen die aan de impact van een natuurverschijnsel zijn blootgesteld.
-
- Secundaire bedreiging: het resultaat van een primair gevaar, meestal met ernstigere gevolgen.
-
- Rampenbestrijding: de activiteiten die onmiddellijk na de ramp worden uitgevoerd, met inbegrip van reddings- en bestrijdingsacties, het beschikbaar stellen van gezondheidsvoorzieningen, voedsel, onderdak, water, sanitaire voorzieningen en andere basisvoorzieningen om te overleven.
-
- Zeer kwetsbare gebieden: zones, delen van een grondgebied of grondgebieden waarin zich elementen bevinden die uiterst kwetsbaar zijn voor ernstige, grootschalige schade, veroorzaakt door een of meer natuurlijke of door de mens veroorzaakte verschijnselen en die speciale aandacht vereisen op het gebied van samenwerking tussen de partijen.
-
- Verdragsluitende Partijen: de lidstaten en geassocieerde leden voor welke deelname als lidstaat van de Associatie openstaat, in overeenstemming met hetgeen in artikel IV van het Verdrag (1994) is bepaald.
Artikel 2. Doel
Het doel van dit Verdrag is een netwerk van juridisch bindenden mechanismen te ontwikkelen teneinde de samenwerking te bevorderen op het gebied van preventie, mitigatie en beheersing van natuurrampen, via de samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen onderling en met organisaties die in de regio werkzaam zijn op het gebied van natuurrampen.
Artikel 3. Zeer kwetsbare gebieden
De Verdragsluitende Partijen kunnen, indien noodzakelijk, op hun grondgebied(en) of in specifieke zones, zeer kwetsbare gebieden aanwijzen, teneinde plannen te ontwikkelen voor samenwerking bij de preventie en beheersing van natuurrampen.
Teneinde een gebied als zeer kwetsbaar aan te merken, dienen de Verdragsluitende Partijen de volgende procedure in acht te nemen:
-
- De Partij die soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent over een zeer kwetsbaar gebied, dient dit gebied voor opname in het register van zeer kwetsbare gebieden van de Associatie van Caraïbische Staten, dat zal worden ingesteld en bijgehouden door het secretariaat, voor te dragen op basis van de voordracht die goedgekeurd is door de bijzondere commissie belast met het onderwerp natuurrampen.
-
- De voordrachten worden gedaan in overeenstemming met de richtlijnen en criteria betreffende de aanwijzing en selectie van zeer kwetsbare gebieden, die worden vastgesteld door de Verdragsluitende Partijen, op advies van de bijzondere commissie belast met het onderwerp natuurrampen.
-
- Elke Partij die een voordracht indient, dient via het secretariaat van de Associatie de volgende gegevens over hun zeer kwetsbare gebieden beschikbaar te stellen aan de Verdragsluitende Partijen: Teneinde de samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen bij het beheer van zeer kwetsbare gebieden te optimaliseren en de naleving van de in dit Verdrag gestelde verplichtingen zo goed mogelijk te kunnen waarborgen, verdient het aanbeveling dat elke Partij maatregelen op het gebied van planning, beheer, bewaking en controle aanneemt en implementeert die ten minste de volgende aspecten omvatten:
- a. naam van het gebied;
- b. biogeografie van het gebied (grenzen, fysieke kenmerken, klimaat, sociale samenstelling, etc.);
- c. kwetsbaarheid van het gebied;
- d. beheerprogramma's en -plannen;
- e. onderzoeksprogramma's;
- f. kenmerken van de stand van zaken maatregelen inzake preventie en mitigatie van rampen.
- i. opstelling en aanneming van richtlijnen inzake rampenbeheersing die zijn toegesneden op de zeer kwetsbare gebieden;
- ii. aanname van een beheerplan waarin het juridische en institutionele kader is vastgelegd, alsmede de beschermingsmaatregelen die zijn toegesneden op het zeer kwetsbare gebied of de zeer kwetsbare gebieden;
- iii. ontwikkeling van bewustwordingsprogramma's, plaatselijke hulporganisaties, en opleiding van de bevolking en de beleidsmakers, om de maatregelen op het gebied van preventie en/of mitigatie te versterken;
- iv. actieve betrokkenheid van de lokale gemeenschappen, wanneer hun rechtstreekse deelname vereist is, bij planning, bijstand en training van de lokale bevolking;
- v. aanneming van mechanismen voor de financiering van de ontwikkeling en het doelmatig beheer van de zeer kwetsbare gebieden en de bevordering van programma's voor wederzijdse bijstand;
- vi. instelling van procedures voor het reguleren en goedkeuren van activiteiten die verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke richtlijnen en criteria die door de Verdragsluitende Partijen zijn vastgesteld;
- vii. ontwikkeling van een adequate infrastructuur en training van interdisciplinair technisch personeel dat bekwaam is in het beheersen van rampen.
Artikel 4. Wederzijdse samenwerking en bijstand
De Verdragsluitende Partijen bevorderen:
-
- de geleidelijke en gestage opstelling en implementatie van normen en wetten, beleid en programma's voor de beheersing en de preventie van natuurrampen;
-
- gezamenlijke acties, teneinde programma's voor de beheersing van natuurrampen vast te stellen, te plannen en uit te voeren, met behulp van in de regio werkzame organisaties die gespecialiseerd zijn op het gebied van natuurrampen;
-
- samenwerking bij de opstelling, financiering en implementatie van hulpprogramma's voor Partijen die daarom verzoeken, met name met betrekking tot bijstand van regionale en internationale organisaties. Deze programma's zullen zich richten op het opleiden van de bevolking zodat deze natuurrampen kan voorkomen en het hoofd kan bieden, training van wetenschappelijk, technisch en administratief personeel, alsmede de aankoop, het gebruik, het ontwerp en de ontwikkeling van geschikte apparatuur;
-
- periodieke uitwisseling van informatie, langs diverse wegen, over hun beste ervaringen met het terugdringen van rampen;
-
- de aanneming van bestaande normen voor de classificatie en het beheer van humanitaire hulpgoederen en donaties teneinde meer transparantie en een betere efficiëntie te bewerkstelligen met betrekking tot humanitaire hulp.
Het vrijmaken van de noodzakelijke middelen door de Verdragsluitende Partijen om natuurrampen het hoofd te bieden, geschiedt altijd op verzoek van de getroffen Partij en in overeenstemming met de beginselen en normen van het internationaal recht, en bestaande samenwerkingsovereenkomsten, met name met betrekking tot de soevereiniteit en zelfbeschikking van de getroffen Partij.
Artikel 5. Wetenschappelijke en technische activiteiten
De Verdragsluitende Partijen bevorderen wetenschappelijke en technische activiteiten gericht op:
-
- het opstellen van een lijst van deskundigen ter vergemakkelijking van evaluatiemissies in samenwerking met subregionale, regionale en internationale organisaties of met reeds opgerichte teams;
-
- de inventarisatie op het gebied van preventie, mitigatie en andere aspecten die samenhangen met de beheersing van natuurrampen;
-
- de vaststelling van mogelijkheden om intra- en interregionale samenwerking te versterken, met inbegrip van academische instellingen en onderzoekscentra;
-
- de uitwisseling van technisch materieel en technische rapporten inzake de beheersing van natuurrampen;
-
- de voorbereiding, verspreiding en voortdurende actualisering van een register van personen die op verschillende gebieden expertise bezitten en die ingeval van rampen de regio kunnen bijstaan;
-
- het brengen van eenheid in de methoden, het lexicon en andere aspecten van de terminologie inzake natuurrampen, ten behoeve van de Verdragsluitende Partijen.
Artikel 6. Rapportage aan de Raad van ministers van de Associatie
De Verdragsluitende Partijen doen de Raad van ministers van de Associatie bij elke gewone vergadering, middels de bijzondere commissie belast met natuurrampen, een rapport toekomen inzake alle ondernomen activiteiten op het gebied van rampenbeheersing in de regio, met inbegrip van basisstatistieken, de voorziene gevolgen voor de regionale en nationale ontwikkeling en de resultaten die na de implementatie van dit Verdrag zijn behaald.
Artikel 7. Instelling van gemeenschappelijke richtlijnen en criteria
De Partijen evalueren de aanneming van gemeenschappelijke richtlijnen en criteria en doen de Raad van ministers voorstellen hiertoe, met name op de volgende gebieden:
- a. vaststellen en selecteren van zeer kwetsbare gebieden teneinde deze op te nemen in de procedure voor het instellen van deze gebieden;
- b. leveren van informatie omtrent de zeer kwetsbare gebieden, activiteiten en prioriteiten;
- c. nationale en regionale initiatieven gericht op het verminderen van de kwetsbaarheid van de bevolking;
- d. versterken van de nationale, subregionale en regionale infrastructuur;
- e. vaststellen van gemeenschappelijke belangen teneinde een op consensus gebaseerde positie te waarborgen en in te nemen in regionale en internationale fora;
- f. er bij de Verdragsluitende Partijen op aandringen dat zij zaken die samenhangen met de preventie en mitigatie van natuurrampen opnemen in hun samenwerkingsprojecten en bij internationale onderhandelingen dergelijke kwesties hoog op de agenda zetten;
- g. instellen van een systeem voor samenwerking op onderwijsgebied voor de beheersing van natuurrampen ondersteund door de ontwikkeling van een gemeenschappelijk curriculum, het profiteren van gedeelde academische middelen, het bevorderen van uitwisselingen van docenten en een intensiever internetgebruik;
- h. bevordering van actieprogramma's voor het opnemen van rampenbeheersing in de plannen voor stedelijke en plattelandsontwikkeling;
- i. aanbevelingen aan de Verdragsluitende Partijen om in gesprek te treden met verzekeringsmaatschappijen teneinde door middel van beloningen de aanneming van preventie- of mitigatiemaatregelen te bevorderen;
- j. bevordering van de voortdurende training van personeel op het gebied van rampenbeheersing, met name inzake gezondheidszorg, noodhulp en telecommunicatie en voor de ontwikkeling en verbetering van systemen voor vroegtijdige waarschuwing op regionaal, subregionaal en nationaal niveau;
- k. bevordering van de ontwikkeling van documentatiecentra inzake rampen op regionaal en subregionaal niveau, daarbij rekening houdend met bestaande mogelijkheden en gebruik makend van een gemeenschappelijke indexerings- en standaardisatiemethodologie;
- l. op regionaal en subregionaal niveau prioriteit verlenen aan:
- i. uitvoeren van activiteiten op het gebied van samenwerking en wederzijdse bijstand zoals in artikel 4 hierboven vermeld;
- ii. afronden van wetenschappelijke en technische activiteiten, met name die genoemd in artikel 5 hierboven;
- iii. ontwikkelen van trainingsprogramma's op het gebied van rampenbeheersing;
- iv. ontwikkelen van regionale en subregionale projecten die zullen worden voorgelegd aan het speciale fonds van de Associatie en aan internationale financieringsinstellingen.
Artikel 8. Preventie en mitigatie
De Verdragsluitende Partijen nemen afzonderlijk en tezamen alle maatregelen om intraregionale en interregionale samenwerking op het gebied van de beheersing van natuurrampen te ondersteunen.
Elke Verdragsluitende Partij wisselt periodiek met andere Partijen actuele informatie uit omtrent de implementatie van dit Verdrag.
Met betrekking tot het transport van materiaal en apparatuur voor de preventie en mitigatie van natuurrampen, nemen de Verdragsluitende Partijen de noodzakelijke maatregelen om zich wat betreft het vervoer door de lucht en over zee te verzekeren van de medewerking van de particuliere sector.
Artikel 9. Verhouding tot andere regionale en internationale organisaties/verdragen
De Verdragsluitende Partijen:
erkennen het Regionale Informatiecentrum Rampen (CRID) als coördinatiecentrum voor de verspreiding van informatie op het gebied van natuurrampen.
kunnen de autoriteiten van regionale, subregionale en internationale organisaties en instellingen uitnodigen hun vergaderingen bij te wonen teneinde de uitwisseling te bevorderen van ervaringen, gegevens en mensen inzake de beheersing van natuurrampen in het Groot-Caraïbisch gebied.
waarborgen de doeltreffende coördinatie van de technische bijstand die, voorafgaande aan een ramp, wordt gegeven door een Verdragsluitende Partij, derden of internationale organisaties.
werken samen met bestaande subregionale coördinatiecentra, zoals CDERA en CEPREDENAC, bij hun activiteiten inzake rampenbeheersing.
Artikel 10. Institutionele bepalingen
Elke Verdragsluitende Partij wijst een coördinatiecentrum aan dat de contacten met de Associatie zal onderhouden met betrekking tot de implementatie van dit Verdrag.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.