Inter-Amerikaans Verdrag inzake de bescherming en het behoud van zeeschildpadden
Preambule
De Partijen bij dit Verdrag:
Erkennend de in het internationale recht vastgestelde rechten en plichten van Staten, zoals weergegeven in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982, met betrekking tot het behoud en beheer van levende mariene rijkdommen;
Geïnspireerd door de beginselen neergelegd in de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992;
Gezien de beginselen en aanbevelingen neergelegd in de Gedragscode voor een doordachte visserij aangenomen door de Conferentie van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties tijdens haar 28ste Zitting (1995);
In herinnering roepend dat Agenda 21, in 1992 aangenomen door de Conferentie over milieu en ontwikkeling van de Verenigde Naties, de noodzaak erkent van de bescherming en het herstel van bedreigde mariene soorten en van het behoud van hun habitats;
Inziend dat volgens de beste wetenschappelijke bevindingen die beschikbaar zijn, bepaalde soorten zeeschildpadden in de Amerikaanse landen risico lopen of worden bedreigd, en dat voor sommige van deze soorten het gebaar van uitsterven kan dreigen;
Het belang ervan erkennend dat de Amerikaanse Staten een overeenkomst sluiten om deze situatie het hoofd te bieden door middel van een instrument dat tevens deelname mogelijk maakt van Staten in andere gebieden die belang hebben bij de wereldwijde bescherming en behoud van zeeschildpadden, gezien de trek van deze soorten over grote afstanden;
Erkennend dat zeeschildpadden het slachtoffer zijn van vangst, letsel of sterfte als een direct of indirect gevolg van aan de mens gerelateerde activiteiten;
Overwegend dat maatregelen tot beheer van kuststroken onontbeerlijk zijn voor de bescherming van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats;
Erkennend de afzonderlijke milieu-, sociaal-economische en culturele omstandigheden in de Amerikaanse Staten;
Erkennend dat zeeschildpadden over grote afstanden door mariene gebieden trekken en dat voor hun bescherming en behoud samenwerking en coördinatie zijn vereist tussen Staten in de actieradius van deze soorten;
Tevens erkennend de programma's en activiteiten die bepaalde Staten thans uitvoeren ter bescherming en behoud van zeeschildpadden en hun habitats;
Verlangend door middel van dit Verdrag passende maatregelen vast te stellen ter bescherming en behoud van zeeschildpadden binnen hun gehele actieradius in de Amerikaanse landen, alsmede van hun habitats.
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent:
-
- „zeeschildpad": alle soorten genoemd in Bijlage I.
-
- „zeeschildpaddenhabitats": alle leefgebieden te water en te land die zeeschildpadden gebruiken in enige fase van hun levenscyclus.
-
- „Partijen": Staten die ermee hebben ingestemd door dit Verdrag te zijn gebonden en voor welke dit Verdrag in werking is getreden.
-
- „Amerikaanse Staten": de Staten van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en de Caribische Zee, alsmede andere Staten met grondgebied op het vasteland of op eilanden van dit gebied.
Artikel II. Doelstelling
De doelstelling van dit Verdrag is het bevorderen van de bescherming, het behoud en het herstel van zeeschildpaddenpopulaties en van de habitats van welke zij afhankelijk zijn, aan de hand van de beste wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn, met inachtneming van de milieu-, sociaal-economische en culturele kenmerken van de Partijen.
Artikel III. Toepassingsgebied van het Verdrag
Het toepassingsgebied van dit Verdrag (het Verdragsgebied) omvat het landgebied in de Amerikaanse landen van elk der Partijen, alsmede de maritieme gebieden van de Atlantische Oceaan, de Caribische Zee en de Stille Zuidzee, waar elk der Partijen soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent over levende mariene rijkdommen, overeenkomstig het internationale recht, als weergegeven in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.
Artikel IV. Maatregelen
Elke Partij neemt passende en noodzakelijke maatregelen, overeenkomstig het internationale recht en aan de hand van de beste wetenschappelijk gegevens die beschikbaar zijn, ter bescherming, behoud en herstel van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats:
- a. op haar landgebied en in maritieme gebieden met betrekking tot welke zij soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent en die liggen binnen het Verdragsgebied; en
- b. ongeacht artikel III, met betrekking tot schepen op de volle zee die gerechtigd zijn haar vlag te voeren.
Deze maatregelen omvatten:
- a. een verbod op het opzettelijk vangen, het vasthouden of doden van en de binnenlandse handel in zeeschildpadden, hun eieren, zeeschildpaddendelen of -producten;
- b. nakoming van de verplichtingen vastgesteld in de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) met betrekking tot zeeschildpadden, hun eieren, zeeschildpaddendelen of -producten;
- c. voorzover uitvoerbaar, beperking van menselijke activiteiten die zeeschildpadden ernstig zouden kunnen schaden, in het bijzonder gedurende de tijd dat zij zich voortplanten, nestelen en trekken;
- d. bescherming, behoud en, zo nodig, herstel van de zeeschildpadden-habitats en broedgebieden, alsmede vaststelling van de nodige beperkingen op het gebruik van zodanige zones, met inbegrip van het aanwijzen van beschermde gebieden, als bepaald in Bijlage II;
- e. bevordering van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot zeeschildpadden en hun habitats, alsmede met betrekking tot andere daarmee in verband staande zaken die betrouwbare, nuttige gegevens verschaffen voor het treffen van de in dit artikel genoemde maatregelen;
- f. bevordering van inspanningen ter verbetering van zeeschildpaddenpopulaties, met inbegrip van onderzoek op het gebied van experimenteel reproduceren, kweken en weer uitzetten van zeeschildpadden in hun habitats teneinde de haalbaarheid vast te stellen van deze praktijken om populaties te vergroten zonder dat de zeeschildpadden daarbij gevaar lopen;
- g. bevordering van milieu-educatie en verspreiding van informatie teneinde deelname aan te moedigen van gouvernementele instellingen, niet-gouvernementele organisaties en het grote publiek van elke Staat, met name die gemeenschappen die betrokken zijn bij de bescherming, het behoud en het herstel van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats;
- h. beperking, tot het uiterst uitvoerbare, van incidentele vangst, vasthouding van zeeschildpadden, schade aan of sterfte van zeeschildpadden tijdens visserij-activiteiten, door middel van passende reglementering van dergelijke activiteiten, alsmede ontwikkeling, verbetering en gebruik van passend tuig, passende apparaten of technieken, met inbegrip van het gebruik van de turtle exclusion devices (TED's) ingevolge de bepalingen van Bijlage III, en de bijbehorende scholing, overeenkomstig het beginsel van duurzaam gebruik van visserijrijkdommen; en
- i. elke andere maatregel, overeenkomstig het internationale recht, welke de Partijen passend achten ter verwezenlijking van de doelstelling van dit Verdrag.
Ten aanzien van deze maatregelen geldt het volgende:
- a. Elke Partij kan uitzonderingen toestaan op het tweede lid, onderdeel a, teneinde te voldoen aan de economische bestaansbehoeften van traditionele leefgemeenschappen, waarbij rekening wordt gehouden met de aanbevelingen van het ingevolge artikel VII opgerichte raadgevend comité, met dien verstande dat zodanige uitzonderingen de inspanningen ter verwezenlijking van de doelstelling van dit Verdrag niet frustreren. Bij het doen van aanbevelingen, houdt het raadgevend comité onder meer rekening met de stand van de betrokken zeeschildpadden-populaties, de mening van alle Partijen over deze populaties, de gevolgen voor die populaties op regionaal niveau en de methoden die worden gebruikt bij het weghalen van de eieren of de schildpadden om aan die behoeften te voldoen;
- b. Een Partij die dergelijke uitzonderingen toestaat
- i. stelt een beheersprogramma op waarin tevens de grenzen aan de niveaus van het opzettelijk weghalen zijn opgenomen;
- ii. neemt in haar, in artikel XI genoemde, jaarrapport gegevens op over haar beheerprogramma;
- c. Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming bilaterale, subregionale of regionale beheerplannen vaststellen;
- d. Partijen kunnen, bij consensus, uitzonderingen op de in het tweede lid, letters c t/m i, omschreven maatregelen goedkeuren, teneinde rekening te houden met omstandigheden die bijzondere aandacht billijken, mits deze uitzonderingen de doelstelling van dit Verdrag niet schaden.
Indien een noodsituatie wordt vastgesteld die de inspanningen ter verwezenlijking van dit Verdrag schaadt en gezamenlijke actie vereist, overwegen de Partijen de aanvaarding van passende en toereikende maatregelen om de situatie aan te pakken. Deze maatregelen zijn van tijdelijke aard en stoelen op de beste wetenschappelijke bevindingen die beschikbaar zijn.
Artikel V. Vergaderingen van de Partijen
Gedurende de eerste drie jaren nadat dit Verdrag in werking is getreden houden de Partijen ten minste eenmaal per jaar een gewone vergadering om zaken betreffende de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag te bespreken. Daarna houden de Partijen ten minste elke twee jaar een gewone vergadering.
De Partijen kunnen tevens bijzondere vergaderingen houden, indien zij dit noodzakelijk achten. Deze vergaderingen worden bijeengeroepen op verzoek van een Partij, met dien verstande dat dit verzoek wordt gesteund door een meerderheid van de Partijen.
Tijdens die vergaderingen behandelen de Partijen onder meer het volgende:
- a. beoordeling van het naleven van de bepalingen van dit Verdrag;
- b. bestudering van de rapporten en overweging van de aanbevelingen van het raadgevend comité en het wetenschappelijk comité, opgericht ingevolge de artikelen VII en VIII, ten aanzien van de uitvoering van dit Verdrag;
- c. aanneming van de extra maatregelen tot behoud en beheer die passend worden geacht ter verwezenlijking van de doelstelling van dit Verdrag. Indien de Partijen dit noodzakelijk achten, worden deze maatregelen opgenomen in een Bijlage bij dit Verdrag;
- d. overweging en voor zover nodig aanneming, van wijzigingen van dit Verdrag overeenkomstig artikel XXIV;
- e. beoordeling van de rapporten van het secretariaat, indien opgericht, over zijn begroting en werkzaamheden.
Tijdens hun eerste vergadering nemen de Partijen het huishoudelijk reglement aan voor de vergaderingen van de Partijen alsmede voor de vergaderingen van het raadgevend comité en het wetenschappelijk comité en overwegen zij andere zaken met betrekking tot die commissies.
De op de vergaderingen van de Partijen overeengekomen besluiten worden aangenomen bij consensus.
De Partijen kunnen andere belanghebbende Staten, ter zake doende internationale organisaties, alsmede de privé-sector, wetenschappelijke instellingen en niet-gouvernementele organisaties met erkende ervaring in zaken betreffende dit Verdrag uitnodigen haar vergaderingen als waarnemer bij te wonen en deel te nemen aan de activiteiten krachtens dit Verdrag.
Artikel VI. Het secretariaat
Tijdens haar eerste vergadering overwegen de Partijen de oprichting van een secretariaat met de volgende taken:
- a. het bieden van ondersteuning bij het bijeenroepen en organiseren van de in artikel V bedoelde vergaderingen;
- b. het in ontvangst nemen van de Partijen van de in artikel XI genoemde jaarverslagen en het ter beschikking stellen daarvan aan de andere Partijen en aan het raadgevend comité en het wetenschappelijk comité;
- c. het uitbrengen en verspreiden van de aanbevelingen en besluiten, aangenomen in de vergaderingen van de Partijen, overeenkomstig het door de Partijen aangenomen huishoudelijk reglement;
- d. het verspreiden en bevorderen van de uitwisseling van gegevens en onderwijsmateriaal met betrekking tot de door de Partijen gedane inspanningen ter verhoging van de bewustmaking van de burgers van de noodzaak van de bescherming en het behoud van zeeschildpadden en hun habitats, terwijl de economische rentabiliteit van verschillende ambachtelijke en commerciële visserij-activiteiten ter vervulling van de economische bestaansbehoefte, alsmede het duurzame gebruik van de rijkdommen van de visgronden wordt behouden. Deze gegevens hebben onder meer betrekking op:
- i. milieu-educatie en het betrekken van de plaatselijke gemeenschap;
- ii. de uitkomsten van onderzoek naar bescherming en behoud van zeeschildpadden en hun habitats en de sociaal-economische en milieu-effecten van de maatregelen die worden aangenomen in overeenstemming met dit Verdrag;
- e. het vinden van economische en technische hulpbronnen ter verrichting van onderzoek en uitvoering van de in het kader van dit Verdrag aangenomen maatregelen;
- f. het verrichten van alle andere taken die de Partijen het opdragen.
Als de Partijen tot oprichting besluiten, overwegen zij de mogelijkheid het secretariaat te benoemen uit deskundige internationale organisaties die bereid en in staat zijn de in dit artikel bepaalde taken uit te voeren. De Partijen stellen de financieringswijze vast benodigd voor de uitvoering van de taken van het secretariaat.
Artikel VII. Raadgevend comité
Tijdens haar eerste vergadering richten de Partijen een raadgevend comité van deskundigen op, hierna te noemen „het raadgevend comité", dat is samengesteld als volgt:
- a. elke Partij kan een vertegenwoordiger bij het raadgevend comité benoemen. Deze kan in alle vergaderingen door adviseurs worden vergezeld;
- b. de Partijen benoemen tevens, bij consensus, drie vertegenwoordigers met erkende deskundigheid in zaken betreffende dit Verdrag uit elk van de onderstaande groepen:
- i. de wetenschappelijke gemeenschap;
- ii. de private-sector; en
- iii. niet-gouvernementele organisaties.
De taken van het raadgevend comité zijn de volgende:
- a. het beoordelen en analyseren van de in artikel XI genoemde rapporten en alle andere gegevens met betrekking tot de bescherming en het behoud van zeeschildpadden-populaties en hun habitats;
- b. het aan elke Partij verzoeken om aanvullende ter zake doende gegevens met betrekking tot de in dit Verdrag neergelegde of ingevolge dit Verdrag aangenomen maatregelen;
- c. het beoordelen van rapporten over de milieu-, sociaal-economische en culturele gevolgen voor de getroffen gemeenschappen voortvloeiend uit de in dit Verdrag neergelegde of ingevolge dit Verdrag aangenomen maatregelen;
- d. het beoordelen van de doelmatigheid van de verschillende voorgestelde maatregelen ter vermindering van de vangst en de incidentele sterfte van zeeschildpadden, alsmede de doelmatigheid van de verschillende TED's;
- e. het aanbieden aan de Partijen van een rapport over haar werk, waarin, indien passend, aanbevelingen zijn opgenomen inzake het aannemen van extra behouds- en beheersmaatregelen ter bevordering van de doelstelling van dit Verdrag;
- f. het in overweging nemen van de rapporten van het wetenschappelijk comité;
- g. het vervullen van alle andere taken die de Partijen het opdragen.
Het raadgevend comité vergadert ten minste eenmaal per jaar gedurende de eerste drie jaren nadat het Verdrag in werking is getreden, en daarna overeenkomstig door de Partijen genomen besluiten.
De Partijen kunnen groepen van deskundigen oprichten ter advisering van het raadgevend comité.
Artikel VIII. Wetenschappelijk comité
Tijdens haar eerste vergadering richten de Partijen een wetenschappelijk comité op dat zal bestaan uit door de Partijen aangewezen vertegenwoordigers en dat bij voorkeur vergadert voorafgaand aan de vergaderingen van het raadgevend comité.
De taken van het wetenschappelijk comité zijn de volgende:
- a. het bestuderen van onderzoek en, waar gepast, onderzoek doen naar zeeschildpadden die vallen onder dit Verdrag, met inbegrip van onderzoek naar hun biologische en populatiedynamiek;
- b. het beoordelen van de milieu-invloeden op zeeschildpadden en hun habitats van activiteiten zoals onder andere visvangst en de exploitatie van mariene rijkdommen, kustontwikkeling, baggeren, vervuiling, het dichtslibben van riviermonden en de achteruitgang van riffen, alsmede de mogelijke gevolgen van activiteiten ondernomen als gevolg van overeenkomstig dit Verdrag toegestane uitzonderingen op de maatregelen;
- c. het analyseren van door de Partijen uitgevoerd ter zake doend onderzoek;
- d. het formuleren van aanbevelingen voor de bescherming en het behoud van zeeschildpadden en hun habitats;
- e. het op verzoek van een Partij doen van aanbevelingen met betrekking tot wetenschappelijke en technische zaken ten aanzien van bepaalde zaken met betrekking tot dit Verdrag;
- f. het vervullen van alle andere wetenschappelijke taken die de Partijen het opdragen.
Artikel IX. Programma's van toezicht
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.