Inter-Amerikaans Verdrag inzake de bescherming en het behoud van zeeschildpadden

Type Verdrag
Publication 2001-05-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen bij dit Verdrag:

Erkennend de in het internationale recht vastgestelde rechten en plichten van Staten, zoals weergegeven in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982, met betrekking tot het behoud en beheer van levende mariene rijkdommen;

Geïnspireerd door de beginselen neergelegd in de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992;

Gezien de beginselen en aanbevelingen neergelegd in de Gedragscode voor een doordachte visserij aangenomen door de Conferentie van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties tijdens haar 28ste Zitting (1995);

In herinnering roepend dat Agenda 21, in 1992 aangenomen door de Conferentie over milieu en ontwikkeling van de Verenigde Naties, de noodzaak erkent van de bescherming en het herstel van bedreigde mariene soorten en van het behoud van hun habitats;

Inziend dat volgens de beste wetenschappelijke bevindingen die beschikbaar zijn, bepaalde soorten zeeschildpadden in de Amerikaanse landen risico lopen of worden bedreigd, en dat voor sommige van deze soorten het gebaar van uitsterven kan dreigen;

Het belang ervan erkennend dat de Amerikaanse Staten een overeenkomst sluiten om deze situatie het hoofd te bieden door middel van een instrument dat tevens deelname mogelijk maakt van Staten in andere gebieden die belang hebben bij de wereldwijde bescherming en behoud van zeeschildpadden, gezien de trek van deze soorten over grote afstanden;

Erkennend dat zeeschildpadden het slachtoffer zijn van vangst, letsel of sterfte als een direct of indirect gevolg van aan de mens gerelateerde activiteiten;

Overwegend dat maatregelen tot beheer van kuststroken onontbeerlijk zijn voor de bescherming van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats;

Erkennend de afzonderlijke milieu-, sociaal-economische en culturele omstandigheden in de Amerikaanse Staten;

Erkennend dat zeeschildpadden over grote afstanden door mariene gebieden trekken en dat voor hun bescherming en behoud samenwerking en coördinatie zijn vereist tussen Staten in de actieradius van deze soorten;

Tevens erkennend de programma's en activiteiten die bepaalde Staten thans uitvoeren ter bescherming en behoud van zeeschildpadden en hun habitats;

Verlangend door middel van dit Verdrag passende maatregelen vast te stellen ter bescherming en behoud van zeeschildpadden binnen hun gehele actieradius in de Amerikaanse landen, alsmede van hun habitats.

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag betekent:

Artikel II. Doelstelling

De doelstelling van dit Verdrag is het bevorderen van de bescherming, het behoud en het herstel van zeeschildpaddenpopulaties en van de habitats van welke zij afhankelijk zijn, aan de hand van de beste wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn, met inachtneming van de milieu-, sociaal-economische en culturele kenmerken van de Partijen.

Artikel III. Toepassingsgebied van het Verdrag

Het toepassingsgebied van dit Verdrag (het Verdragsgebied) omvat het landgebied in de Amerikaanse landen van elk der Partijen, alsmede de maritieme gebieden van de Atlantische Oceaan, de Caribische Zee en de Stille Zuidzee, waar elk der Partijen soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent over levende mariene rijkdommen, overeenkomstig het internationale recht, als weergegeven in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee.

Artikel IV. Maatregelen
1.

Elke Partij neemt passende en noodzakelijke maatregelen, overeenkomstig het internationale recht en aan de hand van de beste wetenschappelijk gegevens die beschikbaar zijn, ter bescherming, behoud en herstel van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats:

2.

Deze maatregelen omvatten:

3.

Ten aanzien van deze maatregelen geldt het volgende:

4.

Indien een noodsituatie wordt vastgesteld die de inspanningen ter verwezenlijking van dit Verdrag schaadt en gezamenlijke actie vereist, overwegen de Partijen de aanvaarding van passende en toereikende maatregelen om de situatie aan te pakken. Deze maatregelen zijn van tijdelijke aard en stoelen op de beste wetenschappelijke bevindingen die beschikbaar zijn.

Artikel V. Vergaderingen van de Partijen
1.

Gedurende de eerste drie jaren nadat dit Verdrag in werking is getreden houden de Partijen ten minste eenmaal per jaar een gewone vergadering om zaken betreffende de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag te bespreken. Daarna houden de Partijen ten minste elke twee jaar een gewone vergadering.

2.

De Partijen kunnen tevens bijzondere vergaderingen houden, indien zij dit noodzakelijk achten. Deze vergaderingen worden bijeengeroepen op verzoek van een Partij, met dien verstande dat dit verzoek wordt gesteund door een meerderheid van de Partijen.

3.

Tijdens die vergaderingen behandelen de Partijen onder meer het volgende:

4.

Tijdens hun eerste vergadering nemen de Partijen het huishoudelijk reglement aan voor de vergaderingen van de Partijen alsmede voor de vergaderingen van het raadgevend comité en het wetenschappelijk comité en overwegen zij andere zaken met betrekking tot die commissies.

5.

De op de vergaderingen van de Partijen overeengekomen besluiten worden aangenomen bij consensus.

6.

De Partijen kunnen andere belanghebbende Staten, ter zake doende internationale organisaties, alsmede de privé-sector, wetenschappelijke instellingen en niet-gouvernementele organisaties met erkende ervaring in zaken betreffende dit Verdrag uitnodigen haar vergaderingen als waarnemer bij te wonen en deel te nemen aan de activiteiten krachtens dit Verdrag.

Artikel VI. Het secretariaat
1.

Tijdens haar eerste vergadering overwegen de Partijen de oprichting van een secretariaat met de volgende taken:

2.

Als de Partijen tot oprichting besluiten, overwegen zij de mogelijkheid het secretariaat te benoemen uit deskundige internationale organisaties die bereid en in staat zijn de in dit artikel bepaalde taken uit te voeren. De Partijen stellen de financieringswijze vast benodigd voor de uitvoering van de taken van het secretariaat.

Artikel VII. Raadgevend comité
1.

Tijdens haar eerste vergadering richten de Partijen een raadgevend comité van deskundigen op, hierna te noemen „het raadgevend comité", dat is samengesteld als volgt:

2.

De taken van het raadgevend comité zijn de volgende:

3.

Het raadgevend comité vergadert ten minste eenmaal per jaar gedurende de eerste drie jaren nadat het Verdrag in werking is getreden, en daarna overeenkomstig door de Partijen genomen besluiten.

4.

De Partijen kunnen groepen van deskundigen oprichten ter advisering van het raadgevend comité.

Artikel VIII. Wetenschappelijk comité
1.

Tijdens haar eerste vergadering richten de Partijen een wetenschappelijk comité op dat zal bestaan uit door de Partijen aangewezen vertegenwoordigers en dat bij voorkeur vergadert voorafgaand aan de vergaderingen van het raadgevend comité.

2.

De taken van het wetenschappelijk comité zijn de volgende:

Artikel IX. Programma's van toezicht

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.