Tweede Protocol bij het Haags Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict

Type Verdrag
Publication 2007-04-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen,

Zich bewust van de noodzaak de bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict te verbeteren en een versterkt systeem voor de bescherming van speciaal aangewezen cultuurgoederen in te stellen;

Opnieuw bevestigend het belang van de bepalingen van het Verdrag inzake de bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict, gedaan te ’s-Gravenhage op 14 mei 1954, en de noodzaak benadrukkend deze bepalingen aan te vullen met maatregelen om de uitvoering ervan te versterken;

Geleid door de wens de Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag een middel te verschaffen om nauwer betrokken te zijn bij de bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict door het instellen van daarvoor geschikte procedures;

Overwegende dat de regels met betrekking tot de bescherming van cultuurgoederen in geval van een gewapend conflict de ontwikkelingen van het internationale recht dienen weer te geven;

Bevestigend dat de regels van het internationale gewoonterecht van toepassing blijven op vraagstukken die door dit Protocol niet worden geregeld;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. INLEIDING

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verhouding tot het Verdrag

Dit Protocol vormt ten aanzien van de betrekkingen tussen de Partijen een aanvulling op het Verdrag.

Artikel 3. Werkingssfeer
1.

Naast de bepalingen die in vredestijd van toepassing zijn, is dit Protocol van toepassing op situaties bedoeld in artikel 18, eerste en tweede lid, van het Verdrag en in artikel 22, eerste lid.

2.

Indien een van de partijen bij een gewapend conflict niet door dit Protocol gebonden is, blijven de Partijen bij dit Protocol hierdoor gebonden in hun wederzijdse betrekkingen. Voorts zijn zij door dit Protocol gebonden in hun betrekkingen tot een Staat die partij is bij het conflict en die niet door het Protocol gebonden is, indien deze laatste de bepalingen van dit Protocol aanvaardt en voor zolang hij deze toepast.

Artikel 4. Verhouding tussen Hoofdstuk 3 en andere bepalingen van het Verdrag en dit Protocol

De toepassing van de bepalingen van Hoofdstuk 3 van dit Protocol laat onverlet:

HOOFDSTUK 2. ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE BESCHERMING

Artikel 5. Veiligstelling van cultuurgoederen

De in vredestijd getroffen voorbereidende maatregelen voor de veiligstelling van cultuurgoederen tegen de voorzienbare gevolgen van een gewapend conflict ingevolge artikel 3 van het Verdrag omvatten, naargelang hetgeen van toepassing is, het opstellen van inventarislijsten, het plannen van noodmaatregelen voor de bescherming tegen brand of instorting van gebouwen, de voorbereiding van de verwijdering van roerende cultuurgoederen of de verschaffing van een passende in situ bescherming voor dergelijke goederen, en de aanwijzing van bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de veiligstelling van cultuurgoederen.

Artikel 6. Eerbiediging van cultuurgoederen

Met het doel de eerbiediging van cultuurgoederen in overeenstemming met artikel 4 van het Verdrag te waarborgen:

Artikel 7. Voorzorgen bij aanvallen

Onverminderd andere voorzorgen die zijn voorgeschreven door het internationale humanitaire recht bij de uitvoering van militaire operaties, dient elke Partij bij het conflict:

Artikel 8. Voorzorgen tegen de gevolgen van vijandelijkheden

De partijen bij het conflict dienen, zo veel mogelijk als praktisch uitvoerbaar is:

Artikel 9. Bescherming van cultuurgoederen in bezet gebied
1.

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 4 en 5 het Verdrag dient een Partij die het grondgebied van een andere Partij geheel of gedeeltelijk bezet houdt, met betrekking tot het bezette gebied te verbieden en te voorkomen dat:

2.

Archeologische opgravingen, wijzigingen of verandering van het gebruik van cultuurgoederen in bezet gebied dienen, tenzij de omstandigheden zulks niet toelaten, plaats te vinden in nauwe samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten van het bezette gebied.

HOOFDSTUK 3. VERHOOGDE BESCHERMING

Artikel 10. Verhoogde bescherming

Een cultuurgoed kan onder verhoogde bescherming worden gesteld indien het voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

Artikel 11. Verlening van verhoogde bescherming
1.

Elke Partij dient het Comité een lijst van cultuurgoederen in te dienen voor welke zij van plan is om verlening van verhoogde bescherming te verzoeken.

2.

De Partij die rechtsmacht of zeggenschap uitoefent over een cultuurgoed kan verzoeken dat het wordt opgenomen in de overeenkomstig artikel 27, eerste lid, letter b, op te stellen Lijst. Dit verzoek dient alle benodigde informatie met betrekking tot de in artikel 10 vermelde criteria te omvatten. Het Comité kan een Partij uitnodigen te verzoeken om opneming van cultuurgoederen in de Lijst.

3.

Andere Partijen, het Internationale Comité van het Blauwe Schild en andere niet-gouvernementele organisaties met relevante deskundigheid kunnen specifieke cultuurgoederen aan het Comité aanbevelen. In dergelijke gevallen kan het Comité besluiten een Partij uit te nodigen te verzoeken om opneming van dat culturele goed in de Lijst.

4.

Noch het verzoek om opneming van een cultuurgoed dat zich op een grondgebied bevindt, waarover de soevereiniteit of de rechtsmacht door meer dan één Staat wordt opgeëist, noch de opneming van een dergelijk goed, doet op enigerlei wijze afbreuk aan de rechten van de partijen bij het geschil.

5.

Na ontvangst van een verzoek om opneming in de Lijst, brengt het Comité alle Partijen van het verzoek op de hoogte. De Partijen kunnen binnen zestig dagen hun bezwaren met betrekking tot een dergelijk verzoek indienen bij het Comité. Deze bezwaren mogen uitsluitend gebaseerd zijn op de in artikel 10 vermelde criteria. De bezwaren moeten specifiek zijn en betrekking hebben op feiten. Het Comité neemt de bezwaren in behandeling, waarbij het de Partij die om opneming verzoekt, redelijke gelegenheid biedt een antwoord te geven alvorens het zijn besluit neemt. Wanneer dergelijke bezwaren aan het Comité zijn voorgelegd, moet een besluit ten aanzien van de opneming in de Lijst, onverminderd artikel 26, worden genomen met een meerderheid van vier vijfde van de aanwezige en hun stem uitbrengende leden van het Comité.

6.

Bij het besluit over een verzoek dient het Comité het advies in te winnen van gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, alsmede van individuele deskundigen.

7.

Een besluit tot verlening of weigering van verhoogde bescherming kan alleen worden genomen op basis van de in artikel 10 genoemde criteria.

8.

In uitzonderlijke gevallen, wanneer het Comité tot de conclusie is gekomen dat de Partij die om opneming van cultuurgoederen in de Lijst heeft verzocht, niet kan voldoen aan de criteria van artikel 10, letter b, kan het Comité besluiten verhoogde bescherming toe te kennen, mits de verzoekende Partij een verzoek om internationale bijstand uit hoofde van artikel 32 indient.

9.

Zodra de vijandelijkheden aanvangen kan een Partij bij het conflict, op grond van een noodgeval, verzoeken om verhoogde bescherming van cultuurgoederen die onder haar rechtsmacht of zeggenschap staan, door een verzoek bij het Comité in te dienen. Het Comité brengt dit verzoek onverwijld ter kennis van alle partijen bij het conflict. In dergelijke gevallen bestudeert het Comité de bezwaren van de betrokken partijen met spoed. Het besluit tot toekenning van voorlopige verhoogde bescherming wordt zo snel mogelijk genomen en, onverminderd artikel 26, met een meerderheid van vier vijfde van de aanwezige en hun stem uitbrengende leden van het Comité. Het Comité kan de verhoogde bescherming voorlopig toekennen, in afwachting van de uitkomst van de reguliere procedure voor de toekenning van verhoogde bescherming, mits wordt voldaan aan de bepalingen van artikel 10, letters a en c.

10.

Verhoogde bescherming wordt door het Comité aan een cultuurgoed toegekend vanaf het moment dat het in de Lijst is opgenomen.

11.

De Directeur-Generaal zendt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en alle Partijen onverwijld een kennisgeving van een besluit van het Comité tot opneming van cultuurgoederen in de Lijst.

Artikel 12. Onschendbaarheid van cultuurgoederen onder verhoogde bescherming

De partijen bij een conflict waarborgen de onschendbaarheid van cultuurgoederen die onder verhoogde bescherming zijn geplaatst door zich te onthouden van iedere verwording van deze goederen tot aanvalsdoelen of van ieder gebruik van deze goederen of de onmiddellijke omgeving daarvan ter ondersteuning van militair optreden.

Artikel 13. Verlies van verhoogde bescherming
1.

Cultuurgoederen onder verhoogde bescherming verliezen deze bescherming uitsluitend:

2.

In de omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, letter b, mag een dergelijk goed uitsluitend het voorwerp van een aanval vormen indien:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.