Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake luchtdiensten tussen en via de Nederlandse Antillen en Suriname

Type Verdrag
Publication 2010-06-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Suriname,

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld,

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart,

Gelet op de bijzondere historische, culturele en commerciële banden tussen hun volkeren en geleid door de wens om middels duurzame luchtvaartbetrekkingen de bestaande goede relaties te bevorderen,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Tenzij uit het zinsverband anders blijkt, hebben de in deze Overeenkomst en de Bijlage genoemde termen de volgende betekenis:

Artikel 2. Verleende rechten
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij:

2.

Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij het recht te geven tot deelneming aan luchtvervoer tussen punten gelegen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Voor het uitvoeren van ongeregelde of chartervluchten door de luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij naar en vanuit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij is voorafgaande toestemming vereist van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij maximaal twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en de eerder aangewezen luchtvaartmaatschappijen te vervangen door andere luchtvaartmaatschappijen

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft daarnaast het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij maximaal twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van geregelde vrachtdiensten.

3.

Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent de andere Partij, met inachtneming van het bepaalde in het vierde en vijfde lid van dit artikel, zonder uitstel de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen.

4.

De luchtvaartautoriteiten van de andere Partij kunnen verlangen dat een door de ene Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te hunnen genoegen aantoont dat zij voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn voorgeschreven krachtens de wetten en voorschriften, die gewoonlijk en redelijkerwijs door zodanige autoriteiten worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.

5.

Elke Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel genoemde exploitatievergunning te weigeren of daaraan die voorwaarden te verbinden, die zij noodzakelijk acht in die gevallen waarin niet naar haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij onderdanen, die ingezetenen zijn van die Partij of van beide.

Artikel 4. Intrekking of opschorting van vergunningen
1.

De luchtvaartautoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht ten aanzien van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij de in artikel 3 bedoelde vergunningen niet te verlenen, deze vergunningen in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden:

2.

Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de hierboven bedoelde wetten en voorschriften, worden de in het eerste lid van dit artikel opgesomde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij anders door de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen, vangt zulk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek ter zake.

Artikel 5. Billijke en gelijke kansen
1.

De Partijen zullen erop toezien dat de aangewezen luchtvaartmaatschappijen op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid worden gesteld deel te nemen aan het luchtvervoer dat door deze overeenkomst wordt beheerst.

2.

De door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen geëxploiteerde diensten dienen te zijn afgestemd op de behoeften van het publiek aan en de vraag naar die diensten.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen elkaar raadplegen ten einde de voorwaarden vast te stellen waaronder de aangewezen luchtvaartmaatschappijen de overeengekomen diensten kunnen exploiteren en zij kunnen deze voorwaarden omschrijven in de Bijlage bij deze Overeenkomst.

Hierbij neemt elke Overeenkomstsluitende Partij de belangen van de andere Overeenkomstsluitende Partij in aanmerking.

4.

Elke Overeenkomstsluitende Partij treft alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht ter bestrijding van alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die de concurrentiepositie van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij nadelig beïnvloeden.

Artikel 6. Belastingen, douanerechten en heffingen
1.

Luchtvaartuigen die door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden geëxploiteerd, alsmede motorbrandstof, smeermiddelen, reserve-onderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand aan boord van die luchtvaartuigen, zijn, bij binnenkomst op, vertrek van of tijdens vluchten over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, vrijgesteld van nationale en plaatselijke douanrechten en overige heffingen ter zake van de invoer, uitvoer of doorvoer van goederen. Dit geldt eveneens voor goederen zoals hierboven bedoeld die aan boord van het luchtvaartuig worden verbruikt gedurende de vlucht over het grondgebied van de laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij. Deze vrijstelling geldt niet voor heffingen ter zake van luchthaven- en luchtvaartdiensten.

2.

Motorbrandstof, smeermiddelen, proviand, reserve-onderdelen en normale uitrustingsstukken die tijdelijk worden ingevoerd op het grondgebied van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, en daar onmiddellijk of na opslag worden aangebracht in of op andere wijze aan boord worden genomen van luchtvaartuigen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden vrijgesteld van de nationale en plaatselijke douanerechten en overige heffingen zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 7. Tarieven
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij prijzen vaststelt voor het luchtvervoer op basis van commerciële marktoverwegingen. Het ingrijpen door de Overeenkomstsluitende Partijen beperkt zich tot:

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan verlangen dat bij haar luchtvaartautoriteiten kennisgeving wordt gedaan van de prijzen die door luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden berekend voor vluchten van of naar haar grondgebied.

3.

Geen van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt unilaterale maatregelen ter voorkoming van de invoering of handhaving van een prijs die wordt berekend of voorgesteld door (a) een luchtvaartmaatschappij van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen voor internationaal luchtvervoer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen, of door (b) een luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij voor internationaal luchtvervoer tussen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en elk ander land.

Indien een Overeenkomstsluitende Partij van mening is dat een dergelijke prijs strijdig is met het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, verzoekt zij om overleg en stelt zij de andere Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogeliik in kennis van de redenen van haar ongenoegen. Dit overleg vindt plaats uiterlijk dertig (30) dagen na de ontvangst van het verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en de Overeenkomstsluitende Partijen werken samen om de gegevens te verzamelen die nodig zijn voor een redelijke oplossing van de kwestie. Indien de Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming bereiken ten aanzien van een prijs waarover een kennisgeving van ongenoegen is gedaan, stelt elke Overeenkomstsluitende Partij al het mogelijke in het werk om deze overeenstemming daadwerkelijk na te leven. Bij gebreke van een dergelijke overeenstemming, gaat of blijft de desbetreffende prijs gelden.

Artikel 8. Commerciële aktiviteiten
1.

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij zijn gerechtigd om kantoren te houden op het grondgebied van de andere Partij voor de verkoop van luchttransportdocumenten, die gelden voor de in deze Overeenkomst omschreven routes.

2.

Een luchtvaartmaatschappij aangewezen door een Partij heeft het recht, met inachtneming van de wetten en voorschriften van de andere Partij, op het grondgebied van de andere Partij, haar eigen vertegenwoordiger, technische en commerciële staf, zoals vereist is voor de uitvoering van de overeengekomen diensten, te stationeren.

3.

In deze behoeften aan personeel kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden voorzien door eigen personeel of door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappijen die werkzaam is op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij.

4.

Bovenvermelde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 9. Dienstregeling
1.

Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij legt zeven (7) dagen tevoren de dienstregeling van haar voorgenomen diensten ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij en vermeldt daarbij de frequentie, het type luchtvaartuig, de configuratie en het aantal zitplaatsen dat beschikbaar zal zijn voor het publiek.

2.

Verzoeken om toestemming voor het uitvoeren van additionele vluchten kunnen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij rechtstreeks aan de luchtvaartautoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter goedkeuring worden voorgelegd.

Artikel 10. Toepassing van wetten, voorschriften en procedures
1.

De wetten, voorschriften en procedures van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd vanaf de binnenkomst in en tot en met het vertrek uit genoemd grondgebied.

2.

De wetten, voorschriften en procedures van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende immigratie, paspoorten of andere erkende reisdocumenten, binnenkomst, inklaring, douane en quarantaine dienen te worden nageleefd door of namens bemanningsleden, passagiers, vracht en post vervoerd door luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij vanaf de binnenkomst in tot en met het vertrek uit het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Passagiers, bagage en vracht die op doorreis zijn via het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en die de zone van de luchthaven die daarvoor gereserveerd is niet verlaten, worden, behalve wat veiligheidsmaatregelen tegen geweld en luchtpiraterij betreft, slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen. Bagage en vracht op doorreis zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke belastingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.