Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bolivia inzake internationaal luchtverkeer tussen Aruba en Bolivia

Type Verdrag
Publication 2003-07-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bolivia, zijnde beide partij bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944;

Geleid door de wens een Verdrag te sluiten teneinde de luchtdiensten tussen hun respectieve grondgebieden te reguleren;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Voor de uitlegging en de uitvoering van dit Verdrag en de Bijlage daarbij, hebben de onderstaande termen de volgende betekenis:

Artikel II. Verlening van rechten
1.

Elke Verdragsluitende Partij verleent de andere Verdragsluitende Partij de in dit Verdrag omschreven rechten voor het instellen van internationale luchtdiensten op de routes die worden omschreven in de Bijlage, die een integrerend bestanddeel is van dit Verdrag.

2.

Overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, geniet de door elke Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij tijdens de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten de volgende rechten:

Artikel III. Aanwijzing van de luchtvaartmaatschappijen en verlening van exploitatievergunningen
1.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht schriftelijk aan de andere Verdragsluitende Partij één luchtvaartmaatschappij of meerdere luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en tevens het recht om een dergelijke aanwijzing in te trekken of te wijzigen.

2.

Na ontvangst van de bedoelde aanwijzing of de wijziging daarop dient de Luchtvaartautoriteit van de andere Verdragsluitende Partij, zonder uitstel en in overeenstemming met haar wetten en voorschriften, de benodigde vergunning te verlenen voor de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten.

3.

De Luchtvaartautoriteit van een der Verdragsluitende Partijen kan verlangen dat de door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te haren genoegen aantoont in staat te zijn te voldoen aan de voorwaarden krachtens de wetten of voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijs worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten, zulks in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Chicago.

4.

Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht om de in het tweede lid van dit artikel genoemde exploitatievergunning te weigeren, of om de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht voor het door een luchtvaartmaatschappij uitoefenen van de in artikel II omschreven rechten, indien bedoelde Partij er niet van overtuigd is dat een substantieel deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij in handen is van de Verdragsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of in handen van haar onderdanen.

5.

Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en haar vergunning is verleend kan zij te allen tijde een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten.

Artikel IV. Intrekking, opschorting of beperking van exploitatievergunningen
1.

Elke Verdragsluitende Partij behoudt zich het recht voor de aan een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij verleende exploitatievergunning in te trekken, of om de uitoefening door bedoelde maatschappij van de in artikel II van dit Verdrag omschreven rechten op te schorten of voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht voor het uitoefenen van bedoelde rechten:

2.

Tenzij de in het eerste lid van dit artikel voorziene intrekking, opschorting of het met onmiddellijke ingang opleggen van voorwaarden van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de wetten en voorschriften, wordt dit recht slechts na overleg met de andere Verdragsluitende Partij uitgeoefend.

Artikel V. Toepassing van wetten en voorschriften
1.

De wetten en voorschriften die op het grondgebied van elk der Verdragsluitende Partijen de binnenkomst in, het verblijf in en het vertrek uit het land van de voor internationaal luchtverkeer bestemde luchtvaartuigen en van de passagiers, bemanningen, bagage, vracht en post, alsmede de formaliteiten met betrekking tot migratie, douane en maatregelen met het oog op de volksgezondheid regelen, zijn op dit grondgebied tevens van toepassing op de activiteiten van de door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij.

2.

De passagiers die op doorreis zijn over het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen zullen slechts aan een beperkte controle worden onderworpen. Mits de veiligheidsvoorschriften het toestaan, wordt de bagage en de vracht die rechtstreeks doorgaat vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel VI. Erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid en vergunningen
1.

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen of titels van bevoegdheid en door een van de Verdragsluitende Partijen verstrekte of geldig verklaarde vergunningen worden door de andere Verdragsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten op in de Bijlage omschreven routes, voor de duur van de geldigheid van genoemde documenten, in overeenstemming met de bepalingen vastgelegd in het Verdrag van Chicago.

2.

Elke Verdragsluitende Partij behoudt zich het recht voor om voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen of titels van bevoegdheid en vergunningen die door de andere Verdragsluitende Partij of door een derde land zijn verstrekt aan haar eigen onderdanen te weigeren.

Artikel VII. Heffingen voor het gebruik van luchthavens en voorzieningen

Elk der Verdragsluitende Partijen kan voor het gebruik van luchthavens en andere voorzieningen billijke en redelijke heffingen opleggen of toestaan dat deze worden opgelegd. Elk der Verdragsluitende Partijen stemt er evenwel mee in dat bedoelde heffingen niet hoger mogen zijn dan die welke hun eigen luchtvaartuigen, in gebruik op soortgelijke internationale luchtdiensten, betalen voor het gebruik van dergelijke luchthavens en voorzieningen.

Artikel VIII. Informatieverstrekking

De Luchtvaartautoriteit van de ene Verdragsluitende Partij verstrekt, wanneer zij daarom wordt verzocht, de Luchtvaartautoriteit van de andere Verdragsluitende Partij de statistische gegevens die deze noodzakelijk acht voor het beoordelen van de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten. Deze informatie kan door de Luchtvaartautoriteiten van elke Partij direct worden aangevraagd bij de door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen.

Artikel IX. Douanerechten
1.

Luchtvaartuigen die gebruikt worden op internationale luchtdiensten door de door een der Verdragsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij, alsmede de zich aan boord van deze luchtvaartuigen bevindende normale uitrustingsstukken, brandstof, smeermiddelen en andere voorraden (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst in het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten of andere heffingen en belastingen, mits deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Eveneens zijn op voorwaarde van wederkerigheid van genoemde rechten en heffingen, met uitzondering van de rechten voor verleende diensten vrijgesteld:

3.

Normale uitrustingsstukken van luchtvaartuigen alsmede andere materialen en voorraden die worden vervoerd aan boord van de luchtvaartuigen van één der Verdragsluitende Partijen kunnen slechts op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied.

Artikel X. Veiligheid van de luchtvaart
1.

De Verdragsluitende Partijen bevestigen opnieuw hun verplichting te handelen overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, en zij zullen tevens alle andere door de Verdragsluitende Partijen op dit terrein geratificeerde verdragen toepassen. Ook verklaren zij dat hun verplichting om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke belemmering ervan een integrerend deel uitmaakt van hun onderlinge relaties in het kader van het onderhavige Verdrag.

2.

De Verdragsluitende Partijen dienen, in hun onderlinge betrekkingen, te handelen conform de bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart, vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, voor zover deze bepalingen inzake beveiliging op hen van toepassing zijn; zij verlangen dat de exploitanten die hun hoofdkantoor of een permanente vestiging op hun grondgebied hebben overeenkomstig bedoelde bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart handelen.

3.

Elk der Verdragsluitende Partijen kan, zonder dat dit afbreuk doet aan het in het voorgaande lid bepaalde, alle aanvullende maatregelen treffen die zij noodzakelijk acht voor het garanderen van de controle van passagiers, bemanning, hun persoonlijke bezittingen, alsmede van vracht en boordvoorraden, gedurende het aan boord gaan of inladen.

4.

Wanneer zich een voorval voordoet of zich dreigt voor te doen van wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van passagiers, bemanning, luchtvaartuigen, luchthavens en navigatie-apparatuur voor de luchtvaart, verlenen de Verdragsluitende Partijen elkaar bijstand door de communicatie te vergemakkelijken en andere passende maatregelen te nemen om op snelle en veilige wijze een einde te maken aan een dergelijk voorval of de dreiging daarvan.

5.

Indien een der Verdragsluitende Partijen zich niet houdt aan de bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart zoals omschreven in dit artikel, kan de benadeelde Verdragsluitende Partij om een onmiddellijk onderhoud met de Luchtvaartautoriteit van de andere Verdragsluitende Partij verzoeken. Indien het onmogelijk blijkt om binnen twee weken na de datum van indiening van het verzoek een bevredigend akkoord te bereiken, levert dit voldoende grond op om de exploitatievergunningen of technische vergunningen van de door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te onthouden, te beperken, in te trekken, of er voorwaarden aan te stellen.

Artikel XI. Verboden gebieden

Beperkingen of verboden van vluchten van luchtvaartuigen die toebehoren aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij over bepaalde gebieden van het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen worden geregeld overeenkomstig artikel 9 van het Verdrag van Chicago.

Artikel XII. Geautomatiseerde reserveringssystemen
1.

De Verdragsluitende Partijen komen overeen dat:

2.

Elke Verdragsluitende Partij garandeert de door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij binnen haar grondgebied een vrije en permanente toegang tot het CRS dat deze als hoofdsysteem heeft gekozen.

3.

Geen der Verdragsluitende Partijen legt het door de door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij gekozen CRS striktere voorwaarden op of laat toe dat ze worden opgelegd dan de voorwaarden die aan het CRS van haar eigen aangewezen luchtvaartmaatschappij worden opgelegd.

Artikel XIII. Tarieven
1.

Elk der Verdragsluitende Partijen staat elk der aangewezen luchtvaartmaatschappijen toe tarieven vast te stellen voor het luchtvervoer van de derde en vierde vrijheid, gebaseerd op door de markt bepaalde commerciële overwegingen. Tussenkomst van de Verdragsluitende Partijen wordt beperkt tot:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.