Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht
Gezien de noodzaak van versterkte internationale samenwerking bij de bestrijding van illegale drugsactiviteiten waartoe wordt opgeroepen in internationale juridische en politieke instrumenten, zoals het Verdrag van 1988 van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en het Actieplan van Barbados van 1996;
Gelet op de tastbare bilaterale stappen die reeds zijn gezet om een versterkte intergouvernementele samenwerking op dit gebied te bewerkstelligen, in het bijzonder het Interim-Verdrag gesloten op 13 april 1999 tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden ter vergemakkelijking van toegang tot en gebruik van daartoe aangewezen vliegvelden in de Nederlandse Antillen en Aruba voor de drugsbestrijding door bevoegde Amerikaanse strijdkrachten en burgerpersoneel;
Geleid door de wens voort te bouwen op het Interim-Verdrag door een blijvender verdrag voor langere duur te sluiten en de modaliteiten en voorwaarden te scheppen voor een duurzamer partnerschap en een op samenwerking gerichte aanwezigheid van de Verenigde Staten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor de drugsbestrijding;
Erkennend dat, ter ondersteuning van dit strategisch partnerschap ter bevordering van internationale samenwerking bij het beteugelen van illegale drugsactiviteiten, de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden aanzienlijke nationale middelen blijven inzetten, met inbegrip van speciale luchtvaartuigen, strijdkrachten, burgerpersoneel en andere materiële middelen;
Indachtig de gestage begeleidende financiële baten ten voordele van de economieën van de Nederlandse Antillen en Aruba als gevolg van het optreden van de Verenigde Staten van Amerika in verband met dit Verdrag;
Komen het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika (hierna te noemen „Partijen") bij deze het volgende overeen:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt met „burgerpersoneel" bedoeld civiele werknemers van de Regering van de Verenigde Staten die aanwezig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag;
- b. wordt met „militair personeel" bedoeld leden van de strijdkrachten van de Verenigde Staten die aanwezig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag;
- c. wordt met „personeel van de Verenigde Staten" bedoeld militair en civiel personeel van de Regering van de Verenigde Staten dat aanwezig is in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag;
- d. wordt met „afhankelijke gezinsleden" bedoeld echtgenoten, kinderen en verwanten die deel uitmaken van het huishouden van permanent gestationeerd personeel van de Verenigde Staten;
- e. wordt met „aannemers" bedoeld ondernemingen en personen die een overeenkomst hebben gesloten met de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag;
- f. wordt met „werknemers van aannemers" bedoeld personen die in dienst zijn van een onderneming of persoon die in verband met dit Verdrag een overeenkomst heeft gesloten met de Regering van de Verenigde Staten, die aanwezig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag en die geen ingezetene zijn geweest van de Nederlandse Antillen of Aruba twee jaar voorafgaande aan hun toelating tot voornoemde landen in verband met dit Verdrag;
- g. wordt met „gespecialiseerde werknemers van aannemers" bedoeld de werknemers van aannemers die zijn aangewezen door regeringsinstanties van de Verenigde Staten om de door de Verenigde Staten verlangde expertise te leveren voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag;
- h. wordt met „luchtwaarnemers" bedoeld vertegenwoordigers van het gastland of samenwerkende derde staten die worden uitgenodigd deel te nemen aan vluchten om behulpzaam te zijn bij het uitvoeren van uit waarneming, volgen en onderscheppen bestaande drugs-bestrijdingstaken in verband met dit Verdrag;
- i. wordt met „Faciliteiten" bedoeld die terreinen, installaties, structuren en zones waarvoor aan de Regering van de Verenigde Staten toegang en gebruik is toegestaan, in verband met dit Verdrag.
Artikel II. Doeleinden van het Verdrag; toestemming
De Nederlandse Antillen en Aruba verlenen de Regering van de Verenigde Staten toestemming voor toegang tot en gebruik van Hato International Airport in de Nederlandse Antillen en Reina Beatrix International Airport in Aruba, alsmede daartoe aangewezen havens en bijbehorende faciliteiten, uitsluitend in verband met drugsbestrijdingstaken vanuit de lucht bestaande uit waarneming, volgen en, indien van toepassing, onderscheppen in de naburige regio. De toegang en het gebruik toegestaan ingevolge dit Verdrag zijn beperkt tot personeel van de Verenigde Staten, luchtwaarnemers, aannemers en werknemers van aannemers, alsmede vaartuigen en voertuigen gebruikt voor directe operationele en logistieke ondersteuning, en ongewapende luchtvaartuigen, ingezet door of uitsluitend ten behoeve van de Regering van de Verenigde Staten.
Artikel III. Uitvoeringsregelingen
De Partijen treffen gedetailleerdere uitvoeringsregelingen als vereist voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag. Drugsbestrijding door personeel en luchtvaartuigen van de Verenigde Staten wordt verricht overeenkomstig bestaande en tussen de bevoegde autoriteiten van de Partijen nader overeengekomen uitvoeringsregelingen (onder andere regelingen inzake bevelvoering en controle).
Artikel IV. Luchtvaartuigen en procedures voor vluchtklaring
In verband met dit Verdrag door of voor de Regering van de Verenigde Staten ingezette luchtvaartuigen mogen vliegen over, landen op en vertrekken van Hato International Airport op de Nederlandse Antillen en Reina Beatrix International Airport op Aruba zonder diplomatieke vluchtklaring. Deze activiteiten dienen in overeenstemming te zijn met overeengekomen vluchtprocedures.
Artikel V. Eerbiediging van nationaal recht
Personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden eerbiedigen het recht van het Koninkrijk der Nederlanden, de Nederlandse Antillen en Aruba en onthouden zich van elke met dit Verdrag onverenigbare activiteit. Hiertoe worden personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden geïnstrueerd over geldende wetten en gebruiken teneinde ordentelijk gedrag te waarborgen bij verblijf in de Nederlandse Antillen en Aruba.
Artikel VI. Immuniteiten van personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden
Het Koninkrijk der Nederlanden verleent aan personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden strafrechtelijke, civielrechtelijke en administratiefrechtelijke immuniteit. De Nederlandse Antillen en Aruba behouden echter civielrechtelijke en administratiefrechtelijke rechtsmacht over dergelijke personeelsleden voor gedragingen buiten het kader van hun taken en over afhankelijke gezinsleden.
Personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden die aanspraak hebben op strafrechtelijke immuniteit jegens de Nederlandse Antillen en Aruba en die in voorlopige hechtenis zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba worden onverwijld overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de Regering van de Verenigde Staten voor onderzoek en afwikkeling.
De bevoegde autoriteiten van de Regering van de Verenigde Staten nemen verzoeken inzake opheffing van immuniteit in zaken die de autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden van bijzonder belang achten in welwillende overweging.
Artikel VII. Binnenkomst, vertrek en reisdocumenten
De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen personeel van de Verenigde Staten met identiteitsbewijzen van de Regering van de Verenigde Staten (militair of burgerlijk) en met groepsorders of individuele reisorders onbelemmerde toegang tot en vertrek uit de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij zij een gunstiger behandeling genieten krachtens internationaal recht.
De autoriteiten van respectievelijk de Nederlandse Antillen en Aruba, stemmen in met het toepassen van geëigende immigratieprocedures ter vergemakkelijking van de onverwijlde binnenkomst, vrije verplaatsing en vertrek van personeel van de Verenigde Staten, afhankelijke gezinsleden, werknemers van aannemers en luchtwaarnemers die aankomen in en vertrekken uit de Nederlandse Antillen en Aruba in verband met dit Verdrag. Dergelijk personeel en luchtwaarnemers zijn vrijgesteld van heffingen bij binnenkomst en vertrek of andere belastingen bij vertrek.
Personeel van de Verenigde Staten en gespecialiseerde werknemers van aannemers zijn vrijgesteld van werk- en verblijfsvergunningen voor in verband met dit Verdrag uitgevoerde werkzaamheden. Afhankelijke gezinsleden van personeel van de Verenigde Staten zijn vrijgesteld van verblijfsvergunningen.
Regeringsinstanties van de Verenigde Staten voorzien de bevoegde autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba, in routinematig ingediende vluchtplannen, van gegevens omtrent het aantal personen en gevaarlijke lading aan boord van door of uitsluitend ten behoeve van de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag ingezette luchtvaartuigen. Regeringsinstanties van de Verenigde Staten voorzien de bevoegde autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba van de passagiers- en vrachtlijsten bij aankomst van door of uitsluitend voor de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag ingezette luchtvaartuigen.
Artikel VIII. Invoer, uitvoer, aanschaf en gebruik
De Nederlandse Antillen en Aruba verlenen vrijstelling van invoer- en uitvoerheffingen, rechten, belastingen en andere heffingen die gewoonlijk in de Nederlandse Antillen of Aruba worden geheven op producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere zaken die door de Regering van de Verenigde Staten in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag worden ingevoerd. Producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere goederen die door aannemers worden ingevoerd in de Nederlandse Antillen of Aruba voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag genieten dezelfde behandeling. De Nederlandse Antillen en Aruba verlenen tevens vrijstelling van alle verkoop-, omzet- en andere belastingen na invoer op producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere door de Regering van de Verenigde Staten of door aannemers in deze landen verworven of gebruikte zaken voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag. De eigendom van deze zaken blijft bij de Regering van de Verenigde Staten of, indien van toepassing, haar aannemers. Deze zaken kunnen te allen tijde vrij van uitvoerheffingen, rechten, belastingen en andere heffingen worden uitgevoerd uit de Nederlandse Antillen of Aruba. Ingeval de eigendom van dergelijke zaken in de Nederlandse Antillen of Aruba wordt overgedragen aan personen of bedrijven die geen aanspraak hebben op vrijstellingen, zijn de heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen te voldoen door de overdrager in overeenstemming met plaatselijke wetten en voorschriften.
Producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere zaken die door de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag worden ingevoerd in of uitgevoerd uit de Nederlandse Antillen of Aruba zijn vrijgesteld van inspectie. De invoer of uitvoer van dergelijke zaken is echter onderworpen aan douaneformaliteiten als overeengekomen door de bevoegde autoriteiten.
Bagage, persoonlijke bezittingen, producten en andere zaken voor persoonlijk gebruik door personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden die worden ingevoerd in, gebruikt op of uitgevoerd uit de Nederlandse Antillen of Aruba, zijn vrijgesteld van invoer- en uitvoerheffingen, rechten, belastingen, leges voor voertuigregistratie en vergunningen en andere heffingen die gewoonlijk worden geheven in de Nederlandse Antillen of Aruba. Dergelijke persoonlijke zaken kunnen vrij van heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen worden overdragen aan ander personeel van de Verenigde Staten en hun afhankelijke gezinsleden. Ingeval de eigendom van dergelijke zaken op de Nederlandse Antillen of Aruba wordt overgedragen aan personen of bedrijven die geen aanspraak hebben op vrijstellingen, zijn de heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen te betalen door de overdrager in overeenstemming met plaatselijke wetten en voorschriften.
Van heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen die in de Nederlandse Antillen of Aruba gewoonlijk worden geheven op diensten verkregen of gebruikt op de Nederlandse Antillen of Aruba door de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag wordt vrijstelling verleend.
Artikel IX. Grondgebruik, erfdienstbaarheden en recht van doorgang
De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen, zonder kosten voor de Regering van de Verenigde Staten, aan de Regering van de Verenigde Staten voor haar gebruik overeengekomen faciliteiten, grond, erfdienstbaarheden en recht van doorgang, nodig ter ondersteuning van activiteiten in verband met dit Verdrag, met inbegrip van overeengekomen bouw.
Artikel X. Aannemers
In overeenstemming met haar wetten en voorschriften kan de Regering van de Verenigde Staten in de Nederlandse Antillen of Aruba opdrachten plaatsen voor de aanschaf van goederen of diensten, met inbegrip van bouw. De Regering van de Verenigde Staten kan opdrachten plaatsen bij elke onderneming en kan bouwwerkzaamheden en andere diensten uitvoeren met haar eigen personeel. Aannemers kunnen onderdanen van de Verenigde Staten of onderdanen van andere landen in dienst nemen. In overeenstemming met het beleid van de Regering van de Verenigde Staten inzake volledige en vrije concurrentie bij de aanbesteding van opdrachten, verwelkomt de Regering van de Verenigde Staten offertes van op de Nederlandse Antillen en Aruba gevestigde aannemers.
Artikel XI. Bouw
De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen de Regering van de Verenigde Staten na voorafgaand overleg en terdege rekening houdend met de bestaande en geplande ontwikkeling van faciliteiten en operaties, toestemming om nieuwe bouwwerkzaamheden uit te voeren of bestaande structuren en terreinen op de overeengekomen faciliteiten te verbeteren, te wijzigen, te verwijderen en te herstellen om te voldoen aan vereisten in verband met dit Verdrag.
Indien plaatselijke wetten en voorschriften afwijken van de normen van de Regering van de Verenigde Staten, plegen de Partijen overleg teneinde een praktische oplossing te vinden voor de kwestie.
Bij beëindiging van dit Verdrag is de Regering van de Verenigde Staten niet verplicht tot het verwijderen van faciliteiten, gebouwen of verbeteringen daaraan die zijn aangebracht op haar eigen kosten, tenzij een dergelijke verplichting ten tijde van de bouw is bedongen door de Nederlandse Antillen of Aruba. Bij beëindiging van het gebruik van in verband met dit Verdrag gebouwde, verbeterde, aangepaste of herstelde faciliteiten, draagt de Regering van de Verenigde Staten, na gepast overleg tussen de Partijen, het gebruik van deze faciliteiten over aan respectievelijk de Nederlandse Antillen of Aruba.
Artikel XII. Voorzieningen
De Regering van de Verenigde Staten en haar aannemers kunnen water, elektriciteit en andere openbare voorzieningen en diensten gebruiken voor de bouw, verbetering en gebruik van de in dit Verdrag beoogde Faciliteiten. De maximumprijzen voor water, elektriciteit en andere voorzieningen worden vastgesteld bij wet en zijn niet onderworpen aan belastingen in de Nederlandse Antillen of Aruba. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba helpen de regeringsinstanties van de Verenigde Staten, op verzoek, bij het zekerstellen van de levering van water, elektriciteit en andere openbare voorzieningen en diensten.
Artikel XIII. Administratieve bijstand
De Regering van de Verenigde Staten, personeel van de Verenigde Staten en aannemers die handelen in verband met dit Verdrag ontvangen van de Nederlandse Antillen en Aruba alle benodigde medewerking met betrekking tot de prompte afhandeling van alle door plaatselijke wetten en voorschriften vereiste administratieve procedures.
Artikel XIV. Uniformen en wapens
Personeel van de Verenigde Staten is bevoegd tijdens de dienst uniformen en wapens te dragen, indien hun orders dat toestaan. Het dragen van wapens is beperkt tot het vliegveld (met inbegrip van de aangegeven parkeerzone voor luchtvaartuigen en de ruimere beveiligde vliegveldzone) en de zone voor wapenopslag ter beveiliging van het personeel, uitrusting en faciliteiten.
Artikel XV. Veiligheid
De autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba en de Regering van de Verenigde Staten voeren overleg en zetten de benodigde stappen om de veiligheid van het personeel van de Verenigde Staten, afhankelijke gezinsleden, werknemers van aannemers en eigendommen te waarborgen. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba behouden de algehele verantwoordelijkheid voor de fysieke veiligheid van de twee ingevolge dit Verdrag aangewezen luchthavens en wijzen, met wederzijds goedvinden van regeringsinstanties van de Verenigde Staten, specifieke faciliteiten aan waarvan veiligheid, toegang en gebruik worden gedeeld en die waarvan veiligheid, toegang en gebruik de verantwoordelijkheid zijn van de Regering van de Verenigde Staten.
Artikel XVI. Landingsrechten en haven- en loodsgelden
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.