Overeenkomst tot oprichting van het Europees Centrum voor weersvoorspellingen op middellange termijn
De verdragsluitende Staten in deze conventie
Erkennend dat aan weer gebonden bedreigingen voor leven en gezondheid, en voor economie en eigendom in toenemende mate van belang zijn;
Ervan overtuigd dat de verbetering van weersvoorspellingen op middellange termijn bijdraagt aan de bescherming en veiligheid van de bevolking;
Er voorts van overtuigd dat het hiertoe uitgevoerde wetenschappelijke en technische onderzoek een waardevolle stimulans levert voor de ontwikkeling van de meteorologie in Europa;
Overwegende dat het ter verwezenlijking van dit doel en deze doelstellingen noodzakelijk is middelen aan te wenden op een schaal die ver uitgaat boven wat normaal op nationaal niveau praktisch is om dit doel en deze doelstellingen te bereiken;
Het belang opmerkend voor de Europese economie van een aanzienlijke verbetering in weersvoorspellingen op middellange termijn;
Opnieuw bevestigend dat de vestiging van een autonoom Europees centrum met internationale status de passende manier is om dit doel en deze doelstellingen te bereiken;
Overtuigd dat een dergelijk centrum waardevolle bijdragen kan leveren voor de ontwikkeling van de wetenschappelijke basis voor milieubewaking;
Opmerkend dat een dergelijk centrum tevens kan helpen met de postuniversitaire training van wetenschappers;
Verzekerend dat de activiteiten van een dergelijk centrum bovendien een noodzakelijke bijdrage zullen vormen voor bepaalde programma’s van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en andere aardobservatieprogramma’s van ruimtevaartorganisaties;
Overwegende het belang dat de oprichting van een dergelijk centrum kan hebben voor de ontwikkeling van de Europese industrie op het gebied van gegevensverwerking;
De bereidheid realiserend om het lidmaatschap van een dergelijk centrum tot meer Staten uit te breiden;
komen het volgende overeen:
Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 1. Oprichting, Raad, Lidstaten, Hoofdkantoor, Talen
Er wordt opgericht een Europees Centrum voor weervoorspellingen op middellange termijn, hierna te noemen „het Centrum”.
De organen van het Centrum zijn de Raad en de Directeur-Generaal. De Raad wordt bijgestaan door een Wetenschappelijke Adviescommissie en door een Financiële Commissie. Elk dezer organen en Comités oefent zijn taken uit binnen de grenzen en overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd in deze Conventie.
De leden van het Centrum, hierna te noemen „Lidstaten”, zijn de Staten die partij zijn bij deze Conventie.
Het Centrum bezit op het grondgebied van elke Lidstaat rechtspersoonlijkheid. Het heeft met name de rechtsbevoegdheid overeenkomsten aan te gaan, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en in rechte op te treden.
De zetel van het Centrum is gevestigd te Shinfield Park bij Reading (Berkshire) op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tenzij anders besloten door de Raad conform Artikel 6(1)(g).
De officiële talen van het Centrum zijn de officiële talen van de Lidstaten.
De werktalen zijn Engels, Frans en Duits.
De Raad bepaalt in welke mate de officiële en werktalen respectievelijk worden gebruikt in overeenstemming met Artikel 6(2)(1).
Artikel 2. De doelen, doelstellingen en activiteiten
De voornaamste doelen van het Centrum zijn de ontwikkeling van een capaciteit voor weersvoorspellingen op middellange termijn en de voorziening van weersvoorspellingen op middellange termijn voor de Lidstaten.
De doelstellingen van het Centrum zijn
- a). het regelmatig ontwikkelen en bewerken van mondiale modellen en gegevensassimilatiesystemen voor de dynamica, thermodynamica en samenstelling van de vloeistofomhulling van de aarde en reactiebestanddelen van het aarde-systeem, teneinde:
- i. voorspellingen voor te bereiden door middel van numerieke methodes;
- ii. initiële condities te leveren voor de voorspellingen; en
- iii. bij te dragen aan het bewerken van de relevante onderdelen van het aarde-systeem;
- b). wetenschappelijk en technisch onderzoek te verrichten ter verbetering van de kwaliteit van deze voorspellingen;
- c). het verzamelen en opslaan van toepasselijke gegevens;
- d). het ter beschikking stellen van de resultaten voorzien in (a) en (b) en de gegevens vermeld in (c) aan de meteorologische instituten van de Lidstaten, in de meest toepasselijke vorm;
- e). het ter beschikking stellen van een adequaat deel van de computercapaciteit aan de Lidstaten voor hun onderzoek, waarbij prioriteit wordt gegeven aan het gebied van numerieke weersvoorspelling, een dergelijk deel te bepalen door de Raad;
- f). bij te dragen aan de toepassing van programma's van de Wereld Metereorologische Organisatie;
- g). te helpen met verdere scholing van het wetenschappelijk personeel van de Lidstaten op het gebied van numerieke weersvoorspelling.
Het Centrum draagt zorg voor de aanleg van de installaties die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelen als beschreven in lid 1 en de doelstellingen als beschreven in lid 2, en exploiteert deze.
Als algemene regel worden door het Centrum de wetenschappelijke en technische resultaten van zijn arbeid onder de door de Raad gestelde voorwaarden gepubliceerd of op enige ander wijze beschikbaar gesteld, indien althans die resultaten niet onder Artikel 15 vallen.
Het Centrum kan door derden verzochte activiteiten uitvoeren die in lijn zijn met de doelen en doelstellingen van het Centrum en zijn goedgekeurd door de Raad overeenkomstig Artikel 6(2)(g). De kosten van dergelijke activiteiten worden gedragen door de desbetreffende derden.
Het Centrum kan Optionele Programma’s uitvoeren overeenkomstig Artikel 11(3).
Artikel 3. Samenwerking met andere entiteiten
Ter verwezenlijking van zijn doelstellingen werkt het Centrum overeenkomstig de internationale meteorologische traditie in de ruimst mogelijke mate samen met de Regeringen en de nationale organisaties van de Lidstaten, alsook met de Staten die geen lid zijn van het Centrum of met de al dan niet gouvernementele wetenschappelijke of technische internationale organisaties waarvan de werkzaamheden verband houden met zijn doelstellingen.
Het Centrum kan hiertoe verdermeer samenwerkingsovereenkomsten afsluiten:
- a). met Staten, onder de voorwaarden van Artikel 6(1)(e) of 6(3)(j),
- b). met de nationale wetenschappelijke en technische instanties van de Lidstaten en met de in lid 1 bedoelde internationale instanties, onder de voorwaarden van Artikel 6(3)(j).
- c). met de nationale wetenschappelijke en technische instanties van niet-Lidstaten overeenkomstig de voorwaarden als vastgelegd in Artikel 6(1)(e).
Indien in de in lid 2 bedoelde samenwerkingsovereenkomsten wordt bepaald dat een deel van de rekencapaciteit van het Centrum beschikbaar wordt gesteld, dan kan zulks slechts ten goede komen aan openbare instellingen der Lidstaten.
Artikel 4. De Raad
De Raad beschikt over de bevoegdheid te doen wat voor de uitvoering van deze Conventie noodzakelijk is en neemt de ter zake vereiste maatregelen.
De Raad bestaat uit ten hoogste twee Vertegenwoordigers van elke Lid-Staat, van wie er één een vertegenwoordiger van de nationale meteorologische dienst dienst zou moeten zijn. Deze vertegenwoordigers kunnen tijdens de vergaderingen van de Raad worden bijgestaan door adviseurs.
Een vertegenwoordiger van de Wereld Meteorologische Organisatie wordt uitgenodigd als waarnemer aan de werkzaamheden van de Raad deel te nemen.
Uit zijn leden kiest de Raad een Voorzitter en een Vice-Voorzitter voor een ambtstermijn van een jaar; zij kunnen niet meer dan tweemaal achtereen worden herkozen.
De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Hij wordt bijeengeroepen op verzoek van de Voorzitter of op verzoek van ten minste een derde der Lidstaten. De vergaderingen van de Raad worden gehouden in de zetel van het Centrum, tenzij de Raad in uitzonderingsgevallen anders beslist.
Voor de uitvoering van hun mandaat kunnen de Voorzitter en de Vice-Voorzitter een beroep doen op de medewerking van de Directeur-Generaal.
De Raad kan adviescommissies oprichten en stelt de samenstelling en de taak daarvan vast.
Artikel 5. Stemmen in de Raad
Om het quorum te bereiken, is in elke zitting van de Raad de aanwezigheid van de Vertegenwoordigers van de meerderheid der stemgerechtigde Lid-Staten noodzakelijk.
Elke Lidstaat beschikt in de Raad over één stem. Een Lidstaat verliest zijn stemrecht in de Raad indien zijn achterstallige bijdragen groter zijn dan de door hem voor het lopende en het voorafgaande boekjaar uit hoofde van Artikel 13 verschuldigde bijdragen. Niettemin kan de Raad deze Lidstaat overeenkomstig Artikel 6(3)(l) machtiging verlenen om te stemmen.
Besluiten van de Raad betreffende een spoedeisende zaak kunnen tussen twee zittingen van de Raad in tot stand komen door middel van een stemming per brief. In dit geval is voor het bereiken van het quorum deelneming aan de stemming van de meerderheid der stemgerechtigde Lidstaten noodzakelijk.
Voor het constateren van eenstemmigheid en van de verschillende, in deze Conventie genoemde meerderheden wordt alleen rekening gehouden met de stemmen die voor of tegen het besluit waarover wordt gestemd, zijn uitgebracht alsmede, in de gevallen waarin de Raad besluit volgens de procedure van Artikel 6(2) met de financiële bijdragen der aan de stemming deelnemende Lidstaten.
Artikel 6. Stemmeerderheid
Met eenparigheid van stemmen besluit de Raad:
- a). tot vaststelling van het maximum der uitgaven voor de uitvoering van het werkprogramma van het Centrum dat betrekking heeft op de vijf jaren die volgen op de inwerkingtreding van deze Conventie;
- b). over de toetreding van Staten overeenkomstig Artikel 23, en tot vaststelling van de voorwaarden van toetreding overeenkomstig Artikel 13 (3);
- c). overeenkomstig Artikel 20, over het ontnemen van het lidmaatschap aan een Staat, waarbij de betrokken Staat hierover niet meestemt;
- d). over de ontbinding van het Centrum overeenkomstig Artikel 21(1) en (2);
- e). de Directeur-Generaal te machtigen om samenwerkingsovereenkomsten te bespreken met niet-Lidstaten en met hun nationale wetenschappelijke en technische instanties; en mogelijk machtigen om dergelijke overeenkomsten af te sluiten;
- f). tot het sluiten met een of meer Lidstaten, overeenkomstig Artikel 22 van het in Artikel 16 bedoelde Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten, van alle aanvullende akkoorden met het oog op de uitvoering van dit Protocol.
- g). over eventuele overplaatsing van het hoofdkantoor van het ECMWT, overeenkomstig Artikel 1(5).
Met een meerderheid van twee derde van de Lidstaten, mits het geheel van de bijdragen dezer Lidstaten ten minste twee derde van het totaal der bijdragen op de begroting van het Centrum vertegenwoordigt, besluit de Raad:
- a). tot vaststelling van het Financieel Reglement van het Centrum;
- b). tot aanneming overeenkomstig Artikel 12(3), van de jaarlijkse begroting en van de daaraan gehechte lijst van het aantal ambten van het Centrum, alsmede eventueel van de aanvullende of gewijzigde begrotingen en tot onderschrijving van de totale raming van de voor de drie volgende begrotingsjaren te verwachten uitgaven en ontvangsten; indien hij de begroting nog niet heeft vastgesteld, machtigt hij de Directeur-Generaal om in een bepaalde maand verplichtingen aan te gaan en betalingen te doen die de in Artikel 12(5) eerste lid, bedoelde grens overschrijden;
- c). onderhevig aan lid 1(a), het programma van activiteiten van het Centrum aannemen, overeenkomstig Artikel 11(1);
- d). op voorstel van de Directeur-Generaal, over de aankoop of huur door het Centrum van onroerende goederen en uitrustingen, indien daarmede grote uitgaven zijn gemoeid;
- e). de Procedure voor Optionele Programma’s aannemen overeenkomstig Artikel 11(3);
- f). individuele Optionele Programma’s aannemen overeenkomstig Artikel 11(3);
- g). activiteiten aangevraagd door derden goedkeuren overeenkomstig Artikel 2(5);
- h). besluiten over het distributiebeleid voor de producten van het Centrum en andere resultaten van haar werk;
- i). over de maatregelen die moeten worden genomen in geval van opzegging van deze Conventie in de zin van Artikel 19;
- j). over de eventuele instandhouding van het Centrum bij opzegging van deze Conventie in de zin van Artikel 21(1) waarbij de opzeggende Lidstaten hierover niet meestemmen;
- k). tot vaststelling overeenkomstig Artikel 21(3) van de wijze waarop het Centrum in geval van ontbinding wordt geliquideerd.
- l). zal, in overeenstemming met Artikel 1(6), besluiten in hoeverre respectievelijk de officiële talen en de werktalen gebruikt zullen worden.
Met een meerderheid van twee derde besluit de Raad:
- a). tot aanneming van zijn Reglement van Orde;
- b). tot vaststelling van het statuut en de bezoldigingsschaal van het personeel van het Centrum; tot bepaling van de aard van en de voorschriften voor de toekenning van de bijkomende voordelen die het personeel geniet; tot vaststelling van het recht van de personeelsleden ten aanzien van de rechten op de industriële eigendom en de auteursrechten, betrekking hebbend op de werkzaamheden die door de personeelsleden in de uitoefening van hun functie zijn verricht;
- c). tot goedkeuring van de overeenkomstig Artikel 16 te sluiten overeenkomst tussen het Centrum en de Staat op welks grondgebied de zetel van het Centrum is gevestigd;
- d). tot benoeming van de Directeur-Generaal van het Centrum en van zijn plaatsvervanger voor de duur van ten hoogste vijf jaar, welke ambtstermijn een of meer malen kan worden verlengd met een periode van telkens ten hoogste vijf jaar;
- e). tot vaststelling van het aantal accountants, de duur van hun ambtstermijn en hun bezoldiging, alsmede tot hun benoeming overeenkomstig Artikel 14 (2);
- f). indien nodig, over de beëindiging van de ambtsuitoefening van de Directeur-Generaal of zijn plaatsvervanger of hun schorsing, daarbij rekening houdende met de op hen van toepassing zijnde statutaire bepalingen;
- g). tot goedkeuring van het Reglement van Orde van de Wetenschappelijke Adviescommissie, overeenkomstig Artikel 7(4);
- h). tot vaststelling van de schaal der financiële bijdragen van de Lidstaten overeenkomstig Artikel 13(1) en (3), en tot tijdelijke verlaging van de bijdragen van een Lid-Staat op grond van voor deze Staat geldende bijzondere omstandigeden, overeenkomstig Artikel 13(2);
- i). ieder jaar, na kennis te hebben genomen van het accountantsrapport, tot afsluiting van de rekeningen van het afgelopen boekjaar, alsmede van de balans van activa en passiva van het Centrum en tot verlening van kwijting aan de Directeur-Generaal ter zake van de uitvoering van de begroting;
- j). zal de Directeur-Generaal machtigen samenwerkingsovereenkomsten te bespreken met wetenschappelijke en technische instanties van de Lidstaten en met internationale wetenschappelijke en technische civiele of overheidsorganisaties wier activiteiten verband houden met de doelstellingen van het Centrum; en kan de Directeur-Generaal machtigen dergelijke overeenkomsten af te sluiten;
- k). tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het gebruik van de licenties die de Lidstaten overeenkomstig Artikel 15(2) en (3), genieten, kan worden uitgebreid tot andere toepassingen dan weervoorspellingen;
- l). over het eventueel laten voortbestaan van het stemrecht van een Lid-Staat in het in Artikel 5(2), bedoelde geval; de betrokken Lid-Staat stemt hierover niet mee;
- m). tot vaststelling, overeenkomstig Artikel 18, van de aanbevelingen aan de Lidstaten inzake in deze Conventie aan te brengen wijzigingen;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.