Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie

Type Verdrag
Publication 2015-10-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

Aangezien een duurzame wereldvrede slechts kan worden gevestigd indien zij is gegrond op sociale rechtvaardigheid;

Aangezien er arbeidsvoorwaarden bestaan die voor velen onrecht, leed en ontberingen met zich brengen, hetgeen aanleiding geeft tot een zodanige ontevredenheid dat daardoor de vrede en de eensgezindheid in de wereld in gevaar worden gebracht, en aangezien een verbetering van deze voorwaarden dringend noodzakelijk is: bijvoorbeeld door het vaststellen van arbeidstijden, met inbegrip van de maximale duur van de werkdag en de werkweek, het opstellen van regels voor de werving van werknemers, het bestrijden van de werkloosheid, het waarborgen van een loon dat redelijke bestaansvoorwaarden verzekert, het beschermen van de werknemers tegen ziekten van algemene aard of beroepsziekten en arbeidsongevallen, het beschermen van kinderen, jongeren en vrouwen, het instellen van ouderdoms- en invaliditeitsvoorzieningen, het beschermen van de belangen van in het buitenland werkzame werknemers, het erkennen van het beginsel van gelijk loon voor gelijke arbeid, het erkennen van het beginsel van vakverenigingsvrijheid, het organiseren van het beroepsonderwijs en het technische onderwijs alsmede het nemen van andere soortgelijke maatregelen;

Aangezien het streven van de volken om het lot van de werknemers in hun eigen landen te verbeteren, zou worden belemmerd wanneer enige natie een werkelijk menswaardige arbeidsregeling niet zou aannemen;

Hechten de Hoge Verdragsluitende Partijen, evenzeer gedreven door gevoelens van gerechtigheid en menslievendheid als door het verlangen een duurzame wereldvrede te verzekeren, en met het oog op het bereiken van de in deze preambule genoemde doeleinden, hun goedkeuring aan het volgende Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

HOOFDSTUK I. Organisatie

Artikel 1
1.

Er wordt een permanente Organisatie opgericht die tot taak heeft te streven naar de verwezenlijking van het programma zoals dat is uiteengezet in de Preambule van dit Statuut en in de Verklaring nopens de doelstellingen van de Internationale Arbeidsorganisatie, welke Verklaring op 10 mei 1944 te Philadelphia is aangenomen en waarvan de tekst als bijlage aan dit Statuut is toegevoegd.

2.

Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie zijn de Staten die op 1 november 1945 Lid van de Organisatie waren, en alle andere Staten die overeenkomstig het bepaalde in de leden 3 en 4 van dit artikel Lid worden.

3.

Elk oorspronkelijk Lid der Verenigde Naties en elke Staat die bij beslissing van de Algemene Vergadering overeenkomstig de bepalingen van het Handvest tot het Lidmaatschap der Verenigde Naties is toegelaten, kan Lid worden van de Internationale Arbeidsorganisatie door de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau mededeling te doen van zijn officiële aanvaarding van de uit het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie voortvloeiende verplichtingen.

4.

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie kan eveneens Leden tot de Organisatie toelaten met een meerderheid van twee derde van de ter zitting aanwezige afgevaardigden, waaronder twee derde van de aanwezige en stemmende regeringsafgevaardigden zijn begrepen. Deze toelating wordt van kracht wanneer de regering van het nieuwe Lid de Directeur van het Internationaal Arbeidsbureau mededeling heeft gedaan van haar officiële aanvaarding van uit het Statuut van de Organisatie voortvloeiende verplichtingen.

5.

Geen enkel Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie kan zich uit de Organisatie terugtrekken zonder de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van zijn voornemen daartoe in kennis te hebben gesteld. Deze kennisgeving wordt van kracht twee jaar na de datum van ontvangst door de Directeur-Generaal, onder voorbehoud dat het Lid op die datum alle uit zijn lidmaatschap voortvloeiende financiële verplichtingen heeft vervuld. Wanneer een Lid een internationaal arbeidsverdrag heeft bekrachtigd, is deze terugtrekking niet van invloed op de voortduur, tijdens de door het Verdrag bedoelde periode, van de verplichtingen die voortvloeien uit of betrekking hebben op het Verdrag.

6.

Ingeval een Staat heeft opgehouden Lid te zijn van de Organisatie, wordt zijn wedertoelating als Lid geregeld door het bepaalde in de leden 3 en 4 van dit artikel.

Artikel 2

De permanente Organisatie omvat:

Artikel 3
1.

De Algemene Conferentie van vertegenwoordigers der Leden komt bijeen telkens wanneer dit nodig is en ten minste eenmaal per jaar. Zij is samengesteld uit vier vertegenwoordigers van elk Lid, waaronder twee regeringsafgevaardigden en twee afgevaardigden die onderscheidenlijk de werkgevers en de werknemers van elk Lid vertegenwoordigen.

2.

Iedere afgevaardigde kan worden vergezeld door ten hoogste twee adviseurs voor elk punt op de agenda van de zitting. Wanneer ter Conferentie vraagstukken in behandeling komen die in het bijzonder betrekking hebben op vrouwen, moet ten minste één van de adviseurs een vrouw zijn.

3.

Ieder Lid dat verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen van buiten het moederland gelegen gebieden, kan voor elke afgevaardigde bovendien als adviseurs aanwijzen:

4.

Indien het een gebied betreft dat onder het gemeenschappelijk gezag van twee of meer Leden is geplaatst, kunnen personen worden aangewezen om de afgevaardigden van deze Leden bij te staan.

5.

De Leden verbinden zich de afgevaardigden en de adviseurs die niet hun regering vertegenwoordigen aan te wijzen in overeenstemming met de meest representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze in het betreffende land bestaan.

6.

De adviseurs mogen alleen het woord voeren op verzoek van de afgevaardigde aan wie zij zijn toegevoegd en met bijzondere toestemming van de Voorzitter van de Conferentie; zij mogen niet aan de stemmingen deelnemen.

7.

Een afgevaardigde kan, bij een aan de Voorzitter gerichte schriftelijke mededeling, een van zijn adviseurs als zijn plaatsvervanger aanwijzen en deze plaatsvervanger kan in die hoedanigheid aan de beraadslagingen en aan de stemmingen deelnemen.

8.

De namen van de afgevaardigden en hun adviseurs worden door de regering van elk Lid aan het Internationaal Arbeidsbureau medegedeeld.

9.

De geloofsbrieven van de afgevaardigden en van hun adviseurs worden onderzocht door de Conferentie die, bij een meerderheid van twee derde van de door de aanwezige Leden uitgebrachte stemmen, kan weigeren een afgevaardigde of een adviseur toe te laten die naar haar mening niet is aangewezen in overeenstemming met het bepaalde in dit artikel.

Artikel 4
1.

Iedere afgevaardigde heeft het recht hoofdelijk te stemmen over alle aangelegenheden die door de Conferentie worden behandeld.

2.

Indien een der Leden heeft nagelaten een der niet-regeringsafgevaardigden waarop dat Lid recht heeft, aan te wijzen, mag de andere niet-regeringsafgevaardigde aan de beraadslagingen van de Conferentie deelnemen, doch niet aan de stemmingen.

3.

Indien de Conferentie op grond van het bepaalde in artikel 3 de toelating van een afgevaardigde van een der Leden weigert, wordt het bepaalde in dit artikel toegepast alsof die afgevaardigde niet was aangewezen.

Artikel 5

De bijeenkomsten der Conferentie worden, behoudens een door de Conferentie zelf in een voorafgaande zitting genomen beslissing, gehouden in een door de Raad van Beheer aan te wijzen plaats.

Artikel 6

De Conferentie beslist over verplaatsing van de zetel van het Internationaal Arbeidsbureau met een meerderheid van twee derde van de door de aanwezige afgevaardigden uitgebrachte stemmen.

Artikel 7
1.

De Raad van Beheer is samengesteld uit 56 personen, namelijk:

28 vertegenwoordigers van regeringen,

14 vertegenwoordigers van werkgevers, en

14 vertegenwoordigers van werknemers.

2.

Tien van de achtentwintig regeringsvertegenwoordigers worden aangewezen door de Leden die op het gebied van de industrie de belangrijkste plaatsen innemen, terwijl er achttien worden aangewezen door de Leden die daartoe zijn aangewezen door de regeringsafgevaardigden ter Conferentie, met uitzondering van de afgevaardigden van de tien bovengenoemde Leden.

3.

De Raad van Beheer bepaalt, telkens wanneer dit nodig is, welke Leden op het gebied van de industrie de belangrijkste plaatsen innemen, en stelt regels vast ten einde te verzekeren dat alle aangelegenheden betreffende de aanwijzing van de Leden die op het gebied van de industrie de belangrijkste plaatsen innemen, door een onpartijdige commissie worden onderzocht, alvorens de Raad van Beheer hieromtrent een beslissing neemt. Over elk beroep van een Lid tegen het besluit van de Raad van Beheer waarbij deze heeft vastgesteld welke Leden op het gebied van de industrie de belangrijkste plaatsen innemen, wordt beslist door de Conferentie, doch het feit dat bij de Conferentie een beroep is ingesteld betekent niet dat, hangende dit beroep, de uitvoering van het besluit wordt opgeschort.

4.

De personen die de werkgevers vertegenwoordigen en de personen die de werknemers vertegenwoordigen, worden onderscheidenlijk gekozen door de afgevaardigden van de werkgevers en de afgevaardigden van de werknemers op de Conferentie.

5.

De zittingsduur van de Raad van Beheer is drie jaar. Indien de verkiezingen voor de Raad van Beheer, om welke reden dan ook, niet plaatsvinden voor het verstrijken van deze termijn, blijven de Leden van de Raad van Beheer aan totdat deze verkiezingen zijn gehouden.

6.

De wijze van voorziening in opengevallen plaatsen, de aanwijzing van plaatsvervangers en andere soortgelijke aangelegenheden kunnen door de Raad van Beheer worden geregeld onder voorbehoud van goedkeuring door de Conferentie.

7.

De Raad van Beheer kiest uit zijn midden een Voorzitter en twee Ondervoorzitters. Een van deze personen is een regeringsvertegenwoordiger terwijl de andere twee onderscheidenlijk de werkgevers en de werknemers vertegenwoordigen.

8.

De Raad van Beheer stelt een reglement van orde vast en komt op door de Raad zelf te bepalen tijdstippen bijeen. Een buitengewone zitting moet worden gehouden telkens wanneer ten minste 16 vertegenwoordigers in de Raad van Beheer een schriftelijke aanvraag daartoe hebben ingediend.

Artikel 8
1.

Aan het hoofd van het Internationaal Arbeidsbureau staat een Directeur-Generaal die wordt aangewezen door de Raad van Beheer van welke hij zijn instructies ontvangt en tegenover welke hij verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken van het Bureau alsmede voor de uitvoering van alle andere werkzaamheden die hem worden opgedragen.

2.

De Directeur-Generaal of zijn plaatsvervanger woont alle bijeenkomsten van de Raad van Beheer bij.

Artikel 9
1.

Het personeel van het Internationaal Arbeidsbureau wordt aangesteld door de Directeur-Generaal overeenkomstig de door de Raad van Beheer goedgekeurde voorschriften.

2.

Voor zover zulks met een goede bezetting der posten verenigbaar is, doet de Directeur-Generaal zijn keuze uit personen van verschillende nationaliteiten.

3.

Een bepaald aantal van deze personen moeten vrouwen zijn.

4.

De verantwoordelijkheden van de Directeur-Generaal en van het personeel zijn uitsluitend van internationale aard. De Directeur-Generaal en het personeel mogen, bij het vervullen van hun taken, geen instructies van enige regering of van enige andere autoriteit buiten de Organisatie vragen of aanvaarden. Zij dienen zich te onthouden van enig optreden dat in strijd zou zijn met hun positie als internationale ambtenaren die alleen aan de Organisatie verantwoording verschuldigd zijn.

5.

Ieder Lid van de Organisatie verbindt zich het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Directeur-Generaal en van het personeel te eerbiedigen en niet te trachten invloed op hen uit te oefenen bij de vervulling van hun taken.

Artikel 10
1.

De werkzaamheden van het Internationaal Arbeidsbureau omvatten het verzamelen en het verspreiden van inlichtingen over alle onderwerpen die betrekking hebben op de internationale regeling van de werkomstandigheden en van de arbeidsverhoudingen der werknemers, en in het bijzonder het bestuderen van de vraagstukken die worden voorgesteld ter bespreking door de Conferentie, met het oog op het sluiten van internationale verdragen, alsmede het instellen van alle door de Conferentie of de Raad van Beheer opgedragen bijzondere onderzoeken.

2.

Met inachtneming van de door de Raad van Beheer eventueel gegeven richtlijnen, zal het Bureau:

3.

Verder bezit het Bureau die bevoegdheden en functies welke hem worden toegekend door de Conferentie of de Raad van Beheer.

Artikel 11

De ministeries van de Leden die zich met industrie- en arbeidsvraagstukken bezighouden, kunnen rechtstreeks in verbinding treden met de Directeur-Generaal door tussenkomst van hun regeringsvertegenwoordiger in de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau of, indien een zodanige vertegenwoordiger ontbreekt, door tussenkomst van enige andere bevoegde functionaris die daartoe door de betrokken regering is aangewezen.

Artikel 12
1.

Binnen het kader van dit Statuut werkt de Internationale Arbeidsorganisatie samen met iedere algemene internationale organisatie die is belast met het coördineren van de werkzaamheden van publiekrechtelijke internationale organisaties die gespecialiseerde taken hebben alsmede met publiekrechtelijke internationale organisaties die gespecialiseerde taken hebben op aanverwante gebieden.

2.

De Internationale Arbeidsorganisatie kan de nodige maatregelen treffen om de vertegenwoordigers van publiekrechtelijke internationale organisaties zonder stemrecht aan haar beraadslagingen te doen deelnemen.

3.

De Internationale Arbeidsorganisatie kan de nodige maatregelen treffen om, indien zij dit wenselijk oordeelt, erkende niet-gouvernementele internationale organisaties te raadplegen, met inbegrip van internationale organisaties van werkgevers, werknemers, landbouwers en coöperatieve organisaties.

Artikel 13
1.

De Internationale Arbeidsorganisatie kan met de Verenigde Naties zodanige financiële en budgettaire regelingen treffen als wenselijk worden geacht.

2.

In afwachting van het treffen van zodanige regelingen of indien te eniger tijd zodanige regelingen niet van kracht zijn:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.