Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn
De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, in het kader van de Raad bijeen,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Na raadpleging van de Commissie,
Na raadpleging van de Europese Investeringsbank,
Overwegende hetgeen volgt:
Op grond van bijlage I bis, punt 3, van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. (hierna „de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst’’ genoemd) worden alle noodzakelijke wijzigingen van het meerjarige financiële kader of de daarmee samenhangende delen van de Overeenkomst, in afwijking van het bepaalde in artikel 95 van de Overeenkomst, vastgesteld door de Raad van Ministers.
De ACS-EG-Raad van Ministers hechtte tijdens zijn vergadering in Port Moresby (Papoea-Nieuw-Guinea) op 1 en 2 juni 2006 zijn goedkeuring aan bijlage I ter bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en stelde daarbij het totaalbedrag aan communautaire steun voor de ACS-staten binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013 in het kader van de ACS-EG-overeenkomst vast op 21,966 miljard EUR uit hoofde van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds (hierna „het tiende EOF’’ genoemd), waaraan wordt bijgedragen door de lidstaten.
Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap (hierna „het LGO-besluit’’ genoemd)PB L 314 van 30.11.2001, blz. 1. is van kracht tot 31 december 2011. Een nieuw besluit op basis van artikel 187 van het Verdrag wordt vóór die datum goedgekeurd. Vóór 31 december 2007 zal de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie de financiële bijstand uit hoofde van het tiende EOF aan de LGO waarop deel vier van het Verdrag van toepassing is gedurende de periode 2008-2013, vaststellen op 286 miljoen EUR.
Op grond van Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaanPB L 156 van 18.6.2005, blz. 19. mogen middelen uit hoofde van het negende EOF die door de Commissie worden beheerd, de door de Europese Investeringsbank (EIB) beheerde rentesubsidies en de inkomsten uit deze middelen uiterlijk tot 31 december 2007 worden vastgelegd. Indien nodig kan deze datum worden gewijzigd.
Met het oog op de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en het LGO-besluit moet een tiende EOF worden ingesteld en moet een procedure worden bepaald voor de toewijzing van middelen en voor de bijdragen van de lidstaten.
Op basis van een verslag van de Commissie zullen in 2008–2009 alle aspecten van de uitgaven en de middelen van de Europese Unie worden geëvalueerd.
De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, zijn overeengekomen om uit hoofde van het tiende EOF 430 miljoen EUR extra te reserveren voor de financiering van de ondersteunende uitgaven van de Commissie in verband met de programmering en uitvoering van het EOF.
Er moeten regels worden vastgesteld voor het beheer van de financiële samenwerking.
Op 12 september 2000 hechtten de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hun goedkeuring aan het interne akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het Financieel Protocol bij de ACS-EG-Overeenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop deel vier van het EG-Verdrag van toepassing is (hierna „intern akkoord voor het 9e EOF’’ genoemd)PB L 317 van 15.12.2000, blz. 355..
Bij de Commissie wordt een comité van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten gevestigd (hierna „het EOF-comité’’ genoemd) en bij de EIB wordt een soortgelijk comité gevestigd. De werkzaamheden die door de Commissie en de EIB worden verricht voor de toepassing van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het LGO-besluit dienen te worden geharmoniseerd.
Verwacht wordt dat Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2008 tot de EU zullen zijn toegetreden, en dat zij tot de ACS-EG-Overeenkomst en tot dit interne akkoord zullen toetreden overeenkomstig de verbintenissen die zij uit hoofde van het Toetredingsverdrag van Bulgarije en Roemenië en het bijbehorende protocol zullen zijn aangegaan.
In hun conclusies van 24 mei 2005 hebben de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, „Sneller vorderingen boeken om de milleniumdoelstellingen voor de ontwikkeling te bereiken’’ toegezegd de tijdens de vergadering van het forum op hoog niveau te Parijs op 2 maart 2005 aangenomen verklaring van Parijs inzake doeltreffendheid van de OESO-hulp en van de specifieke toezeggingen die de EU bij die gelegenheid heeft gedaan, tijdig te doen uitvoeren en daarop toe te zien.
Herinnerd wordt aan de ODA-doelstellingen die werden vermeld in bovengenoemde conclusies. Wanneer de Commissie de lidstaten en de OESO/DAC verslag uitbrengt over uitgaven binnen het EOF, zal zij een onderscheid maken tussen ODA- en niet-ODA-activiteiten.
De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie hebben op 22 december 2005 een gemeenschappelijke verklaring betreffende het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie: de Europese Consensus aangenomen.PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.
Het EOF zal voorrang zal blijven verlenen aan de ondersteuning van de minst ontwikkelde landen en andere lage-inkomenslanden.
De Raad heeft op 11 april 2006 het beginsel vastgesteld dat de Vredesfaciliteit voor Afrika voor de eerste periode (2008-2010) wordt gefinancierd voor een bedrag van 300 miljoen EUR uit het intra-ACS-fonds. In de loop van het derde jaar zal een algehele evaluatie worden verricht, waarbij de modaliteiten van de financiering en de mogelijkheden voor alternatieve financieringsbronnen in de toekomst, inclusief financiering uit de GBVB-begroting, zullen worden getoetst,
Zijn als volgt overeengekomen:
HOOFDSTUK I. FINANCIËLE MIDDELEN
Artikel 1. Middelen van het tiende EOF
De lidstaten stellen een Tiende Europees Ontwikkelingsfonds in, hierna „het tiende EOF’’ genoemd.
Het tiende EOF is als volgt samengesteld:
- a. een bedrag van maximaal 22,682 miljard EUR, waaraan de lidstaten als volgt bijdragen: Dit bedrag van 22,682 miljard EUR is beschikbaar vanaf het moment van inwerkingtreding van het financiële meerjarenkader en wordt als volgt verdeeld:
- i. 21,966 miljard EUR voor de ACS-staten;
- ii. 286 miljoen EUR voor de LGO;
- iii. 430 miljoen EUR voor de Commissie voor de in artikel 6 bedoelde ondersteunende uitgaven in verband met de programmering en uitvoering van het EOF door de Commissie.
| Lidstaat | Verdeelsleutel | Bijdrage in miljoen EUR |
|---|---|---|
| België | 3,53 | 800,6746 |
| Bulgarije | 0,14 | 31,7548 |
| Tsjechië | 0,51 | 115,6782 |
| Denemarken | 2,00 | 453,6400 |
| Duitsland | 20,50 | 4 649,8100 |
| Estland | 0,05 | 11,3410 |
| Griekenland | 1,47 | 333,4254 |
| Spanje | 7,85 | 1 780,5370 |
| Frankrijk | 19,55 | 4 434,3310 |
| Ierland | 0,91 | 206,4062 |
| Italië | 12,86 | 2 916,9052 |
| Cyprus | 0,09 | 20,4138 |
| Letland | 0,07 | 15,8774 |
| Litouwen | 0,12 | 27,2184 |
| Luxemburg | 0,27 | 61,2414 |
| Hongarije | 0,55 | 124,7510 |
| Malta | 0,03 | 6,8046 |
| Nederland | 4,85 | 1 100,0770 |
| Oostenrijk | 2,41 | 546,6362 |
| Polen | 1,30 | 294,8660 |
| Portugal | 1,15 | 260,8430 |
| Roemenië | 0,37 | 83,9234 |
| Slovenië | 0,18 | 40,8276 |
| Slowakije | 0,21 | 47,6322 |
| Finland | 1,47 | 333,4254 |
| Zweden | 2,74 | 621,4868 |
| Verenigd Koninkrijk | 14,82 | 3 361,4724 |
| 22 682 000 |
- b. de in bijlage I bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en in bijlage II A van het LGO-besluit vermelde middelen, die uit hoofde van het negende EOF werden toegewezen aan de Investeringsfaciliteit, genoemd in bijlage II C van het Associatiebesluit (hierna „Investeringsfaciliteit’’ te noemen), vallen niet onder Besluit 2005/446/EG, waarin de datum wordt bepaald waarna de middelen van het negende EOF niet langer kunnen worden vastgelegd. Deze middelen worden overgedragen naar het tiende EOF en worden beheerd overeenkomstig de uitvoeringsregeling voor het tiende EOF vanaf de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013 met betrekking tot de ACS-EG-Partnerschapsovereenomst en van de besluiten van de Raad inzake de financiële bijstand aan de LGO voor de periode 2008-2013.
Na 31 december 2007, of na de datum van inwerkingtreding van het meerjarig financieel kader voor de periode 2008-2013, indien deze datum later valt, worden de resterende middelen uit hoofde van het negende EOF of uit eerdere EOF’s niet langer vastgelegd, met uitzondering van saldi en middelen die na deze datum van inwerkingtreding zijn geannuleerd uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (STABEX) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het negende en met uitzondering van de in lid 2, onder b, bedoelde middelen. De middelen die mogelijk worden vastgelegd na 31 december 2007 doch voor de inwerkingtreding van dit akkoord, zoals hierboven bedoeld, worden uitsluitend gebruikt om ervoor te zorgen dat de EU-administratie kan blijven werken en om de lopende kosten te dekken voor de instandhouding van lopende projecten tot de inwerkingtreding van het tiende EOF.
Na 31 december 2007 worden geannuleerde middelen voor projecten in het kader van het negende EOF of voorgaande EOF’s niet langer vastgelegd, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders besluit, met uitzondering van de middelen die na deze datum van inwerkingtreding zijn geannuleerd uit hoofde van het stelsel voor de stabilisatie van de exportopbrengsten van landbouwgrondstoffen (STABEX) in het kader van EOF’s voorafgaand aan het negende EOF, die automatisch worden overgedragen naar de respectieve nationale indicatieve programma’s, bedoeld in artikel 2, onder a, i, en artikel 3, lid 1, en van de middelen, bedoeld in lid 2, onder b.
Het totaalbedrag voor het tiende EOF is bestemd voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2013. De middelen van het tiende EOF mogen worden vastgelegd tot en met 31 december 2013, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen en op voorstel van de Commissie anders besluit.
De rentebaten uit in het kader van eerdere EOF’s gefinancierde maatregelen en uit de middelen van het tiende EOF die door de Commissie worden beheerd en bij de betalingsgemachtigden in Europa als bedoeld in artikel 37, lid 1, van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst zijn gedeponeerd, worden gecrediteerd op een of meerdere ten name van de Commissie geopende rekeningen, en worden gebruikt overeenkomstig artikel 6. In het kader van het in artikel 10, lid 2, onder a, bedoelde financieel reglement wordt bepaald hoe de rentebaten uit de door de EIB beheerde middelen van het tiende EOF zullen worden gebruikt.
In geval van toetreding van een nieuwe staat tot de EU kan de in lid 2 bedoelde verdeling worden gewijzigd op voorstel van de Commissie bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit.
De financiële middelen kunnen voorts worden aangepast bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit, overeenkomstig artikel 62, lid 2, van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst.
Iedere lidstaat kan, onverminderd de besluitvormingsvoorschriften en -procedures van artikel 8, vrijwillige bijdragen ter beschikking van de Commissie of de EIB stellen ter ondersteuning van de doelstellingen van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst. De lidstaten mogen ook projecten of programma’s medefinancieren, bijvoorbeeld in het kader van specifieke initiatieven die door de Commissie of de EIB moeten worden beheerd. Gegarandeerd moet worden dat de ACS-staten op nationaal niveau de verantwoordelijkheid dragen in dergelijke initiatieven.
De uitvoeringsverordening en het financieel reglement bedoeld in artikel 10 bevatten de nodige bepalingen voor medefinanciering door het EOF en voor medefinancieringsactiviteiten die door de lidstaten worden uitgevoerd. De lidstaten stellen de Raad vooraf in kennis van hun vrijwillige bijdragen.
De Raad zal, overeenkomstig punt 7 van het Financieel Protocol bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, tezamen met de ACS-staten een prestatie-evaluatie uitvoeren, waarbij zal worden nagegaan in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd en wat het resultaat en het effect zijn van de steun. De evaluatie zal worden uitgevoerd op basis van een voorstel dat de Commissie in 2010 zal opstellen. Deze prestatie-evaluatie draagt bij aan een besluit over het bedrag van de financiële samenwerking na 2013.
Artikel 2. Middelen voor de ACS-staten
Het in artikel 1, lid 2, onder a, onder i, vermelde bedrag van 21,966 miljard EUR wordt als volgt over de samenwerkingsinstrumenten verdeeld:
- a. 17,766 miljard EUR ter financiering van nationale en regionale indicatieve programma’s. Dit bedrag zal worden gebruikt voor de financiering van
- i. de nationale indicatieve programma’s van de ACS-staten, overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 5 van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst;
- ii. de regionale indicatieve programma’s ter ondersteuning van de regionale en interregionale samenwerking en integratie van de ACS-staten, overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 11, artikel 13, lid 1, en artikel 14 van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst.
- b. 2,7 miljard EUR ter financiering van intra-ACS- en interregionale samenwerking met veel of alle ACS-staten, overeenkomstig artikel 12, artikel 13, lid 2, en artikel 14 van bijlage IV bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst inzake uitvoerings- en beheersprocedures. Dit bedrag omvat structurele steun aan de gemeenschappelijke instellingen: het COB en het TCL, bedoeld in bijlage III bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en gecontroleerd volgens de daarin vervatte regels en procedures, alsmede de Paritaire Parlementaire Vergadering, bedoeld in artikel 17 van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst. Dit bedrag omvat tevens financiering van de huishoudelijke uitgaven van het in de punten 1 en 2 van protocol 1 bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst bedoelde ACS-secretariaat.
- c. Een deel van de onder a en b bedoelde middelen kan worden gebruikt om externe schokken en onvoorziene behoeften op te vangen, waaronder eventueel aanvullende humanitaire kortetermijn- of noodhulp wanneer deze niet uit de EU-begroting kan worden gefinancierd, om de nadelige gevolgen van kortdurende fluctuaties van de exportopbrengsten te verzachten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.