Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken
De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,
Geleid door de wens de overmaking en uitvoering van rogatoire commissies te vergemakkelijken en te bevorderen, dat de verschillende werkwijzen welke zij te dien einde volgen beter met elkaar in overeenstemming worden gebracht,
Strevend naar verbetering van de wederzijdse samenwerking op het gebied van de rechtshulpverlening in burgerlijke en in handelszaken,
Hebben besloten te dien einde een Verdrag tot stand te brengen en zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ROGATOIRE COMMISSIES
Artikel 1
In burgerlijke en in handelszaken kan de rechterlijke autoriteit van een Verdragsluitende Staat overeenkomstig de wettelijke bepalingen van die Staat, bij wege van rogatoire commissie aan de bevoegde autoriteit van een andere Verdragsluitende Staat verzoeken, een handeling tot het verkrijgen van bewijs (onderzoekshandeling) of andere gerechtelijke handelingen te verrichten.
Een onderzoekshandeling kan niet worden verzocht met het doel partijen in staat te stellen, zich bewijs te verschaffen dat niet bestemd is om te dienen tot gebruik in een reeds aanhangige of in een toekomstige procedure.
De term „andere gerechtelijke handelingen" heeft geen betrekking op de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken, noch op maatregelen tot bewaring van recht of tot tenuitvoerlegging.
Artikel 2
Elke Verdragsluitende Staat wijst een Centrale Autoriteit aan, die belast is met het in ontvangst nemen van rogatoire commissies die afkomstig zijn van de rechterlijke autoriteit van een andere Verdragsluitende Staat, en met het overmaken daarvan aan de voor de uitvoering ervan bevoegde autoriteit. Iedere Staat organiseert de Centrale Autoriteit overeenkomstig de bepalingen van zijn eigen wetgeving.
De rogatoire commissies worden aan de Centrale Autoriteit van de aangezochte Staat overgemaakt zonder tussenkomst van een andere autoriteit van die Staat.
Artikel 3
De rogatoire commissie bevat de volgende gegevens:
- a). de verzoekende autoriteit en, indien mogelijk, de aangezochte autoriteit;
- b). de namen en adressen van de partijen en eventueel van hun vertegenwoordigers;
- c). de aard en het onderwerp van het geding en een beknopte uiteenzetting van de feiten;
- d). de onderzoekshandelingen of andere gerechtelijke handelingen die moeten worden verricht.
Voor zover nodig vermeldt de rogatoire commissie bovendien:
- e). de namen en adressen van de te horen personen;
- f). de vragen welke aan de te horen personen moeten worden gesteld, dan wel de feiten waarover zij moeten worden gehoord;
- g). de stukken of andere voorwerpen welke moeten worden onderzocht;
- h). het verzoek om de verklaring onder ede of belofte af te nemen en, eventueel, de formule die daarbij moet worden gebruikt;
- i). de bijzondere vormen waarvan de toepassing wordt verlangd overeenkomstig artikel 9.
De rogatoire commissie vermeldt eventueel tevens de inlichtingen welke nodig zijn voor de toepassing van artikel 11.
Er kan geen legalisatie of andere vergelijkbare formaliteit worden verlangd.
Artikel 4
De rogatoire commissie moet worden gesteld in de taal van de aangezochte autoriteit of vergezeld gaan van een vertaling in die taal.
Evenwel moet elke Verdragsluitende Staat een rogatoire commissie die in het Frans of het Engels is gesteld of vergezeld is van een vertaling in een van deze talen aanvaarden, tenzij die Staat zich daartegen heeft verzet door het maken van het voorbehoud voorzien in artikel 33.
Elke Verdragsluitende Staat die meer dan één officiële taal heeft en wegens redenen van zijn nationale wetgeving niet een rogatoire commissie voor zijn gehele grondgebied kan aanvaarden indien deze slechts in één van die talen is gesteld, moet door middel van een daartoe strekkende verklaring doen weten, in welke taal de rogatoire commissie moet worden gesteld of vertaald met het oog op de uitvoering ervan in de door die Staat aangewezen delen van zijn grond gebied. Indien de verplichting welke uit die verklaring voortvloeit zonder geldige reden niet is nageleefd, komen de kosten van de vertaling in de vereiste taal voor rekening van de Staat waarvan het verzoek is uitgegaan.
Elke Verdragsluitende Staat kan door middel van een daartoe strekkende verklaring doen weten, in welke andere taal of talen dan die bedoeld in de voorgaande leden een rogatoire commissie aan zijn Centrale Autoriteit kan worden gericht.
Elke aan een rogatoire commissie gehechte vertaling moet voor overeenstemmend zijn verklaard door een diplomatieke of consulaire ambtenaar, door een beëdigd vertaler dan wel door enige andere daartoe in een van de beide Staten bevoegd verklaarde persoon.
Artikel 5
Indien de Centrale Autoriteit van oordeel is dat de bepalingen van het Verdrag niet zijn geëerbiedigd, stelt zij de autoriteit van de verzoekende Staat die haar de rogatoire commissie heeft overgemaakt onverwijld daarvan in kennis en doet daarbij nauwkeurige opgave van de bezwaren welke tegen het verzoek zijn gerezen.
Artikel 6
Ingeval van onbevoegdheid van de aangezochte autoriteit, wordt de rogatoire commissie ambtshalve en onverwijld overgedragen aan de rechterlijke autoriteit van dezelfde Staat, die volgens de bepalingen van diens wetgeving wel bevoegd is.
Artikel 7
De verzoekende autoriteit wordt op haar verlangen ingelicht over het tijdstip waarop en de plaats waar de verlangde handeling zal worden verricht, opdat de belanghebbende partijen en eventueel hun vertegenwoordigers daarbij tegenwoordig kunnen zijn. Deze mededeling wordt rechtstreeks aan die partijen of hun vertegenwoordigers gedaan, wanneer de verzoekende autoriteit zulks heeft verzocht.
Artikel 8
Elke Verdragsluitende Staat kan verklaren, dat rechterlijke ambtenaren van de verzoekende autoriteit van een andere Verdragsluitende Staat de uitvoering van een rogatoire commissie mogen bijwonen. Daaraan kan de Staat die zulk een verklaring heeft afgelegd de voorwaarde verbinden, dat vooraf toestemming moet zijn verleend door een door die Staat aangewezen bevoegde autoriteit.
Artikel 9
De rechterlijke autoriteit die de rogatoire commissie uitvoert past, wat betreft de vormen waarin dit geschiedt, haar eigen landswet toe.
Deze autoriteit zal evenwel gehoor geven aan de wens van de autoriteit waarvan het verzoek uitgaat om een speciale vorm toe te passen, tenzij deze onverenigbaar is met de wet van de aangezochte Staat, of de toepassing niet mogelijk is hetzij wegens de rechterlijke gebruiken van de aangezochte Staat, hetzij wegens praktische moeilijkheden.
De rogatoire commissie moet onverwijld worden uitgevoerd.
Artikel 10
Bij de uitvoering van de rogatoire commissie past de aangezochte autoriteit de daartoe passende dwangmiddelen toe welke in haar eigen wet zijn voorzien, in de gevallen en in gelijke mate als zij daartoe verplicht zou zijn bij de uitvoering van een dergelijk verzoek van de autoriteiten van de eigen Staat, of bij het gevolg geven aan een daartoe strekkend verzoek van een belanghebbende partij.
Artikel 11
De rogatoire commissie wordt niet uitgevoerd, indien en voorzover de betrokken persoon zich beroept op een recht van verschoning of een verbod tot het afleggen van een verklaring gegrond op:
- a). de wet van de aangezochte Staat; of
- b). de wet van de verzoekende Staat, en het verschoningsrecht of het verbod is vermeld in de rogatoire commissie of, eventueel, op verzoek van de aangezochte autoriteit is bevestigd door de autoriteit waarvan het verzoek uitgaat.
Elke Verdragsluitende Staat kan verklaren, dat hij eveneens dergelijke verschoningsrechten en verboden erkent welke voorkomen in de wetten van andere Staten dan de Staat waaruit het verzoek afkomstig is en de aangezochte Staat, zulks in de mate waarin dit is aangegeven in die verklaring.
Artikel 12
De uitvoering van de rogatoire commissie kan niet worden geweigerd dan in zoverre
- a). die uitvoering in de aangezochte Staat niet behoort tot de bevoegdheid van de rechterlijke macht; of
- b). de aangezochte Staat van oordeel is dat die uitvoering een inbreuk zou betekenen op zijn soevereiniteit of zijn veiligheid.
De uitvoering kan niet worden geweigerd op de enkele grond, dat de wet van de aangezochte Staat ten aanzien van de zaak waarop het verzoek betrekking heeft uitsluitende rechtsmacht voor die Staat op eist, dan wel een rechtsvordering als waarop het verzoek betrekking heeft niet toekent.
Artikel 13
De stukken ten bewijze van de uitvoering van de rogatoire commissie worden door de aangezochte autoriteit aan de verzoekende autoriteit overgemaakt langs dezelfde weg die deze laatste heeft gebruikt.
Wanneer de rogatoire commissie niet of slechts ten dele is uitgevoerd, wordt de verzoekende autoriteit daarvan onverwijld verwittigd langs dezelfde weg en de redenen daarvoor worden daarbij medegedeeld.
Artikel 14
De uitvoering van de rogatoire commissie kan niet leiden tot terugbetaling van rechten of kosten van welke aard ook.
Evenwel heeft de aangezochte Staat het recht van de verzoekende Staat de terugbetaling te verlangen van vergoedingen welke zijn betaald aan deskundigen en tolken, alsmede van de kosten welke zijn veroorzaakt door de toepassing van een bijzondere vorm welke door de verzoekende Staat verzocht is overeenkomstig het tweede lid van artikel 9.
De aangezochte autoriteit welker wet het aan partijen overlaat de bewijzen te verzamelen en die niet in staat is zelf de rogatoire commissie uit te voeren, kan een daartoe geschikte persoon daarmede belasten na daartoe toestemming te hebben verkregen van de verzoekende autoriteit. Bij het verzoek tot een zodanige toestemming vermeldt de aangezochte autoriteit bij benadering de uit deze procedure voortvloeiende kosten. De toestemming brengt voor de verzoekende autoriteit de verplichting mee, die kosten terug te betalen. Is er geen toestemming verleend, dan kan de verzoekende autoriteit niet voor die kosten worden aangesproken.
HOOFDSTUK II. DE VERKRIJGING VAN BEWIJS DOOR DIPLOMATIEKE OF CONSULAIRE AMBTENAREN EN DOOR COMMISSARISSEN
Artikel 15
In burgerlijke en in handelszaken kan een diplomatieke of consulaire ambtenaar van een Verdragsluitende Staat op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat, binnen het ressort waar hij zijn functie uitoefent, zonder dwang elke onderzoekshandeling verrichten, mits daarbij slechts onderdanen van een Staat die hij vertegenwoordigt zijn betrokken en het een zaak betreft welke aanhangig is voor een gerecht van die Staat.
Elke Verdragsluitende Staat heeft de bevoegdheid te verklaren dat deze handeling slechts kan worden verricht indien daartoe verlof is verleend, op een daartoe strekkend verzoek van deze ambtenaar zelf of te zijnen behoeve gedaan, door de bevoegde autoriteit welke door de Staat die deze verklaring heeft afgelegd is aangewezen.
Artikel 16
Een diplomatieke of consulaire ambtenaar van een Verdragsluitende Staat kan bovendien op het gebied van een andere Verdragsluitende Staat, binnen het ressort waar hij zijn functie uitoefent, zonder dwang onderzoekshandelingen verrichten waarbij onderdanen van de Staat waar hij zijn functie uitoefent of onderdanen van derde Staten zijn betrokken, ten behoeve van een zaak die aanhangig is voor een gerecht van een Staat die hij vertegenwoordigt:
- a). indien een bevoegde autoriteit welke is aangewezen door de Staat waar de ambtenaar zijn functies verricht daartoe verlof heeft verleend, hetzij in het algemeen, hetzij voor ieder geval afzonderlijk, en
- b). indien hij de voorwaarden die de bevoegde autoriteit bij dat verlof heeft gesteld naleeft.
Elke Verdragsluitende Staat kan verklaren dat de hierboven bedoelde onderzoekshandelingen zonder zijn voorafgaand verlof mogen worden verricht.
Artikel 17
In burgerlijke en in handelszaken kan iedere persoon die daartoe op behoorlijke wijze als commissaris is benoemd, zonder dwang op het gebied van een Verdragsluitende Staat onderzoekshandelingen verrichten welke betrekking hebben op een procedure, welke aanhangig is voor een gerecht van een andere Verdragsluitende Staat:
- a). indien een bevoegde autoriteit welke is aangewezen door de Staat waar de uitvoering moet plaats vinden daartoe verlof heeft verleend, hetzij in het algemeen, hetzij voor ieder geval afzonderlijk, en
- b). indien hij de voorwaarden die de bevoegde autoriteit bij het verlof heeft gesteld naleeft.
Elke Verdragsluitende Staat kan verklaren dat de hierboven bedoelde onderzoekshandelingen zonder zijn voorafgaand verlof mogen worden verricht.
Artikel 18
Elke Verdragsluitende Staat kan verklaren dat een diplomatieke of consulaire ambtenaar of een commissaris, die bevoegd is tot het verrichten van een onderzoekshandeling in overeenstemming met artikel 15, 16 of 17, zich kan wenden tot de terzake als bevoegd aangewezen autoriteit van die Staat, met het verzoek de nodige bijstand te verkrijgen tot het verrichten van deze handeling door toepassing van dwangmiddelen. De verklaring kan elke voorwaarde bevatten welke de Staat die haar aflegt dienstig acht.
Wanneer de bevoegde autoriteit gevolg geeft aan het verzoek, past zij de dwangmiddelen toe welke passend zijn en in haar interne wet zijn voorzien.
Artikel 19
De bevoegde autoriteit kan aan het verlenen van het verlof bedoeld in de artikelen 15, 16 en 17 of van de toestemming op grond van artikel 18 de voorwaarden verbinden welke zij wenselijk acht, met name wat betreft het uur, de dag en de plaats van de onderzoekshandeling. Zij kan ook verlangen dat het uur, de dag en de plaats haar tevoren tijdig worden medegedeeld; in dat geval kan een vertegenwoordiger van die autoriteit die onderzoekshandeling bijwonen.
Artikel 20
De personen op wie een onderzoekshandeling als bedoeld in dit hoofdstuk betrekking heeft kunnen zich doen bijstaan door een raadsman.
Artikel 21
Wanneer een diplomatieke of consulaire ambtenaar of een commissaris bevoegd is of verlof heeft gekregen om een onderzoekshandeling te verrichten ingevolge de artikelen 15, 16 of 17:
- a). kan hij alle onderzoekshandelingen verrichten welke niet onverenigbaar zijn met de wet van de Staat waar de uitvoering geschiedt, of die niet in strijd is met het op grond van de evenvermelde artikelen verleend verlof en kan hij binnen dezelfde grenzen een verklaring onder ede of onder belofte voor zich doen afleggen;
- b). moet, tenzij de bij de onderzoekshandeling betrokken persoon onderdaan is van de Staat waar de procedure aanhangig is, iedere oproep om te verschijnen of om mede te werken aan een onderzoekshandeling zijn gesteld in de taal van de plaats waar de onderzoekshandeling wordt verricht, of vergezeld zijn van een vertaling in die taal;
- c). vermeldt de oproep dat de betrokkene zich kan doen bijstaan door een raadsman en, in elke Staat die niet een verklaring als bedoeld in artikel 18 heeft afgelegd, dat hij niet is gehouden om te verschijnen of mede te werken aan de onderzoekshandeling;
- d). kan de onderzoekshandeling worden verricht met inachtneming van de vormen die zijn voorgeschreven door de wet van het gerecht waar de procedure aanhangig is, mits deze vormen niet zijn verboden door de wet van de Staat waar de uitvoering geschiedt;
- e). kan de persoon op wie de onderzoekshandeling betrekking heeft zich beroepen op een recht van verschoning of een verbod als bedoeld in artikel 11.
Artikel 22
De omstandigheid dat een onderzoekshandeling niet kon worden verricht overeenkomstig de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk doordat een persoon geweigerd heeft er aan mede te werken, belet niet dat een rogatoire commissie voor dezelfde handeling later wordt verzocht overeenkomstig het eerste hoofdstuk.
HOOFDSTUK III. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 23
Elke Verdragsluitende Staat kan op het tijdstip van de ondertekening, bekrachtiging of toetreding verklaren, dat hij geen uitvoering geeft aan rogatoire commissies tot het houden van een procedure welke in de Staten waar de Comraon Law geldt bekend is als „pretrial discovery of documents".
Artikel 24
Elke Verdragsluitende Staat kan naast de Centrale Autoriteit nog andere autoriteiten aanwijzen; hij stelt de bevoegdheden daarvan vast. Evenwel kunnen rogatoire commissies steeds worden overgemaakt aan de Centrale Autoriteit.
Federale Staten hebben de bevoegdheid om meer dan één Centrale Autoriteit aan te wijzen.
Artikel 25
Elke Verdragsluitende Staat waarin meer dan één rechtsstelsel van kracht is, kan de autoriteiten van één van deze stelsels aanwijzen, die een exclusieve bevoegdheid zullen bezitten wat de uitvoering van de rogatoire commissies ingevolge dit Verdrag betreft.
Artikel 26
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.