Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg

Type Verdrag
Publication 1978-12-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen inzake de wet welke van toepassing is op de burgerrechtelijke, niet-contractuele aansprakelijkheid voor ongevallen in het wegverkeer,

Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten en zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Dit Verdrag bepaalt de wet welke van toepassing is op de burgerrechtelijke, niet-contractuele aansprakelijkheid voor ongevallen in het wegverkeer en wel ongeacht voor welke rechter vorderingen ter zake dienen te worden gebracht.

In dit Verdrag wordt onder ongeval in het wegverkeer verstaan een ongeval waarbij een of meer al dan niet gemotoriseerde voertuigen zijn betrokken en dat verband houdt met verkeer op de openbare weg, op terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een beperkt aantal personen, die het recht hebben om er te komen.

Artikel 2

Dit Verdrag is niet van toepassing op:

Artikel 3

De van toepassing zijnde wet is de interne wet van de Staat op welks grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden.

Artikel 4

Onverminderd de regeling vervat in artikel 5 wordt in de volgende gevallen afgeweken van het bepaalde in artikel 3:

Artikel 5

De wet welke krachtens de artikelen 3 en 4 van toepassing is op de aansprakelijkheid jegens een passagier beheerst tevens de aansprakelijkheid voor schade aan in het voertuig vervoerde goederen die zijn eigendom zijn of die aan hem waren toevertrouwd.

De wet die krachtens de artikelen 3 en 4 van toepassing is op de aansprakelijkheid jegens de eigenaar van het voertuig beheerst de aansprakelijkheid voor schade aan andere in het voertuig vervoerde goederen dan die bedoeld in de voorgaande alinea.

De aansprakelijkheid voor schade aan goederen die zich buiten het voertuig of de voertuigen bevonden wordt beheerst door de interne wet van de Staat op welks grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden. De aansprakelijkheid voor schade aan de persoonlijke eigendommen van een slachtoffer dat zich buiten het voertuig of de voertuigen bevond wordt evenwel beheerst door de interne wet van de Staat van registratie, indien deze wet volgens artikel 4 van toepassing is op de aansprakelijkheid jegens het slachtoffer.

Artikel 6

Ten aanzien van voertuigen die niet zijn geregistreerd of die in meer dan één Staat zijn geregistreerd, treedt voor de wet van de Staat van registratie in de plaats de interne wet van de Staat waarin zij hun gewone standplaats hadden. Hetzelfde geldt, indien op het tijdstip van het ongeval noch de eigenaar, noch de houder, noch de bestuurder van het voertuig zijn gewoon verblijf had in de Staat van registratie.

Artikel 7

Bij het bepalen van de aansprakelijkheid wordt, welke overigens de van toepassing zijnde wet zij, rekening gehouden met de verkeers- en veiligheidsvoorschriften die ter plaatse en ten tijde van het ongeval van kracht waren.

Artikel 8

De van toepassing zijnde wet bepaalt in het bijzonder:

Artikel 9

De gelaedeerden hebben een rechtstreekse vordering tot schadevergoeding op de verzekeraar van de aansprakelijke partij, indien zij dit recht bezitten krachtens de overeenkomstig de artikelen 3, 4 of 5 van toepassing zijnde wet.

Indien krachtens de artikelen 4 of 5 de wet van de Staat van registratie van toepassing is en die wet dit recht niet kent, kan het niettemin worden uitgeoefend indien zulks wordt toegestaan door de interne wet van de Staat op welks grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden.

Indien geen van beide wetten een zodanig recht kent, kan het worden uitgeoefend indien het wordt gegeven door de wet die de verzekeringsovereenkomst beheerst.

Artikel 10

Een volgens dit Verdrag van toepassing zijnde wet kan slechts ter zijde worden gesteld indien haar toepassing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.

Artikel 11

De toepassing van de artikelen 1 tot en met 10 van dit Verdrag is onafhankelijk van enig vereiste van wederkerigheid. Het Verdrag vindt toepassing, zelfs indien de van toepassing zijnde wet niet die van een Verdragsluitende Staat is.

Artikel 12

Elk gebiedsdeel van een Staat waar meer dan één rechtsstelsel bestaat wordt voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 11 als een Staat beschouwd wanneer dat gebiedsdeel een eigen rechtsstelsel heeft met betrekking tot de burgerrechtelijke, niet-contractuele aansprakelijkheid voor ongevallen in het wegverkeer.

Artikel 13

Een Staat waar meer dan een rechtsstelsel bestaat is niet gehouden dit Verdrag toe te passen op ongevallen die op zijn grondgebied hebben plaatsgevonden, wanneer daarbij slechts voertuigen zijn betrokken die in de gebiedsdelen van die Staat zijn geregistreerd.

Artikel 14

Een Staat waar meer dan een rechtsstelsel bestaat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging of toetreding verklaren, dat de werking van dit Verdrag zich uitstrekt tot elk van die rechtsstelsels, dan wel slechts tot één of enkele daarvan; hij kan deze verklaring te allen tijde wijzigen door het afleggen van een nieuwe verklaring.

Deze verklaringen worden ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland en dienen uitdrukkelijk de rechtsstelsels aan te geven, waarop het Verdrag van toepassing is.

Artikel 15

Dit Verdrag maakt geen inbreuk op andere Verdragen waarbij de Verdragsluitende Staten partij zijn of zullen worden en waarin op bijzondere gebieden de burgerrechtelijke, niet-contractuele aansprakelijkheid voor een ongeval wordt geregeld.

Artikel 16

Dit Verdrag staat ter ondertekening open voor de Staten vertegenwoordigd op de Elfde Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.

Het dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Artikel 17

Dit Verdrag treedt in werking op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, bedoeld in de tweede alinea van artikel 16.

Voor elke ondertekenende Staat die het Verdrag daarna bekrachtigt treedt het in werking op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.

Artikel 18

Staten die niet vertegenwoordigd zijn geweest op de Elfde Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht en die Lid zijn van deze Conferentie of van de Verenigde Naties of van een van haar gespecialiseerde organisaties of die Partij zijn bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof kunnen tot dit Verdrag toetreden nadat het overeenkomstig de eerste alinea van artikel 17 in werking is getreden.

De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Het Verdrag treedt voor een toetredende Staat in werking op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederlegging van zijn akte van toetreding.

De toetreding heeft slechts gevolg ten aanzien van de betrekkingen tussen de toetredende Staat en Verdragsluitende Staten die verklaard hebben de toetreding te aanvaarden. Een zodanige verklaring wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland; dit Ministerie doet daarvan langs diplomatieke weg een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan elk der Verdragsluitende Staten toekomen.

Tussen de toetredende Staat en de Staat die heeft verklaard de toetreding te aanvaarden treedt het Verdrag in werking op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederleggging van de verklaring van aanvaarding.

Artikel 19

Een Staat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging of toetreding verklaren dat dit Verdrag zich uitstrekt tot alle gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of tot één of enkele van die gebieden. Een zodanige verklaring wordt van kracht op de datum van de inwerkingtreding van het Verdrag voor de betrokken Staat.

Daarna wordt van zodanige uitbreidingen kennis gegeven aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Het Verdrag treedt voor de in de verklaring van uitbreiding genoemde gebieden in werking op de zestigste dag na de mededeling, bedoeld in de voorgaande alinea.

Artikel 20

Dit Verdrag blijft van kracht vijf jaar na de datum van zijn inwerkingtreding overeenkomstig de eerste alinea van artikel 17, ook voor de Staten die het Verdrag nadien hebben bekrachtigd of daartoe zijn toegetreden.

Indien geen opzegging heeft plaatsgevonden wordt het Verdrag behoudens opzegging, stilzwijgend telkens voor vijf jaar verlengd.

Opzeggingen dienen ten minste zes maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar ter kennis te worden gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

De opzegging kan beperkt worden tot bepaalde gebieden waarop het Verdrag van toepassing is.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de Staat die haar ter kennis heeft gebracht. Het Verdrag blijft voor de andere Verdragsluitende Staten van kracht.

Artikel 21

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland geeft aan de in artikel 16 bedoelde Staten en aan de Staten die overeenkomstig artikel 18 zijn toegetreden kennis van

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed the present Convention.

DONE at The Hague, on the fourth day of May 1971, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Government of the Netherlands, and of which a certified copy shall be sent, through the diplomatic channel, to each of the States represented at the Eleventh Session of the Hague Conference on Private International Law.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.