Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa
De Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, Canada, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Georgië, de Helleense Republiek, de Republiek Hongarije, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Kazachstan, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Moldavië, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, Oekraïne, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Russische Federatie, de Slowaakse Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Tsjechische Republiek, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, hierna te noemen de Partijen,
Geleid door het Mandaat voor onderhandelingen over conventionele strijdkrachten in Europa van 10 januari 1989,
Geleid door de doelstellingen van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, in het kader waarvan de onderhandelingen over dit Verdrag vanaf 9 maart 1989 in Wenen werden gevoerd,
Herinnerend aan hun verplichting zich in hun onderlinge betrekkingen, alsook in hun internationale betrekkingen in het algemeen, te onthouden van de dreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van een Staat, of enige andere vorm van dreiging met of gebruik van geweld die onverenigbaar is met de doelstellingen en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties,
Zich bewust van de noodzaak militaire conflicten in Europa te voorkomen,
Zich bewust van de door hen alle gedeelde verantwoordelijkheid om te streven naar de verwezenlijking van grotere stabiliteit en veiligheid in Europa,
Ernaar strevend de militaire confrontatie te vervangen door een nieuw patroon van veiligheidsbetrekkingen tussen alle Partijen, gebaseerd op vreedzame samenwerking, en aldus bij te dragen aan het overwinnen van de verdeeldheid van Europa,
Strevend naar verwezenlijking van de doelstellingen een veilig en stabiel evenwicht van conventionele strijdkrachten in Europa te bereiken op een lager niveau dan tot dusverre, de ongelijkheden weg te nemen die schadelijk zijn voor de stabiliteit en veiligheid, en, als zaak van hoge prioriteit, het vermogen om een verrassingsaanval te ondernemen en tot een grootscheepse offensieve actie over te gaan in Europa, uit te sluiten,
Eraan herinnerend dat zij het Verdrag van Brussel van 1948, het Verdrag van Washington van 1949 of het Verdrag van Warschau van 1955[Red: Het Verdrag van Warschau van 1955 is niet langer van kracht. Een aantal Partijen van de eerste groep omschreven in punt 4 van deze Bijlage hebben dat verdrag niet ondertekend of zijn niet ertoe toegetreden.] hebben ondertekend, dan wel daartoe zijn toegetreden, en dat zij het recht hebben al dan niet partij te zijn bij verdragen van bondgenootschap,
Zich ertoe verbindend te verzekeren dat de aantallen bij het Verdrag beperkte wapensystemen binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag niet meer omvatten dan 40.000 gevechtstanks, 60.000 pantserger vechtsvoertuigen, 40.000 stukken artillerie, 13.600 gevechtsvliegtuigen en 4.000 aanvalshelikopters,
Bevestigend dat met dit Verdrag niet wordt beoogd de veiligheidsbelangen van een Staat te schaden,
Bevestigend hun inzet tot voortzetting van het proces van conventionele-wapenbeheersing, met inbegrip van onderhandelingen, waarbij de toekomstige vereisten voor de stabiliteit en veiligheid in Europa in het licht van de politieke ontwikkelingen in Europa in acht worden genomen,
Zijn overeengekomen als volgt:
Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).
Artikel I
Elke Partij vervult de verplichtingen die zijn vervat in dit Verdrag, zulks overeenkomstig de bepalingen daarvan, met inbegrip van de verplichtingen betreffende de volgende vijf categorieën conventionele strijdkrachten: gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en gevechtshelikopters.
Elke Partij voert ook de andere in dit Verdrag vervatte maatregelen uit die gericht zijn op het verzekeren van veiligheid en stabiliteit, zowel tijdens het tijdvak van vermindering van conventionele strijdkrachten als na de voltooiing van de verminderingen.
Dit Verdrag omvat mede het Protocol inzake bestaande typen conventionele wapensystemen, hierna te noemen het Protocol inzake bestaande typen, met een Bijlage daarbij; het Protocol inzake procedures betreffende de reclassificering van bepaalde modellen of versies van lesvliegtuigen met gevechtscapaciteit als onbewapende lesvliegtuigen, hierna te noemen het Protocol inzake de reclassificering van vliegtuigen; het Protocol inzake procedures betreffende de vermindering van conventionele wapensystemen beperkt bij het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa, hierna te noemen het Protocol inzake vermindering; het Protocol inzake procedures betreffende de categorisering van gevechtshelikopters en de recategorisering van algemeen inzetbare aanvalshelikopters, hierna te noemen het Protocol inzake de recategorisering van helikopters; het Protocol inzake bekendmaking en uitwisseling van informatie, hierna te noemen het Protocol inzake informatie-uitwisseling, met een Bijlage inzake vormvoorschriften voor de uitwisseling van informatie, hierna te noemen de Bijlage inzake vormvoorschriften; het Protocol inzake inspectie; het Protocol inzake het Gemengd Overlegorgaan; en het Protocol inzake de voorlopige toepassing van enkele bepalingen van het Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa, hierna te noemen het Protocol inzake voorlopige toepassing. Elk van deze documenten maakt een integrerend deel uit van dit Verdrag.
Artikel II
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- A. wordt onder „groep van Partijen” verstaan de groep van Partijen die het Verdrag van Warschau van 1955 hebben ondertekend, bestaande uit de Republiek Armenië, de Republiek Azerbeidzjan, de Republiek Belarus, de Republiek Bulgarije, de Republiek Georgië, de Republiek Hongarije, de Republiek Kazachstan, de Republiek Moldavië, Oekraïne, de Republiek Polen, Roemenië, de Russische Federatie, de Slowaakse Republiek en de Tsjechische Republiek en het Koninkrijk België, Canada, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Helleense Republiek, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk Noorwegen, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Turkije, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika.
- B. wordt onder „toepassingsgebied” verstaan het gehele landgebied van de Partijen in Europa van de Atlantische Oceaan tot het Oeralgebergte, dat mede alle Europese eilandgebieden van de Partijen omvat, met inbegrip van de Faeröer van het Koninkrijk Denemarken, Spitsbergen met inbegrip van Bereneiland van het Koninkrijk Noorwegen, de Azoren en Madeira van de Portugese Republiek, de Canarische Eilanden van het Koninkrijk Spanje en Franz-Josefland en Nova Zembla van de Russische Federatie. Wat de Russische Federatie en de Republiek Kazachstan betreft, omvat het toepassingsgebied al het grondgebied ten westen van de rivier de Oeral en de Kaspische Zee;
- C. wordt onder „gevechtstank” verstaan een zichzelf voortbewegend pantsergevechtsvoertuig,. met grote vuurkracht, hoofdzakelijk door middel vaneen hoofdvuurwapen voor vlakbaanvuur met een hoge aanvangssnelheid noodzakelijk om gepantserde en andere doelen te bestrijden, met een grote terreinvaardigheid en -mobiliteit, en een hoog niveau van zelfbescherming, dat niet in de eerste plaats is ontworpen en uitgerust voor het vervoer van gevechtstroepen. Zulke pantservoertuigen dienen als het voornaamste wapensysteem voor tank- en andere pantserformaties van de landstrijdkrachten. Gevechtstanks zijn pantserrupsgevechtsvoertuigen met een onbeladen gewicht van ten minste 16,5 metrieke ton, die zijn.bewapend met een 360 graden, draaibaar kanon met een kaliber van ten minste 75 mm. Daarnaast worden alle pantserwielgevechtsvoertuigen die in dienst worden genomen en die aan alle andere bovenvermelde criteria voldoen, eveneens als gevechtstanks beschouwd.
- D. wordt onder „pantsergevechtsvoertuig” verstaan een zichzelf voortbewegend voertuig met pantserbescherming en terreinvaardigheid. Pantsergevechtsvoertuigen omvatten gepantserde personeelsvoertuigen, pantserinfanteriegevechtsvoertuigen en zwaar bewapende gevechtsvoertuigen. Onder „gepantserd personeelsvoertuig” wordt verstaan een pantsergevechtsvoertuig dat is ontworpen en uitgerust voor het vervoer van een infanteriegevechtsgroep en dat over het algemeen is bewapend met een geïntegreerd of organiek wapen met een kaliber van minder dan 20 mm. Onder „pantserinfanteriegevechtsvoertuig” wordt verstaan een pantsergevechtsvoertuig dat in de eerste plaats is ontworpen en uitgerust voor het vervoer van een infanteriegevechtsgroep, dat gewoonlijk de troepen in staat stelt te vuren vanuit het inwendige van het voertuig onder pantserbescherming en dat is bewapend met een geïntegreerd of organiek kanon met een kaliber van ten minste 20 mm en soms met een antitank-raketlanceerinrichting. Pantserinfanteriegevechtsvoertuigen fungeren als het voornaamste wapensysteem van gepantserde, gemechaniseerde of gemotoriseerde infanterieformaties en -eenheden van de landstrijdkrachten. Onder „zwaarbewapend gevechtsvoertuig” wordt verstaan een pantsergevechtsvoertuig met een geïntegreerd of organiek vuurwapen met een kaliber van ten minste 75 mm voor vlakbaanvuur, met een onbeladen gewicht van ten minste 6,0 metrieke ton, dat niet valt onder de begripsomschrijvingen van een gepantserd personeelsvoertuig, een pantserinfanteriegevechtsvoertuig of een gevechtstank.
- E. wordt onder „onbeladen gewicht” verstaan het gewicht van het voertuig zonder het gewicht van munitie, brandstof, olie en smeermiddelen, afneembaar reactief pantser, reservedelen, gereedschappen en toebehoren, verwijderbare snorkeluitrusting, en bemanning en de persoonlijke uitrusting daarvan.,
- F. wordt onder „artillerie” verstaan systemen met een groot kaliber die gronddoelen kunnen bestrijden door middel van in hoofdzaak krombaanvuur. Deze artilleriesystemen bieden essentiële ondersteuning in de vorm van krombaanvuur aan eenheden van verbonden wapens. Grootkaliber-artilleriesystemen zijn kanonnen, houwitsers, stukken artillerie die de kenmerken van kanonnen en houwitsers in zich verenigen, mortieren en meervoudige raketwerpers met een kaliber van 100 mm of meer. Daarnaast tellen alle toekomstige grootkalibersystemen voor vlakbaanvuur die een secundair effectief vermogen tot krombaanvuur hebben, mee voor de plafonds voor artillerie.
- G. wordt onder „gestationeerde conventionele strijdkrachten” verstaan de conventionele strijdkrachten van een Partij die zijn gestationeerd binnen het toepassingsgebied op het grondgebied van een andere Partij.
- H. wordt onder „aangewezen permanente opslagplaats” verstaan een plaats binnen een duidelijk omschreven begrenzing waar zich bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen bevinden die worden meegeteld voor de totale plafonds, maar die niet zijn onderworpen aan beperkingen op bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen in actieve eenheden.
- I. wordt onder „brugleggende tank” verstaan een zichzelf voortbewegend brugleggend pantservoertuig dat een brug kan vervoeren en met behulp van ingebouwde mechanismen een brug kan plaatsen en wegnemen. Een dergelijk voertuig met een brugconstructie functioneert als een geïntegreerd systeem.
- J. wordt onder „bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen” verstaan gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters onderworpen aan de getalsmatige beperkingen vervat in de artikelen IV, V en VI.
- K. wordt onder „gevechtsvliegtuig” verstaan een vliegtuig met vaste of verstelbare vleugels, bewapend en uitgerust voor het aanvallen van doelen door gebruikmaking van geleide projectielen, ongeleide raketten, bommen, machinegeweren, kanonnen of andere vernietigingswapens, alsmede modellen of versies van zulke vliegtuigen die andere militaire taken verrichten zoals verkenning of elektronische oorlogvoering. De term „gevechtsvliegtuig” omvat geen lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd voor de initiële vliegopleiding.
- L. wordt onder „gevechtshelikopter” verstaan een hefschroefvliegtuig bewapend en uitgerust voor het aanvallen van doelen of uitgerust voor het verrichten van andere militaire taken. De term „gevechtshelikopter” omvat aanvalshelikopters en gevechtsondersteunende helikopters. De term „gevechtshelikopter” omvat geen onbewapende transporthelikopters.
- M. wordt onder „aanvalshelikopter” verstaan een gevechtshelikopter uitgerust om geleide anti-pantser-, lucht-grond- of lucht-luchtwapens te hanteren en uitgerust met een geïntegreerd vuurleidings- en richtsysteem voor deze wapens. De term „aanvalshelikopter” omvat gespecialiseerde aanvalshelikopters en algemeen inzetbare aanvalshelikopters.
- N. wordt onder „gespecialiseerde aanvalshelikopter” verstaan een aanvalshelikopter die in de eerste plaats is ontworpen voor het hanteren van geleide wapens. ,
- O. wordt onder, „algemeen inzetbare aanvalshelikopter” verstaan een aanvalshelikopter ontworpen voor het verrichten van uiteenlopende militaire taken en uitgerust voor het gebruiken van geleide wapens.
- P. wordt onder „gevechtsondersteunende helikopter” verstaan een gevechtshelikopter die niet voldoet aan de eisen om als aanvalshelikopter te kunnen worden aangemerkt en die kan zijn uitgerust met diverse zelfverdedigings- en zonewapens zoals machinegeweren, kanonnen en ongeleide raketten, bommen of clusterbommen, of die kan zijn uitgerust voor het verrichten van andere militaire taken.
- Q. wordt onder „conventionele wapensystemen waarop dit Verdrag van toepassing is” verstaan gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen, lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd voor de initiële vliegopleiding, onbewapende lesvliegtuigen, gevechtshelikopters, onbewapende transporthelikopters, brugleggende tanks, op een gepantserd personeelsvoertuig lijkende voertuigen en op een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkende voertuigen die zijn onderworpen aan de uitwisseling van informatie in overeenstemming met het Protocol inzake informatie-uitwisseling.
- R. wordt onder „in dienst”, wanneer dit wordt gebruikt bij conventionele strijdkrachten en conventionele wapensystemen, verstaan gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen, lesvliegtuigen ontworpen en gebouwd voorde initiële vliegopleiding, onbewapende lesvliegtuigen, gevechtshelikopters, onbewapende transporthelikopters, brugleggende tanks, op een gepantserd personeelsvoertuig lijkende voertuigen en op een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkende voertuigen die zich binnen het toepassingsgebied bevinden, met uitzondering van die welke in het bezit zijn van organisaties die qua opzet en structuur zijn bedoeld om binnenlandse veiligheidstaken in vredestijd te verrichten of die behoren tot de in artikel III genoemde uitzonderingsgevallen.
- S. wordt onder „op een gepantserd personeelsvoertuig lijkend voertuig” en „op een pantserinfanteriegevechtsvoertuig lijkend voertuig” verstaan een pantservoertuig gebouwd op hetzelfde chassis als, en een uiterlijke gelijkenis vertonend met, onderscheidenlijk een gepantserd personeelsvoertuig en een pantserinfanteriegevechtsvoertuig dat geen vuurwapen met een kaliber van 20 mm of meer heeft en dat op zodanige wijze is gebouwd of gewijzigd dat het vervoer van een infanteriegevechtsgroep niet mogelijk is. Gelet op de bepalingen van het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, van 12 augustus 1949, waarbij een bijzondere status wordt toegekend aan ambulances, worden gepantserde gewondentransportvoertuigen niet beschouwd als op een pantsergevechtsvoertuig of een gepantserd personeelsvoertuig lijkende voertuigen.
- T. wordt onder „verminderingsplaats” verstaan een duidelijk aangewezen plaats waar de vermindering van bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen plaatsvindt in overeenstemming met artikel VIII.
- U. wordt onder „verminderingsverplichting” verstaan het aantal in elke categorie bij het Verdrag beperkte conventionele wapensystemen tot de vermindering waarvan een Partij zich verplicht gedurende het tijdvak van 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag ten einde naleving van artikel VII te verzekeren.
De bestaande typen conventionele wapensystemen waarop dit Verdrag van toepassing is, worden opgesomd in het Protocol inzake bestaande typen. De lijsten van bestaande typen worden periodiek bijgewerkt in overeenstemming met artikel XVI, tweede lid, letter d, en Titel IV van het Protocol inzake bestaande typen. Deze bijgewerkte lijsten van bestaande typen worden niet beschouwd als wijzigingen op dit Verdrag.
De in het Protocol inzake bestaande typen opgesomde bestaande typen gevechtshelikopters worden gecategoriseerd in overeenstemming met Titel I van het Protocol inzake de recategorisering van helikopters.
Artikel III
Voor de toepassing van dit Verdrag passen de Partijen de volgende telregels toe:
Alle gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, artillerie, gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters zoals omschreven in artikel II die zich binnen het toepassingsgebied bevinden, zijn onderworpen aan de getalsmatige beperkingen en andere bepalingen vervat in de artikelen IV, V en VI, met uitzondering van die welke in overeenstemming met de normale gebruiken van een Partij:
- A. in produktie zijn, dan wel met de produktie samenhangende beproeving ondergaan;
- B. uitsluitend worden gebruikt voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden;
- C. behoren tot historische verzamelingen;
- D. in afwachting zijn van een andere bestemming, na uit dienst te zijn gesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel IX;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.