Verdrag inzake de voltrekking en de erkenning van de geldigheid van huwelijken

Type Verdrag
Publication 1991-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Geleid door de wens de voltrekking van huwelijken en de erkenning van de geldigheid van huwelijken te vergemakkelijken, hebben besloten hiertoe een Verdrag te sluiten en zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK I. DE VOLTREKKING VAN HET HUWELIJK

Artikel 1

Dit hoofdstuk is van toepassing op de vereisten die in een Verdragsluitende Staat voor de voltrekking van het huwelijk worden gesteld.

Artikel 2

De vorm van de huwelijksvoltrekking wordt beheerst door het recht van de Staat waar het huwelijk wordt voltrokken.

Artikel 3

Het huwelijk wordt voltrokken:

Artikel 4

De Staat waar het huwelijk wordt voltrokken kan van de aanstaande echtgenoten elk dienstig bewijs verlangen van de inhoud van een vreemd recht dat ingevolge de voorgaande artikelen van toepassing is.

Artikel 5

Het recht dat door dit hoofdstuk als toepasselijk is aangewezen, wordt slechts dan niet toegepast indien zulks kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van de Staat waar het huwelijk wordt voltrokken.

Artikel 6

Een Verdragsluitende Staat kan, in afwijking van artikel 3, onder 1, zich het recht voorbehouden ten aanzien van de echtgenoot die niet de nationaliteit van die Staat bezit en er geen gewoon verblijf houdt, zijn interne recht niet toe te passen op de materiële huwelijksvereisten.

HOOFDSTUK II. DE ERKENNING VAN DE GELDIGHEID VAN HET HUWELIJK

Artikel 7

Dit hoofdstuk is van toepassing op de erkenning in een Verdragsluitende Staat van de rechtsgeldigheid van een in een andere Staat voltrokken huwelijk.

Artikel 8

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

Artikel 9

Het huwelijk dat rechtsgeldig is tot stand gekomen volgens het recht van de Staat waar het is voltrokken, of dat volgens dat recht later rechtsgeldig wordt, wordt in iedere Verdragsluitende Staat met inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk als zodanig beschouwd.

Het huwelijk dat ten overstaan van een diplomatiek of consulair ambtenaar overeenkomstig diens recht is voltrokken wordt eveneens als rechtsgeldig beschouwd, mits deze huwelijksvoltrekking in de Staat waar het huwelijk is voltrokken niet verboden is.

Artikel 10

Wanneer een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit, wordt het huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn tot het tegendeel is bewezen.

Artikel 11

Een Verdragsluitende Staat kan slechts weigeren de geldigheid van een huwelijk te erkennen indien, volgens het recht van die Staat, een der echtgenoten op het tijdstip van dat huwelijk:

Niettemin kan in het onder 1 van het vorige lid bedoelde geval de erkenning niet worden geweigerd indien het huwelijk later geldig is geworden door de ontbinding of de nietigverklaring van het eerdere huwelijk.

Artikel 12

De regels van dit hoofdstuk zijn mede van toepassing, indien de vraag van de erkenning van de geldigheid van een huwelijk bij wijze van voorvraag, in verband met een andere vraag moet worden beantwoord.

Niettemin behoeven deze regels niet te worden toegepast wanneer deze andere vraag, volgens de verwijzingsregels van de Staat waar die vraag moet worden beantwoord, door het recht van een niet-verdragsluitende Staat wordt beheerst.

Artikel 13

Dit Verdrag verzet er zich niet tegen dat in een Verdragsluitende Staat rechtsregels worden toegepast welke voor de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken gunstiger zijn.

Artikel 14

Een Verdragsluitende Staat kan weigeren de geldigheid van een huwelijk te erkennen, indien deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met zijn openbare orde.

Artikel 15

Dit hoofdstuk is van toepassing ongeacht het tijdstip waarop het huwelijk is voltrokken.

Niettemin kan een Verdragsluitende Staat zich het recht voorbehouden dit hoofdstuk niet toe te passen op een huwelijk dat is voltrokken vóór het tijdstip waarop dit Verdrag voor die Staat in werking is getreden.

HOOFDSTUK III. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 16

Een Verdragsluitende Staat kan zich het recht voorbehouden, de toepassing van hoofdstuk I uit te sluiten.

Artikel 17

Wanneer een Staat een of meer gebiedsdelen omvat waarin verschillende rechtsstelsels worden toegepast op het huwelijk, wordt iedere verwijzing naar het recht van de Staat waar het huwelijk is voltrokken opgevat als een verwijzing naar het recht van het gebiedsdeel waar het huwelijk wordt of is voltrokken.

Artikel 18

Wanneer een Staat twee of meer gebiedsdelen omvat waarin verschillende rechtsstelsels worden toegepast op het huwelijk, wordt iedere verwijzing in verband met de erkenning van de geldigheid van een huwelijk naar het recht van die Staat opgevat als een verwijzing naar het recht van het gebiedsdeel waar de erkenning wordt gevraagd.

Artikel 19

Een Staat die twee of meer gebiedsdelen omvat waarin verschillende rechtsstelsels worden toegepast op het huwelijk, is niet gehouden het Verdrag toe te passen op de erkenning in een gebiedsdeel van de geldigheid van een huwelijk, dat in een ander gebiedsdeel is voltrokken.

Artikel 20

Wanneer een Staat terzake van het huwelijk twee of meer rechtsstelsels kent die worden toegepast op verschillende categorieën personen, wordt iedere verwijzing naar het recht van die Staat opgevat als een verwijzing naar het rechtsstelsel, door de in die Staat van kracht zijnde regels aangewezen.

Artikel 21

Het Verdrag laat onverlet de toepassing van enig verdrag dat bepalingen bevat over de voltrekking of de erkenning van de geldigheid van huwelijken, waarbij een Verdragsluitende Staat partij is op het tijdstip dat dit Verdrag voor die Staat in werking treedt.

Dit Verdrag laat onverlet het recht van een Verdragsluitende Staat, partij te worden bij een verdrag dat bepalingen bevat over de voltrekking of de erkenning van de geldigheid van huwelijken, dat berust op bijzondere banden van regionale of andere aard.

Artikel 22

Dit Verdrag vervangt in de betrekkingen tussen de Staten die daarbij partij zijn, het Verdrag tot regeling van de wetsconflicten met betrekking tot het huwelijk, gesloten te 's-Gravenhage op 12 juni 1902.

Artikel 23

Elke Verdragsluitende Staat deelt op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding aan het Ministerie van Buitenlandse Zakenvan het Koninkrijk der Nederlanden mede welke autoriteiten volgens zijn recht bevoegd zijn de in artikel 10 bedoelde huwelijksverklaring af te geven, en daarna elke wijziging betreffende deze autoriteiten.

HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 24

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Staten die lid waren van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht ten tijde van haar Dertiende zitting.

Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd en de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 25

Elke andere Staat kan tot het Verdrag toetreden.

De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 26

Elke Staat kan, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat het Verdrag zich uitstrekt tot alle gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, of tot een of meer van die gebieden. Deze verklaring wordt van kracht op het tijdstip waarop het Verdrag voor die Staat in werking treedt.

Deze verklaring, evenals iedere latere uitbreiding, wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 27

Een Verdragsluitende Staat, die twee of meer grondgebieden omvat waar verschillende rechtsstelsels op het huwelijk worden toegepast, kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat dit Verdrag van toepassing is op al deze gebiedsdelen of slechts op een of meer daarvan, en kan deze verklaring op ieder later tijdstip uitbreiden.

Deze verklaringen worden ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden en geven uitdrukkelijk het gebiedsdeel aan waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel 28

Elke Verdragsluitende Staat kan uiterlijk op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding een of meer van de voorbehouden maken, bedoeld in de artikelen 6,15 en 16. Andere voorbehouden zijn niet toegestaan.

Elke Staat kan te allen tijde een voor hem gemaakt voorbehoud intrekken. Deze intrekking wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

Het voorbehoud houdt op van kracht te zijn op de eerste dag van de derde kalendermaand na de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving.

Artikel 29

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde kalendermaand na de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding bedoeld in de artikelen 24 en 25.

Vervolgens treedt het Verdrag in werking:

Artikel 30

Dit Verdrag blijft gedurende vijf jaar van kracht, te rekenen van de datum van zijn inwerkingtreding overeenkomstig artikel 29, eerste lid, ook voor de Staten die het later hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd of ertoe zijn toegetreden.

Het Verdrag wordt behoudens opzegging, stilzwijgend verlengd, telkens voor vijf jaar.

De opzegging moet tenminste zes maanden voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar ter kennis worden gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Zij kan worden beperkt tot enkele van de gebiedsdelen of territoriale eenheden waarop het Verdrag van toepassing is.

De opzegging geldt slechts ten aanzien van de Staat die haar heeft gedaan. Voor de andere Verdragsluitende Staten blijft het Verdrag van kracht.

Artikel 31

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de lid-Staten van de Conferentie, alsmede de Staten die zijn toegetreden overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague, on the 14th day of March 1978, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Government of the Kingdom of the Netherlands and of which a certified copy shall be sent, through the diplomatic channel, to each of the .States Members of the Hague Conference on Private International Law at the date of its Thirteenth Session.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.