Internationale Koffieovereenkomst 2001
De regeringen die partij zijn bij deze overeenkomst,
Zich bewust van de bijzondere betekenis van koffie voor de economie van vele landen die grotendeels van dit product afhankelijk zijn voor hun inkomsten uit export en, in verband daarmede, voor de verdere tenuitvoerlegging van hun ontwikkelingsprogramma’s op sociaal en economisch gebied;
Zich bewust van de betekenis van de koffiesector voor de bestaanszekerheid van miljoenen mensen, met name in de ontwikkelingslanden, en in het besef dat de productie in vele van die landen op kleinschalige familiebedrijven plaatsvindt;
Zich bewust van de noodzaak de ontwikkeling van de productiemiddelen en de uitbreiding en instandhouding van de werkgelegenheid en van de inkomsten in de koffie-industrie van de landen die lid zijn te bevorderen, teneinde aldus in rechtvaardige lonen, een hogere levensstandaard en betere arbeidsomstandigheden te voorzien;
Overwegende dat nauwe internationale samenwerking op het gebied van de koffiehandel de economische diversificatie en ontwikkeling van de koffieproducerende landen bevordert, bijdraagt tot verbetering van de politieke en economische betrekkingen tussen koffie-exporterende en koffie-importerende landen, en het koffieverbruik stimuleert;
Zich bewust van de wenselijkheid verstoringen van het evenwicht tussen productie en verbruik te vermijden, aangezien die kunnen leiden tot sterke prijsschommelingen, die zowel voor de producenten als voor de verbruikers schadelijk zijn;
Overwegende dat er een verband bestaat tussen de stabiliteit van de koffiehandel en de stabiliteit van de markten voor industrieproducten;
Gelet op de voordelen van de internationale samenwerking die tot stand is gekomen als gevolg van de toepassing van de internationale koffieovereenkomsten van 1962, 1968, 1976, 1983 en 1994,
Zijn als volgt overeengekomen:
HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN
Artikel 1. Doelstellingen
De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:
-
- het bevorderen van de internationale samenwerking ten aanzien van koffie;
-
- het instellen van een forum voor intergouvernementeel overleg en in voorkomend geval onderhandelingen over koffieaangelegenheden en over methoden om een redelijk evenwicht te bewerkstelligen tussen de wereldvoorraad en de wereldvraag op basis van een toereikende koffieaanvoer tegen redelijke prijzen voor de verbruikers en een koffieafzet tegen lonende prijzen voor de producenten, en met het oog op een duurzaam evenwicht van productie en verbruik;
-
- het instellen van een forum voor overleg over koffieaangelegenheden met de particuliere sector;
-
- het bevorderen van de groei en de transparantie van de internationale koffiehandel;
-
- het centraliseren en bevorderen van de inzameling, verspreiding en publicatie van economische en technische gegevens, statistieken en studies en onderzoek en ontwikkeling betreffende koffie;
-
- het bevorderen van de ontwikkeling door de leden van een duurzame koffie-economie;
-
- het bevorderen, aanmoedigen en vergroten van het koffieverbruik;
-
- het verrichten van analyses en het verlenen van advies over het opzetten van projecten ter bevordering van de mondiale koffie-economie, zodat deze kunnen worden ingediend bij donor- of financieringsorganisaties;
-
- het bevorderen van kwaliteit;
-
- het bevorderen van opleidings- en voorlichtingsprogramma’s die behulpzaam zijn bij de overdracht van voor koffie relevante technologie naar de leden.
HOOFDSTUK II. DEFINITIES
Artikel 2. Definities
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
-
- koffie: de bonen en bessen van de koffieboom, in de hoornschil, al dan niet gebrand, alsmede gemalen, cafeïnevrije, vloeibare en oplosbare koffie. De Raad evalueert zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en nogmaals drie jaar na die datum, de onder d, e, f en g genoemde conversiecoëfficiënten. Na deze evaluatie stelt de Raad bij meervoudige tweederde meerderheid van stemmen passende conversiecoëfficiënten vast en publiceert deze. Vóór de eerste evaluatie heeft plaatsgevonden, en ingeval de Raad niet tot een besluit kan komen, gelden de conversiecoëfficiënten van de Internationale Koffieovereenkomst van 1994, die in bijlage I bij deze overeenkomst zijn opgenomen. Deze bepalingen in aanmerking genomen, wordt onder onderstaande termen het volgende verstaan:
- a. ongebrande koffie: alle koffie in boonvorm vóór het branden;
- b. gedroogde koffiebessen: de gedroogde vruchten van de koffieboom; voor de berekening van het equivalent van gedroogde koffiebessen ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de gedroogde koffiebessen vermenigvuldigd met 0,50;
- c. koffie in de hoornschil: de ongebrande koffieboon in de hoornschil; voor de berekening van het equivalent van koffie in de hoornschil ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de koffie in de hoornschil vermenigvuldigd met 0,80;
- d. gebrande koffie: koffie in boonvorm die gebrand is, ongeacht tot welke graad, ook indien gemalen;
- e. cafeïnevrije koffie: ongebrande, gebrande of oplosbare koffie waaraan cafeïne is onttrokken;
- f. vloeibare koffie: de in water oplosbare vaste bestanddelen, afkomstig van gebrande koffie en in vloeibare vorm gebracht;
- g. oplosbare koffie: de gedroogde, in water oplosbare vaste bestanddelen, afkomstig van gebrande koffie;
-
- baal: 60 kg of 132,276 pond ongebrande koffie;ton: een metrieke ton van 1 000 kg of 2 204,6 pond;pond: 453,597 gram;
-
- koffiejaar: periode van één jaar van 1 oktober tot en met 30 september;
-
- Organisatie en Raad: respectievelijk de Internationale Koffieorganisatie en de Internationale Koffieraad;
-
- overeenkomstsluitende partij: een regering of intergouvernementele organisatie als bedoeld in artikel 4, lid 3, die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of voorlopige toepassing van deze overeenkomst heeft nedergelegd overeenkomstig de artikelen 44 en 45, dan wel tot de overeenkomst is toegetreden overeenkomstig artikel 46;
-
- lid: een overeenkomstsluitende partij; een aangewezen gebied dat of aangewezen gebieden die krachtens artikel 5 als afzonderlijk lid is of zijn aangemeld; dan wel twee of meer overeenkomstsluitende partijen of aangewezen gebieden, of beide, die van de Organisatie deel uitmaken als ledengroep overeenkomstig artikel 6;
-
- exporterend lid of exporterend land: een lid of een land dat netto-exporteur van koffie is, dat wil zeggen een lid of een land waarvan de uitvoer de invoer overtreft;
-
- importerend lid of importerend land: een lid of een land dat netto-importeur van koffie is, dat wil zeggen een lid of een land waarvan de invoer de uitvoer overtreft;
-
- meervoudige gewone meerderheid van stemmen: meer dan de helft van de stemmen van de aanwezige en stemmende exporterende leden, en meer dan de helft van de stemmen van de aanwezige en stemmende importerende leden, afzonderlijk geteld;
-
- meervoudige tweederde meerderheid van stemmen: meer dan twee derde van de stemmen van de aanwezige en stemmende exporterende leden, en meer dan twee derde van de stemmen van de aanwezige en stemmende importerende leden, afzonderlijk geteld;
-
- inwerkingtreding: tenzij anders bepaald, heeft dit begrip betrekking op de datum waarop deze overeenkomst voorlopig of definitief in werking treedt.
HOOFDSTUK III. ALGEMENE VERBINTENISSEN VAN DE LEDEN
Artikel 3. Algemene verbintenissen van de leden
De leden verbinden zich ertoe de maatregelen te nemen die nodig zijn om hun verplichtingen in het kader van deze overeenkomst te kunnen nakomen, en elkander volledige medewerking te verlenen om de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken; de leden verbinden zich in het bijzonder tot het verstrekken van alle informatie die nodig is om de toepassing van deze overeenkomst te vergemakkelijken.
De leden erkennen dat certificaten van oorsprong belangrijke bronnen van informatie betreffende de koffiehandel zijn. De exporterende leden zien derhalve erop toe dat de certificaten van oorsprong op de juiste wijze worden afgegeven en gebruikt in overeenstemming met de door de Raad vastgestelde regels.
De leden erkennen voorts dat informatie betreffende wederuitvoer eveneens van belang is voor een juiste analyse van de wereldsituatie in de koffiesector. De importerende leden zien derhalve erop toe dat geregeld en nauwkeurig informatie wordt verstrekt over de wederuitvoer overeenkomstig de door de Raad vastgestelde vorm- en methodevoorschriften.
HOOFDSTUK IV. LIDMAATSCHAP
Artikel 4. Lidmaatschap van de organisatie
Elke overeenkomstsluitende partij is, samen met de gebieden waartoe de overeenkomst zich uitstrekt op grond van artikel 48, lid 1, één lid van de Organisatie, tenzij in de artikelen 5 en 6 anders wordt bepaald.
Een lid kan op de door de Raad vast te stellen voorwaarden veranderen van lidmaatschapscategorie.
Verwijzingen in deze overeenkomst naar een regering dienen te worden begrepen als mede inhoudende verwijzing naar de Europese Gemeenschap of andere intergouvernementele organisaties met vergelijkbare verantwoordelijkheden betreffende het onderhandelen over, en het sluiten en toepassen van internationale overeenkomsten, in het bijzonder grondstoffenovereenkomsten.
Een dergelijke intergouvernementele organisatie heeft zelf geen stem, maar is bij een stemming over aangelegenheden die binnen haar bevoegdheid vallen, gerechtigd de stemmen van haar lidstaten collectief uit te brengen. In dergelijke gevallen kunnen de lidstaten van de bedoelde intergouvernementele organisatie niet zelf gebruikmaken van hun individueel stemrecht.
Een dergelijke intergouvernementele organisatie kan niet worden verkozen tot lid van de Bestuursraad overeenkomstig artikel 17, lid 1, maar kan deelnemen aan de besprekingen binnen de Bestuursraad van aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen. Bij stemming over onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden kunnen, in afwijking van artikel 20, lid 1, de stemmen die haar lidstaten gerechtigd zijn uit te brengen in de Bestuursraad collectief worden uitgebracht door één van die lidstaten.
Artikel 5. Afzonderlijk lidmaatschap voor aangewezen gebieden
Overeenkomstsluitende partijen die netto-importeur van koffie zijn, kunnen te allen tijde door middel van een daartoe strekkende kennisgeving overeenkomstig artikel 48, lid 2, verklaren dat zij in het kader van de organisatie afzonderlijk optreden van door hen aangewezen gebieden voor wier internationale betrekkingen zij verantwoordelijk zijn en die netto-exporteurs van koffie zijn. In dat geval worden het moederland en zijn niet-aangewezen gebieden als één lid beschouwd en zijn de aangewezen gebieden, afzonderlijk of gezamenlijk, al naar gelang de kennisgeving vermeldt, afzonderlijk lid.
Artikel 6. Groepslidmaatschap
Twee of meer overeenkomstsluitende partijen die netto-exporteurs van koffie zijn, kunnen door middel van een daartoe strekkende kennisgeving aan de Raad en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties bij de nederlegging van hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, voorlopige toepassing of toetreding verklaren dat zij als ledengroep van de organisatie deel uitmaken. Een gebied waartoe deze overeenkomst zich op grond van artikel 48, lid 1, uitstrekt, kan in een dergelijke ledengroep worden opgenomen, indien de regering van de staat die voor de internationale betrekkingen van dat gebied verantwoordelijk is, daarvan overeenkomstig artikel 48, lid 2, kennisgeving heeft gedaan. Dergelijke overeenkomstsluitende partijen en aangewezen gebieden moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a. zij moeten verklaren bereid te zijn verantwoordelijkheid te aanvaarden voor groepsverplichtingen, afzonderlijk en als lid van de groep;
- b. zij moeten voorts ten genoegen van de Raad aantonen dat:
- i. de groep over de organisatie beschikt die voor de tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijk koffiebeleid vereist is, en dat zij over de middelen beschikken om tezamen met de andere leden van de groep hun verplichtingen in het kader van deze overeenkomst na te komen;
- ii. zij een gemeenschappelijk of gecoördineerd commercieel en economisch beleid voor koffie en een gecoördineerd monetair en financieel beleid voeren, alsmede over de voor de tenuitvoerlegging daarvan nodige organen beschikken, zodat het voor de Raad vaststaat dat de ledengroep in staat is de aan het groepslidmaatschap verbonden verplichtingen na te komen.
Alle in het kader van de Koffieovereenkomst van 1994 erkende ledengroepen blijven als groep erkend, tenzij zij aan de Raad de wens te kennen geven niet langer als zodanig te worden erkend.
De ledengroep wordt als één lid van de organisatie beschouwd, met dien verstande dat elk lid van de groep als een afzonderlijk lid wordt behandeld voor de aangelegenheden bedoeld in onderstaande bepalingen:
- a. de artikelen 11 en 12;
- b. artikel 51.
De overeenkomstsluitende partijen en aangewezen gebieden die als ledengroep toetreden, bepalen welke regering of organisatie hen in de Raad vertegenwoordigt voor andere met deze overeenkomst verband houdende aangelegenheden dan die waarop in lid 3 wordt gedoeld.
Het stemrecht van de ledengroep is als volgt geregeld:
- a. de ledengroep heeft hetzelfde aantal vaste stemmen als een land dat als afzonderlijk lid tot de Organisatie toetreedt; deze vaste stemmen worden toegewezen aan en uitgebracht door de regering of de organisatie die de groep vertegenwoordigt;
- b. indien wordt gestemd over aangelegenheden bedoeld in de bepalingen genoemd in lid 3, kunnen de leden de hun op grond van artikel 13, lid 3, toegewezen stemmen afzonderlijk uitbrengen alsof zij elk afzonderlijk lid van de Organisatie waren, met uitzondering van de vaste stemmen, die uitsluitend kunnen worden toegewezen aan de regering of de organisatie die de groep vertegenwoordigt.
Overeenkomstsluitende partijen of aangewezen gebieden die deel uitmaken van een ledengroep kunnen zich door kennisgeving aan de Raad uit die groep terugtrekken en afzonderlijk lid worden. Deze terugtrekking wordt van kracht na ontvangst van de kennisgeving door de Raad. Indien een lid van een ledengroep zich uit de groep terugtrekt of ophoudt deel uit te maken van de Organisatie, kunnen de overblijvende leden van de groep de Raad om instandhouding van de groep verzoeken; de groep blijft bestaan, tenzij de Raad het verzoek afwijst. Indien de ledengroep wordt ontbonden, wordt elk voormalig lid van de groep afzonderlijk lid. Een lid dat heeft opgehouden lid van een groep te zijn, mag zolang deze overeenkomst van kracht blijft, niet opnieuw lid van een groep worden.
Een overeenkomstsluitende partij die, nadat deze overeenkomst in werking is getreden, tot een ledengroep wenst toe te treden, kan zulks doen door kennisgeving aan de Raad, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. de andere leden van de groep verklaren zich bereid het betrokken lid als groepslid te aanvaarden;
- b. de overeenkomstsluitende partij deelt aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties mede dat zij van de groep deel uitmaakt.
Twee of meer exporterende leden kunnen te allen tijde na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de Raad verzoeken om toestemming om een ledengroep te vormen. De Raad willigt dit verzoek in wanneer hij vaststelt dat de leden een verklaring hebben afgelegd en voldoende bewijsmateriaal hebben geleverd overeenkomstig lid 1. Na de inwilliging van het verzoek is voor de ledengroep het bepaalde in de leden 3, 4, 5 en 6 van toepassing.
HOOFDSTUK V. INTERNATIONALE KOFFIEORGANISATIE
Artikel 7. Zetel en structuur van de Internationale Koffieorganisatie
De Internationale Koffieorganisatie, opgericht bij de Internationale Koffieovereenkomst van 1962, blijft voortbestaan om de bepalingen van deze overeenkomst ten uitvoer te leggen en op de werking ervan toe te zien.
De zetel van de Organisatie is gevestigd te Londen, tenzij de Raad met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen anders besluit.
De werkzaamheden van de organisatie worden verricht door de Internationale Koffieraad en de Bestuursraad. Deze worden in voorkomend geval bijgestaan door de Wereldkoffieconferentie, de Adviesraad voor de Particuliere Sector, de Promotiecommissie en gespecialiseerde commissies.
Artikel 8. Voorrechten en immuniteiten
De Organisatie heeft rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder heeft zij de bevoegdheid contracten te sluiten, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en rechtsvorderingen in te stellen.
Voor de status, de voorrechten en de immuniteiten van de organisatie, haar uitvoerend directeur, haar personeel en haar deskundigen, alsmede van de vertegenwoordigers van de leden wanneer zij zich op het grondgebied van het gastland bevinden voor het uitoefenen van hun functies, blijft de zetelovereenkomst gelden die op 28 mei 1969 door de regering van het gastland en de Organisatie werd gesloten.
De in lid 2 bedoelde zetelovereenkomst staat los van deze overeenkomst. Zij wordt in de volgende gevallen evenwel beëindigd:
- a. indien de regering van het gastland en de Organisatie zulks overeenkomen;
- b. indien de zetel van de Organisatie van het grondgebied van het gastland naar elders wordt overgebracht;
- c. indien de Organisatie ophoudt te bestaan.
De Organisatie kan met een of meer andere leden overeenkomsten aangaan betreffende de voorrechten en immuniteiten die voor de goede werking van de overeenkomst vereist kunnen zijn. Dergelijke overeenkomsten moeten door de Raad worden goedgekeurd.
De regeringen van de landen die lid zijn, behalve het gastland, kennen de Organisatie met betrekking tot valuta- of wisselkoersbeperkingen, het houden van bankrekeningen en het overmaken van gelden dezelfde faciliteiten toe als die welke aan de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties worden verleend.
HOOFDSTUK VI. INTERNATIONALE KOFFIERAAD
Artikel 9. Samenstelling van de Internationale Koffieraad
De hoogste autoriteit van de Organisatie is de Internationale Koffieraad, waarin alle leden van de Organisatie zitting hebben.
Elk lid stelt een vertegenwoordiger aan in de Raad en, indien het zulks wenst, een of meer plaatsvervangers. Elk lid kan tevens een of meer adviseurs voor zijn vertegenwoordiger of plaatsvervangers aanwijzen.
Artikel 10. Bevoegdheden en taken van de Raad
Bij de Raad berusten alle in het kader van deze overeenkomst uitdrukkelijk verleende bevoegdheden; de Raad heeft de bevoegdheden en vervult de taken die voor de uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst noodzakelijk zijn.
Met de controle van de geldigheid van schriftelijke mededelingen met betrekking tot het bepaalde in artikel 9, lid 2, artikel 12, lid 3, en artikel 14, lid 2, belast de Raad zijn voorzitter, die daarin wordt bijgestaan door het secretariaat. De voorzitter brengt verslag uit aan de Raad.
De Raad kan alle commissies en werkgroepen instellen die hij noodzakelijk acht.
De Raad stelt met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen de voor de uitvoering van deze overeenkomst nodige en daarmee in overeenstemming zijnde voorschriften vast, met inbegrip van zijn reglement van orde en het financieel reglement en het personeelsreglement van de Organisatie. De Raad kan in zijn reglement van orde een procedure opnemen om over bepaalde vraagstukken een beslissing te nemen zonder bijeen te komen.
De Raad houdt tevens de voor de uitoefening van zijn taken in het kader van deze overeenkomst noodzakelijke bescheiden en alle andere door hem wenselijk geachte bescheiden bij.
Artikel 11. Voorzitter en vice-voorzitters van de Raad
Voor ieder koffiejaar kiest de Raad een voorzitter en een eerste, een tweede en een derde vice-voorzitter, die niet door de Organisatie worden bezoldigd.
Als algemene regel worden de voorzitter en de eerste vice-voorzitter gekozen uit de vertegenwoordigers van de exporterende leden of uit de vertegenwoordigers van de importerende leden, terwijl de tweede en de derde vice-voorzitter worden verkozen uit de vertegenwoordigers van de andere ledencategorie. Deze functies worden voor één koffiejaar bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de twee ledencategorieën.
De voorzitter en de vice-voorzitter die het voorzitterschap waarneemt hebben geen stemrecht. Het stemrecht van het lid wordt in dit geval door een plaatsvervanger uitgeoefend.
Artikel 12. Zittingen van de Raad
Als algemene regel houdt de Raad tweemaal per jaar een gewone zitting. De Raad kan besluiten tot het houden van buitengewone zittingen. Buitengewone zittingen worden eveneens gehouden op verzoek van de Bestuursraad, van vijf van de leden, of van een of meer leden die ten minste 200 stemmen hebben. De zittingen moeten ten minste dertig dagen tevoren worden aangekondigd; in spoedeisende gevallen kan deze aankondiging tien dagen tevoren worden verricht.
De plaats waar de zittingen worden gehouden is de zetel van de Organisatie, tenzij de Raad met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen anders besluit. Indien een lid de Raad uitnodigt op zijn grondgebied bijeen te komen en de Raad daarmee instemt, komen de meerkosten ten opzichte van op de zetel gehouden zittingen ten laste van dat lid.
De Raad kan landen die geen lid zijn of organisaties als bedoeld in artikel 16 uitnodigen om de zittingen als waarnemer bij te wonen. Indien een dergelijke uitnodiging wordt aanvaard, doet het betrokken land of de betrokken organisatie daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter. In die mededeling kan desgewenst een verzoek worden opgenomen om voor de Raad verklaringen af te leggen.
Als quorum voor het nemen van besluiten op een zitting van de Raad is de aanwezigheid vereist van meer dan de helft van het aantal exporterende leden en meer dan de helft van het aantal importerende leden, waardoor voor beide categorieën ten minste twee derde van de stemmen moet zijn vertegenwoordigd. Indien er bij de opening van een zitting van de Raad of van een plenaire vergadering geen quorum is, wordt de opening van de zitting of van de plenaire vergadering door de voorzitter met ten minste twee uur uitgesteld. Indien er op het nieuwe tijdstip van de opening nog geen quorum is, kan de opening van de zitting of van de plenaire vergadering door de voorzitter nogmaals met ten minste twee uur worden uitgesteld. Indien er na dit nieuwe uitstel nog geen quorum is, is als quorum voor het nemen van besluiten de aanwezigheid vereist van meer dan de helft van het aantal exporterende leden en van het aantal importerende leden, waardoor voor beide categorieën ten minste de helft van de stemmen moet zijn vertegenwoordigd. Vertegenwoordiging overeenkomstig artikel 14, lid 2, wordt als aanwezigheid beschouwd.
Artikel 13. Stemmen
De exporterende leden hebben tezamen 1 000 stemmen en de importerende leden hebben tezamen 1 000 stemmen, welke binnen elke ledencategorie, dat wil zeggen de categorie van exporterende leden en de categorie van importerende leden, worden verdeeld als in de volgende leden bepaald.
Ieder lid heeft vijf vaste stemmen.
De overige stemmen voor de exporterende leden worden onder die leden verdeeld naar verhouding van de gemiddelde omvang van de koffie-uitvoer van ieder exporterend lid naar alle bestemmingen in de voorgaande vier kalenderjaren.
De overige stemmen voor importerende leden worden onder die leden verdeeld naar verhouding van de gemiddelde omvang van de koffie-invoer van ieder importerend lid in de voorgaande vier kalenderjaren.
De verdeling van de stemmen wordt overeenkomstig het in dit artikel bepaalde aan het begin van elk koffiejaar door de Raad vastgesteld en blijft gedurende dat jaar van kracht behoudens het bepaalde in lid 6.
De Raad regelt in overeenstemming met het in dit artikel bepaalde de herverdeling van de stemmen indien er verandering komt in het aantal leden van de organisatie of indien het stemrecht van een lid op grond van artikel 25 of 42 wordt opgeschort of hersteld.
Geen der leden heeft meer dan 400 stemmen.
Er zijn geen gedeelde stemmen.
Artikel 14. Stemprocedure in de Raad
Ieder lid heeft het recht het aantal stemmen uit te brengen dat het bezit, en is niet gerechtigd zijn stemmen te verdelen. Een lid kan echter de stemmen die het op grond van lid 2 bezit, verschillend uitbrengen.
Een exporterend lid kan elk ander exporterend lid, en een importerend lid elk ander importerend lid, machtigen om op een vergadering of vergaderingen van de Raad zijn belangen te vertegenwoordigen en zijn stemrecht uit te oefenen. De beperking van artikel 13, lid 7, is in dit geval niet van toepassing.
Artikel 15. Besluiten van de Raad
Voor alle besluiten en aanbevelingen van de Raad is een meervoudige gewone meerderheid van stemmen vereist, tenzij in deze overeenkomst anders wordt bepaald.
Voor besluiten van de Raad die op grond van deze overeenkomst met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen moeten worden genomen, geldt de volgende procedure:
- a. indien geen meervoudige tweederde meerderheid van stemmen wordt verkregen door de tegenstemmen van drie of minder exporterende leden of drie of minder importerende leden, wordt indien de Raad daartoe besluit met een meerderheid van de aanwezige leden en met een meervoudige gewone meerderheid van stemmen, het voorstel binnen 48 uur opnieuw in stemming gebracht;
- b. indien wederom geen meervoudige tweederde meerderheid van stemmen wordt behaald door de tegenstemmen van twee of minder exporterende leden of twee of minder importerende leden, wordt indien de Raad daartoe besluit met een meerderheid van de aanwezige leden en met een meervoudige gewone meerderheid van stemmen, het voorstel binnen 24 uur opnieuw in stemming gebracht;
- c. indien bij de derde stemming geen meervoudige tweederde meerderheid van stemmen wordt verkregen door de tegenstem van één exporterend lid of één importerend lid, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen;
- d. indien de Raad een voorstel niet opnieuw in stemming brengt, wordt het geacht te zijn verworpen.
De leden aanvaarden alle overeenkomstig deze overeenkomst door de Raad genomen besluiten als bindend.
Artikel 16. Samenwerking met andere organisaties
De Raad kan regelingen treffen voor raadpleging van en samenwerking met de Verenigde Naties en haar gespecialiseerde organisaties, alsmede andere daarvoor in aanmerking komende intergouvernementele organisaties. De Raad maakt gebruik van alle faciliteiten van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen en alle andere financieringsbronnen. Dergelijke regelingen kunnen tevens financiële regelingen omvatten die de Raad dienstig acht voor het verwezenlijken van de doelstellingen van deze overeenkomst. De Organisatie kan bij de uitvoering van projecten in het kader van dergelijke regelingen evenwel geen financiële verplichtingen aangaan met betrekking tot garanties die door afzonderlijke leden of andere instanties zijn gegeven. Leden kunnen niet op grond van hun lidmaatschap van de Organisatie aansprakelijk worden gesteld voor door andere leden of instanties in verband met dergelijke projecten opgenomen of verstrekte leningen.
De Organisatie kan voorts, waar dat mogelijk is, bij leden, niet-leden, donororganisaties en andere organisaties informatie vergaren over ontwikkelingsprojecten en -programma’s die op de koffiesector zijn gericht. Met instemming van de betrokken partijen kan de organisatie die informatie eventueel aan dergelijke andere organisaties en aan de leden ter beschikking stellen.
HOOFDSTUK VII. BESTUURSRAAD
Artikel 17. Samenstelling en vergaderingen van de Bestuursraad
De Bestuursraad bestaat uit acht exporterende leden en acht importerende leden, die voor elk koffiejaar overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 worden gekozen. Herverkiezing van de in de Bestuursraad vertegenwoordigde leden is mogelijk.
Elk in de Bestuursraad vertegenwoordigd lid benoemt één vertegenwoordiger en desgewenst een of meer plaatsvervangers. Elk in de Bestuursraad vertegenwoordigd lid kan tevens een of meer adviseurs voor zijn vertegenwoordiger of plaatsvervangers aanwijzen.
De Bestuursraad heeft een voorzitter en een vice-voorzitter, die voor elk koffiejaar door de Raad worden gekozen en herkiesbaar zijn. Deze functionarissen worden door de Organisatie niet bezoldigd. De voorzitter en de als voorzitter optredende vice-voorzitter hebben in de vergaderingen van de Bestuursraad geen stemrecht. Het stemrecht van het lid wordt in dit geval door zijn of haar plaatsvervanger uitgeoefend. Als algemene regel geldt dat de voorzitter en de vice-voorzitter voor elk koffiejaar worden gekozen uit de vertegenwoordigers van dezelfde ledencategorie.
De Bestuursraad vergadert gewoonlijk op de zetel van de Organisatie, maar kan elders bijeenkomen indien de Raad daartoe met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen besluit. Indien de Raad instemt met een verzoek van een lid om de vergadering van de Bestuursraad op het grondgebied van dat lid te houden, zijn tevens de bepalingen van artikel 12, lid 2, betreffende de zittingen van de Raad van toepassing.
Als quorum voor het nemen van besluiten op een vergadering van de Bestuursraad is de aanwezigheid vereist van meer dan de helft van het aantal in de Bestuursraad verkozen exporterende leden en meer dan de helft van het aantal in de Bestuursraad verkozen importerende leden, waardoor voor beide categorieën ten minste twee derde van de stemmen moet zijn vertegenwoordigd. Indien er bij de opening van een vergadering van de Bestuursraad geen quorum is, wordt de opening van de vergadering door de voorzitter van de Bestuursraad met ten minste twee uur uitgesteld. Indien er op het nieuwe voor de opening vastgestelde tijdstip nog geen quorum is, kan de opening van de vergadering door de voorzitter nogmaals met ten minste twee uur worden uitgesteld. Indien er na dit nieuwe uitstel nog geen quorum is, is als quorum voor het nemen van besluiten de aanwezigheid vereist van meer dan de helft van het aantal in de Bestuursraad verkozen exporterende leden en meer dan de helft van het aantal in de Bestuursraad verkozen importerende leden, waar-door voor beide categorieën ten minste de helft van de stemmen moet zijn vertegenwoordigd.
Artikel 18. Verkiezing van de Bestuursraad
De exporterende en de importerende leden van de Bestuursraad worden in de Raad respectievelijk door de exporterende en de importerende leden van de Organisatie gekozen. De verkiezing binnen elke categorie geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de volgende leden.
Ieder lid brengt op één kandidaat alle stemmen uit waarop het op grond van artikel 13 recht heeft. Een lid kan op een andere kandidaat de stemmen uitbrengen waarover het op grond van artikel 14, lid 2, beschikt.
De acht kandidaten op wie het grootste aantal stemmen is uitgebracht, zijn verkozen, met dien verstande dat een kandidaat niet bij de eerste stemming kan worden verkozen, indien op deze kandidaat minder dan 75 stemmen zijn uitgebracht.
Indien ingevolge het bepaalde in lid 3 bij de eerste stemming minder dan acht kandidaten zijn verkozen, worden er nieuwe stemmingen gehouden waarbij slechts die leden stemrecht hebben, die op geen der verkozen kandidaten hun stem hebben uitgebracht. Bij elke nieuwe stemming wordt het minimale aantal stemmen dat vereist is om gekozen te worden, telkens met vijf verminderd, totdat acht kandidaten zijn gekozen.
Leden die hun stemmen op geen der gekozen leden hebben uitgebracht, wijzen, met inachtneming van de voorwaarden van de leden 6 en 7, hun stemmen toe aan een van hen.
Het aantal stemmen dat een lid geacht wordt te hebben verkregen, is het aantal dat bij zijn verkiezing op hem is uitgebracht, vermeerderd met het aantal aan hem toegewezen stemmen, met dien verstande dat het totale aantal stemmen voor ieder gekozen lid niet meer dan 499 mag bedragen.
Indien het aantal stemmen dat een gekozen lid geacht wordt te hebben verkregen, groter is dan 499, bepalen de leden die op een aldus gekozen lid hebben gestemd of dit lid hun stemmen hebben toegewezen, in onderling overleg dat een of meer van hen hun stemmen voor dat lid intrekken en ze aan een ander gekozen lid toewijzen of opnieuw toewijzen, zodat het aantal door elk gekozen lid verkregen stemmen het maximum van 499 niet overschrijdt.
Artikel 19. Bevoegdheden van de Bestuursraad
De Bestuursraad is verantwoording verschuldigd aan en staat onder de algemene leiding van de Raad.
De Raad kan met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden overdragen aan de Bestuursraad, met uitzondering van zijn bevoegdheden betreffende:
- a. de goedkeuring van de huishoudelijke begroting en de vaststelling van de bijdragen overeenkomstig artikel 24;
- b. de schorsing van het stemrecht van een lid overeenkomstig artikel 42;
- c. het nemen van besluiten betreffende geschillen overeenkomstig artikel 42;
- d. de vaststelling van voorwaarden voor toetreding overeenkomstig artikel 46;
- e. het nemen van besluiten tot uitsluiting van een lid overeenkomstig artikel 50;
- f. het nemen van besluiten betreffende onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst overeenkomstig artikel 32 of betreffende verlenging of beëindiging van de overeenkomst overeenkomstig artikel 52;
- g. het doen van aanbevelingen aan leden inzake wijzigingen overeenkomstig artikel 53.
De Raad kan te allen tijde met meervoudige gewone meerderheid van stemmen de aan de Bestuursraad overgedragen bevoegdheden intrekken.
De Bestuursraad onderzoekt het ontwerp voor de huishoudelijke begroting dat door de uitvoerend directeur is opgesteld, en legt het samen met zijn aanbevelingen ter goedkeuring voor aan de Raad; hij stelt het jaarlijkse werkprogramma van de Organisatie op; hij neemt besluiten inzake administratieve en financiële aangelegenheden in verband met de activiteiten van de Organisatie, met uitzondering van de aangelegenheden die overeenkomstig lid 2 door de Raad worden afgehandeld; en hij onderzoekt aan de Raad ter goedkeuring voor te leggen projecten en programma’s die met koffie verband houden. De Bestuursraad brengt verslag uit aan de Raad. Besluiten van de Bestuursraad treden in werking indien geen bezwaren van een lid van de Raad zijn ontvangen binnen vijf werkdagen na de verslaglegging door de Bestuursraad aan de Raad, of binnen vijf werkdagen na het circuleren van de samenvatting van de besluiten van de Bestuursraad, indien de Raad en de Bestuursraad niet gedurende dezelfde maand bijeenkomen. Alle leden kunnen bij de Raad evenwel tegen alle besluiten van de Bestuursraad beroep aantekenen.
De Bestuursraad kan alle commissies en werkgroepen instellen die hij noodzakelijk acht.
Artikel 20. Procedure bij het stemmen in de Bestuursraad
Ieder lid van de Bestuursraad mag het aantal stemmen uitbrengen dat het overeenkomstig artikel 18, leden 6 en 7, heeft ontvangen. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan. Een lid van de Bestuursraad is niet gerechtigd zijn stemmen te verdelen.
Voor door de Bestuursraad te nemen besluiten is dezelfde meerderheid vereist als voor het nemen van dergelijke besluiten door de Raad zou zijn vereist.
HOOFDSTUK VIII. PARTICULIERE KOFFIESECTOR
Artikel 21. Wereldkoffieconferentie
De Raad ziet erop toe dat met passende tussenpozen een Wereldkoffieconferentie wordt gehouden (hierna „de Conferentie’’ genoemd’), waaraan wordt deelgenomen door exporterende en importerende leden, vertegenwoordigers van de particuliere sector en andere belanghebbenden, waaronder deelnemers uit landen die geen lid zijn. De Raad ziet er in coördinatie met de voorzitter van de Conferentie op toe dat de Conferentie bijdraagt tot de doelstellingen van de overeenkomst.
De Conferentie heeft een voorzitter, die niet door de Organisatie wordt bezoldigd. De voorzitter wordt door de Raad voor een passende termijn benoemd en wordt uitgenodigd om als waarnemer de bijeenkomsten van de Raad bij te wonen.
De Raad beslist in overleg met de Adviesraad voor de Particuliere Sector over de vorm, de titel, het onderwerp en het tijdstip van de Conferentie. De plaats waar de Conferentie wordt gehouden is gewoonlijk de zetel van de Organisatie, tegelijkertijd met een zitting van de Raad. Indien de Raad een uitnodiging van een lid aanvaard om op het grondgebied van dat lid een zitting te organiseren, kan de Conferentie ook op dat grondgebied worden gehouden; de meerkosten voor de Organisatie ten opzichte van op de zetel gehouden zittingen komen in dat geval ten laste van het land dat als gastheer optreedt.
De Conferentie wordt uit haar eigen middelen gefinancierd, tenzij de Raad met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen anders besluit.
De voorzitter van de Conferentie doet de conclusies van iedere zitting aan de Raad toekomen.
Artikel 22. Adviesraad voor de Particuliere Sector
De Adviesraad voor de Particuliere Sector (hierna Adviesraad genoemd) is een raadgevend lichaam dat aanbevelingen kan doen indien het door de Raad wordt geraadpleegd en de Raad kan verzoeken aangelegenheden in verband met de overeenkomst in overweging te nemen.
De Adviesraad bestaat uit acht vertegenwoordigers van de particuliere sector van exporterende landen en acht vertegenwoordigers van de particuliere sector van importerende landen.
De leden van de Adviesraad zijn vertegenwoordigers van verenigingen of organisaties die door de Raad iedere twee koffiejaren worden aangewezen. Zij zijn herbenoembaar. De Raad streeft in dit verband naar aanwijzing van:
- a. twee tot de particuliere sector behorende verenigingen of organisaties op koffiegebied uit exporterende landen of regio’s, die elk van de vier categorieën koffie vertegenwoordigen en bij voorkeur zowel telers als exporteurs vertegenwoordigen, alsmede een of meer plaatsvervangers voor iedere vertegenwoordiger; en
- b. acht tot de particuliere sector behorende verenigingen of organisaties op koffiegebied uit exporterende landen, ongeacht of deze landen lid zijn, die bij voorkeur zowel importeurs als branders vertegenwoordigen, alsmede een of meer plaatsvervangers voor iedere vertegenwoordiger;
Ieder lid van de Adviesraad kan een of meer adviseurs aanwijzen.
De Adviesraad heeft een voorzitter en een vice-voorzitter, die voor één jaar uit de leden van de Adviesraad worden verkozen. Deze functionarissen zijn herkiesbaar. De voorzitter en de vice-voorzitter worden niet door de Organisatie bezoldigd. De voorzitter wordt uitgenodigd om als waarnemer de bijeenkomsten van de Raad bij te wonen.
De plaats waar de Adviesraad bijeenkomt is gewoonlijk de zetel van de Organisatie, tegelijkertijd met een gewone zitting van de Raad. Indien de Raad een uitnodiging van een lid aanvaard om op het grondgebied van dat lid een bijeenkomst te houden, kan de Adviesraad ook op dat grondgebied worden gehouden; de meerkosten voor de Organisatie ten opzichte van op de zetel gehouden bijeenkomsten komen in dat geval ten laste van het land dat of de particuliere organisatie die als gastheer of gastvrouw optreedt.
De Adviesraad kan met toestemming van de Raad bijzondere bijeenkomsten houden.
De Adviesraad brengt regelmatig verslag uit aan de Raad.
De Adviesraad stelt zijn reglement van orde op, dat in overeenstemming dient te zijn met het bepaalde in deze overeenkomst.
HOOFDSTUK IX. FINANCIËN
Artikel 23. Financiën
De uitgaven van delegaties bij de Raad, vertegenwoordigers in de Bestuursraad en vertegenwoordigers in een van de commissies van de Raad of de Bestuursraad worden bekostigd door de regering die hen heeft afgevaardigd.
Andere uitgaven die voor de uitvoering van deze overeenkomst noodzakelijk zijn, worden bekostigd uit de overeenkomstig artikel 24 vastgestelde jaarlijkse bijdragen van de leden en met de opbrengsten van de verkoop van bepaalde diensten aan leden en van de verkoop van de overeenkomstig artikelen 29 en 31 verkregen informatie en tot stand gekomen studies.
Het boekjaar van de Organisatie valt samen met het koffiejaar.
Artikel 24. Vaststelling van de huishoudelijke begroting en van de bijdragen
Gedurende de tweede helft van ieder boekjaar keurt de Raad de administratieve begroting van de Organisatie voor het volgende boekjaar goed en stelt hij de bijdrage van ieder lid aan de begroting vast. Door de uitvoerend directeur wordt onder toezicht van de Bestuursraad een ontwerp van huishoudelijke begroting opgesteld overeenkomstig artikel 19, lid 4.
De bijdrage van ieder lid aan de huishoudelijke begroting van ieder boekjaar wordt bepaald door de verhouding van het aantal stemmen van dat lid op de datum waarop de huishoudelijke begroting voor dat boekjaar wordt goedgekeurd, tot het totale aantal stemmen van alle leden. Indien echter aan het begin van het boekjaar waarvoor de bijdragen worden vastgesteld, wijzigingen optreden in de verdeling van de stemmen onder de leden overeenkomstig artikel 13, lid 5, worden de bijdragen voor dat jaar naar verhouding aangepast. Bij het vaststellen van de bijdragen worden de stemmen van ieder lid berekend zonder eventuele opschorting van het stemrecht van leden of een daaruit voortvloeiende herverdeling van de stemmen in aanmerking te nemen.
De eerste bijdrage van een na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot de Organisatie toetredend lid wordt door de Raad vastgesteld op basis van het aantal stemmen waarover het lid beschikt en het van het lopende boekjaar nog overblijvende tijdvak; de voor andere leden voor het lopende boekjaar vastgestelde bijdragen worden evenwel niet gewijzigd.
Artikel 25. Betaling van de bijdragen
De bijdragen aan de huishoudelijke begroting voor ieder boekjaar worden betaald in vrij converteerbare valuta en zijn verschuldigd op de eerste dag van het boekjaar waarop zij betrekking hebben.
Indien een lid zijn volledige bijdrage aan de huishoudelijke begroting niet betaalt binnen zes maanden na de datum waarop zij verschuldigd is, worden zijn stemrecht, zijn recht om in de Bestuursraad te worden verkozen en zijn recht om stemmen in de Bestuursraad te laten uitbrengen, opgeschort tot de bijdrage volledig is betaald. Bedoeld lid wordt evenwel niet uit zijn andere rechten ontzet of van enige van zijn verplichtingen op grond van deze overeenkomst ontheven, tenzij de Raad daartoe met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen besluit.
Leden wier stemrecht is opgeschort op grond van lid 3 of op grond van artikel 42, blijven betaling van hun bijdrage verschuldigd.
Artikel 26. Aansprakelijkheid
De Organisatie, die functioneert overeenkomstig artikel 7, lid 3, kan buiten het kader van deze overeenkomst geen verplichtingen aangaan en niet als daartoe door haar leden gemachtigd worden beschouwd; in het bijzonder kan zij geen geldleningen aangaan. De organisatie ziet er, bij de uitoefening van haar bevoegdheid contracten te sluiten, op toe dat de voorwaarden van dit artikel op zodanige wijze in haar contracten worden opgenomen dat zij onder de aandacht worden gebracht van de andere partijen die contracten met de Organisatie aangaan; het verzuim om die voorwaarden op te nemen maakt het contract evenwel niet ongeldig of onbevoegdelijk gesloten.
De aansprakelijkheid van een lid blijft beperkt tot de omvang van zijn verplichtingen inzake bijdragen welke in deze overeenkomst uitdrukkelijk worden omschreven. Derden worden ten aanzien van hun relaties met de Organisatie geacht kennis te hebben genomen van het in deze overeenkomst bepaalde betreffende de aansprakelijkheid van de leden.
Artikel 27. Accountantscontrole en openbaarmaking van de rekeningen
Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na het einde van ieder boekjaar, wordt een onafhankelijk accountantsverklaring opgesteld inzake de activa, passiva, ontvangsten en uitgaven van de Organisatie gedurende het boekjaar. Deze verklaring wordt aan de Raad ter goedkeuring voorgelegd op de eerstvolgende zitting.
HOOFDSTUK X. UITVOEREND DIRECTEUR EN PERSONEEL
Artikel 28. Uitvoerend directeur en personeel
De Raad benoemt de uitvoerend directeur. De voorwaarden waaraan de te benoemen uitvoerend directeur moet voldoen, worden vastgesteld door de Raad en moeten overeenstemmen met die welke gelden voor vergelijkbare functies bij soortgelijke intergouvernementele organisaties.
De uitvoerend directeur is het administratief hoofd van de Organisatie en is verantwoordelijk voor de vervulling van alle met de uitvoering van de overeenkomst verband houdende werkzaamheden.
De uitvoerend directeur benoemt het personeel overeenkomstig de door de Raad vastgestelde voorschriften.
De uitvoerend directeur en de leden van het personeel mogen geen financiële belangen hebben in de koffie-industrie, de koffiehandel of het vervoer van koffie.
Bij de vervulling van hun werkzaamheden mogen de uitvoerend directeur en het personeel geen instructies vragen of ontvangen van leden of van enige andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij dienen zich te onthouden van handelingen die afbreuk kunnen doen aan hun positie als internationale functionarissen die alleen verantwoording verschuldigd zijn aan de Organisatie. De leden verbinden zich ertoe het uitsluitend internationale karakter van de taak van de uitvoerend directeur en het personeel te eerbiedigen en niet te trachten hen in de vervulling van hun taak te beïnvloeden.
HOOFDSTUK XI. INFORMATIE, STUDIES EN ONDERZOEKEN
Artikel 29. Informatie
De Organisatie treedt op als centrum voor de verzameling, uitwisseling en publicatie van:
- a. statistische gegevens over de wereldproductie, prijzen, uitvoer en invoer, distributie en consumptie van koffie;
- b. technische gegevens over verbouw, be- en verwerking en gebruik van koffie (voor zover nuttig geacht).
De Raad kan de leden verzoeken de gegevens beschikbaar te stellen die hij voor zijn werkzaamheden nodig acht, zoals geregelde statistische rapporten over koffieproductie, productietrends, invoer, uitvoer en wederuitvoer, distributie, verbruik, voorraden, prijzen en belasting, maar maakt geen informatie openbaar die zou kunnen worden gebruikt om gegevens te verzamelen over de activiteiten van personen of ondernemingen die zich bezighouden met de productie, de be- en verwerking of de afzet van koffie. Indien de leden daartoe in staat zijn, verstrekken zij de gevraagde gegevens zo spoedig mogelijk en in zo gedetailleerd en accuraat mogelijke vorm.
De Raad stelt een systeem van richtprijzen vast en verzorgt de publicatie van een dagelijkse samengestelde richtprijs, die de werkelijke marktomstandigheden weerspiegelt.
Indien een lid niet binnen een redelijke termijn de statistische en andere inlichtingen verschaft die de Raad voor het behoorlijk functioneren van de Organisatie nodig heeft, of daarbij moeilijkheden ondervindt, kan de Raad het betrokken lid verzoeken de redenen voor het niet-vervullen van zijn verplichtingen mede te delen. Indien blijkt dat technische bijstand nodig is, kan de Raad de nodige maatregelen nemen.
Artikel 30. Certificaten van oorsprong
Om de verzameling van statistische gegevens over de internationale koffiehandel te vereenvoudigen en de hoeveelheden koffie die door ieder exporterend lid zijn uitgevoerd vast te stellen, stelt de organisatie een systeem van certificaten van oorsprong in, waarvoor de Raad de regels vaststelt.
Alle uitvoer van koffie door een exporterend lid dient vergezeld te gaan van een geldig certificaat van oorsprong. Certificaten van oorsprong worden overeenkomstig de door de Raad vastgestelde regels afgegeven door een bevoegde instantie die door het lid is aangewezen en door de Organisatie is goedgekeurd.
Ieder exporterend lid deelt de Organisatie de naam mede van de gouvernementele of niet-gouvernementele instelling die de in lid 2 van dit artikel omschreven functies moet vervullen. Niet-gouvernementele instellingen dienen door de Organisatie specifiek te worden goedgekeurd, overeenkomstig de door de Raad vastgestelde regels.
Bij wijze van uitzondering en met redenen omkleed kan een exporterend lid de Raad verzoeken om toestemming om de gegevens van het certificaat van oorsprong over zijn koffie-uitvoer op andere wijze aan de Raad te doen toekomen.
Artikel 31. Studies en onderzoek
De organisatie bevordert het verrichten van studies en onderzoek betreffende de economische aspecten van de koffieproductie en -distributie, de invloed van overheidsmaatregelen in de productie- en de consumptielanden op de productie en het verbruik van koffie, en de mogelijkheden tot verhoging van het koffieverbruik in zowel traditionele als mogelijke nieuwe gebruiksvormen.
Voor de uitvoering van lid 1 stelt de Raad op de tweede gewone zitting van elk koffiejaar een ontwerpjaarprogramma vast voor studies en onderzoek, met een raming van de nodige middelen, dat is opgesteld door de uitvoerend directeur.
De Raad kan zijn goedkeuring hechten aan door de Organisatie gezamenlijk of in samenwerking met andere organisaties en instellingen uit te voeren studies en onderzoeken. In dergelijke gevallen legt de uitvoerend directeur de Raad een gedetailleerde opgave voor van de middelen waarin de organisatie en de bij het project betrokken partner of partners zullen moeten voorzien.
De studies en onderzoeken die de Organisatie op grond van dit artikel bevordert, worden gefinancierd uit de middelen van de overeenkomstig artikel 24, lid 1, opgestelde huishoudelijke begroting, en worden, afhankelijk van de omstandigheden, door personeelsleden van de organisatie of door consultants uitgevoerd.
HOOFDSTUK XII. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 32. Voorbereidingen voor een nieuwe overeenkomst
De Raad kan de mogelijkheid onderzoeken van onderhandelingen over een nieuwe internationale koffieovereenkomst.
Met het oog op de uitvoering van deze bepaling onderzoekt de Raad de vorderingen die de Organisatie maakt met de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst, zoals deze in artikel 1 zijn vastgesteld.
Artikel 33. Verwijdering van belemmeringen voor het verbruik
De leden erkennen dat het van zeer groot belang is zo spoedig mogelijk een maximale toename van het koffieverbruik tot stand te brengen, in het bijzonder door de geleidelijke verwijdering van alle belemmeringen welke een dergelijke toename in de weg staan.
De leden erkennen dat er thans maatregelen van kracht zijn die in meerdere of mindere mate de toename van het koffieverbruik belemmeren, in het bijzonder:
- a. invoerregelingen voor koffie, waaronder preferentiële en andere rechten, contingenten, activiteiten van staatsmonopolies en officiële aankoopbureaus, en andere administratieve regelingen en handelsgebruiken;
- b. uitvoerregelingen in de vorm van directe en indirecte subsidies en andere administratieve regelingen en handelsgebruiken;
- c. binnenlandse handelsvoorwaarden, alsmede binnenlandse en regionale wettelijke en administratieve bepalingen die het verbruik kunnen beïnvloeden.
Met inachtneming van bovengenoemde doelstellingen en van het bepaalde in lid 4 streven de leden naar verlaging van de rechten voor koffie en trachten zij op andere wijzen belemmeringen voor een toename van het koffieverbruik te verwijderen.
Hun gezamenlijke belangen in het oog houdend, zoeken de leden middelen om de belemmeringen voor een toename van de handel en het verbruik als bedoeld in lid 2 van dit artikel geleidelijk te verminderen en uiteindelijk, zo mogelijk, te verwijderen, of de gevolgen van die belemmeringen aanzienlijk in te perken.
Rekening houdend met op grond van lid 4 aangegane verbintenissen, doen de leden jaarlijks kennisgeving aan de Raad van alle maatregelen die zij ter uitvoering van dit artikel hebben getroffen.
De uitvoerend directeur stelt periodiek een overzicht van de belemmeringen voor het verbruik op, dat door de Raad wordt geëvalueerd.
De Raad kan met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel aanbevelingen doen aan de leden, die zo spoedig mogelijk aan de Raad verslag uitbrengen over de maatregelen die zij ter uitvoering van die aanbevelingen hebben genomen.
Artikel 34. Bevordering van het koffieverbruik
De leden erkennen dat het verbruik van koffie dient te worden bevorderd, aangemoedigd en verhoogd. Zij streven ernaar in dit verband activiteiten daartoe aan te moedigen.
De Promotiecommissie, bestaande uit alle leden van de Organisatie, bevordert het koffiegebruik op alle passende wijzen, onder meer door voorlichtingscampagnes, onderzoek en studies over het koffiegebruik.
Deze promotieactiviteiten worden gefinancierd met middelen die door leden, niet-leden, andere organisaties en particuliere entiteiten op bijeenkomsten van de Promotiecommissie kunnen worden toegezegd.
Ook kunnen specifieke promotieprojecten worden gefinancierd door vrijwillige bijdragen van leden, niet-leden, andere organisaties en particuliere entiteiten.
De Raad opent voor de in de leden 3 en 4 omschreven doeleinden afzonderlijke rekeningen.
De Promotiecommissie stelt haar reglement van orde vast, alsmede de voorschriften die van toepassing zijn op de deelname van niet-leden, andere organisaties en particuliere entiteiten, zulks in overeenstemming met het bepaalde in deze overeenkomst. Zij brengt regelmatig verslag uit aan de Raad.
Artikel 35. Maatregelen betreffende koffie in bewerkte vorm
De leden erkennen dat het voor de ontwikkelingslanden noodzakelijk is hun economische basis te verbreden door onder meer industrialisatie en uitvoer van industrieproducten, zoals de bewerking van koffie en de uitvoer van bewerkte koffie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder d, e, f en g. In dit verband vermijden de leden overheidsmaatregelen in te stellen die de koffiesector van andere leden zouden kunnen ontwrichten. Bij voorkeur dienen de leden overleg te plegen over de invoer van dergelijke maatregelen die tot ontwrichting zouden kunnen leiden. Indien dit overleg niet tot een wederzijds bevredigende oplossing leidt, kunnen de partijen een beroep doen op de procedures van de artikelen 41 en 42.
Artikel 36. Mengsels en vervangingsmiddelen
De leden houden geen voorschriften in stand krachtens welke koffie met andere producten moet worden vermengd, verwerkt of gebruikt om als koffie in de handel te worden gebracht. De leden streven ernaar de verkoop van en de reclame voor producten onder de naam koffie te verbieden, indien deze producten minder dan het equivalent van 95% ongebrande koffie als grondstof bevatten.
De Raad kan een lid verzoeken maatregelen te nemen om naleving van dit artikel te waarborgen.
De uitvoerend directeur legt de Raad periodiek een verslag voor over de naleving van dit artikel.
Artikel 37. Overleg en samenwerking met niet-gouvernementele organisaties
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 16, 21 en 22 onderhoudt de Organisatie contacten met de belangrijke bij de internationale koffiehandel betrokken niet-gouvernementele organisaties en met koffiedeskundigen.
Artikel 38. Gevestigde kanalen voor de handel in koffie
Bij hun activiteiten in het kader van deze overeenkomst houden de leden rekening met de gevestigde handelskanalen en onthouden zij zich van discriminerende verkooppraktijken. Bij de uitoefening van hun activiteiten streven zij ernaar rekening te houden met de legitieme belangen van de koffiehandel en de koffie-industrie.
Artikel 39. Duurzame koffie-economie
De leden schenken gepaste aandacht aan het duurzame beheer van de middelen voor de productie en verwerking van koffie, met inachtneming van de beginselen en doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling welke zijn vervat in Agenda 21, overeengekomen op de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling, gehouden in 1992 in Rio de Janeiro.
Artikel 40. Levensstandaard en arbeidsomstandigheden
De leden schenken aandacht aan de verbetering van de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden van in de koffiesector werkzame personen, op een wijze die in overeenstemming is met hun ontwikkelingsniveau en met inachtneming van internationaal erkende beginselen op dit gebied. De leden komen voorts overeen dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor handelsprotectionistische doeleinden.
HOOFDSTUK XIII. OVERLEG, GESCHILLEN EN KLACHTEN
Artikel 41. Overleg
Elk lid besteedt welwillende aandacht aan en geeft voldoende gelegenheid tot overleg over uitspraken van andere leden ten aanzien van met deze overeenkomst verband houdende aangelegenheden. Bij dat overleg stelt de uitvoerend directeur op verzoek van een der partijen en met instemming van de andere partij een onafhankelijk panel samen, dat zijn goede diensten aanwendt om de partijen te verzoenen. De kosten van het panel kunnen niet ten laste van de Organisatie worden gebracht. Indien een partij niet instemt met de instelling van een panel door de uitvoerend directeur of indien het overleg niet tot een oplossing leidt, kan de aangelegenheid overeenkomstig artikel 42 naar de Raad worden verwezen. Indien het overleg wel tot een oplossing leidt, wordt hierover verslag uitgebracht aan de uitvoerend directeur, die het verslag aan alle leden doet toekomen.
Artikel 42. Geschillen en klachten
Geschillen betreffende de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst die niet via onderhandelingen zijn beslecht, worden op verzoek van een bij het geschil betrokken lid voor een beslissing aan de Raad voorgelegd.
Indien een geschil op grond van lid 1 aan de Raad is voorgelegd, kan een meerderheid van de leden, of leden die tenminste een derde van het totale aantal stemmen bezitten, na bespreking van de zaak de Raad verzoeken over de geschilpunten het advies in te winnen van het in lid 3 bedoelde adviserend panel alvorens een besluit te nemen.
- a. Tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders overeenkomt, bestaat het adviserend panel uit:
- i. twee personen, van wie de ene ruime ervaring bezit op het gebied waarover het geschil handelt, en de andere groot aanzien geniet en ervaring bezit op juridisch gebied, en die benoemd worden door de exporterende leden;
- ii. twee door de importerende leden aangewezen personen met de onder i) beschreven hoedanigheden;
- iii. een voorzitter, met eenparigheid van stemmen gekozen door de overeenkomstig i) en ii) benoemde vier personen, of, indien zij geen overeenstemming kunnen bereiken, door de voorzitter van de Raad.
- b. Uitsluitend personen uit landen waarvan de regeringen partij bij deze overeenkomst zijn, kunnen van het adviserend panel deel uitmaken.
- c. Personen die in het adviserend panel zijn benoemd, handelen in hun persoonlijke hoedanigheid en niet in opdracht van een regering.
- d. De uitgaven van het adviserend panel worden bekostigd door de Organisatie.
Het met redenen omklede advies van het adviserend panel wordt ter kennis gebracht van de Raad, die na alle terzake dienende gegevens te hebben bestudeerd het geschil beslecht.
De Raad beslist binnen zes maanden over elk geschil dat hem wordt voorgelegd.
Klachten omtrent het niet-nakomen door een lid van zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst worden op verzoek van het lid dat de klacht indient, verwezen naar de Raad, die terzake een besluit neemt.
Om vast te stellen dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, is een meervoudige gewone meerderheid van stemmen vereist. Indien wordt vastgesteld dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, wordt de aard van de overtreding nauwkeurig omschreven.
Indien de Raad vaststelt dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, kan hij, onverminderd andere dwangmaatregelen waarin andere artikelen van deze overeenkomst voorzien, met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen het stemrecht van dat lid in de Raad en zijn recht om zijn stemmen in de Bestuursraad te laten uitbrengen, opschorten tot het lid zijn verplichtingen is nagekomen, of kan de Raad overeenkomstig artikel 50 besluiten dat lid uit de Organisatie uit te sluiten.
Een lid kan met betrekking tot een geschil of klacht het advies van de Bestuursraad inwinnen, voordat de aangelegenheid door de Raad wordt besproken.
HOOFDSTUK XIV. SLOTBEPALINGEN
Artikel 43. Ondertekening
Deze overeenkomst staat van 1 november 2000 tot en met 25 september 2001 in de hoofdzetel van de Verenigde Naties open voor ondertekening door de partijen bij de Internationale Koffieovereenkomst van 1994 of de verlengde Internationale Koffieovereenkomst van 1994, en door de regeringen die waren uitgenodigd op de zitting van de Internationale Koffieraad waarop over deze overeenkomst werd onderhandeld.
Artikel 44. Bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring
Deze overeenkomst wordt door de ondertekenende regeringen bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke procedures.
Behalve in de gevallen waarin artikel 45 voorziet, worden de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring uiterlijk op 25 september 2001 bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties nedergelegd. De Raad kan echter besluiten uitstel te verlenen aan ondertekenende regeringen die niet in staat zijn hun akten uiterlijk op die datum neder te leggen. Van dergelijke besluiten wordt door de Raad kennisgeving gedaan aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 45. Inwerkingtreding
Deze overeenkomst treedt definitief in werking op 1 oktober 2001, indien op die datum de regeringen die tenminste 15 exporterende leden vertegenwoordigen met tenminste 70% van de stemmen van de exporterende leden en tenminste 10 importerende leden met tenminste 70% van de stemmen van de importerende leden, als berekend op 25 september 2001, hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben nedergelegd. Zij treedt anders definitief in werking op een tijdstip na 1 oktober 2001, indien zij voorlopig in werking is getreden overeenkomstig lid 2 van dit artikel en aan genoemde procentuele voorwaarden is voldaan door de nederlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Deze overeenkomst kan voorlopig in werking treden op 1 oktober 2001. Daartoe wordt een kennisgeving door een ondertekenende regering of door een partij bij de verlengde Internationale Koffieovereenkomst van 1994, waarin deze zich ertoe verbindt deze overeenkomst in overeenstemming met haar wetten en voorschriften voorlopig toe te passen en zo spoedig mogelijk overeenkomstig haar grondwettelijke procedures tot bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring over te gaan, indien deze kennisgeving uiterlijk op 25 september 2001 door de secretaris-generaal van de Verenigde Naties is ontvangen, gelijkgesteld met een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. Een regering die zich ertoe verbindt deze overeenkomst in overeenstemming met haar wetten en voorschriften voorlopig toe te passen, in afwachting van de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, wordt als voorlopige partij bij de overeenkomst beschouwd tot de datum waarop zij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring heeft nedergelegd, of tot en met 30 juni 2002, indien deze datum vroeger valt. De Raad kan de periode verlengen waarbinnen een regering die deze overeenkomst voorlopig toepast, haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring kan nederleggen.
Indien deze overeenkomst op 1 oktober 2001 niet overeenkomstig de leden 1 of 2 definitief of voorlopig in werking is getreden, kunnen de regeringen die akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd of kennisgevingen hebben gedaan waarbij zij zich ertoe verbinden deze overeenkomst in overeenstemming met hun wetten en voorschriften voorlopig toe te passen en te streven naar bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gezamenlijk besluiten dat de overeenkomst tussen hen onderling in werking treedt. De regeringen die akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd of die de in lid 2 van dit artikel bedoelde kennisgeving hebben gedaan, kunnen, indien deze overeenkomst op 31 maart 2002 voorlopig maar niet definitief in werking is getreden, eveneens gezamenlijk besluiten dat deze overeenkomst voorlopig in werking blijft of tussen hen onderling definitief in werking treedt.
Artikel 46. Toetreding
De regering van een staat die lid is van de Verenigde Naties of van een van de speciale organisaties daarvan, kan tot deze overeenkomst toetreden op door de Raad vast te stellen voorwaarden.
De akten van toetreding worden nedergelegd bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. De toetreding wordt van kracht op het tijdstip waarop de akte wordt nedergelegd.
Artikel 47. Voorbehoud
Voorbehoud ten aanzien van bepalingen van deze overeenkomst is niet mogelijk.
Artikel 48. Uitbreiding tot aangewezen gebieden
Iedere regering kan bij de ondertekening of de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, voorlopige toepassing of toetreding, dan wel op ongeacht welk tijdstip daarna, door middel van kennisgeving aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties verklaren dat deze overeenkomst van toepassing is op een of meer van de gebieden waarvan zij de internationale betrekkingen behartigt; deze overeenkomst is met ingang van de datum van de kennisgeving van toepassing op de daarin vermelde gebieden.
Een overeenkomstsluitende partij die ten aanzien van een of meer van de gebieden waarvan zij de internationale betrekkingen behartigt, de in artikel 5 bedoelde rechten wenst uit te oefenen of die een dergelijk gebied wenst te machtigen zich aan te sluiten bij een overeenkomstig artikel 6 gevormde ledengroep, krijgt daartoe de mogelijkheid door kennisgeving daarvan te doen aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, hetzij bij de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, voorlopige toepassing of toetreding, hetzij op een later tijdstip.
Een overeenkomstsluitende partij die overeenkomstig lid 1 een verklaring heeft afgelegd, kan daarna te allen tijde door daarvan kennisgeving te doen aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties verklaren dat deze overeenkomst niet langer van toepassing is op het in de kennisgeving genoemde gebied. Deze overeenkomst is dan met ingang van de datum van die kennisgeving op bedoeld gebied niet langer van toepassing.
Indien een gebied waarop deze overeenkomst op grond van lid 1 van toepassing is geworden, onafhankelijk wordt, kan de regering van de nieuwe staat binnen negentig dagen na het verkrijgen van de onafhankelijkheid, door daarvan kennisgeving te doen aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, verklaren dat zij de rechten en verplichtingen van overeenkomstsluitende partij op zich heeft genomen. Zij wordt dan met ingang van de datum van die kennisgeving overeenkomstsluitende partij bij deze overeenkomst. De periode waarbinnen deze kennisgeving dient te worden gedaan, kan door de Raad worden verlengd.
Artikel 49. Vrijwillige uittreding
Een overeenkomstsluitende partij kan te allen tijde uit deze overeenkomst treden door hiervan schriftelijk kennisgeving te doen aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Deze uittreding wordt negentig dagen na ontvangst van bedoelde kennisgeving van kracht.
Artikel 50. Uitsluiting
Indien de Raad vaststelt dat een lid zijn verplichtingen in het kader van deze overeenkomst niet is nagekomen, en bovendien tot de conclusie komt dat aan de werking van deze overeenkomst daardoor in aanzienlijke mate afbreuk wordt gedaan, kan hij met meervoudige tweederde meerderheid van stemmen dat lid uit de Organisatie uitsluiten. De Raad doet van dit besluit onmiddellijk kennisgeving aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Negentig dagen na de datum van het besluit van de Raad houdt bedoeld lid op lid van de Organisatie te zijn en, indien het lid een overeenkomstsluitende partij is, houdt het op partij bij deze overeenkomst te zijn.
Artikel 51. Vereffening van de rekeningen met uittredende of uitgesloten leden
De Raad stelt vast op welke wijze de rekeningen met een uittredend of uitgesloten lid worden vereffend. De Organisatie behoudt alle reeds door een uitgetreden of uitgesloten lid betaalde bedragen, en een dergelijk lid blijft verplicht alle bedragen te betalen die het aan de Organisatie verschuldigd is op het ogenblik waarop de uittreding of de uitsluiting van kracht wordt, met dien verstande echter dat, indien een overeenkomstsluitende partij een wijziging niet kan aanvaarden en daarom zijn deelneming in het kader van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 53, lid 2, stopzet, de Raad voor het vereffenen van de rekeningen een billijke regeling kan vaststellen.
Een lid dat zijn deelneming aan de overeenkomst stopzet, heeft geen recht op een deel van de opbrengst van een liquidatie of op andere activa van de organisatie; het is ook niet aansprakelijk voor betaling van een deel van het eventuele tekort van de Organisatie bij de beëindiging van deze overeenkomst.
Artikel 52. Looptijd en beëindiging
Deze overeenkomst blijft van kracht voor een periode van vijf jaar tot en met 30 september 2007, tenzij zij overeenkomstig lid 2 wordt verlengd of overeenkomstig lid 3 wordt beëindigd.
De Raad kan bij meerderheid van stemmen van de leden die ten minste een meervoudige tweederde meerderheid van het totale aantal stemmen bezitten, besluiten deze overeenkomst met een of meer opeenvolgende tijdvakken, waarvan de gezamenlijke totale duur niet meer dan zes jaar bedraagt, te verlengen tot na 30 september 2007. Een lid dat met een dergelijke verlenging van deze overeenkomst niet instemt, stelt de Raad en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties daarvan schriftelijk in kennis vóór het begin van de verlengingsperiode en houdt vanaf de aanvang van de verlengingsperiode op partij bij deze overeenkomst te zijn.
De Raad kan te allen tijde, bij meerderheid van stemmen van de leden die ten minste een meervoudige tweederde meerderheid van het totale aantal stemmen bezitten, besluiten deze overeenkomst te beëindigen. Deze beëindiging wordt van kracht op de datum die de Raad vaststelt.
Indien de overeenkomst is beëindigd, blijft de Raad zolang als nodig is bestaan teneinde de noodzakelijke besluiten te nemen gedurende de tijd die vereist is voor de liquidatie van de Organisatie en de vereffening van haar rekeningen, alsmede voor de overdracht van haar activa.
De Raad doet besluiten inzake de looptijd en/of de beëindiging van deze overeenkomst en kennisgevingen die door de Raad overeenkomstig dit artikel zijn ontvangen, toekomen aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 53. Wijziging
De Raad kan bij meervoudige tweederde meerderheid van stemmen de overeenkomstsluitende partijen een wijziging van deze overeenkomst aanbevelen. Deze wijziging wordt van kracht honderd dagen nadat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties bericht van aanvaarding heeft ontvangen van overeenkomstsluitende partijen die ten minste 70% vertegenwoordigen van exporterende landen en ten minste 75% van de stemmen van de exporterende leden bezitten, alsmede van overeenkomstsluitende partijen die ten minste 70% vertegenwoordigen van importerende landen en ten minste 75% van de stemmen van de importerende leden bezitten. De Raad stelt een termijn vast waarbinnen de overeenkomstsluitende partijen de secretaris-generaal van de Verenigde Naties moeten mededelen dat zij de wijziging aanvaarden. Indien bij het verstrijken van de vastgestelde termijn niet aan de procentuele voorwaarden voor het in werking treden van de wijziging is voldaan, wordt de wijziging als ingetrokken beschouwd.
Iedere overeenkomstsluitende partij die geen kennisgeving van aanvaarding van een wijziging heeft gedaan binnen de door de Raad vastgestelde termijn, of ieder gebied dat lid is of deel uitmaakt is van een ledengroep, namens welk op die datum geen zodanige kennisgeving is gedaan, houdt met ingang van de datum waarop de wijziging in werking treedt, op partij te zijn bij deze overeenkomst.
De Raad stelt de secretaris-generaal van de Verenigde Naties in kennis van de wijzigingen die overeenkomstig dit artikel aan de overeenkomstsluitende partijen zijn toegezonden.
Artikel 54. Aanvullende bepalingen en overgangsbepalingen
Met betrekking tot de verlengde Internationale Koffieovereenkomst van 1994 is het volgende van toepassing:
- a. alle besluiten die door of namens de Organisatie of een orgaan van de Organisatie zijn genomen op grond van de verlengde Internationale Koffieovereenkomst van 1994 welke op 30 september 2001 van kracht waren en ten aanzien waarvan niet is bepaald dat zij op die datum verstrijken, blijven van kracht tenzij zij krachtens het bepaalde in deze overeenkomst zijn gewijzigd;
- b. alle besluiten die de Raad tijdens het koffiejaar 2000/2001 voor toepassing in het koffiejaar 2001/2002 moet nemen, worden door de Raad in het koffiejaar 2000/2001 genomen en voorlopig toegepast alsof deze overeenkomst reeds in werking was getreden.
Artikel 55. Authentieke teksten van de overeenkomst
De teksten van deze overeenkomst in de Engelse, de Franse, de Portugese en de Spaanse taal zijn gelijkelijk authentiek. De originelen worden nedergelegd bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, having been duly authorized to this effect by their respective Governments, have signed this Agreement on the dates appearing opposite their signatures.