Verdrag tot regeling van de conflicten tussen de nationale wet en de wet van de woonplaats

Type Verdrag
Publication 1955-06-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend;

Verlangend gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen nopens een regeling van de conflicten tussen de nationale wet en de wet van de woonplaats;

Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten en zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Wanneer de Staat, waar de betrokken persoon woont, de toepassing van de nationale wet voorschrijft, terwijl de Staat, waarvan die persoon onderdaan is, de toepassing van de wet van de woonplaats voorschrijft, past iedere verdragsluitende Staat de bepalingen van intern recht van de wet van de woonplaats toe.

Artikel 2

Wanneer de Staat, waar de betrokken persoon woont, en de Staat, waarvan deze persoon onderdaan is, beiden de toepassing van de wet van de woonplaats voorschrijven, past iedere verdragsluitende Staat de bepalingen van intern recht van de wet van de woonplaats toe.

Artikel 3

Wanneer de Staat, waar de betrokken persoon woont en de Staat, waarvan deze persoon onderdaan is, beiden de toepassing van de nationale wet voorschrijven, past iedere verdragsluitende Staat de bepalingen van intern recht van de nationale wet toe.

Artikel 4

Geen der verdragsluitende Staten verplicht zich de regelen, gegeven bij de vorige artikelen, toe te passen, wanneer zijn regelen van internationaal privaatrecht in een bepaald geval de toepassing noch van de wet van de woonplaats, noch van de nationale wet voorschrijven.

Artikel 5

Onder woonplaats, in de zin van dit Verdrag, wordt verstaan de plaats waar een persoon gewoonlijk verblijft, tenzij de woonplaats afhankelijk is van die van een andere persoon of van de zetel van een autoriteit.

Artikel 6

In ieder van de verdragsluitende Staten kan de toepassing van de door dit Verdrag aangewezen wet ter zijde worden gesteld op grond van de openbare orde.

Artikel 7

Geen Staat verplicht zich de bepalingen van dit Verdrag toe te passen, wanneer de Staat, waar de betrokken persoon woont, of de Staat, waarvan die persoon onderdaan is, geen verdragsluitende Staat is.

Artikel 8

ledere verdragsluitende Staat kan bij de ondertekening of de bekrachtiging van- of de toetreding tot dit Verdrag, verklaren, dat hij van de toepassing van dit Verdrag de wetsconflicten met betrekking tot bepaalde onderwerpen uitsluit.

De Staat, die gebruik gemaakt heeft van de bevoegdheid, bedoeld in het vorige lid, kan geen aanspraak maken op de toepassing van dit Verdrag, door de andere verdragsluitende Staten, voor wat betreft de onderwerpen die hij heeft uitgesloten.

Artikel 9

Dit Verdrag staat ter ondertekening open voor de Staten, vertegenwoordigd op de Zevende Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.

Het zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.

Van iedere nederlegging van akten van bekrachtiging zal een proces-verbaal worden opgemaakt, waarvan een gewaarmerkt afschrift, langs diplomatieke weg, aan ieder der ondertekenende Staten zal worden toegezonden.

Artikel 10

Dit Verdrag treedt in werking op de zestigste dag te rekenen van de nederlegging van de vijfde akte van bekrachtiging bedoeld in artikel 9, lid 2.

Voor iedere ondertekenende Staat, die het Verdrag later bekrachtigt, treedt het in werking op de zestigste dag te rekenen van de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.

Artikel 11

Dit Verdrag is van rechtswege van toepassing in het moederland van de verdragsluitende Staten.

Indien een verdragsluitende Staat de inwerkingtreding ervan wenst in alle of enige van de andere grondgebieden, voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is, geeft hij te dien einde van zijn voornemen kennis door een akte, die wordt neder gelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland. Dit doet, langs diplomatieke weg, een gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen. Het Verdrag treedt voor die grondgebieden in werking op de zestigste dag, te rekenen van de datum van nederlegging van de hierboven vermelde akte van kennisgeving.

Het is weiver staan, dat de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, slechts gevolg kan hebben na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 10, lid 1.

Artikel 12

ledere Staat, die niet vertegenwoordigd is geweest op de Zevende Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, kan tot dit Verdrag toetreden. De Staat, die wenst toe te treden, geeft van zijn voornemen kennis door een akte, die wordt nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland. Dit doet, langs diplomatieke weg, een gewaarmerkt afschrift van die akte aan ieder der verdragsluitende Staten toekomen. Het Verdrag treedt voor de toetredende Staat in werking op de zestigste dag, te rekenen van de datum van nederlegging van de akte van toetreding.

Het is welverstaan, dat de nederlegging van de akte van toetreding slechts kan plaats vinden na de inwerkingtreding van dit Verdrag krachtens artikel 10, lid 1.

Artikel 13

Dit Verdrag blijft gedurende vijf jaren van kracht, te rekenen van de dagtekening aangegeven in artikel 10, lid 1, van dit Verdrag. Deze termijn begint van die dag af te lopen, zelfs voor de Staten, die later hebben bekrachtigd of zijn toegetreden.

Het Verdrag wordt, behoudens opzegging, stilzwijgend telkens voor vijf jaren verlengd.

De opzegging moet tenminste zes maanden voor het einde van de termijn ter kennis worden gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland, dat daarvan aan alle andere verdragsluitende Staten mededeling zal doen.

De opzegging kan zich beperken tot de grondgebieden of tot bepaalde grondgebieden, aangegeven in een kennisgeving gedaan krachtens artikel 11, lid 2.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de Staat, die haar heeft gedaan. Het Verdrag blijft van kracht voor de andere verdragsluitende Staten.

En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs, ont signé la présente Convention.

Fait à La Haye, le 15 juin 1955, en un seul exemplaire, qui sera déposé dans les archives du Gouvernement des Pays-Bas et dont une copie, certifiée conforme, sera remise, par la voie diplomatique, à chacun des Etats représentés à la Septième Session de la Conférence de La Haye de Droit International Privé.

Pour la République Fédérale d'Allemagne:

Pour l'Autriche:

Pour la Belgique:

Pour le Danemark:

Pour l'Espagne:

Pour la Finlande:

Pour la France:

Pour l'Italie:

Pour le Japon:

Pour le Luxembourg:

(s.) COLLART

Pour la Norvège:

Pour les Pays-Bas:

(s.) J. W. BEYEN

Pour le Portugal:

Pour le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord: Pour la Suède:

Pour la Suisse:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.