Protocol betreffende zeelieden-vluchtelingen

Type Verdrag
Publication 1975-03-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die partij zijn bij dit Protocol,

Overwegende dat de toepassing van de Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen, ondertekend te 's-Gravenhage op 23 november 1957 (hierna te noemen de Overeenkomst), nauw verband houdt met de toepassing van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (hierna te noemen het Verdrag), dat alleen van toepassing is op personen die vluchteling zijn geworden ten gevolge van gebeurtenissen welke voor 1 januari 1951 hebben plaatsgevonden,

Overwegende dat sedert de aanvaarding van het Verdrag nieuwe groepen vluchtelingen zijn ontstaan, en dat het wenselijk is dat een zelfde status geldt voor alle vluchtelingen die vallen onder de begripsomschrijving zoals die in het Verdrag is opgenomen, ongeacht de grensdatum van 1 januari 1951, en dat te dien einde op 31 januari 1967 te New York een Protocol betreffende de status van vluchtelingen voor toetreding werd opengesteld,

Geleid door de wens een soortgelijke regeling te treffen met betrekking tot zeelieden-vluchtelingen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I
1.

De Staten die partij zijn bij dit Protocol verplichten zich de artikelen 2 en 4 tot en met 13 van de Overeenkomst toe te passen op zeelieden-vluchtelingen zoals hieronder omschreven.

2.

Voor de toepassing van dit Protocol is de uitdrukking „zeelieden-vluchtelingen" van toepassing op alle personen die, vluchteling zijnde overeenkomstig de begripsomschrijving in het tweede lid van artikel I van het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967, in enigerlei hoedanigheid als zeevarende werkzaam zijn aan boord van een koopvaardij schip of gewoonlijk in hun levensonderhoud voorzien als zeevarende aan boord van zulk een schip.

3.

Dit Protocol is zonder enige geografische begrenzing van toepassing, met dien verstande dat de verklaringen die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 B (1) (a) van het Verdrag zijn afgelegd door Staten die reeds Partij zijn bij het Verdrag eveneens van toepassing zijn onder dit Protocol, tenzij zij op grond van het bepaalde in artikel 1 B (2) van het Verdrag zijn uitgebreid.

Artikel II

Elk geschil tussen de Partijen bij dit Protocol betreffende de uitlegging of de toepassing van een van de bepalingen daarvan, dat niet op andere wijze kan worden beslecht, zal op verzoek van een van de Partijen bij het geschil worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.

Artikel III
1.

Dit Protocol staat open voor aanvaarding of goedkeuring door alle Regeringen die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en door elke andere Regering die de verplichtingen ten aanzien van zeelieden-vluchtelingen krachtens artikel 28 van het Verdrag of daarmede overeenkomende verplichtingen op zich neemt.

2.

De akten van aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel IV
1.

Dit Protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de achtste akte van aanvaarding of goedkeuring.

2.

Voor elke Regering die dit Protocol aanvaardt of goedkeurt na de nederlegging van de achtste akte van aanvaarding of goedkeuring treedt dit Protocol in werking op de datum van nederlegging door die Regering van haar akte van aanvaarding of goedkeuring.

Artikel V
1.

Elke Regering kan op het tijdstip van nederlegging van haar akte van aanvaarding of goedkeuring, of op elk later tijdstip, verklaren dat dit Protocol van toepassing is op elk gebied of alle gebieden voor de internationale betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is, mits zij ten aanzien daarvan de verplichtingen op zich heeft genomen die zijn vermeld in het eerste lid van artikel III.

2.

Een zodanige uitbreiding van de toepassing geschiedt door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving.

3.

De uitbreiding van de toepassing wordt van kracht op de negentigste dag na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, doch niet voor de datum van inwerkingtreding van dit Protocol voor de Regering die de kennisgeving doet, zoals aangegeven in artikel IV.

Artikel VI
1.

Een Partij bij dit Protocol kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving.

2.

Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen. Wanneer dit Protocol door een Partij is opgezegd, kan een andere Partij, na overleg met de overblijvende Partijen, het Protocol met ingang van dezelfde datum opzeggen, mits een opzeggingstermijn van niet minder dan zes maanden in acht wordt genomen.

Artikel VII
1.

Een Partij bij dit Protocol die een kennisgeving krachtens artikel V heeft gedaan, kan op elk later tijdstip door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving verklaren dat dit Protocol niet langer van toepassing is op het gebied of op de gebieden aangegeven in de kennisgeving.

2.

Dit Protocol houdt op van toepassing te zijn op het betrokken gebied of de betrokken gebieden een jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen.

Artikel VIII

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal alle Regeringen die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en alle andere Regeringen die dit Protocol hebben aanvaard of goedgekeurd, mededeling doen van alle nederleggingen verricht en kennisgevingen gedaan overeenkomstig de artikelen III, V, VI en VIL

Artikel IX

Een exemplaar van dit Protocol, waarvan de Engelse en de Franse tekst gelijkelijk authentiek zijn, ondertekend door de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen aan de in artikel VIII bedoelde Regeringen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.