Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Franse Republiek inzake personencontrole op de luchthavens op Sint Maarten

Type Verdrag
Publication 2007-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek, hierna genoemd de Verdragsluitende Partijen,

Overwegende dat het eiland Sint Maarten een intensief verkeer van personen kent;

Overwegende dat het eiland Sint Maarten, waarop het onderhavige Verdrag betrekking heeft, uit twee delen bestaat, waarvan het ene grondgebied is van de Franse Republiek en het andere grondgebied is van de Nederlandse Antillen, deel van het Koninkrijk der Nederlanden vormend;

Overwegende dat het in het gemeenschappelijke belang is van beide Verdragsluitende Partijen een doelmatige controle te verzekeren van de personen die op de onderscheiden luchthavens van het eiland aankomen, teneinde illegale immigratie te voorkomen en te bestrijden;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe samen te werken teneinde de doelmatigheid van de controle op de binnenkomst en van het toezicht op het verblijf van vreemdelingen op Sint Maarten te verzekeren.

Artikel 2

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 3
1.

Op de luchthavens wordt de personencontrole uitgeoefend door de bevoegde autoriteiten van de gaststaat, op grond van nationale bevoegdheden en overeenkomstig het nationale recht.

2.

De grensbewakingsambtenaren van de zendstaat echter oefenen in het kader van de hierna omschreven gezamenlijke personencontrole overeenkomstig hun wetgeving personencontrole uit in de zone.

Artikel 4
1.

Bij een gezamenlijke controle als bedoeld in artikel 5, kan aan een vreemdeling die aan de onderstaande voorwaarden voldoet, toegang voor kort verblijf worden verleend tot het eiland:

2.

Aan een vreemdeling die niet voldoet aan het geheel van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, moet de toegang tot het eiland worden geweigerd, tenzij de vreemdeling alleen toelating tot het gebiedsdeel van de gaststaat verlangt èn de gaststaat op grond van humanitaire overwegingen, om reden van nationaal belang of wegens internationale verplichtingen een afwijking daarvan noodzakelijk acht. In dat geval dient de toegang te worden beperkt tot het gebiedsdeel van de gaststaat, die de zendstaat daarvan in kennis stelt.

3.

De vreemdeling die houder is van een door een Verdragsluitende Partij afgegeven verblijfstitel of terugkeervisum, danwel zonodig van beide documenten, dient doorreis te worden verleend, tenzij hij gesignaleerd staat op de signaleringslijst van de gaststaat.

Artikel 5
1.

De gezamenlijke personencontrole wordt op zodanige wijze uitgeoefend dat eerst door de grensbewakingsambtenaar van de gaststaat wordt gecontroleerd en vervolgens door de grensbewakingsambtenaar van de zendstaat.

2.

De gezamenlijke personencontrole behelst, naast de controle op de aanwezigheid en de geldigheid van de grensoverschrijdingsdocumenten en de toetsing of aan de andere voorwaarden voor binnenkomst, verblijf, het verrichten van arbeid en uitreis is voldaan, tevens onderzoek naar gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid van de Verdragsluitende Partijen; deze controles kunnen ook betrekking hebben op de in het bezit van de grenspassanten zijnde voorwerpen; zij worden door de grensbewakingsambtenaren van beide Verdragsluitende Partijen verricht overeenkomstig hun eigen nationale wetgeving, in het bijzonder wat betreft de veiligheidsfouillering.

3.

Bij een gezamenlijke personencontrole dienen alle personen tenminste een zodanige controle te ondergaan, dat aan de hand van de overgelegde of getoonde grensdocumenten hun identiteit kan worden vastgesteld. Indien uit de controle door de grensbewakingsambtenaar van de gaststaat blijkt, dat de grenspassant geen vreemdeling in de zin van dit Verdrag is, blijft de controle door de grensbewakingsambtenaar van de zendstaat achterwege.

4.

Bij een gezamenlijke personencontrole dienen vreemdelingen een grondige controle als bedoeld in het tweede lid te ondergaan.

5.

Tijdens een gezamenlijke personencontrole plegen de dienstdoende grensbewakingsambtenaren van de Verdragsluitende Partijen onderling overleg over de toelating van de vreemdeling. De beslissing tot weigering van toelating berust bij de grensbewakingsambtenaar van de gaststaat en wordt ook door die grensbewakingsambtenaar aan de vreemdeling meegedeeld.

Artikel 6
1.

Bij een gezamenlijke personencontrole zijn de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat aan de volgende voorwaarden gebonden:

2.

Tijdens de reis van de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat op het grondgebied van de gaststaat van en naar de zone is het bepaalde in het eerste lid, onder a en b, eveneens van toepassing.

3.

De autoriteiten van de zendstaat verlenen desgevraagd medewerking aan nader onderzoek van de gaststaat op wier luchthaven door hun grensbewakingsambtenaren werd opgetreden.

Artikel 7

Een persoon die tijdens een personencontrole door de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat werd aangehouden, kan ongeacht zijn nationaliteit door de plaatselijk bevoegde autoriteiten voor verhoor worden aangehouden. De terzake geldende regels van nationaal recht van de gaststaat zijn van toepassing. Tenzij voordien de plaatselijk bevoegde autoriteiten een verzoek tot voorlopige aanhouding ter fine van uitlevering hebben ontvangen, in ongeacht welke vorm, wordt de aangehouden persoon in vrijheid gesteld bij het verstrijken van de hiervoor geldende maximum termijn.

Artikel 8
1.

Vorderingen tot vergoeding van schade die door grensbewakingsambtenaren van de zendstaat is veroorzaakt tijdens de uitoefening van hun functie in het kader van dit Verdrag in de gaststaat, worden beheerst door het recht en de rechtsmacht van de zendstaat, als ware de schade in deze staat ontstaan.

2.

Ingeval een grensbewakingsambtenaar van de zendstaat wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit in de gaststaat, stellen de justitiële autoriteiten van die staat onmiddellijk de justitiële autoriteiten van de zendstaat in kennis van de verdenking en zo spoedig mogelijk van de resultaten van het onderzoek naar de feiten en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd.

3.

De grensbewakingsambtenaren van de zendstaat kunnen niet door de justitiële autoriteiten van de gaststaat worden vervolgd voor handelingen die zij in de zone hebben verricht tijdens de uitoefening van hun functie in het kader van dit Verdrag. In dit geval vallen zij onder de rechtsmacht van de zendstaat, als waren de handelingen in deze staat verricht.

4.

Bij toepassing van het bepaalde in het derde lid houden de justitiële autoriteiten van de zendstaat de justitiële autoriteiten van de gaststaat op de hoogte van het tegen de betrokken grensbewakingsambtenaar ingestelde justitiële onderzoek, alsmede van de gevolgen die aan het resultaat daarvan worden verbonden.

Artikel 9
1.

De autoriteiten van de gaststaat verlenen de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat tijdens de uitoefening van hun functie dezelfde bescherming en bijstand als zij hun eigen grensbewakingsambtenaren verlenen.

2.

De in de gaststaat geldende strafbepalingen ter bescherming van de grensbewakingsambtenaren tijdens de uitoefening van hun functie zijn tevens van toepassing op strafbare feiten begaan tegen de grensbewakingsambtenaren van de zendstaat tijdens de uitoefening van hun functie.

Artikel 10

De autoriteiten van de gaststaat behouden zich het recht voor de autoriteiten van de zendstaat te verzoeken een van hun grensbewakingsambtenaren terug te roepen.

Artikel 11
1.

De vreemdeling die niet of niet meer voldoet aan de in artikel 4 bedoelde voorwaarden van toegang dient het eiland in beginsel onverwijld te verlaten.

2.

Indien het vrijwillig vertrek van de vreemdeling als bedoeld in het eerste lid niet plaatsvindt of indien een vermoeden bestaat dat dit vertrek niet zal plaatsvinden of indien het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling om reden van openbare orde of nationale veiligheid is geboden, dient de vreemdeling overeenkomstig de in de nationale wetgeving neergelegde voorwaarden van de Verdragsluitende Partij op wier gebiedsdeel aan de vreemdeling de toegang is geweigerd of op wier gebiedsdeel hij wordt aangetroffen, te worden verwijderd van het eiland.

3.

De vreemdeling die is toegelaten overeenkomstig artikel 4, tweede lid, tot één gebiedsdeel en wordt aangetroffen op het gebiedsdeel van de andere Verdragsluitende Partij, wordt onverwijld van het eiland verwijderd.

4.

De Verdragsluitende Partijen verbinden zich van elke door haar uitgevoerde verwijdering als bedoeld in het tweede lid zodanig aantekening te houden dat daaruit de naam van de betrokken vreemdeling, de reden, de datum en de wijze van verwijdering, alsmede de naam van de betrokken vervoerder, de kosten en de wijze van betaling van die kosten, blijkt.

Artikel 12
1.

De Verdragsluitende Partijen verbinden zich de kosten van verwijdering gezamenlijk op de voet van dit artikel te dragen.

2.

De kosten worden betaald uit een door de Verdragsluitende Partijen gezamenlijk te openen bankrekening. De gezamenlijke bankrekening mag uitsluitend worden aangewend voor de betaling van kosten van de verwijderingen. De Commissie wijst de personen aan die bevoegd zijn betalingsopdrachten ten laste van de gezamenlijke bankrekening te verstrekken.

3.

Elk der Verdragsluitende Partijen stort voor de inwerkingtreding van het Verdrag, en vervolgens jaarlijks, een gelijk bedrag op de gezamenlijke rekening als bedoeld in het tweede lid. Indien het saldo ontoereikend wordt, dragen de Verdragsluitende Partijen gelijkelijk zorg voor bijstortingen van voldoende omvang.

4.

De kosten van verwijdering worden door de Verdragsluitende Partijen als volgt gedragen:

5.

Een door de Commissie aangewezen onafhankelijke deskundige brengt aan de hand van, enerzijds, het totaalbedrag van de in één kalenderjaar ten laste van de gezamenlijke bankrekening verstrekte betalingsopdrachten en, anderzijds, de door beide Verdragsluitende Partijen overgelegde gegevens als bedoeld in het vierde lid van artikel 11, advies uit over de door elk der Verdragsluitende Partijen te dragen kosten.

6.

De Commissie stelt de door elk der Verdragsluitende Partijen te dragen kosten vast.

Artikel 13
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag stellen de Verdragsluitende Partijen een Commissie in.

2.

Onverminderd de bijzondere bevoegdheden die de Commissie krachtens dit Verdrag worden toegekend, heeft de Commissie tot taak toe te zien op de juiste toepassing van dit Verdrag.

3.

De Commissie bepaalt de lijst van landen wier onderdanen onderworpen kunnen worden aan de gezamenlijke controle.

4.

De Commissie stelt een werkgroep in, belast met:

Artikel 14
1.

De Commissie is samengesteld uit vijf vertegenwoordigers van elk der Verdragsluitende Partijen, waarvan tenminste één de justitiële autoriteiten vertegenwoordigt. Zij kunnen zich laten bijstaan door deskundigen die de vergaderingen bijwonen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.