Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid van 6 november 1925, herzien te Londen op 2 juni 1934 en te 's-Gravenhage op 28 november 1960
De Overeenkomstsluitende Staten,
geleid door de wens om aan de ontwerpers van tekeningen of modellen van nijverheid de mogelijkheid te bieden door middel van een internationaal depot een doeltreffende bescherming in een groter aantal staten te verkrijgen;
van mening dat te dien einde de Overeenkomst betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid, ondertekend te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en herzien te Londen op 2 juni 1934, behoort te worden herzien;
zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De Overeenkomstsluitende Staten vormen een bijzondere Unie voor het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid.
Slechts de Lid-Staten van de Internationale Unie voor de bescherming van de intellectuele eigendom kunnen partij zijn bij deze Overeenkomst.
Artikel 2
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder:
Overeenkomst van 1925: De Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid van 6 november 1925.
Overeenkomst van 1934: De Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid van 6 november 1925, herzien te Londen op 2 juni 1934.
Deze Overeenkomst: De Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid, zoals neergelegd in deze akte.
Het Reglement: Het reglement van uitvoering van deze Overeenkomst.
Internationaal Bureau: Het Internationale Bureau voor de intellectuele eigendom.
Internationaal Depot: Een depot dat bij het Internationaal Bureau is verricht.
Nationaal Depot: Een depot dat bij de nationale administratie van een Overeenkomstsluitende Staat is verricht.
Meervoudig Depot: Een depot dat verscheidene tekeningen of modellen omvat.
Staat van oorsprong van een internationaal depot: De Overeenkomstsluitende Staat waar de deposant een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft of, indien de deposant dergelijke inrichtingen in verscheidene Overeenkomstsluitende Staten heeft diegene der Overeenkomstsluitende Staten, die hij in zijn aanvrage heeft aangewezen; indien hij niet een dergelijke inrichting heeft in een Overeenkomstsluitende Staat, de Overeenkomstsluitende Staat waar hij zijn woonplaats heeft; indien hij geen woonplaats heeft in een Overeenkomstsluitende Staat, de Overeenkomstsluitende Staat waarvan hij onderdaan is.
Staat waar een nieuwheidsonderzoek wordt ingesteld: Een staat waarvan de nationale wetgeving voorziet in een systeem dat een ambtshalve ingesteld vooronderzoek inhoudt, verricht door de nationale Administratie en gericht op de nieuwheid van alle gedeponeerde tekeningen of modellen.
Artikel 3
De onderdanen van de Overeenkomstsluitende Staten of de personen die, hoewel zij geen onderdaan van een dezer staten zijn, hun woonplaats of daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel op het grondgebied van een der bedoelde staten hebben, kunnen tekeningen of modellen bij het Internationaal Bureau deponeren.
Artikel 4
Het internationaal depot kan bij het Internationaal Bureau worden verricht:
- a). rechtstreeks, of
- b). door tussenkomst van de nationale Administratie van een Overeenkomstsluitende Staat, indien de wetgeving van deze staat zulks gedoogt.
De nationale wetgeving van elke Overeenkomstsluitende Staat kan verlangen dat ieder internationaal depot, waarvoor deze staat als staat van oorsprong wordt aangemerkt, wordt verricht door tussenkomst van zijn nationale Administratie. Niet nakoming van een dergelijk voorschrift tast geenszins de gevolgen van het internationaal depot in de andere Overeenkomstsluitende Staten aan.
Artikel 5
Het internationaal depot bevat een aanvrage, een of meer fotografische dan wel anderszins grafische afbeeldingen van de tekening of het model, alsmede de in het Reglement voorziene betaling van de taksen.
De aanvrage dient te bevatten:
-
- de lijst van Overeenkomstsluitende Staten waarin de deposant wenst dat het internationaal depot gevolg heeft;
-
- de omschrijving van het voorwerp of de voorwerpen waarin de tekening of het model dient te worden belichaamd;
-
- indien de deposant een beroep wenst te doen op het in artikel 9 bedoelde recht van voorrang, de vermelding van de datum, de staat en het nummer van het depot dat het recht van voorrang doet ontstaan;
-
- alle andere in het Reglement bedoelde gegevens.
- a). De aanvrage kan bovendien bevatten:
- 1). een korte beschrijving van de wezenlijke kenmerken van de tekening of het model;
- 2). een opgave van de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model;
- 3). een verzoek tot opschorting van de openbaarmaking, zoals voorzien in artikel 6, lid 4.
- b). Exemplaren of kleine modellen van het voorwerp waarin de tekening of het model wordt belichaamd kunnen eveneens aan de aanvrage worden toegevoegd.
Een meervoudig depot kan verscheidene tekeningen of modellen omvatten, indien zij bestemd zijn om te worden belichaamd in voorwerpen die volgens de internationale classificatie van tekeningen of modellen, bedoeld in artikel 21, lid 2 onder 4, in dezelfde klasse vallen.
Artikel 6
Het Internationaal Bureau houdt het internationaal register van tekeningen of modellen en schrijft de internationale depots in.
Het internationaal depot wordt geacht te zijn verricht op de dag waarop het Internationaal Bureau de aanvrage in de vereiste vorm, de bij de aanvrage te betalen taksen en de fotografische of anderszins grafische afbeelding(en) van de tekening of het model heeft ontvangen, of indien deze niet tegelijkertijd zijn ontvangen, op de dag waarop de laatste van deze formaliteiten is vervuld. De inschrijving draagt dezelfde datum.
- a). Voor elk internationaal depot maakt het Internationaal Bureau in een op regelmatige tijden verschijnend blad openbaar:
- 1). weergaven in zwart-wit of, op verzoek van de deposant, in kleuren, van de gedeponeerde fotografische of anderszins grafische afbeeldingen;
- 2). de datum van het internationaal depot;
- 3). de in het Reglement bedoelde gegevens.
- b). Het Internationaal Bureau dient binnen de kortst mogelijke termijn het op regelmatige tijden verschijnende blad aan de nationale Administraties toe te zenden.
- a). De in lid 3, onder a bedoelde openbaarmaking wordt op verzoek van de deposant gedurende de door hem gewenste tijdsduur opgeschort. Deze tijdsduur mag een termijn van 12 maanden, te rekenen van de datum van het internationaal depot af, niet overschrijden. Indien echter een beroep wordt gedaan op een recht van voorrang, wordt de tijdsduur berekend van de voorrangsdatum af.
- b). Gedurende de hierboven onder a bedoelde tijdsduur kan de deposant te allen tijde de onmiddellijke openbaarmaking verzoeken of zijn depot intrekken. De intrekking van het depot kan worden beperkt tot een of meer Overeenkomstsluitende Staten en, in geval van een meervoudig depot, tot een deel van de tekeningen of modellen die in het meervoudig depot zijn opgenomen.
- c). Indien de deposant niet binnen de voorgeschreven termijnen de voor het verstrijken van de hierboven onder a bedoelde tijdsduur opeisbare taksen betaalt, haalt het Internationaal Bureau het depot door en gaat niet over tot de in lid 3 onder a bedoelde openbaarmaking.
- d). Tot aan het verstrijken van de hierboven onder a bedoelde tijdsduur houdt het Internationaal Bureau de inschrijving van een depot, waarvoor een verzoek om opschorting van openbaarmaking is gedaan, geheim en kan het publiek van geen enkel geschrift of voorwerp betreffende dit depot kennis nemen.
Deze bepalingen zijn van toepassing voor onbeperkte tijdsduur, indien de deposant zijn depot heeft ingetrokken vóór het verstrijken van de voornoemde tijdsduur.
Met uitzondering van de in lid 4 bedoelde gevallen, kan het publiek kennis nemen van het register, alsmede van alle geschriften en voorwerpen die bij het Internationaal Bureau zijn gedeponeerd.
Artikel 7
- a). Elk depot, ingeschreven bij het Internationaal Bureau, heeft in ieder van de Overeenkomstsluitende Staten die de deposant in zijn aanvrage heeft aangewezen, dezelfde werking als waren alle door de nationale wet voorgeschreven formaliteiten ter verkrijging van de bescherming door de deposant vervuld en alle te dien einde voorgeschreven administratieve handelingen door de Administratie van die staat verricht.
- b). Behoudens de bepalingen van artikel 11, wordt de bescherming van tekeningen of modellen die het voorwerp uitmaken van een depot dat ingeschreven is bij het Internationaal Bureau, in elk van de Overeenkomstsluitende Staten beheerst door de bepalingen van de nationale wet die in bedoelde staat van toepassing zijn op tekeningen of modellen waarvoor de bescherming is ingeroepen door middel van het nationale depot en waarvoor alle formaliteiten zijn vervuld en alle administratieve handelingen zijn verricht.
Het internationaal depot heeft geen gevolg in de staat van oorsprong indien de wetgeving van deze staat dit voorschrijft.
Artikel 8
Niettegenstaande de bepalingen van artikel 7 moet de nationale Administratie van een Overeenkomstsluitende Staat, waarvan de nationale wetgeving voorziet in een weigering van bescherming op grond van een ambtshalve ingesteld administratief onderzoek of op grond van oppositie van derden, in geval van weigering, binnen een termijn van zes maanden aan het Internationaal Bureau kennis geven, dat de tekening of het model niet voldoet aan de eisen welke deze wetgeving stelt naast de formaliteiten en administratieve handelingen bedoeld in artikel 7, eerste lid. Indien van de weigering niet binnen de termijn van zes maanden wordt kennis gegeven, heeft het internationaal depot in de bedoelde staat gevolg vanaf de datum van dit depot. Indien niet in de loop van de termijn van zes maanden van een weigering is kennis gegeven, behoudt het internationaal depot in elke Overeenkomstsluitende Staat waar een nieuwheidsonderzoek wordt gehouden, zijn recht van voorrang en heeft rechtsgevolgen van de dag af waarop de genoemde termijn is verstreken, tenzij de nationale wetgeving een vroegere datum toekent voor de depots die bij zijn nationale Administratie, zijn verricht.
De termijn van zes maanden bedoeld in lid 1 moet worden gerekend vanaf de dag waarop de nationale Administratie de aflevering heeft ontvangen van het op regelmatige tijden verschijnende blad waarin de inschrijving van het internationaal depot is openbaar gemaakt. De nationale Administratie moet aan iedere derde op zijn verzoek kennis geven van deze datum.
De deposant heeft dezelfde rechtsmiddelen tegen de in lid 1 bedoelde beslissing van de nationale Administratie houdende weigering van de bescherming, als indien hij zijn tekening of model bij deze Administratie zou hebben gedeponeerd; in ieder geval moet de beslissing houdende weigering van de bescherming het voorwerp kunnen uitmaken van een hernieuwd onderzoek of een beroep. De kennisgeving van de beslissing moet aangeven:
- 1). de gronden waarop de beslissing berust dat de tekening of het model niet beantwoordt aan de eisen van de nationale wet;
- 2). de in lid 2 bedoelde datum;
- 3). de termijn welke is toegestaan voor het indienen van een verzoek tot een hernieuwd onderzoek of voor het instellen van een beroep;
- 4). de autoriteit tot welke dit verzoek of beroep kan worden gericht.
- a). De nationale Administratie van een Overeenkomstsluitende Staat waarvan de nationale wetgeving bepalingen inhoudt van de aard als die bedoeld in lid 1, welke bepalingen een opgave van de naam van de werkelijke ontwerper van de tekening of het model, of een beschrijving van de bedoelde tekening of het model voorschrijven, kan van de deposant eisen, dat hij binnen een termijn van niet minder dan 60 dagen te rekenen vanaf de dag waarop een desbetreffend verzoek door deze Administratie is verzonden, in de taal waarin de bij het Internationaal Bureau ingediende aanvrage is gesteld, verstrekt:
- 1). een verklaring die de werkelijke ontwerper van de tekening of van het model noemt;
- 2). een korte beschrijving die de wezenlijke kenmerken van de tekening of het model, zoals deze blijken uit de fotografieën of andere grafische afbeeldingen, duidelijk aangeeft.
- b). Voor de indiening van een dergelijke verklaring of beschrijving of voor eventuele openbaarmaking hiervan door de nationale Administratie mogen geen taksen worden geheven.
- a). Elk der Overeenkomstsluitende Staten waarvan de nationale wetgeving bepalingen bevat van de aard als die bedoeld in lid 1, moet het Internationaal Bureau hiervan mededeling doen.
- b). Indien de wetgeving van een Overeenkomstsluitende Staat voorziet in verscheidene systemen van bescherming van tekeningen of modellen en één dezer systemen een nieuwheidsonderzoek vereist, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst die betrekking hebben op staten waar een dergelijk onderzoek wordt gehouden slechts van toepassing wat dit systeem betreft.
Artikel 9
Wordt het internationaal depot van de tekening of het model verricht binnen zes maanden na het eerste depot van dezelfde tekening of van hetzelfde model in een van de Lid-Staten van de internationale Unie voor de bescherming van de Intellectuele Eigendom en wordt het recht van voorrang voor het internationaal depot ingeroepen, dan is de datum van dat eerste depot de voorrangsdatum.
Artikel 10
Het internationaal depot kan om de vijf jaar worden vernieuwd door in de loop van het laatste jaar van elke periode van vijf jaar de in het Reglement vastgestelde vernieuwingstaksen te betalen.
Door storting van een in het Reglement vastgestelde extra taks, wordt een termijn van uitstel van zes maanden voor de vernieuwingen van het internationaal depot verleend.
Bij het betalen van de taksen voor vernieuwing dient het nummer van het internationaal depot te worden opgegeven en, indien de vernieuwing geen werking moet hebben ten aanzien van alle Overeenkomstsluitende Staten waar het depot op het punt staat te vervallen, tevens die staten waar de vernieuwing werking moet hebben.
De vernieuwing kan worden beperkt tot slechts een deel van de in een meervoudig depot opgenomen tekeningen of modellen.
Het Internationaal Bureau schrijft de vernieuwingen in en maakt deze openbaar.
Artikel 11
- a). De tijd waarvoor een Overeenkomstsluitende Staat bescherming verleent voor de tekeningen of modellen die het voorwerp van een internationaal depot vormen kan niet korter zijn dan:
- 1). tien jaar vanaf de datum van het internationaal depot, indien dit depot is vernieuwd;
- 2). vijf jaar vanaf de datum van het internationaal depot, indien dit depot niet is vernieuwd.
- b). Indien echter krachtens de bepalingen van de nationale wetgeving van een Overeenkomstsluitende Staat waar een nieuwheidsonderzoek wordt gehouden, de bescherming begint op een latere datum dan die van het internationaal depot, dienen de onder a gestelde minimum-termijnen te worden gerekend vanaf de aanvang van de bescherming in de bedoelde staat. Het feit dat het internationaal depot niet, of slechts één keer is vernieuwd, tast in geen enkel opzicht de aldus vastgestelde minimumtermijnen van bescherming aan.
Indien de wetgeving van een Overeenkomstsluitende Staat voor de tekeningen of modellen waarvoor een nationaal depot is verricht, in een bescherming voorziet, die met of zonder vernieuwing langer dan 10 jaar duurt, wordt in die staat op grond van het internationaal depot en vernieuwingen daarvan, aan tekeningen of modellen waarvoor een internationaal depot is verricht, een bescherming van gelijke duur verleend.
Iedere Overeenkomstsluitende Staat kan in zijn nationale wetgeving de duur van de bescherming van tekeningen of modellen, waarvoor een internationaal depot is verricht, tot de in het eerste lid gestelde termijnen beperken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.