Protocol van Montreal betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken
De Partijen bij dit Protocol,
Partij zijnde bij het Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag,
Indachtig de uit hoofde van dat Verdrag op hen rustende verplichting passende maatregelen te treffen om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de schadelijke gevolgen, voortvloeiend of vermoedelijk voortvloeiend uit activiteiten van de mens die veranderingen veroorzaken of vermoedelijk veroorzaken in de ozonlaag,
Erkennende dat de uitworp van bepaalde stoffen over de gehele wereld de ozonlaag dusdanig kan afbreken en anderszins veranderen, dat daaruit vermoedelijk schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en het leefmilieu voortvloeien,
Zich bewust van de mogelijke klimatologische gevolgen van de uitworp van deze stoffen,
Beseffende dat maatregelen ter bescherming van de ozonlaag tegen afbraak gebaseerd zouden moeten zijn op ter zake dienende wetenschappelijke kennis, rekening houdend met technische en economische overwegingen,
Vastbesloten de ozonlaag te beschermen door middel van voorzorgsmaatregelen die beogen de totale mondiale uitworp van stoffen die de ozonlaag afbreken op billijke wijze te beheersen, met het uiteindelijke doel deze uitworp geheel uit te bannen gebaseerd op ontwikkelingen in de wetenschappelijke kennis, rekening houdend met technische en economische overwegingen en met de bijzondere behoeften van ontwikkelingslanden,
Erkennende dat er een bijzondere regeling noodzakelijk is om tegemoet te komen aan de behoeften van de ontwikkelingslanden, met inbegrip van het verschaffen van extra financiële middelen en het verschaffen van toegang tot de desbetreffende technologieën, indachtig het feit dat de hoeveelheid benodigde financiële middelen voorspeld kan worden, en dat die middelen een aanzienlijk verschil kunnen maken in de mate waarin de wereld in staat is het wetenschappelijk vastgestelde probleem van het afbreken van de ozonlaag en de schadelijke gevolgen daarvan op te lossen,
Vaststellende dat op nationale en regionale schaal reeds voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om de uitworp van bepaalde chloorfluorkoolwaterstoffen beheersen,
Overwegende dat het van belang is internationale samenwerking te bevorderen op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en overdracht van vervangende technologieën met betrekking tot de beheersing en vermindering van de uitworp van stoffen die de ozonlaag afbreken, met bijzondere aandacht voor de behoeften van de ontwikkelingslanden,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1. Begripomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
-
- „Verdrag”: het Verdrag van Wenen ter bescherming van de ozonlaag van 22 maart 1985.
-
- „Partijen”: de Partijen bij dit Protocol, tenzij anders vermeld.
-
- „secretariaat”: het bij het Verdrag opgerichte secretariaat.
-
- „aan uitworpbeheersing onderworpen stof”: een in Bijlage A, Bijlage B, Bijlage C, Bijlage E of Bijlage F bij dit Protocol genoemde stof, ongeacht of deze als zodanig of in een mengsel voorkomt. Inbegrepen zijn de isomeren van die stof, behoudens bepalingen daarover in de desbetreffende Bijlage; niet inbegrepen zijn evenwel aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen of mengsels in een ander industrieprodukt dan in een houder die wordt gebruikt voor het vervoer of de opslag van die stof.
-
- „produktie”: de hoeveelheid geproduceerde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen verminderd met de hoeveelheid die is vernietigd met behulp van door de Partijen goed te keuren technologieën, en verminderd met de hoeveelheid die geheel wordt gebruikt als grondstof bij de vervaardiging van andere chemicaliën. De hoeveelheid die, eventueel na bewerking, wordt hergebruikt, mag niet tot de „produktie” worden gerekend.
-
- „gebruik”: de produktie vermeerderd met de invoer verminderd met de uitvoer van aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen.
-
- „berekende niveau” van produktie, invoer, uitvoer respectievelijk gebruik: de overeenkomstig artikel 3 vastgestelde niveaus,
-
- „industriële rationalisering”: het overdragen van de gehele of een gedeelte van het berekende niveau van produktie van de ene Partij aan een andere ter verhoging van de economische doelmatigheid of om te voorzien in verwachte tekorten in het aanbod ten gevolge van bedrijfssluitingen.
Artikel 2. Beheersingsmaatregelen
Opgenomen door artikel 2A.
Vervangen door artikel 2B.
Elke Partij verzekert dat gedurende het tijdvak van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994, en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekend gebruik van de in Groep I van Bijlage A genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen jaarlijks niet meer zal bedragen dan tachtig procent van haar berekende consumptie over 1986. Elke Partij die één of meer van deze stoffen produceert, verzekert dat gedurende dezelfde tijdvakken haar berekende produktie van deze stoffen jaarlijks niet meer zal bedragen dan tachtig procent van haar berekende produktie over 1986. Om te voorzien in de fundamentele binnenlandse behoeften van de onder de werking van artikel 5 vallende Partijen en met het oog op industriële rationalisering tussen de Partijen mag haar berekende produktie deze limiet evenwel overschrijden met ten hoogste tien procent van haar berekende produktie over 1986.
Elke Partij verzekert dat gedurende het tijdvak van 1 juli 1998 tot en met 30 juni 1999, en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekende consumptie van de in Groep I van Bijlage A genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen jaarlijks niet meer zal bedragen dan vijftig procent van haar berekende consumptie over 1986. Elke Partij die één of meer van deze stoffen produceert, verzekert dat gedurende dezelfde tijdvakken haar berekende produktie van deze stoffen jaarlijks niet meer zal bedragen dan vijftig procent van haar berekende produktie over 1986. Om te voorzien in de fundamentele binnenlandse behoeften van de onder de werking van artikel 5 vallende Partijen en met het oog op industriële rationalisering tussen de Partijen mag haar berekende produktie deze limiet evenwel overschrijden met ten hoogste vijftien procent van haar berekende produktie over 1986. De bepalingen van dit lid zijn van toepassing, tenzij de Partijen tijdens een bijeenkomst anders beslissen bij een meerderheid van tweederde van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, die ten minste tweederde van het totale berekende gebruik van de Partijen van deze stoffen vertegenwoordigen. Deze beslissing dient te worden overwogen en genomen in het licht van de in artikel 6 bedoelde beoordeling.
Een Partij kan gedurende één of meer beheersingstijdvakken een gedeelte van haar berekende produktie zoals bedoeld in de artikelen 2A tot en met 2F en de artikelen 2H en 2J aan een andere Partij overdragen, mits de totale gezamenlijke berekende produktie van de betrokken Partijen voor de verschillende groepen aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen de in die artikelen voor de desbetreffende groep gestelde limieten niet overschrijdt. Van een dergelijke overdracht van produktie wordt door elk der betrokken Partijen een kennisgeving naar het secretariaat gezonden, waarin de voorwaarden van de overdracht en het tijdvak waarvoor deze geldt, worden vermeld.
5bis. Een niet onder de werking van het eerste lid van artikel 5 vallende Partij kan gedurende één of meer beheersingstijdvakken een gedeelte van haar berekend gebruik als bedoeld in artikel 2F aan een andere Partij overdragen, mits het berekend gebruik van de in Groep I van Bijlage A genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen van de Partij die een gedeelte van haar berekend gebruik ontvangt, in 1989 niet meer bedroeg dan 0,25 kilogram per hoofd van de bevolking en mits het totale gezamenlijke gebruik van de betrokken Partijen de in artikel 2F genoemde limieten voor het gebruik niet overschrijdt. Van een dergelijke overdracht van gebruik wordt door elk der betrokken Partijen een kennisgeving naar het secretariaat gezonden, waarin de voorwaarden van de overdracht en het tijdvak waarvoor deze geldt, worden vermeld.
Elke niet onder de werking van artikel 5 vallende Partij die vóór 16 september 1987 installaties voor de produktie van de in Bijlage A of Bijlage B genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen in aanbouw heeft of heeft aanbesteed en zulks vóór 1 januari 1987 in nationale wetgeving heeft geregeld, mag de produktie van deze installaties optellen bij de produktie van zodanige stoffen in 1986 ter vaststelling van haar berekende produktie over 1986 mits deze installaties op 31 december 1990 zijn voltooid en zodanige produktie het jaarlijkse berekende gebruik van de betrokken Partij van de aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen niet doet toenemen tot meer dan 0,5 kilogram per hoofd van de bevolking.
Elke produktie-overdracht uit hoofde van het vijfde lid of produktiestijging uit hoofde van het zesde lid moet uiterlijk op het tijdstip waarop de overdracht of stijging plaatsvindt aan het secretariaat worden medegedeeld.
- (a). Alle partijen die lidstaat zijn van een organisatie voor regionale economische integratie, zoals omschreven in artikel 1, zesde lid, van het Verdrag, kunnen overeenkomen gezamenlijk aan de uit dit artikel en de artikelen 2A tot en met 2J voortvloeiende verplichtingen met betrekking tot het gebruik te voldoen, mits hun totale gezamenlijke berekende gebruik de in dit artikel en de artikelen 2A tot en met 2E voorgeschreven maxima niet overschrijdt. Een dergelijke overeenkomst kan worden uitgebreid om verplichtingen op te nemen met betrekking tot het gebruik of de productie uit hoofde van artikel 2J mits het totale gezamenlijke berekende gebruik of de totale gezamenlijke berekende productie van de betrokken Partijen de in artikel 2J voorgeschreven maxima niet overschrijdt.
- (b). De Partijen bij een dergelijke overeenkomst stellen het secretariaat vóór de ingangsdatum van de vermindering van het gebruik waarop de overeenkomst betrekking heeft op de hoogte van de bepalingen van de overeenkomst.
- (c). Een dergelijke overeenkomst treedt uitsluitend in werking indien alle lidstaten van de organisatie voor regionale economische integratie en de betrokken organisatie Partij zijn bij het Protocol en hun wijze van uitvoering aan het secretariaat hebben medegedeeld.
- (a). Op grond van de overeenkomstig artikel 6 verrichte beoordeling kunnen de Partijen besluiten of
- (i). de in Bijlage A,Bijlage B, Bijlage C en/of Bijlage E genoemde factoren voor het ozon-afbrekend vermogen dienen te worden aangepast, en zo ja, wat de aanpassing dient te zijn;
- (ii). aanpassingen aan het aardopwarmingsvermogen zoals vastgesteld in groep I van Bijlage A, Bijlage C en Bijlage F dienen te worden aangebracht, en zo ja, wat de aanpassingen dienen te zijn; en
- (iii). verdere aanpassingen of verminderingen van de produktie of het gebruik van de aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen noodzakelijk zijn, en zo ja, wat de reikwijdte, de omvang en het tijdschema van zodanige aanpassingen en verminderingen zouden moeten zijn.
- (b). Voorstellen voor zulke aanpassingen worden ten minste zes maanden vóór de bijeenkomst van de Partijen waarop zij ter aanneming worden voorgelegd, door het secretariaat aan de Partijen medegedeeld.
- (c). De Partijen doen hun uiterste best om dergelijke besluiten door middel van consensus te nemen. Indien alle pogingen om consensus te bereiken vruchteloos zijn gebleken en er geen overeenstemming is bereikt, worden deze besluiten in laatste instantie genomen met een meerderheid van tweederde van de stemmen van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, die een meerderheid vertegenwoordigen van de onder de werking van het eerste lid van artikel 5 vallende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, en een meerderheid van de niet daaronder vallende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.
- (d). De besluiten, die bindend zijn voor alle Partijen, worden onverwijld aan de Partijen medegedeeld door de Depositaris. Tenzij in de besluiten anders is bepaald, treden zij in werking zes maanden na de datum van rondzending van de mededeling door de Depositaris.
Op grond van de overeenkomstig artikel 6 van dit Protocol verrichte beoordeling en in overeenstemming met de in artikel 9 van het Verdrag beschreven procedure, kunnen de Partijen:
- (i). besluiten of er stoffen, en zo ja welke, moeten worden toegevoegd aan of verwijderd uit een Bijlage bij dit Prococol; en
- (ii). de wijze van toepassing, de reikwijdte en het tijdschema van de beheersingsmaatregelen vaststellen die op deze stoffen betrekking dienen te hebben;
Niettegenstaande de bepalingen van dit artikel en de artikelen 2A tot en met 2J kunnen de Partijen verdergaande maatregelen nemen dan daarin is voorgeschreven.
Artikel 2A. CFK's
Elke Partij verzekert dat gedurende het tijdvak van twaalf maanden dat begint op de eerste dag van de zevende maand na de datum van inwerkingtreding van dit Protocol, en in elk tijdvak van twaalf maanden daarna, haar berekend gebruik van de in Groep I van Bijlage A genoemde aan uitworpbeheersing onderworpen stoffen niet meer zal bedragen dan haar berekend gebruik over 1986. Elke Partij die één of meer van deze stoffen produceert, verzekert dat aan het einde van ditzelfde tijdvak haar berekende produktie van deze stoffen niet meer zal bedragen dan haar berekende produktie over 1986, zij het dat deze produktie ten opzichte van 1986 mag zijn gestegen met ten hoogste tien procent. Een dergelijke stijging is evenwel slechts toegestaan om te voorzien in de fundamentele binnenlandse behoeften van de onder de werking van artikel 5 vallende Partijen en met het oog op industriële rationalisering tussen de Partijen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.