Overeenkomst betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend

Type Verdrag
Publication 1997-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

de President van de Helleense Republiek,

Zijne Majesteit de Koning van Spanje,

de President van de Franse Republiek,

de President van Ierland,

de President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

de President van de Portugese Republiek,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Overwegende het doel, gesteld door de Europese Raad van Straatsburg van 8/9 december 1989, van harmonisatie van hun asielbeleid;

Besloten hebbende, getrouw aan hun gemeenschappelijke humanitaire traditie, vluchtelingen een passende bescherming te garanderen, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, hierna „Verdrag van Genève” respectievelijk „Protocol van New York” genoemd;

Overwegende het gemeenschappelijk doel van een ruimte zonder binnengrenzen waarin met name het vrije verkeer van personen gewaarborgd is volgens de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, zoals gewijzigd bij de Europese Akte;

Zich bewust van de noodzaak maatregelen te nemen om te voorkomen dat de verwezenlijking van dit doel leidt tot situaties waarin de asielzoeker te lang in het ongewisse blijft over het gevolg dat aan zijn verzoek kan worden gegeven en verlangend aan elke asielzoeker de waarborg te geven dat zijn aanvraag door een van de Lid-Staten wordt behandeld en te voorkomen dat asielzoekers successievelijk van de ene Lid-Staat naar de andere worden gestuurd zonder dat een van deze Staten zich bevoegd verklaart voor de behandeling van het asielverzoek;

Voornemens de dialoog met de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen voort te zetten, ten einde de hierboven omschreven doelstellingen te verwezenlijken;

Besloten hebbende om voor de toepassing van deze overeenkomst, met diverse middelen, waaronder de uitwisseling van informatie, een nauwe samenwerking tot stand te brengen,

Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

Melchior Wathelet

Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie en Middenstand

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

Hans Engell

Minister van Justitie

de President van de Bondsrepubliek Duitsland:

Dr Helmut Rückriegel

Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland in Dublin

Wolfgang Schäuble

Minister van Binnenlandse Zaken

de President van de Helleense Republiek:

Ioannis Vassiliades

Minister van Openbare Orde

Zijne Majesteit de Koning van Spanje:

José Luis Corcuera

Minister van Binnenlandse Zaken

de President van de Franse Republiek:

Pierre Joxe

Minister van Binnenlandse Zaken

de President van Ierland:

Ray Burke

Minister van Justitie en Communicatie

de President van de Italiaanse Republiek:

Antonio Gava

Minister van Binnenlandse Zaken

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

Marc Fischbach

Minister van Onderwijs, Minister van Justitie, Minister van Ambtenarenzaken

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Ernst Maurits Henricus Hirsch Ballin

Minister van Justitie

de President van de Portugese Republiek:

Manuel Pereira

Minister van Binnenlandse Zaken

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

David Waddington

Minister van Binnenlandse Zaken

Sir Nicholas Maxted Fenn, KCMG

Ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland in Dublin

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

Artikel 1
1.

In de zin van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

2.

De aard van het visum wordt beoordeeld aan de hand van de begripsbepalingen van lid 1, sub f) en g).

Artikel 2

De Lid-Staten herbevestigen hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York, zonder enige geografische beperking van het toepassingsgebied van deze akten, en hun verbintenis om met de diensten van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen samen te werken voor de toepassing van die akten.

Artikel 3
1.

De Lid-Staten verbinden zich ertoe het asielverzoek van elke vreemdeling dat aan de grens of op het grondgebied van een hunner wordt ingediend, in behandeling te nemen.

2.

Het asielverzoek wordt behandeld door één Lid-Staat, die wordt aangewezen volgens de criteria van de artikelen 4 tot en met 8. Deze criteria zijn van toepassing in de volgorde waarin zij voorkomen in de tekst.

3.

Het asielverzoek wordt door deze Staat behandeld overeenkomstig zijn nationale wetgeving en zijn internationale verplichtingen.

4.

Elke Lid-Staat heeft het recht om een door een vreemdeling bij hem ingediend asielverzoek te behandelen, ook al is hij op grond van de in deze overeenkomst vastgestelde criteria daartoe niet verplicht, op voorwaarde dat de asielzoeker daarmee instemt.

De Lid-Staat die op grond van voornoemde criteria verantwoordelijk is, is daarmee ontheven van zijn verplichtingen, welke overgaan op de Lid-Staat die het asielverzoek wil behandelen. Deze laatste Staat stelt de Lid-Staat die op grond van voornoemde criteria verantwoordelijk is daarvan in kennis indien het verzoek bij deze Lid-Staat aanhangig is gemaakt.

5.

Iedere Lid-Staat behoudt de mogelijkheid om, overeenkomstig zijn nationale recht en met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York, een asielzoeker naar een derde land te zenden.

6.

De procedure waarbij wordt vastgesteld welke Lid-Staat overeenkomstig deze overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, vangt aan zodra het asielverzoek voor de eerste maal bij een Lid-Staat wordt ingediend.

7.

De asielzoeker die zich in een andere Lid-Staat ophoudt en daar een asielverzoek heeftt ingediend na zijn verzoek te hebben ingetrokken tijdens de procedure waarbij wordt vastgesteld welke Staat verantwoordelijk is, moet door de Lid-Staat bij wie het asielverzoek werd ingediend, op de in artikel 13 vastgestelde wijze worden teruggenomen, teneinde de procedure waarbij wordt vastgesteld welke Staat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek af te ronden.

Deze verplichting geldt niet meer indien de asielzoeker inmiddels het grondgebied van de Lid-Staten heeft verlaten gedurende een periode van ten minste drie maanden of door een Lid-Staat in het bezit is gesteld van een verblijfstitel met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden.

Artikel 4

Wanneer een gezinslid van de asielzoeker als vluchteling in de zin van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York, in een Lid-Staat is erkend en legaal in deze Lid-Staat verblijft, is deze Staat verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek, mits de betrokkenen zulks wensen.

Het betrokken gezinslid mag slechts zijn de echtgenoot van de asielzoeker, diens ongehuwd kind beneden de 18 jaar, of, indien de asielzoeker zelf een ongehuwd kind beneden de 18 jaar is, diens vader of moeder.

Artikel 5
1.

Wanneer de asielzoeker houder is van een geldige verblijfstitel, is de Lid-Staat die deze titel heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.

2.

Wanneer de asielzoeker houder is van een geldig visum, is de Lid-Staat die dat visum heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek, behalve in de volgende gevallen:

3.

Wanneer de asielzoeker houder is van verscheidene geldige verblijfstitels of visa die door verschillende Lid-Staten zijn afgegeven, is de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek:

4.

Wanneer de asielzoeker slechts houder is van één of meer verblijfstitels die minder dan twee jaar zijn verlopen of van één of meer visa die minder dan zes maanden zijn verlopen en die hem daadwerkelijk toegang hebben verschaft tot het grondgebied van een Lid-Staat, zijn leden 1, 2 en 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing zolang de vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten niet heeft verlaten.

Wanneer de asielzoeker houder is van een of meer verblijfstitels die meer dan twee jaar zijn verlopen of van een of meer visa die meer dan zes maanden zijn verlopen en die hem daadwerkelijk toegang hebben verschaft tot het grondgebied van een Lid-Staat, en de vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten niet heeft verlaten, is de Lid-Staat waar het asielverzoek is ingediend verantwoordelijk.

Artikel 6

Wanneer een asielzoeker, komend uit een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschappen, via het land, de zee of de lucht op illegale wijze de grens van een Lid-Staat heeft overschreden, dan is, de Lid-Staat via welke hij aantoonbaar is binnengekomen, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.

Deze Lid-Staat is echter niet meer verantwoordelijk indien het bewijs wordt geleverd dat een asielzoeker ten minste zes maanden vóór de indiening van het verzoek heeft doorgebracht in de Lid-Staat waar hij zijn verzoek heeft ingediend. In dat geval is deze laatste Lid-Staat verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.

Artikel 7
1.

De verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielverzoek berust bij de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de controle bij binnenkomst van de vreemdeling op het grondgebied van de Lid-Staten, behalve wanneer een vreemdeling het grondgebied van een Lid-Staat waar hij niet visumplichtig is, legaal betreedt en vervolgens een asielverzoek indient in een andere Lid-Staat waar hij evenmin visumplichtig is voor de toegang tot het grondgebied. In dat geval is deze laatste Staat verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.

2.

Zolang er geen overeenkomst tussen de Lid-Staten is over de bepalingen die zullen gelden voor het overschrijden van de buitengrenzen, wordt de Lid-Staat die toestemming verleent om de transitzone van zijn luchthavens zonder visum te passeren, niet geacht verantwoordelijk te zijn voor de controle bij binnenkomst ten aanzien van reizigers die de transitzone niet verlaten.

3.

Wanneer het asielverzoek wordt ingediend in de transitzone van een luchthaven van een Lid-Staat, is deze Lid-Staat verantwoordelijk voor de behandeling ervan.

Artikel 8

Wanneer op basis van de overige in deze overeenkomst vastgestelde criteria geen Lid-Staat kan worden aangewezen die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, is de Lid-Staat waarbij het verzoek het eerst werd ingediend verantwoordelijk voor de behandeling ervan.

Artikel 9

Iedere Lid-Staat kan, ook wanneer hij met toepassing van de in deze overeenkomst vastgestelde criteria niet verantwoordelijk is voor de behandeling, om redenen van humanitaire aard, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, op verzoek van een andere Lid-Staat en op voorwaarde dat de asielzoeker ermee instemt, een asielverzoek behandelen.

Indien de aangezochte Lid-Staat dat verzoek inwilligt, wordt de verantwoordelijkheid voor de behandeling aan deze Staat overgedragen.

Artikel 10
1.

De Lid-Staat die op grond van de criteria van deze overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, is verplicht:

2.

Indien een Lid-Staat aan de asielzoeker een verblijfstitel met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden verstrekt, dient hij de in lid 1, sub a) tot en met e), genoemde verplichtingen na te komen.

3.

De in lid 1, sub a) tot en met d), genoemde verplichtingen komen te vervallen indien de betrokken vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten gedurende ten minste drie maanden heeft verlaten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.