Overeenkomst betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
de President van de Bondsrepubliek Duitsland,
de President van de Helleense Republiek,
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
de President van de Franse Republiek,
de President van Ierland,
de President van de Italiaanse Republiek,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
de President van de Portugese Republiek,
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Overwegende het doel, gesteld door de Europese Raad van Straatsburg van 8/9 december 1989, van harmonisatie van hun asielbeleid;
Besloten hebbende, getrouw aan hun gemeenschappelijke humanitaire traditie, vluchtelingen een passende bescherming te garanderen, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, hierna „Verdrag van Genève” respectievelijk „Protocol van New York” genoemd;
Overwegende het gemeenschappelijk doel van een ruimte zonder binnengrenzen waarin met name het vrije verkeer van personen gewaarborgd is volgens de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, zoals gewijzigd bij de Europese Akte;
Zich bewust van de noodzaak maatregelen te nemen om te voorkomen dat de verwezenlijking van dit doel leidt tot situaties waarin de asielzoeker te lang in het ongewisse blijft over het gevolg dat aan zijn verzoek kan worden gegeven en verlangend aan elke asielzoeker de waarborg te geven dat zijn aanvraag door een van de Lid-Staten wordt behandeld en te voorkomen dat asielzoekers successievelijk van de ene Lid-Staat naar de andere worden gestuurd zonder dat een van deze Staten zich bevoegd verklaart voor de behandeling van het asielverzoek;
Voornemens de dialoog met de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen voort te zetten, ten einde de hierboven omschreven doelstellingen te verwezenlijken;
Besloten hebbende om voor de toepassing van deze overeenkomst, met diverse middelen, waaronder de uitwisseling van informatie, een nauwe samenwerking tot stand te brengen,
Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:
Zijne Majesteit de Koning der Belgen:
Melchior Wathelet
Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie en Middenstand
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:
Hans Engell
Minister van Justitie
de President van de Bondsrepubliek Duitsland:
Dr Helmut Rückriegel
Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland in Dublin
Wolfgang Schäuble
Minister van Binnenlandse Zaken
de President van de Helleense Republiek:
Ioannis Vassiliades
Minister van Openbare Orde
Zijne Majesteit de Koning van Spanje:
José Luis Corcuera
Minister van Binnenlandse Zaken
de President van de Franse Republiek:
Pierre Joxe
Minister van Binnenlandse Zaken
de President van Ierland:
Ray Burke
Minister van Justitie en Communicatie
de President van de Italiaanse Republiek:
Antonio Gava
Minister van Binnenlandse Zaken
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:
Marc Fischbach
Minister van Onderwijs, Minister van Justitie, Minister van Ambtenarenzaken
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Ernst Maurits Henricus Hirsch Ballin
Minister van Justitie
de President van de Portugese Republiek:
Manuel Pereira
Minister van Binnenlandse Zaken
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
David Waddington
Minister van Binnenlandse Zaken
Sir Nicholas Maxted Fenn, KCMG
Ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland in Dublin
Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:
Artikel 1
In de zin van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
- a. vreemdeling: een ieder die geen onderdaan van een Lid-Staat is;
- b. asielverzoek: verzoek waarmee een vreemdeling bij een Lid-Staat de bescherming vraagt uit hoofde van het Verdrag van Genève met een beroep op de status van vluchteling in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York;
- c. asielzoeker: een vreemdeling die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen definitief besluit is genomen;
- d. behandeling van een asielverzoek: alle maatregelen in verband met de behandeling van en beslissingen of uitspraken van de bevoegde instanties over een asielverzoek, met uitzondering van de procedures waarbij wordt bepaald welke Lid-Staat krachtens de bepalingen van deze overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek;
- e. verblijfstitel: een door de autoriteiten van een Lid-Staat afgegeven vergunning waarbij het een vreemdeling wordt toegestaan op het grondgebied van die Lid-Staat te verblijven, met uitzondering van visa en van verblijfsvergunningen die worden afgegeven voor de duur van het onderzoek van een aanvraag voor een verblijfstitel of een asielverzoek;
- f. inreisvisum: vergunning of beslissing van een Lid-Staat waarbij het een vreemdeling wordt toegestaan het grondgebied van die Lid-Staat binnen te komen mits aan de andere inreisvoorwaarden is voldaan;
- g. transitvisum: vergunning of beslissing van een Lid-Staat waarbij het een vreemdeling wordt toegestaan over het grondgebied van die Lid-Staat te reizen of zich in de transitzone van een haven of luchthaven op te houden, mits aan de andere doorreisvoorwaarden is voldaan.
De aard van het visum wordt beoordeeld aan de hand van de begripsbepalingen van lid 1, sub f) en g).
Artikel 2
De Lid-Staten herbevestigen hun verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York, zonder enige geografische beperking van het toepassingsgebied van deze akten, en hun verbintenis om met de diensten van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen samen te werken voor de toepassing van die akten.
Artikel 3
De Lid-Staten verbinden zich ertoe het asielverzoek van elke vreemdeling dat aan de grens of op het grondgebied van een hunner wordt ingediend, in behandeling te nemen.
Het asielverzoek wordt behandeld door één Lid-Staat, die wordt aangewezen volgens de criteria van de artikelen 4 tot en met 8. Deze criteria zijn van toepassing in de volgorde waarin zij voorkomen in de tekst.
Het asielverzoek wordt door deze Staat behandeld overeenkomstig zijn nationale wetgeving en zijn internationale verplichtingen.
Elke Lid-Staat heeft het recht om een door een vreemdeling bij hem ingediend asielverzoek te behandelen, ook al is hij op grond van de in deze overeenkomst vastgestelde criteria daartoe niet verplicht, op voorwaarde dat de asielzoeker daarmee instemt.
De Lid-Staat die op grond van voornoemde criteria verantwoordelijk is, is daarmee ontheven van zijn verplichtingen, welke overgaan op de Lid-Staat die het asielverzoek wil behandelen. Deze laatste Staat stelt de Lid-Staat die op grond van voornoemde criteria verantwoordelijk is daarvan in kennis indien het verzoek bij deze Lid-Staat aanhangig is gemaakt.
Iedere Lid-Staat behoudt de mogelijkheid om, overeenkomstig zijn nationale recht en met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York, een asielzoeker naar een derde land te zenden.
De procedure waarbij wordt vastgesteld welke Lid-Staat overeenkomstig deze overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, vangt aan zodra het asielverzoek voor de eerste maal bij een Lid-Staat wordt ingediend.
De asielzoeker die zich in een andere Lid-Staat ophoudt en daar een asielverzoek heeftt ingediend na zijn verzoek te hebben ingetrokken tijdens de procedure waarbij wordt vastgesteld welke Staat verantwoordelijk is, moet door de Lid-Staat bij wie het asielverzoek werd ingediend, op de in artikel 13 vastgestelde wijze worden teruggenomen, teneinde de procedure waarbij wordt vastgesteld welke Staat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek af te ronden.
Deze verplichting geldt niet meer indien de asielzoeker inmiddels het grondgebied van de Lid-Staten heeft verlaten gedurende een periode van ten minste drie maanden of door een Lid-Staat in het bezit is gesteld van een verblijfstitel met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden.
Artikel 4
Wanneer een gezinslid van de asielzoeker als vluchteling in de zin van het Verdrag van Genève, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York, in een Lid-Staat is erkend en legaal in deze Lid-Staat verblijft, is deze Staat verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek, mits de betrokkenen zulks wensen.
Het betrokken gezinslid mag slechts zijn de echtgenoot van de asielzoeker, diens ongehuwd kind beneden de 18 jaar, of, indien de asielzoeker zelf een ongehuwd kind beneden de 18 jaar is, diens vader of moeder.
Artikel 5
Wanneer de asielzoeker houder is van een geldige verblijfstitel, is de Lid-Staat die deze titel heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.
Wanneer de asielzoeker houder is van een geldig visum, is de Lid-Staat die dat visum heeft afgegeven, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek, behalve in de volgende gevallen:
- a. indien dat visum is afgegeven op grond van een schriftelijke machtiging van een andere Lid-Staat, is deze laatste verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. Wanneer een Lid-Staat, onder andere om redenen van veiligheid, vooraf de centrale autoriteiten van een andere Lid-Staat raadpleegt, vormt de instemming van deze laatste Lid-Staat geen schriftelijke machtiging in de zin van deze bepaling;
- b. indien de asielzoeker houder is van een transitvisum en zijn asielverzoek indient in een andere Lid-Staat waar hij niet visumplichtig is, is deze laatste Staat verantwoordelijk voor de behandeling van dat verzoek;
- c. indien de asielzoeker houder is van een transitvisum en zijn asielverzoek indient in de Lid-Staat die hem dat visum heeft verstrekt en deze van de diplomatieke of consulaire autoriteiten van de Lid-Staat van bestemming de schriftelijke bevestiging heeft gekregen dat de vreemdeling die niet visumplichtig is voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot die Staat, is deze laatste Staat verantwoordelijk voor de behandeling van dat verzoek.
Wanneer de asielzoeker houder is van verscheidene geldige verblijfstitels of visa die door verschillende Lid-Staten zijn afgegeven, is de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek:
- a. de Staat die de verblijfstitel met het langste verblijfsrecht heeft afgegeven of, indien deze verblijfstitels dezelfde geldigheidsduur hebben, de Staat die de verblijfstitel heeft afgegeven waarvan de geldigheidsduur het laatst verstrijkt;
- b. de Staat die het visum heeft verstrekt waarvan de geldigheidsduur het laatst verstrijkt, wanneer de visa van dezelfde aard zijn;
- c. wanneer de visa van verschillende aard zijn, de Staat die het visum met de langste geldigheidsduur heeft verstrekt of, indien de visa dezelfde geldigheidsduur hebben, de Staat die het visum heeft afgegeven waarvan de geldigheidsduur het laatst verstrijkt. Deze bepaling is niet van toepassing indien de asielzoeker houder is van een of meer transitvisa die zijn afgegeven op vertoon van een inreisvisum voor een andere Lid-Staat. In dat geval is deze Lid-Staat verantwoordelijk.
Wanneer de asielzoeker slechts houder is van één of meer verblijfstitels die minder dan twee jaar zijn verlopen of van één of meer visa die minder dan zes maanden zijn verlopen en die hem daadwerkelijk toegang hebben verschaft tot het grondgebied van een Lid-Staat, zijn leden 1, 2 en 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing zolang de vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten niet heeft verlaten.
Wanneer de asielzoeker houder is van een of meer verblijfstitels die meer dan twee jaar zijn verlopen of van een of meer visa die meer dan zes maanden zijn verlopen en die hem daadwerkelijk toegang hebben verschaft tot het grondgebied van een Lid-Staat, en de vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten niet heeft verlaten, is de Lid-Staat waar het asielverzoek is ingediend verantwoordelijk.
Artikel 6
Wanneer een asielzoeker, komend uit een Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschappen, via het land, de zee of de lucht op illegale wijze de grens van een Lid-Staat heeft overschreden, dan is, de Lid-Staat via welke hij aantoonbaar is binnengekomen, verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.
Deze Lid-Staat is echter niet meer verantwoordelijk indien het bewijs wordt geleverd dat een asielzoeker ten minste zes maanden vóór de indiening van het verzoek heeft doorgebracht in de Lid-Staat waar hij zijn verzoek heeft ingediend. In dat geval is deze laatste Lid-Staat verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.
Artikel 7
De verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielverzoek berust bij de Lid-Staat die verantwoordelijk is voor de controle bij binnenkomst van de vreemdeling op het grondgebied van de Lid-Staten, behalve wanneer een vreemdeling het grondgebied van een Lid-Staat waar hij niet visumplichtig is, legaal betreedt en vervolgens een asielverzoek indient in een andere Lid-Staat waar hij evenmin visumplichtig is voor de toegang tot het grondgebied. In dat geval is deze laatste Staat verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek.
Zolang er geen overeenkomst tussen de Lid-Staten is over de bepalingen die zullen gelden voor het overschrijden van de buitengrenzen, wordt de Lid-Staat die toestemming verleent om de transitzone van zijn luchthavens zonder visum te passeren, niet geacht verantwoordelijk te zijn voor de controle bij binnenkomst ten aanzien van reizigers die de transitzone niet verlaten.
Wanneer het asielverzoek wordt ingediend in de transitzone van een luchthaven van een Lid-Staat, is deze Lid-Staat verantwoordelijk voor de behandeling ervan.
Artikel 8
Wanneer op basis van de overige in deze overeenkomst vastgestelde criteria geen Lid-Staat kan worden aangewezen die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek, is de Lid-Staat waarbij het verzoek het eerst werd ingediend verantwoordelijk voor de behandeling ervan.
Artikel 9
Iedere Lid-Staat kan, ook wanneer hij met toepassing van de in deze overeenkomst vastgestelde criteria niet verantwoordelijk is voor de behandeling, om redenen van humanitaire aard, in het bijzonder op grond van familiebanden of op culturele gronden, op verzoek van een andere Lid-Staat en op voorwaarde dat de asielzoeker ermee instemt, een asielverzoek behandelen.
Indien de aangezochte Lid-Staat dat verzoek inwilligt, wordt de verantwoordelijkheid voor de behandeling aan deze Staat overgedragen.
Artikel 10
De Lid-Staat die op grond van de criteria van deze overeenkomst verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, is verplicht:
- a. een asielzoeker die in een andere Lid-Staat zijn verzoek heeft ingediend, volgens de in artikel 11 bepaalde voorwaarden over te nemen;
- b. het asielverzoek volledig te behandelen;
- c. een asielzoeker wiens verzoek in behandeling is en die zich illegaal in een andere Lid-Staat ophoudt, volgens de in artikel 13 bepaalde voorwaarden opnieuw toe te laten of terug te nemen;
- d. een asielzoeker die zijn verzoek tijdens de behandeling heeft ingetrokken en die in een andere Lid-Staat een asielverzoek heeft ingediend, volgens de in artikel 13 bepaalde voorwaarden terug te nemen;
- e. een vreemdeling wiens verzoek hij heeft afgewezen en die zich illegaal in een andere Lid-Staat ophoudt, volgens de in artikel 13 bepaalde voorwaarden terug te nemen.
Indien een Lid-Staat aan de asielzoeker een verblijfstitel met een geldigheidsduur van meer dan drie maanden verstrekt, dient hij de in lid 1, sub a) tot en met e), genoemde verplichtingen na te komen.
De in lid 1, sub a) tot en met d), genoemde verplichtingen komen te vervallen indien de betrokken vreemdeling het grondgebied van de Lid-Staten gedurende ten minste drie maanden heeft verlaten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.