Verdrag betreffende de bevordering van het collectief onderhandelen

Type Verdrag
Publication 1994-12-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau en aldaar bijeengekomen in haar zevenenzestigste zitting op 3 juni 1981;

Opnieuw de passage bevestigend van de Verklaring van Philadelphia, inhoudende de erkenning dat ,,de verheven plicht van de Internationale Arbeidsorganisatie is, te bevorderen dat er overal ter wereld programma's worden opgesteld die zijn gericht op .... de daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen” en gelet op het feit dat dit beginsel „volledig van toepassing is op alle volken der aarde”;

Gelet op het zeer grote belang van de bestaande internationale normen vervat in het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, 1948; het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949; de Aanbeveling betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten, 1951; de Aanbeveling betreffende de vrijwillige verzoening en arbitrage, 1951; het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de arbeidsverhoudingen in de openbare dienst, 1978; alsmede het Verdrag en de Aanbeveling betreffende de bestuurstaak op het gebied van de arbeid, 1978;

Overwegende dat grotere inspanningen wenselijk zijn ten einde de doelstellingen van deze normen te verwezenlijken en in het bijzonder de algemene beginselen vervat in artikel 4 van het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, 1949, en in lid 1 van de Aanbeveling betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten, 1951;

Overwegende derhalve dat deze normen aanvulling behoeven in de vorm van maatregelen die op genoemde normen zijn gebaseerd en die ten doel hebben het vrij en vrijwillig collectief onderhandelen te bevorderen;

Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de bevordering van het collectief onderhandelen, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt;

Vastgesteld hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag dienen te krijgen,

aanvaardt heden, de negentiende juni van het jaar negentienhonderd eenentachtig, het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende het collectief onderhandelen, 1981:

DEEL I. TOEPASSINGSGEBIED EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle takken van economische bedrijvigheid.

2.

In hoeverre de waarborgen, neergelegd in dit Verdrag, van toepassing zijn op de krijgsmacht en de politie, kan worden bepaald door nationale wetgeving of door de nationale praktijk.

3.

Wat de openbare dienst betreft, kunnen door de nationale wetgeving of door de nationale praktijk bijzondere modaliteiten voor de toepassing van dit Verdrag worden vastgesteld.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de term „collectief onderhandelen" verstaan alle onderhandelingen die plaatsvinden tussen een werkgever, een groep werkgevers of een of meer werkgeversorganisaties enerzijds en een of meer werknemersorganisaties anderzijds, om:

Artikel 3
1.

Voor zover de nationale wetgeving of de nationale praktijk het bestaan erkent van werknemersvertegenwoordigers zoals omschreven in artikel 3, letter b), van het Verdrag betreffende de vertegenwoordigers van de werknemers, 1971, kan door de nationale wetgeving of de nationale praktijk worden bepaald in hoeverre de term „collectief onderhandelen” voor de toepassing van dit Verdrag tevens onderhandelingen met deze vertegenwoordigers omvat.

2.

Wanneer ingevolge het eerste lid van dit artikel, de term „collectief onderhandelen” tevens de in dat lid bedoelde onderhandelingen met werknemersvertegenwoordigers omvat, dienen indien nodig passende maatregelen te worden getroffen, ten einde te waarborgen dat van het feit dat zodanige vertegenwoordigers bestaan, niet gebruik gemaakt wordt om de positie van de betrokken werknemersorganisaties te verzwakken.

DEEL II. WIJZE VAN TOEPASSING

Artikel 4

Voor zover de bepalingen van dit Verdrag niet worden toegepast door middel van collectieve arbeidsovereenkomsten, arbitrale uitspraken of op andere wijze overeenkomstig de nationale praktijk, worden zij toegepast door middel van nationale wetgeving.

DEEL III. BEVORDERING VAN COLLECTIEF ONDERHANDELEN

Artikel 5
1.

Ten einde collectief onderhandelen te bevorderen, dienen aan de nationale omstandigheden aangepaste maatregelen te worden getroffen.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde maatregelen dienen ten doel te hebben:

Artikel 6

Het in dit Verdrag bepaalde laat onverlet het functioneren van systemen tot regeling van de betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, waarbij collectief wordt onderhandeld in het kader van regelingen of instellingen voor bemiddeling en/of arbitrage, en waaraan door de bij het collectief onderhandelen betrokken partijen vrijwillig wordt deelgenomen.

Artikel 7

De door de overheid getroffen maatregelen ter bevordering en aanmoediging van collectief onderhandelen dienen het onderwerp te zijn van voorafgaand overleg en waar mogelijk van overeenstemming tussen de overheid en organisaties van werkgevers en van werknemers.

Artikel 8

De ter bevordering van het collectief onderhandelen getroffen maatregelen mogen niet zo worden opgesteld of toegepast dat zij de vrijheid van collectief onderhandelen belemmeren.

DEEL IV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 9

Dit Verdrag vormt geen herziening van een bestaand verdrag of een bestaande aanbeveling.

Artikel 10

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel 11
1.

Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.

2.

Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.

3.

Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 12
1.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.

2.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging bedoeld in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden voorzien in dit artikel.

Artikel 13
1.

De Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.

2.

Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem meegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

Artikel 14

De Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hij overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.

Artikel 15

De Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 16
1.

Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

2.

Dit Verdrag blijft echter naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.

Artikel 17

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.

De voorgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag, naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar zevenenzestigste zitting, welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op de vierentwintigste juni 1981.

IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-fifth day of June 1981.

The President of the Conference,

(sd.) ALIOUNE DIAGNE

The Director-General of the International Labour Office,

(sd.) FRANCIS BLANCHARD

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.