Overeenkomst betreffende de Internationale Organisatie voor het Recht inzake Ontwikkeling
De ondertekenende Partijen,
Erkennende het belang van het recht in het ontwikkelingsproces en de noodzaak juristen op te leiden met het oog op ontwikkeling:
Vaststellende dat het Internationaal Instituut voor het Recht inzake Ontwikkeling (IDLI) in 1983 werd opgericht als een internationale niet-gouvernementele organisatie naar Nederlands recht om juristen uit ontwikkelingslanden te helpen zich verder te bekwamen in het onderhandelen over overeenkomsten en het adviseren bij de uitvoering van transacties op het gebied van ontwikkelingshulp, buitenlandse investeringen, internationale handel en andere internationale zakelijke transacties;
Vaststellende dat het IDLI in de eerste driejaar van zijn werkzaamheden cursussen, seminars en trainings/werkgroepen heeft aangeboden, die door meer dan 480 deelnemers uit bijna 80 landen werden bijgewoond.
Vaststellende dat het IDLI ter ondersteuning van zijn activiteiten thans kan bogen op aanzienlijke financiële middelen, afkomstig van een verscheidenheid aan regeringen, internationale organisaties en stichtingen, alsook uit de private sector;
Vaststellende dat bereidheid van de Regering van Italië om onderhandelingen aan te gaan over een zetelovereenkomst zodra het IDLI internationale status heeft verkregen; en
Zijn ervan overtuigd dat het thans wenselijk is dat het Internationaal Instituut voor het Recht inzake Ontwikkeling wordt opgericht als een internationale organisatie, met passende bestuursvorm, rechtspersoonlijkheid en status;
Derhalve zijn de Partijen nu als volgt overeengekomen:
Artikel I. Oprichting en status
Hierbij wordt opgericht als internationale organisatie het Internationaal Instituut voor het Recht inzake Ontwikkeling, hierna te noemen het „Instituut” of het „IDLI”.
Het IDLI bezit volledige rechtspersoonlijkheid en beschikt over die bevoegdheden welke nodig kunnen zijn voor de uitoefening van zijn taken en de verwezenlijking van zijn doelstellingen.
Het Instituut handelt in overeenstemming met deze Overeenkomst.
Artikel II. Doelstellingen en activiteiten
De doelstellingen van het Instituut zijn:
- a. De verbetering en het gebruik van de mogelijkheden van het recht in het ontwikkelingsproces te bevorderen en vergemakkelijken;
- b. De inachtneming van het recht bij internationale transacties te bevorderen; en
- c. De bekwaamheid van ontwikkelingslanden in het voeren van onderhandelingen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, buitenlandse investeringen, internationale handel en andere internationale zakelijke transacties te verbeteren.
Teneinde de bovenstaande doelstellingen te verwezenlijken, kan het Instituut zich bezighouden met de volgende soorten activiteiten:
- a. Opleiding, technische bijstand, onderzoek, publikatie, alsmede de oprichting en het doen functioneren van een juridisch documentatiecentrum; en
- b. Andere activiteiten die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het Instituut.
Bij zijn activiteiten, het beheer en de personeelswerving wordt het Instituut niet beïnvloed door politieke overwegingen.
Artikel III. Bevoegdheden
Ter bevordering van de bovenstaande doelstellingen en activiteiten bezit het Instituut de volgende bevoegdheden:
-
- Het verwerven en vervreemden van roerende en onroerende goederen;
-
- Het sluiten van contracten en andere soorten overeenkomsten;
-
- Het aanstellen van personeel;
-
- Het aanspannen van en het verweer voeren in gerechtelijke procedures;
-
- Het beleggen van de gelden en de bezittingen van het Instituut; en
-
- Het nemen van andere geoorloofde maatregelen nodig ter verwezenlijking van de doelstellingen van het Instituut.
Artikel VI. Zetel
De zetel van het Instituut bevindt zich te Rome, Italië, tenzij de Vergadering besluit het Instituut naar elders te verplaatsen.
Het Instituut kan op andere plaatsen kantoren vestigen, zoals vereist ter ondersteuning van zijn programma's.
Artikel V. Financiën
Het Instituut verkrijgt zijn financiële middelen op manieren als vrijwillige bijdragen en schenkingen; lesgelden voor cursussen en seminars; vergoedingen voor werkgroepen en technische bijstand; inkomsten uit publikatie en andere diensten; renteopbrengsten van trusts, schenkingen en bankrekeningen.
De Partijen bij deze Overeenkomst worden niet verplicht het Instituut financiële steun te geven die vrijwillige bijdragen te boven gaan. Tevens zijn zij noch afzonderlijk, noch gezamenlijk aansprakelijk voor schulden, aanspraken van derden of verplichtingen van het Instituut.
Het Instituut treft regelingen ten genoegen van de Regering van het land waarin zijn zetel is gevestigd, ter waarborging dat het Instituut aan zijn verplichtingen kan voldoen.
Artikel VI. Organisatie
De organisatie van het Instituut bestaat uit een Vergadering van de Partijen bij deze Overeenkomst („de Vergadering”), een Raad van Beheer, een Directeur en personeel.
-
- De Vergadering.
- a. Elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt één vertegenwoordiger die optreedt als lid van de Vergadering.
- b. De Vergadering komt bijeen op uitnodiging van de Raad van Beheer of op initiatief van een derde van de leden van de Vergadering. De Vergadering neemt haar eigen procedureregels aan.
- c. De Vergadering beziet van tijd tot tijd de activiteiten van het Instituut. De Vergadering benoemt voorts de eerste Raad van Beheer, bekrachtigt latere benoemingen van leden van de Raad en bekrachtigt het werkplan en de begroting van het Instituut.
- d. Een besluit van de Raad van Beheer waarvoor op grond van artikel VI.l.c hierboven bekrachtiging door de Vergadering vereist is, wordt geacht te zijn bekrachtigd negentig dagen na de toezending door het Instituut aan de leden van de Vergadering van een kennisgeving van een dergelijk besluit, tenzij een meerderheid van de leden van de Vergadering het Instituut voor die datum hun oppositie tegen het besluit mededeelt. Kennisgevingen dienen te geschieden op de snelste manier van communicatie die beschikbaar is of, in geval van lidstaten, via diplomatieke kanalen.
-
- De Raad van Beheer.
- a. Het Instituut werkt onder leiding van een Raad van Beheer („de Raad”), bestaande uit ten minste tien (10) en ten hoogste zestien (16) leden, waaronder één lid dat van tijd tot tijd wordt benoemd door het land waarin de zetel van het Instituut gevestigd is („de Permanente Vertegenwoordiger”), en de Directeur, die ex officiolid is. Andere leden van de Raad worden gekozen op grond van hun professionele verdiensten op het gebied van recht of ontwikkeling en hebben zitting op persoonlijke titel, en niet als vertegenwoordiger van regeringen of organisaties.
- b. Na de instelling van de eerste Raad door de Vergadering benoemt de Raad zijn nieuwe leden wanneer er vacatures ontstaan.
- c. Met uitzondering van de Directeur en de Permanent Vertegenwoordiger, heeft elk lid van de Raad, dat na de instelling van de eerste Raad wordt benoemd, zitting in de Raad tot de sluiting van de derde jaarvergadering van de Raad volgend op zijn of haar schriftelijke aanvaarding van een uitnodiging om zitting te nemen in de Raad. De ambtstermijnen van de eerste leden van de Raad zijn trapsgewijs ter wille van een geleidelijke overgang van lidmaatschap.
- d. De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen om zijn taken te verrichten. Gedurende zijn eerste bijeenkomst wijst de Raad een Voorzitter, een of meer Vice-Voorzitters en een Uitvoerend Comité aan.
- e. Voorts heeft de Raad tot taak:
-
- Regelen uit te vaardigen ten behoeve van het bestuur van het Instituut in overeenstemming met deze Overeenkomst;
-
- De Directeur en een externe accountant voor het Instituut aan te wijzen;
-
- Het beleid, de jaarlijkse werkprogramma's, begrotingen en door een accountant gecontroleerde financiële verslagen van het Instituut goed te keuren; en
-
- Alle andere handelingen te verrichten nodig ter uitvoering van de bij deze Overeenkomst aan de Raad gedelegeerde bevoegdheden;
-
- De Directeur en het personeel.
- a. Het Instituut wordt beheerd door een Directeur die door de Raad wordt benoemd voor een termijn van vijf (5) jaar, met mogelijkheid van verlenging.
- b. De Directeur benoemt het personeel voor de gespecialiseerde en algemene diensten dat nodig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van het Instituut in overeenstemming met het door de Raad goedgekeurde personeelsbeleid.
- c. De Directeur is de Raad verantwoording verschuldigd voor het functioneren en het beheer van het Instituut in overeenstemming met deze Overeenkomst en de besluiten van de Raad.
Artikel VII. Samenwerkingsverbanden
Het Instituut kan samenwerkingsverbanden met andere instellingen en programma's aangaan en kan personeel aanvaarden op basis van uitlening of detachering.
Artikel VIII. Rechten, voorrechten en immuniteiten
Het Instituut en zijn personeel genieten in het land, waarin het zijn zetel heeft, de rechten, voorrechten en immuniteiten die zijn bepaald in de zetelovereenkomst. Andere landen kunnen ter ondersteuning van de activiteiten van het Instituut in de desbetreffende landen vergelijkbare rechten, voorrechten en immuniteiten verlenen.
Artikel IX. Externe accountant
Jaarlijks wordt een volledige financiële controle van de verrichtingen van het Instituut uitgevoerd door een door de Raad te kiezen onafhankelijk internationaal accountantskantoor. De Raad en de Vergadering krijgen inzage in de resultaten van dergelijke controles.
Artikel X. Wijzigingen
Deze Overeenkomst kan door de Vergadering worden gewijzigd bij een meerderheid van drie vierde van de stemmen van al haar leden, mits de kennisgeving van een zodanige wijziging, te zamen met de volledige tekst daarvan ten minste acht weken voor het vastgestelde tijdstip van stemming over de voorgestelde wijziging aan alle leden van de Vergadering is toegezonden.
Artikel XI. Opheffing
Het Instituut kan worden opgeheven indien een meerderheid van vier vijfde van alle leden van de Vergadering besluit dat het Instituut niet langer noodzakelijk is of dat het niet langer in staat is doeltreffend te functioneren.
In geval van opheffing worden de activa van het Instituut, die overblijven nadat aan al zijn wettelijke verplichtingen is voldaan, bij besluit van de Vergadering in overleg met de Raad verdeeld onder instellingen die soortgelijke doelstellingen hebben als het Instituut.
Artikel XII. Beëindiging
Elke Partij bij deze Overeenkomst kan door middel van een schriftelijke kennisgeving haar toetreding tot deze Overeenkomst beëindigen en haar lidmaatschap van de Vergadering intrekken. Een zodanige beëindiging wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de kennisgeving van beëindiging is ontvangen door de depositaris.
Artikel XIII. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door Staten en intergouvernementele organisaties. In plaats van door een Staat kan zij ook worden ondertekend door een ontwikkelingsorganisatie van een nationale overheid aan wie gedelegeerd is om namens de desbetreffende Staat te handelen. Zij staat open voor ondertekening gedurende een tijdvak van twee jaar vanaf 1 juni 1987, tenzij deze termijn vóór het verstrijken daarvan door de depositaris wordt verlengd. Voor latere ondertekening van deze Overeenkomst door een partij die daarvoor op grond van deze bepaling in aanmerking komt, is de goedkeuring van de Vergadering bij eenvoudige meerderheid vereist.
De Regering van Italië is de depositaris van deze Overeenkomst.
Bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van deze Overeenkomst geschiedt door de ondertekenaars overeenkomstig hun eigen wetten, voorschriften en procedures.
Artikel XIV. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking onmiddellijk na de ontvangst door de depositaris van kennisgevingen door drie Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst dat de formaliteiten die de nationale wetgeving van deze Partijen vereist met betrekking tot deze Overeenkomst zijn vervuld.
Artikel XV. Overgang
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst neemt het Instituut alle nodige maatregelen ter verwerving van de rechten, verplichtingen, vergunningen, eigendommen en rentetegoeden van zijn rechtsvoorganger, het Internationaal Instituut voor het Recht inzake Ontwikkeling (International Development Law Institute), een niet-gouvernementele organisatie wettig gevestigd te Rotterdam, Nederland.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned being duly authorised thereto, have signed this Agreement in a single original in the English and French languages, both texts being equally authentic.
DONE at Rome on February 5, 1988.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.