Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake wederzijdse administratieve bijstand bij het uitwisselen van informatie op effectengebied
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika,
Overwegende dat de ontwikkeling van de internationalisering van de handel in effecten een uitbreiding van de informatie-uitwisseling tussen de toezichthoudende autoriteiten vergt,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
- a. „Bevoegde Autoriteit”:
- -. voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Minister van Financiën of degene die daartoe door deze is aangewezen.
- -. voor de Verenigde Staten van Amerika, de United States Securities and Exchange Commission („de Commissie”) of degene die daartoe door de Commissie is aangewezen en andere door de Regering van de Verenigde Staten aangewezen autoriteiten.
- b. „Effectenverkeer”:
- -. het verrichten van transacties in effecten voor rekening van derden;
- -. het kopen en verkopen van effecten voor eigen rekening;
- -. het adviseren van derden, tegen vergoeding, hetzij rechtstreeks, hetzij via publikaties of overzichten, ten aanzien van de waarde van effecten of de wenselijkheid om in effecten te beleggen, deze aan te kopen of te verkopen;
- -. het optreden als bemiddelaar bij het verrichten van betalingen of leveringen of beide in verband met effectentransacties of het bieden van faciliteiten ter vergelijking van gegevens die de voorwaarden voor de afrekening van effectentransacties vormen;
- -. het zich bezighouden, namens een uitgevende instelling, met aangelegenheden verband houdende met de uitgifte, registratie, de verhandeling en overdracht van zodanige effecten;
- -. het beheer, de promotie, het aanbod of de verkoop van een beleggingsinstelling; of
- -. soortgelijke activiteiten, verricht door natuurlijke personen of rechtspersonen.
- c. het begrip „effectenbeurs” betekent: een markt, met inbegrip van de buiten-beurshandel, voor aandelen, obligaties, opties en andere effecten, die wordt erkend of gereguleerd door, of onder toezicht staat van, de Bevoegde Autoriteiten.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de hierin gebruikte termen geacht te zijn omschreven in overeenstemming met de desbetreffende wetten binnen het rechtsgebied van de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat.
Artikel 2. Reikwijdte van de bijstand
Elke Bevoegde Autoriteit verbindt zich ertoe, in overeenstemming met het bepaalde in deze Overeenkomst, de Bevoegde Autoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij zoveel mogelijk administratieve bijstand te verlenen bij het inwinnen en uitwisselen van informatie met betrekking tot de toepassing van en de controle op de wetten en voorschriften inzake effecten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
De ingevolge deze Overeenkomst te verlenen bijstand omvat, doch is niet beperkt tot:
- a. het inwinnen en verstrekken van informatie en documenten door de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat;
- b. het afnemen van verklaringen van personen door de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat; en
- c. het inspecteren of onderzoeken door de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat of de ondernemingen die werkzaam zijn op het gebied van het effectenverkeer zich houden aan de voorschriften.
In het bijzonder verleent elke Bevoegde Autoriteit de andere Bevoegde Autoriteit bijstand bij het inwinnen en uitwisselen van informatie die verband houdt met de wetten en voorschriften van de Verzoekende Bevoegde Autoriteit betreffende:
- a. de verlening van vergunningen, ontheffingen of vrijstellingen ten behoeve van het effectenverkeer;
- b. de naleving van de wetten en voorschriften die op het effectenverkeer van toepassing zijn;
- c. de naleving van de wetten en voorschriften die op effectenbeurzen van toepassing zijn;
- d. de naleving van de voorschriften van effectenbeurzen door hun leden;
- e. de naleving van de wetten en voorschriften die van toepassing zijn op een uitgevende instelling of op personen die direct of indirect betrekkingen onderhouden met een zodanige uitgevende instelling, die zich dient, repectievelijk dienen te houden aan enigerlei vereiste met betrekking tot de openbaarmaking van informatie; en
- f. de voorkoming en ontdekking van effectenfraude en andere onregelmatigheden, verband houdende met het aanbieden, kopen of verkopen van effecten.
Artikel 3. Algemene beginselen
Alle verzoeken om informatie of bijstand ingevolge deze Overeenkomst dienen te worden ingediend en uitgevoerd via een Bevoegde Autoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij. De Bevoegde Autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen treden ten behoeve van de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst rechtstreeks met elkaar in verbinding.
Niettegenstaande deze beginselen:
- a. kan elke Bevoegde Autoriteit vanuit haar eigen grondgebied in verbinding treden met personen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij die er vrijwillig mee instemmen de verzochte informatie of documenten te verstrekken; en
- b. kunnen verzoeken van een Bevoegde Autoriteit om informatie uit openbare bronnen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, langs informele weg worden gedaan, zonder in acht neming van de voorwaarden van deze Overeenkomst.
De bepalingen van deze Overeenkomst zullen niemand anders dan de Bevoegde Autoriteiten direct of indirect het recht geven enige informatie in te winnen, achter te houden of uit te sluiten of de uitvoering van een verzoek om bijstand ingevolge deze Overeenkomst te betwisten, zulks onverminderd de grondwet van de Overeenkomstsluitende Partijen.
De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat kan weigeren te voldoen aan een verzoek om bijstand, op grond van het feit dat:
- a. het inwilligen van een dergelijk verzoek de veiligheid of andere wezenlijke openbare belangen van de Aangezochte Staat in gevaar zou brengen; of
- b. het inwilligen van een dergelijk verzoek een in de Aangezochte Staat reeds lopend onderzoek zou doorkruisen.
Artikel 4. Verzoeken om bijstand
Verzoeken om bijstand dienen schriftelijk te worden ingediend en met redenen te zijn omkleed. Verzoeken dienen te worden gericht aan de door de Bevoegde Autoriteiten aangewezen contactfunctionarissen.
In de verzoeken dienen te worden vermeld:
- a. de gewenste informatie, de natuurlijke personen of rechtspersonen die in het bezit van de informatie kunnen zijn en de plaats waar de informatie zou kunnen worden ingewonnen;
- b. een algemene beschrijving van de aangelegenheid waarop het verzoek betrekking heeft en het doel waarvoor de informatie wordt gewenst;
- c. de reden voor het verzoek om informatie;
- d. de wettelijke bepalingen die op de aangelegenheid betrekking hebben;en
- e. de gewenste termijn voor beantwoording en, in dringende gevallen, de rechtvaardiging van de spoed.
In spoedgevallen kunnen voor verzoeken om bijstand en de beantwoording hiervan verkorte procedures worden gevolgd of andere communicatiemiddelen worden gehanteerd dan de uitwisseling van schriftelijke informatie, mits alle berichten op de in dit artikel voorgeschreven wijze worden bevestigd.
Artikel 5. Uitvoering van verzoeken
De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient het verzoek om bijstand binnen een redelijke termijn te behandelen.
Verzoeken dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de wetten en procedures van de Aangezochte Staat.
De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient de door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat verzochte informatie in te winnen. De informatie dient te worden ingewonnen in overeenstemming met het bepaalde in het tweede lid en, voor zover redelijkerwijze mogelijk, in de vorm en rekening houdend met de procedures die door die Autoriteit worden gewenst, met inbegrip van het afnemen van verklaringen van personen.
De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient desgevraagd, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is, de boeken en bescheiden van een onderneming die werkzaam is op het gebied van het effectenverkeer of haar beheerder of agent te onderzoeken.
Ten tijde van de uitvoering van het verzoek kan de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat toestemming geven voor de aanwezigheid van door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat aangewezen personen. Deze aangewezen personen wordt toegestaan vragen te formuleren, die worden gesteld bij de uitvoering van het verzoek.
Artikel 6. Toegestaan gebruik van informatie
De Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat kan de verstrekte informatie uitsluitend gebruiken voor het in haar verzoek aangegeven doel.
- a. Met betrekking tot het gebruik van informatie in strafrechtelijke procedures dient eerst toestemming te worden verkregen van de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat;
- b. Met betrekking tot alle andere vormen van gebruik van informatie, dient de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat hiervan in kennis te stellen, alvorens de verstrekte informatie te gebruiken voor andere doeleinden dan in haar oorspronkelijke verzoek stonden vermeld. De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat kan uitsluitend tegen dit andere gebruik bezwaar maken wanneer dit gebruik niet in het belang zou zijn van de toepassing van en de controle op effectenwetten en -voorschriften of wanneer de in artikel 3, derde lid, vermelde omstandigheden van toepassing zijn. Als dit bezwaar niet kenbaar wordt gemaakt binnen veertien dagen na ontvangst van de kennisgeving van het beoogde gebruik door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat, kan de informatie worden gebruikt zoals aangegeven in de kennisgeving.
Artikel 7. Vertrouwelijkheid
Behalve zoals beoogd in artikel 6 zal iedere Bevoegde Autoriteit, voor zover de wet dit toelaat, geheimhouding betrachten omtrent het verzoek om bijstand, de onderdelen van het verzoek en de ingevolge dit verzoek ingewonnen en verstrekte informatie. Van deze geheimhouding kan ontheffing worden verleend, voor zover de wet dit toelaat, door wederzijdse instemming van de Bevoegde Autoriteiten van de Verzoekende en de Aangezochte Staat.
Wanneer de Verzoekende Bevoegde Autoriteit de aangelegenheid ter zake waarvan ingevolge deze Overeenkomst bijstand was verzocht, heeft afgehandeld, zal zij, op verzoek van de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat, voor zover de wet dit toelaat, aan de Aangezochte Bevoegde Autoriteit terugzenden alle documenten en afschriften hiervan, alsmede ander materiaal dat de inhoud van deze documenten onthult, voor zover deze niet reeds is openbaar gemaakt tijdens de in artikel 6 bedoelde procedures of ingevolge het eerste lid van dit artikel, met uitzondering van materiaal dat tot stand is gekomen als onderdeel van de beleidsvormende of de interne analytische werkzaamheden van de Verzoekende Bevoegde Autoriteit.
Artikel 8. Invloed op andere overeenkomsten
De onderlinge samenwerking in strafzaken tussen de Overeenkomstsluitende Partijen blijft uitsluitend beheerst door het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 12 juni 1981.
Voor het gebruik van eerder ingevolge deze Overeenkomst uitgewisselde informatie in een strafrechtelijke procedure is de voorafgaande goedkeuring van de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat vereist.
Artikel 9. Kosten
Indien blijkt dat de beantwoording van een individueel verzoek om bijstand ingevolge deze Overeenkomst aanzienlijke kosten voor de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat met zich zal brengen, treffen de Bevoegde Autoriteiten van beide Staten een regeling voor de kostenverdeling, alvorens gevolg wordt gegeven aan het verzoek om bijstand.
Indien, in het algemeen, de uitvoering van deze Overeenkomst hoofdzakelijk voor één van de Bevoegde Autoriteiten aanzienlijke kosten met zich brengt, treffen de Bevoegde Autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen een algemene regeling voor de kostenverdeling.
Artikel 10. Overleg
De Bevoegde Autoriteiten zullen overleg plegen omtrent deze Overeenkomst teneinde de werking ervan te verbeteren en eventuele problemen op te lossen. In het bijzonder zullen de Bevoegde Autoriteiten op verzoek overleg plegen ingeval:
- a. een van de Bevoegde Autoriteiten weigert te voldoen aan een verzoek om informatie op de gronden genoemd in artikel 3, derde lid; of
- b. er zich een verandering voordoet in de markt- of handelsomstandigheden, dan wel in de wetgeving die van toepassing is op de in artikel 2, derde lid, genoemde aangelegenheden; of
- c. er zich enig ander probleem voordoet waardoor het noodzakelijk of dienstig wordt deze Overeenkomst te wijzigen of uit te breiden, ten einde de erin vervatte doelstellingen te verwezenlijken.
De Bevoegde Autoriteiten kunnen zodanige praktische maatregelen overeenkomen als noodzakelijk zijn om de uitvoering van deze Overeenkomst te vergemakkelijken.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk in kennis hebben gesteld dat is voldaan aan de hiertoe in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures.
Artikel 12. Territoriale toepassing van de overeenkomst
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is deze Overeenkomst van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.
Artikel 13. Beëindiging
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde deze Overeenkomst opzeggen door middel van een kennisgeving aan de andere Partij.
Een zodanige opzegging wordt van kracht zes maanden na ontvangst van de kennisgeving. Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen een zodanige kennisgeving doet, blijft deze Overeenkomst van kracht ten aanzien van alle verzoeken om bijstand die zijn ingediend vóór de datum waarop die kennisgeving van kracht wordt, totdat de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat de zaak waarvoor om bijstand werd verzocht heeft afgesloten.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized to that effect, have signed this Agreement.
DONE in duplicate at The Hague this eleventh day of December 1989 in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands,
(sd.) W. KOK
For the Government of the United States of America,
(sd.) RICHARD C. BREEDEN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.