Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake wederzijdse administratieve bijstand bij het uitwisselen van informatie op effectengebied

Type Verdrag
Publication 1992-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika,

Overwegende dat de ontwikkeling van de internationalisering van de handel in effecten een uitbreiding van de informatie-uitwisseling tussen de toezichthoudende autoriteiten vergt,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de hierin gebruikte termen geacht te zijn omschreven in overeenstemming met de desbetreffende wetten binnen het rechtsgebied van de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat.

Artikel 2. Reikwijdte van de bijstand
1.

Elke Bevoegde Autoriteit verbindt zich ertoe, in overeenstemming met het bepaalde in deze Overeenkomst, de Bevoegde Autoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij zoveel mogelijk administratieve bijstand te verlenen bij het inwinnen en uitwisselen van informatie met betrekking tot de toepassing van en de controle op de wetten en voorschriften inzake effecten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2.

De ingevolge deze Overeenkomst te verlenen bijstand omvat, doch is niet beperkt tot:

3.

In het bijzonder verleent elke Bevoegde Autoriteit de andere Bevoegde Autoriteit bijstand bij het inwinnen en uitwisselen van informatie die verband houdt met de wetten en voorschriften van de Verzoekende Bevoegde Autoriteit betreffende:

Artikel 3. Algemene beginselen
1.

Alle verzoeken om informatie of bijstand ingevolge deze Overeenkomst dienen te worden ingediend en uitgevoerd via een Bevoegde Autoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij. De Bevoegde Autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen treden ten behoeve van de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst rechtstreeks met elkaar in verbinding.

Niettegenstaande deze beginselen:

2.

De bepalingen van deze Overeenkomst zullen niemand anders dan de Bevoegde Autoriteiten direct of indirect het recht geven enige informatie in te winnen, achter te houden of uit te sluiten of de uitvoering van een verzoek om bijstand ingevolge deze Overeenkomst te betwisten, zulks onverminderd de grondwet van de Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat kan weigeren te voldoen aan een verzoek om bijstand, op grond van het feit dat:

Artikel 4. Verzoeken om bijstand
1.

Verzoeken om bijstand dienen schriftelijk te worden ingediend en met redenen te zijn omkleed. Verzoeken dienen te worden gericht aan de door de Bevoegde Autoriteiten aangewezen contactfunctionarissen.

2.

In de verzoeken dienen te worden vermeld:

3.

In spoedgevallen kunnen voor verzoeken om bijstand en de beantwoording hiervan verkorte procedures worden gevolgd of andere communicatiemiddelen worden gehanteerd dan de uitwisseling van schriftelijke informatie, mits alle berichten op de in dit artikel voorgeschreven wijze worden bevestigd.

Artikel 5. Uitvoering van verzoeken
1.

De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient het verzoek om bijstand binnen een redelijke termijn te behandelen.

2.

Verzoeken dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de wetten en procedures van de Aangezochte Staat.

3.

De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient de door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat verzochte informatie in te winnen. De informatie dient te worden ingewonnen in overeenstemming met het bepaalde in het tweede lid en, voor zover redelijkerwijze mogelijk, in de vorm en rekening houdend met de procedures die door die Autoriteit worden gewenst, met inbegrip van het afnemen van verklaringen van personen.

4.

De Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat dient desgevraagd, voor zover dit redelijkerwijze noodzakelijk is, de boeken en bescheiden van een onderneming die werkzaam is op het gebied van het effectenverkeer of haar beheerder of agent te onderzoeken.

5.

Ten tijde van de uitvoering van het verzoek kan de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat toestemming geven voor de aanwezigheid van door de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat aangewezen personen. Deze aangewezen personen wordt toegestaan vragen te formuleren, die worden gesteld bij de uitvoering van het verzoek.

Artikel 6. Toegestaan gebruik van informatie

De Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat kan de verstrekte informatie uitsluitend gebruiken voor het in haar verzoek aangegeven doel.

Artikel 7. Vertrouwelijkheid
1.

Behalve zoals beoogd in artikel 6 zal iedere Bevoegde Autoriteit, voor zover de wet dit toelaat, geheimhouding betrachten omtrent het verzoek om bijstand, de onderdelen van het verzoek en de ingevolge dit verzoek ingewonnen en verstrekte informatie. Van deze geheimhouding kan ontheffing worden verleend, voor zover de wet dit toelaat, door wederzijdse instemming van de Bevoegde Autoriteiten van de Verzoekende en de Aangezochte Staat.

2.

Wanneer de Verzoekende Bevoegde Autoriteit de aangelegenheid ter zake waarvan ingevolge deze Overeenkomst bijstand was verzocht, heeft afgehandeld, zal zij, op verzoek van de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat, voor zover de wet dit toelaat, aan de Aangezochte Bevoegde Autoriteit terugzenden alle documenten en afschriften hiervan, alsmede ander materiaal dat de inhoud van deze documenten onthult, voor zover deze niet reeds is openbaar gemaakt tijdens de in artikel 6 bedoelde procedures of ingevolge het eerste lid van dit artikel, met uitzondering van materiaal dat tot stand is gekomen als onderdeel van de beleidsvormende of de interne analytische werkzaamheden van de Verzoekende Bevoegde Autoriteit.

Artikel 8. Invloed op andere overeenkomsten
1.

De onderlinge samenwerking in strafzaken tussen de Overeenkomstsluitende Partijen blijft uitsluitend beheerst door het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 12 juni 1981.

2.

Voor het gebruik van eerder ingevolge deze Overeenkomst uitgewisselde informatie in een strafrechtelijke procedure is de voorafgaande goedkeuring van de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat vereist.

Artikel 9. Kosten
1.

Indien blijkt dat de beantwoording van een individueel verzoek om bijstand ingevolge deze Overeenkomst aanzienlijke kosten voor de Bevoegde Autoriteit van de Aangezochte Staat met zich zal brengen, treffen de Bevoegde Autoriteiten van beide Staten een regeling voor de kostenverdeling, alvorens gevolg wordt gegeven aan het verzoek om bijstand.

2.

Indien, in het algemeen, de uitvoering van deze Overeenkomst hoofdzakelijk voor één van de Bevoegde Autoriteiten aanzienlijke kosten met zich brengt, treffen de Bevoegde Autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen een algemene regeling voor de kostenverdeling.

Artikel 10. Overleg
1.

De Bevoegde Autoriteiten zullen overleg plegen omtrent deze Overeenkomst teneinde de werking ervan te verbeteren en eventuele problemen op te lossen. In het bijzonder zullen de Bevoegde Autoriteiten op verzoek overleg plegen ingeval:

2.

De Bevoegde Autoriteiten kunnen zodanige praktische maatregelen overeenkomen als noodzakelijk zijn om de uitvoering van deze Overeenkomst te vergemakkelijken.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk in kennis hebben gesteld dat is voldaan aan de hiertoe in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures.

Artikel 12. Territoriale toepassing van de overeenkomst

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is deze Overeenkomst van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.

Artikel 13. Beëindiging
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde deze Overeenkomst opzeggen door middel van een kennisgeving aan de andere Partij.

2.

Een zodanige opzegging wordt van kracht zes maanden na ontvangst van de kennisgeving. Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen een zodanige kennisgeving doet, blijft deze Overeenkomst van kracht ten aanzien van alle verzoeken om bijstand die zijn ingediend vóór de datum waarop die kennisgeving van kracht wordt, totdat de Bevoegde Autoriteit van de Verzoekende Staat de zaak waarvoor om bijstand werd verzocht heeft afgesloten.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized to that effect, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at The Hague this eleventh day of December 1989 in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) W. KOK

For the Government of the United States of America,

(sd.) RICHARD C. BREEDEN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.