Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende het internationale wegvervoer van personen en goederen

Type Verdrag
Publication 1987-07-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van het Koninkrijk Marokko

Verlangend het internationale wegvervoer van personen en goederen tussen de beide Staten alsmede het transitovervoer over hun grondgebied te bevorderen, zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

De vervoersondernemingen die zijn gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden of in het Koninkrijk Marokko, zijn gerechtigd personen en goederen te vervoeren met voertuigen die zijn geregistreerd in een van beide Staten, hetzij tussen de grondgebieden van beide Overeenkomstsluitende Partijen, hetzij bij wijze van transitovervoer over het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, onder de in deze Overeenkomst vastgestelde voorwaarden.

I. PERSONENVERVOER

Artikel 2

Alle beroepsvervoer van personen, tussen de beide Staten of bij wijze van transitovervoer over hun grondgebied, is onderworpen aan een stelsel van voorafgaande vergunningen, met uitzondering van het vervoer bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst.

Artikel 3
1.

Het volgende vervoer is niet onderworpen aan het stelsel van voorafgaande vergunningen, maar hiervoor is een eenvoudige verklaring vereist:

2.

Voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid hierboven, wordt het model opgesteld in overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten.

Artikel 4
1.

Het geregelde personenvervoer, dat wil zeggen de diensten die met een bepaalde frequentie en over een vastgesteld traject zorgen voor het vervoer van personen, wordt geregeld in overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

Daartoe zenden bedoelde autoriteiten de voorstellen aan elkaar toe die zij van de ondernemingen hebben ontvangen inzake de regeling van dit vervoer; deze voorstellen dienen de volgende gegevens te bevatten:

3.

Na aanvaarding door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen van de voorstellen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, verstrekken de Partijen elkaar een vergunning die geldig is voor het traject over het grondgebied van hun land.

4.

De bevoegde autoriteiten verlenen de vergunningen in beginsel op basis van wederkerigheid.

Artikel 5

De vergunningen voor personenvervoer dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 3 en 4 van deze Overeenkomst moeten door de vervoerder worden aangevraagd bij de bevoegde autoriteiten van de Staat van registratie.

II. GOEDERENVERVOER

Artikel 6

Alle goederenvervoer, tussen beide Staten of bij wijze van transitovervoer over hun grondgebied, is onderworpen aan een stelsel van voorafgaande vergunningen.

Artikel 7
1.

Er bestaan twee soorten vergunningen:

2.

De vergunning verleent de vervoerder het recht op de terugweg goederen te laden.

Artikel 8

De bevoegde autoriteiten van de Staat waar de voertuigen zijn geregistreerd, verlenen de vergunningen voor rekening van de andere Overeenkomstsluitende Partij, in het kader van de contingenten die jaarlijks in overleg worden vastgesteld door de gemengde commissie bedoeld in artikel 22 hieronder.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten verlenen buiten het contingent vergunningen voor het volgende vervoer:

Bovengenoemde opsomming kan worden gewijzigd in overleg tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen.

III. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 10
1.

De vergunningen worden gedrukt in de talen van beide Overeenkomstsluitende Partijen en in de Franse taal, volgens de modellen die worden vastgesteld in overleg tussen de bevoegde autoriteiten van beide landen.

2.

Deze autoriteiten verstrekken elkaar de blanco vergunningen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel 11

De vervoersondernemingen, gevestigd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, mogen geen vervoer verrichten tussen twee plaatsen gelegen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 12

De vervoersondernemingen gevestigd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, mogen geen vervoer verrichten tussen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en een derde Staat, tenzij laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij daartoe een vergunning heeft afgegeven.

Artikel 13

Indien het gewicht of de afmetingen van het voertuig of van de lading de op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij toegestane maxima overschrijdt, is voor het voertuig een bijzondere vergunning vereist, die wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van laatstbedoelde Partij.

Op deze vergunning kan worden aangegeven dat het voertuig alleen mag rijden op een bepaald traject.

Artikel 14
1.

De bevoegde autoriteiten verstrekken de door deze Overeenkomst voorziene vergunningen gratis. Zij kunnen de onder hun competentie vallende vervoerders de verplichting opleggen om van iedere uitgevoerde rit een verslag op te stellen.

2.

De vergunningen en verklaringen bedoeld in deze Overeenkomst, moeten zich in de voertuigen bevinden en moeten worden getoond steeds wanneer de met controle belaste functionarissen hierom verzoeken.

3.

De verklaringen en verslagen moeten worden afgetekend door de douane bij binnenkomst in en het verlaten van het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij geldig zijn.

Artikel 15

De vervoersondernemingen die vervoer verrichten, bedoeld in deze Overeenkomst, voldoen voor het vervoer, verricht op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, de op dat grondgebied geldende belastingen en heffingen onder de voorwaarden vastgesteld door het in artikel 23 van deze Overeenkomst bedoelde Protocol.

Artikel 16

a). De leden van de bemanning van het voertuig mogen hun persoonlijke bezittingen en de voor hun voertuig noodzakelijke uitrusting tijdelijk kosteloos en zonder invoervergunning invoeren voor de duur van hun verblijf op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

b). De brandstof in de door de fabrikant in het bedoelde voertuig ingebouwde tanks is vrijgesteld van alle rechten en heffingen.

Artikel 17

Onderdelen, bestemd voor de reparatie van een voertuig dat een in deze Overeenkomst bedoeld vervoer verricht, zijn vrijgesteld van douanerechten en -heffingen alsmede van invoerbeperkingen.

Niet gebruikte of vervangen onderdelen worden opnieuw uitgevoerd. De wijze van toepassing van dit artikel wordt nader aangeduid in het Protocol, bedoeld in artikel 23 van deze Overeenkomst.

Artikel 18

De vervoersondernemingen en hun personeel zijn verplicht de bepalingen van deze Overeenkomst, alsmede de op het grondgebied van iedere Overeenkomstsluitende Partij van kracht zijnde wetten en voorschriften betreffende het vervoer en het wegverkeer in acht te nemen.

Artikel 19

De interne wetgeving van iedere Overeenkomstsluitende Partij is van toepassing op alle kwesties die niet in deze Overeenkomst worden geregeld.

Artikel 20

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder begaan op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, zijn de bevoegde autoriteiten van de Staat waar het voertuig is geregistreerd, verplicht op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op hem een van de volgende strafmaatregelen toe te passen:

De autoriteiten die de strafmaatregel nemen, zijn verplicht de autoriteiten die om die maatregel hebben verzocht, hiervan in kennis te stellen.

Artikel 21

De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen de diensten aan die bevoegd zijn tot het nemen van de in deze Overeenkomst omschreven maatregelen en tot het uitwisselen van alle noodzakelijke statistische of andere gegevens.

Artikel 22
1.

Ten einde de juiste uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst mogelijk te maken, stellen beide Overeenkomstsluitende Partijen een gemengde commissie in.

2.

Bedoelde commissie komt bijeen op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, en wel beurtelings op het grondgebied van elk der Partijen.

Artikel 23

De Overeenkomstsluitende Partijen regelen de wijze van toepassing van deze Overeenkomst in een Protocol, dat deel uitmaakt van deze Overeenkomst en dat tegelijk met deze Overeenkomst wordt ondertekend.

De gemengde commissie, bedoeld in artikel 22 van deze Overeenkomst, is bevoegd om bedoeld Protocol voor zover nodig te wijzigen.

Artikel 24

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel 25
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag nadat de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat zij de voorschriften betreffende de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op hun grondgebied in acht hebben genomen.

2.

De Overeenkomst is geldig voor de duur van een jaar, te rekenen van de datum van inwerkingtreding. Zij wordt elk jaar stilzwijgend verlengd, tenzij de ene Overeenkomstsluitende Partij, zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur, deze Overeenkomst bij de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk opzegt.

Voor de toepassing van bedoelde Overeenkomst zijn de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Marokko als volgt overeengekomen:

GEDAAN te Rabat op 5 april 1982 in twee originele exemplaren in de Arabische, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. Bij geschillen is de Franse tekst evenwel doorslaggevend.

Voor de Regering van het

Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) M. W. H. BARON

COLLOT D'ESCURY

Voor de Regering van het

Koninkrijk Marokko,

(w.g.) B. MANSOURI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.