Verdrag betreffende arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in hotels, restaurants en soortgelijke bedrijven
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen in haar 78ste Zitting op 5 juni 1991, en
In herinnering brengend dat internationale arbeidsverdragen en aanbevelingen waarin zijn neergelegd algemeen toepasbare normen betreffende arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, van toepassing zijn op werknemers in hotels, restaurants en soortgelijke bedrijven,
Gelet op het feit dat de specifieke omstandigheden die het werk in hotels, restaurants en soortgelijke bedrijven kenmerken, het wenselijk maken de toepassing van deze verdragen en aanbevelingen in deze categorieën bedrijven te verbeteren en deze aan te vullen met specifieke normen, die erop zijn gericht om de betrokken werknemers in staat te stellen een positie in te nemen die in overeenstemming is met hun rol in deze zich snel uitbreidende bedrijfstak en om nieuwe werknemers hiervoor aan te trekken door verbetering van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, de opleiding en de loopbaanvooruitzichten, en
Gelet op het feit dat collectief onderhandelen een doeltreffend middel is om de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in deze sector vast te stellen, en
Overwegende, dat de aanneming van een verdrag, gepaard gaand met collectief onderhandelen, de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, de loopbaanvooruitzichten en de zekerheid van werk zal verbeteren ten voordele van de werknemers, en
Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in hotels, restaurants en soortgelijke bedrijven, welk onderwerp als vierde punt op de agenda van de zitting voorkomt,
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm dienen te krijgen van een internationaal verdrag;
neemt heden, de vijfentwintigste juni van het jaar negentienhonderdeenennegentig het volgende verdrag aan, dat kan worden aangehaald als het Verdrag betreffende arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden in (hotels en restaurants), 1991.
Artikel 1
Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 2, eerste lid, is dit Verdrag van toepassing op werknemers die werkzaam zijn in:
- a). hotels en soortgelijke bedrijven die logies verschaffen;
- b). restaurants en soortgelijke bedrijven die voedsel, drank of beide verschaffen.
De omschrijving van de categorieën waarnaar wordt verwezen in de letters a en b hierboven, wordt door elk Lid vastgesteld tegen de achtergrond van nationale omstandigheden en na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties. Elk Lid dat het Verdrag bekrachtigt kan, na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, van de toepassing ervan bepaalde soorten bedrijven die onder de hierboven gegeven omschrijving vallen, maar waar zich bijzondere problemen van wezenlijke aard voordoen, uitsluiten.
- a). Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, kan, na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, de toepassing ervan uitbreiden tot andere verwante bedrijven die toeristische diensten verlenen, welke bedrijven nader worden aangeduid in een aan de bekrachtiging gehechte verklaring.
- b). Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan, na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, bovendien later de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau ervan in kennis stellen, door middel van een verklaring, dat hij de toepassing van het Verdrag uitbreidt tot andere categorieën verwante bedrijven die toeristische diensten verlenen.
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, dient in het eerste verslag inzake de toepassing van het Verdrag, ingediend ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, ieder soort bedrijf te vermelden dat uitgesloten is op grond van het tweede lid, onder opgave van de redenen van een dergelijke uitsluiting, alsmede de onderscheiden standpunten terzake van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, en dient in volgende verslagen de stand van zaken van zijn wetgeving en praktijk met betrekking tot de uitgesloten bedrijven te vermelden en de mate waarin uitvoering is gegeven of waarin is voorgesteld uitvoering te geven aan het Verdrag met betrekking tot deze bedrijven.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „betrokken werknemers” verstaan werknemers die werkzaam zijn in bedrijven waarop het Verdrag van toepassing is ingevolge de bepalingen van artikel 1, ongeacht de aard en de duur van de arbeidsbetrekking.
Desalniettemin kan elk Lid, tegen de achtergrond van de nationale wetgeving, omstandigheden en praktijk, en na raadpleging van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, bepaalde categorieën werknemers uitsluiten van de toepassing van alle of sommige van de bepalingen van dit Verdrag.
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, dient in het eerste verslag inzake de toepassing van het Verdrag, ingediend op grond van artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, te vermelden welke categorieën werknemers ingevolge het eerste lid zijn uitgesloten, onder opgave van de redenen van een dergelijke uitsluiting, en dient in volgende verslagen aan te geven welke vooruitgang is geboekt in ruimere toepassing.
Artikel 3
Elk Lid dient, zonder afbreuk te doen aan de autonomie van de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, op een wijze die strookt met nationale wetgeving, omstandigheden en praktijk, een beleid te aanvaarden en toe te passen dat gericht is op verbetering van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van de betrokken werknemers.
De algemene doelstelling van een dergelijk beleid is te verzekeren dat de betrokken werknemers niet uitgesloten worden van de reikwijdte van enige minimumnorm die op nationaal niveau voor werknemers in het algemeen is aangenomen, met inbegrip van de normen met betrekking tot sociale zekerheidsrechten.
Artikel 4
Tenzij op andere wijze bepaald door nationale wetgeving of praktijk, wordt onder “arbeidstijd” verstaan de tijd waarin de werknemer ter beschikking staat van de werkgever.
De betrokken werknemers hebben recht op redelijke, normale arbeidstijden en op overwerkvoorzieningen in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk.
Aan de betrokken werknemers worden redelijke minimum rustperiodes per dag en per week toegekend, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk.
De betrokken werknemers worden, waar mogelijk, tijdig genoeg op de hoogte gesteld van de werkroosters, teneinde hen in staat te stellen hun persoonlijk en gezinsleven dienovereenkomstig te organiseren.
Artikel 5
Indien van werknemers geëist wordt om te werken op openbare feestdagen, dienen zij een toereikende vergoeding te genieten in tijd of in geld, als is bepaald in collectieve onderhandelingen of in overeenstemming met de .nationale wetgeving of praktijk.
De betrokken werknemers hebben recht op jaarlijks verlof met behoud van loon; waarvan de duur wordt vastgesteld in collectieve onderhandelingen of in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk.
In het geval het contract afloopt of de periode van ononderbroken dienstbetrekking niet voldoende is om recht te hebben op volledig jaarlijks verlof, hebben de betrokken werknemers recht op betaald verlof naar verhouding van de. diensttijd dan wel op loonbetaling in plaats daarvan, zoals bepaald in collectieve onderhandelingen of in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk.
Artikel 6
Onder de term “fooi” wordt verstaan een bedrag aan geld dat door een klant vrijwillig aan de werknemer wordt gegeven, boven het bedrag dat de klant moet betalen voorde geleverde diensten.
Onafhankelijk van fooien, dienen de betrokken werknemers een basisloon te ontvangen dat betaald wordt op vaste tijdstippen.
Artikel 7
Voor zover een dergelijk gebruik bestaat, worden de koop en verkoop van banen in bedrijven, bedoeld in artikel 1, verboden.
Artikel 8
De bepalingen van dit Verdrag kunnen worden toegepast door of krachtens nationale wetgeving, collectieve overeenkomsten, scheidsrechterlijke uitspraken of rechterlijke beslissingen, of op enige andere met de nationale praktijk verenigbare wijze.
Ten aanzien van Leden waar het bepaalde in dit Verdrag gewoonlijk wordt geregeld in overeenkomsten tussen werkgevers of organisaties van werkgevers en organisaties van werknemers, of gewoonlijk op andere wijze dan door wetgeving wordt toegepast, wordt het bepaalde geacht te zijn nagekomen, als het door middel van zodanige overeenkomsten of andere middelen wordt toegepast op de overgrote meerderheid der betrokken werknemers.
Artikel 9
De formele bekrachtigingen van dit Verdrag worden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau medegedeeld en door hem geregistreerd.
Artikel 10
Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 11
Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na afloop van de termijn van tien jaar als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaar gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaar op de voorwaarden, voorzien in dit artikel.
Artikel 12
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Artikel 13
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie in overeenstemming met het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
Artikel 14
De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wanneer deze dit noodzakelijk acht, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijk herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 15
Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
- a. bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, van rechtswege onmiddellijke opzegging van dit verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 11 hierboven, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden.
- b. met ingang van de datum waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden kunnen worden bekrachtigd.
Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.
Artikel 16
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
De voorgaande tekst is de authentieke tekst van het Verdrag naar behoren aangenomen door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie tijdens haar achtenzeventigste zitting, welke werd gehouden te Genève en voor gesloten werd verklaard op de vijfentwintigste juni 1991.
IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-sixth day of June 1991.
The President of the Conference,
(sd.) COSMAS BATUBARA
The Director-General of the International Labour Office,
(sd.) MICHEL HANSENNE