Internationale Overeenkomst inzake de harmonisatie van de goederencontroles aan de grenzen
Preambule
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Geleid door de wens het internationale goederenverkeer te verbeteren,
Overwegende dat het noodzakelijk is de grensoverschrijding van goederen te vergemakkelijken,
Vaststellende dat aan de grenzen door verschillende controlediensten controlemaatregelen worden toegepast,
Erkennende dat de voorwaarden waaronder deze controles worden uitgeoefend in ruime mate kunnen worden geharmoniseerd zonder dat het doel, de goede uitvoering en de doeltreffendheid ervan worden aangetast,
Ervan overtuigd dat de harmonisatie van de grenscontroles een belangrijk middel is om deze doelstellingen te bereiken,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
- a). „douane” de overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving en het innen van rechten en heffingen bij invoer en uitvoer en die tevens zijn belast met de toepassing van andere wetten en voorschriften met betrekking tot, onder andere, de invoer, doorvoer en uitvoer van goederen;
- b). „douanecontrole” alle maatregelen genomen met het oog op het doen naleven van de wetten en voorschriften met de toepassing waarvan de douane is belast;
- c). „medisch-sanitaire controle” controle verricht met het oog op de bescherming van het leven en de gezondheid van de mens, met uitzondering van de veterinaire controle;
- d). „veterinaire controle” sanitaire controle van dieren en produkten van dierlijke oorsprong, verricht met het oog op de bescherming van het leven en de gezondheid van mens en dier, alsmede controle van voorwerpen of goederen die overbrengers van dierenziekten kunnen zijn;
- e). „fytosanitaire controle” controle ter voorkoming van de verspreiding en de overbrenging over de nationale grenzen van voor planten en plantaardige produkten schadelijke organismen;
- f). „controle op het voldoen aan technische normen” controle om vast te stellen of de goederen aan de internationale of nationale minimumnormen van de ter zake geldende wetten en voorschriften voldoen;
- g). „kwaliteitscontrole” iedere andere controle dan de bovengenoemde om vast te stellen of de goederen aan de internationale of nationale minimumkwaliteitsnormen van de ter zake geldende wetten en voorschriften voldoen;
- h). „controledienst” iedere dienst belast met de gehele of gedeeltelijke toepassing van de hierboven omschreven controles of van iedere andere controle die gewoonlijk bij de invoer, uitvoer of doorvoer van goederen wordt verricht.
Artikel 2. Doelstelling
Ten einde het internationale goederenverkeer te vergemakkelijken, beoogt deze Overeenkomst de vereisten inzake het vervullen van formaliteiten alsmede aantal en duur van de controles te verminderen, in het bijzonder door nationale en internationale coördinatie van de controleprocedures en de wijze waarop deze worden toegepast.
Artikel 3. Toepassingsgebied
Deze Overeenkomst is van toepassing op alle goederen die worden ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd en daarbij over zee, door de lucht of over land een of meer grenzen overschrijden.
Deze Overeenkomst is van toepassing op alle controlediensten van de Overeenkomstsluitende Partijen.
HOOFDSTUK II. HARMONISATIE VAN DE PROCEDURES
Artikel 4. Coördinatie van de controles
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe de werkzaamheden van de douane en de andere controlediensten zodanig te organiseren dat deze zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd.
Artikel 5. Middelen ten behoeve van de diensten
Ten einde het goed functioneren van de controlediensten te verzekeren zien de Overeenkomstsluitende Partijen erop toe dat deze diensten in de mate van het mogelijke en binnen het kader van de nationale wetgeving, kunnen beschikken over:
- a). gekwalificeerd personeel, in voldoende aantal om aan de vereisten van het verkeer te voldoen;
- b). materieel en inrichtingen welke, rekening houdend met de wijze van vervoer, de te controleren goederen en de vereisten van het verkeer, geschikt zijn voor het verrichten van de controles;
- c). officiële instructies ten behoeve van hun ambtenaren opdat dezen handelen overeenkomstig de internationale overeenkomsten en regelingen en de geldende nationale bepalingen.
Artikel 6. Internationale samenwerking
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe onderling samen te werken en, voor zover nodig, te streven naar samenwerking met de bevoegde internationale organisaties ten einde de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken en bovendien te trachten, waar nodig, nieuwe multilaterale of bilaterale overeenkomsten of regelingen tot stand te brengen.
Artikel 7. Samenwerking tussen buurlanden
Bij overschrijding van een gemeenschappelijke grens nemen de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, telkens wanneer zulks mogelijk is, passende maatregelen om de doorgang van de goederen te vergemakkelijken en trachten zij in het bijzonder:
- a). de controle van goederen en documenten samen te voegen door te voorzien in gemeenschappelijke inrichtingen;
- b). te bereiken dat overeenstemming bestaat inzake:
- -. de openingstijden van de grensposten,
- -. de controlediensten die aldaar werkzaam zijn,
- -. de categorieën goederen en de wijzen van vervoer die aldaar worden toegelaten en de internationale regeling voor douanevervoer die aldaar worden toegepast.
Artikel 8. Uitwisseling van gegevens
De Overeenkomstsluitende Partijen delen elkaar, op verzoek, de voor de toepassing van deze Overeenkomst noodzakelijke gegevens mede overeenkomstig het in de bijlagen bepaalde.
Artikel 9. Documenten
De Overeenkomstsluitende Partijen trachten onderling en met de bevoegde internationale organisaties het gebruik te bevorderen van documenten die voldoen aan het kaderformulier van de Verenigde Naties.
De Overeenkomstsluitende Partijen aanvaarden documenten vervaardigd volgens ieder geschikt technisch procédé, mits deze voldoen aan de officiële voorschriften betreffende vorm, echtheid en waarmerking ervan en mits zij leesbaar en begrijpelijk zijn.
De Overeenkomstsluitende Partijen zien erop toe dat de vereiste documenten geheel overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving worden opgesteld en gewaarmerkt.
HOOFDSTUK III. BEPALINGEN BETREFFENDE DE DOORVOER
Artikel 10. Goederen in doorvoer
De Overeenkomstsluitende Partijen passen op goederen in doorvoer waar mogelijk een eenvoudige en snelle behandeling toe, in het bijzonder indien zij worden vervoerd met toepassing van een internationale regeling voor douanevervoer, door de controles te beperken tot de gevallen waarin de omstandigheden of de bestaande risico's zulks rechtvaardigen. Bovendien houden zij rekening met de situatie van landen zonder kust. Ten behoeve van de douanebehandeling van goederen die worden vervoerd met toepassing van een internationale regeling voor douanevervoer streven zij naar verlenging van de openingstijden en uitbreiding van de bevoegdheden van de bestaande douanekantoren.
Zij streven ernaar de doorvoer van goederen die worden vervoerd in containers of andere laad-eenheden welke voldoende zekerheid bieden zo veel mogelijk te vergemakkelijken.
HOOFDSTUK IV. DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 11. Openbare orde
De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geen beletsel voor de toepassing van invoer-, uitvoer- of doorvoerverboden of -beperkingen die worden ingesteld om redenen van openbare orde, in het bijzonder de openbare veiligheid, de openbare zedelijkheid en de volksgezondheid, of ter bescherming van het milieu, het cultureel erfgoed of de industriële, commerciële en intellectuele eigendom.
Niettemin streven de Overeenkomstsluitende Partijen ernaar, telkens wanneer zulks mogelijk is en zonder dat de doeltreffendheid van de controles wordt geschaad, op de controles verbonden aan de toepassing van de in het eerste lid vermelde maatregelen de bepalingen van deze Overeenkomst toe te passen, in het bijzonder de artikelen 6 tot en met 9.
Artikel 12. Noodmaatregelen
Noodmaatregelen waartoe de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen worden genoodzaakt in verband met bijzondere omstandigheden moeten in verhouding staan tot de redenen die aan de maatregelen ten grondslag liggen en moeten worden opgeschort of opgeheven wanneer deze redenen niet langer aanwezig zijn.
Telkens wanneer zulks mogelijk is zonder de doeltreffendheid van de maatregelen te schaden, maken de Overeenkomstsluitende Partijen de desbetreffende voorschriften bekend.
Artikel 13. Bijlagen
De bijlagen bij deze Overeenkomst vormen een integrerend deel van de Overeenkomst.
Nieuwe bijlagen met betrekking tot controles op andere gebieden kunnen aan deze Overeenkomst worden toegevoegd overeenkomstig de procedure van de artikelen 22 of 24.
Artikel 14. Verhouding tot andere verdragen
Onverminderd het bepaalde in artikel 6 doet deze Overeenkomst geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit verdragen die de Overeenkomstsluitende Partijen hadden gesloten voordat zij partij werden bij deze Overeenkomst.
Artikel 15
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de toepassing van ruimere faciliteiten die twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen elkaar zouden willen verlenen, noch voor het recht van de in artikel 16 bedoelde organisaties voor regionale economische integratie die Overeenkomstsluitende Partij zijn om hun eigen wetgeving toe te passen bij de controles aan hun binnengrenzen, mits daardoor in geen geval de uit deze Overeenkomst voortvloeiende faciliteiten worden verminderd.
Artikel 16. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Deze Overeenkomst, welke is nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, staat open voor deelneming door alle Staten en door soevereine Staten opgerichte organisaties voor regionale economische integratie die de bevoegdheid hebben om over internationale overeenkomsten inzake onderwerpen waarop deze Overeenkomst betrekking heeft te onderhandelen en deze te sluiten en toe te passen.
De organisaties voor regionale economische integratie bedoeld in het eerste lid kunnen, voor vraagstukken die onder hun bevoegdheid vallen, in eigen naam de rechten uitoefenen en verplichtingen nakomen die deze Overeenkomst anders verleent onderscheidenlijk oplegt aan de Lid-Staten van deze organisaties die tevens Partij zijn bij deze Overeenkomst. In dat geval zijn de Lid-Staten van deze organisaties niet bevoegd afzonderlijk deze rechten, het stemrecht inbegrepen, uit te oefenen.
De Staten en de bovenbedoelde organisaties voor regionale economische integratie kunnen Overeenkomstsluitende Partij bij deze Overeenkomst worden door:
- a). nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring na de Overeenkomst te hebben ondertekend, of
- b). nederlegging van een akte van toetreding.
Deze Overeenkomst staat van 1 april 1983 tot en met 31 maart 1984 op het kantoor van de Verenigde Naties te Genève open voor ondertekening door alle Staten en de in het eerste lid bedoelde organisaties voor regionale economische integratie.
Vanaf 1 april 1983 staat zij eveneens open voor toetreding.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 17. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden na de datum waarop vijf Staten hun akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd.
Nadat vijf Staten hun akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd treedt deze Overeenkomst voor alle nieuwe Overeenkomstsluitende Partijen in werking drie maanden na de datum van nederlegging van hun akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die is nedergelegd na de inwerkingtreding van een wijziging van deze Overeenkomst, wordt geacht betrekking te hebben op de gewijzigde tekst van de Overeenkomst.
Indien een dergelijke akte is nedergelegd nadat een wijziging overeenkomstig de procedure van artikel 22 is aanvaard doch voordat de wijziging in werking treedt, wordt de akte geacht betrekking te hebben op de tekst van deze Overeenkomst zoals deze luidt op de datum van inwerkingtreding van de wijziging.
Artikel 18. Opzegging
Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.
Artikel 19. Beëindiging
Indien na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het aantal Staten dat Overeenkomstsluitende Partij is, gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder dan vijf bedraagt, zal deze Overeenkomst ophouden van kracht te zijn na het verstrijken van het bedoelde tijdvak van twaalf maanden.
Artikel 20. Regeling van geschillen
Ieder geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst wordt voor zover mogelijk geregeld door onderhandelingen tussen de betrokken partijen of op een andere wijze.
Ieder geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet kan worden geregeld op de wijze bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt op verzoek van een van de partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht dat als volgt wordt samengesteld: elk der bij het geschil betrokken partijen wijst een scheidsman aan en deze scheidsmannen wijzen nog een scheidsman aan die voorzitter zal zijn. Indien één van de partijen drie maanden na hiertoe een verzoek te hebben ontvangen geen scheidsman heeft aangewezen, of indien de scheidsmannen geen voorzitter hebben kunnen kiezen, kan elk van deze partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken de scheidsman of de voorzitter van het scheidsgerecht aan te wijzen.
De beslissing van het overeenkomstig het tweede lid samengestelde scheidsgerecht is definitief en bindend voor alle bij het geschil betrokken partijen.
Het scheidsgerecht stelt zijn eigen reglement van orde vast.
Het scheidsgerecht beslist met meerderheid van stemmen en op basis van de tussen de bij het geschil betrokken partijen bestaande verdragen en de algemene regels van internationaal recht.
Iedere onenigheid die tussen de bij het geschil betrokken partijen zou kunnen ontstaan ten aanzien van de uitlegging en de uitvoering van de uitspraak van het scheidsgerecht, kan door een van de partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan.
Iedere bij het geschil betrokken partij draagt de kosten van haar eigen scheidsman en van haar vertegenwoordigers in de scheidsrechterlijke procedure; de kosten in verband met het voorzitterschap en de overige kosten worden in gelijke mate door de bij het geschil betrokken partijen gedragen.
Artikel 21. Voorbehouden
Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan bij de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot deze Overeenkomst verklaren zich niet gebonden te achten door het bepaalde in artikel 20, tweede tot en met zevende lid, van deze Overeenkomst. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn jegens een Overeenkomstsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft gemaakt, niet gebonden aan het bepaalde in deze leden.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.