Voorlopige Overeenstemming inzake aangelegenheden betreffende de diepzeemijnbouw

Type Verdrag
Publication 1988-06-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1

(1). Geen der Partijen verleent een vergunning met betrekking tot een aanvrage, of verzoekt om registratie van een aanvrage, betreffende een gebied begrepen in:

(2). Geen der Partijen verricht zelf diepzeemijnbouwwerkzaamheden in een gebied met betrekking waartoe zij, overeenkomstig dit artikel, niet een vergunning verleent of om registratie verzoekt.

Artikel 2

De Partijen gaan, voor zover mogelijk, onverwijld over tot behandeling van de aanvragen. Hiertoe verricht elke Partij met redelijke spoed een eerste bestudering van elke aanvrage, teneinde vast te stellen of deze voldoet aan de minimumvoorwaarden inzake aanvragen krachtens haar nationale wetgeving, en stelt daarna vast of de aanvrager in aanmerking komt voor de verlening van een vergunning.

Artikel 3

Elke Partij stelt de andere Partijen onmiddellijk in kennis van elke aanvrage voor een vergunning die zij aanvaardt, met inbegrip van reeds ontvangen aanvragen, en van elke wijziging in een zodanige aanvrage. Elke Partij doet tevens de andere Partijen onmiddellijk kennisgeving, nadat zij stappen heeft ondernomen met betrekking tot een aanvrage voor een vergunning of stappen met betrekking tot een verleende vergunning.

Artikel 4

Geen der Partijen verleent vergunning tot of houdt zich zelf bezig met, exploitatie van de vaste minerale rijkdommen van de diepzeebodem vóór 1 januari 1988.

Artikel 5

(1). De Partijen plegen onderling overleg:

(2). De desbetreffende Partijen plegen onderling overleg ingeval twee of meer aanvragen tegelijkertijd worden ingediend.

Artikel 6

(1). In de mate die toelaatbaar is ingevolge haar nationale wetgeving handhaaft een Partij de vertrouwelijke aard van de coördinaten van gebieden waarop aanvragen betrekking hebben en van andere informatie waarop eigendomsrechten rusten of van vertrouwelijke commerciële informatie in vertrouwen ontvangen van een andere Partij krachtens de samenwerking met betrekking tot de diepzeemijnbouw. Inzonderheid:

(2). Opzegging of andere stappen, ondernomen door een Partij ingevolge artikel 14 van deze Overeenkomst zijn niet van invloed op de verplichtingen van de Partijen ingevolge het onderhavige artikel.

Artikel 7

(1). De rechten en belangen van een aanvrager of van een vergunninghouder kunnen geheel of gedeeltelijk, in overeenstemming met de nationale wetgeving, worden overgedragen. Onder voorbehoud van de nationale wetgeving zijn de rechten, belangen en verplichtingen van de rechtverkrijgende die welke zijn neergelegd in een overeenkomst tussen degene die de overdracht verricht en de rechtverkrijgende.

(2). Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt de rechtverkrijgende beschouwd dezelfde positie in te nemen als degene die de overdracht verricht, wat betreft zijn rechten en belangen, met inbegrip van het recht van voorrang, voor zover deze rechten en belangen geheel of gedeeltelijk de oorspronkelijke rechten en belangen vertegenwoordigen van degene die de overdracht verricht.

Artikel 8

De Partijen streven naar het volgen van een vaste lijn in hun eisen voor aanvragen en maatstaven voor het verrichten van werkzaamheden.

Artikel 9

De Partijen passen deze Overeenkomst toe overeenkomstig de desbetreffende nationale wetten en voorschriften.

Artikel 10

De Partijen regelen geschillen voortvloeiend uit de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst op passende wijze. De Partijen bij het geschil overwegen de mogelijkheid van bindende arbitrage en indien zij zulks overeenkomen, maken zij daarvan gebruik.

Artikel 11

Deze Overeenkomst, die mede de Aanhangsels I en II omvat, kan slechts worden gewijzigd met de schriftelijke instemming van alle Partijen.

Artikel 12

(1). Deze Overeenkomst treedt in werking 30 dagen na ondertekening.

(2). Een Partij die niet de vereiste wettelijke bepalingen voor de verlening van vergunningen heeft aangenomen, kan, door middel van een verklaring betreffende haar ondertekening van deze Overeenkomst de toepassing van deze Overeenkomst beperken tot de andere delen daarvan dan die betreffende de verlening van vergunningen. Wanneer een zodanige Partij wettelijke bepalingen aanneemt die, naar het oordeel van de andere Partijen, naar doel en uitwerking gelijksoortig zijn aan hun eigen wettelijke bepalingen, stelt de eerstgenoemde Partij alle andere Partijen ervan in kennis dat zij de bepalingen van deze Overeenkomst ten volle aanvaardt. Een zodanige Partij kan ook, bij ondertekening, verklaren dat om constitutionele redenen deze Overeenkomst voor haar eerst in werking treedt na kennisgeving daarvan aan alle andere Partijen.

Artikel 13

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kunnen, met toestemming van alle Partijen, andere Staten worden uitgenodigd tot deze Overeenkomst toe te treden.

Artikel 14

(1). Een Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan alle andere Partijen, zulks onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 6. Een zodanige opzegging wordt van kracht 180 dagen te rekenen van de datum van de laatste ontvangst van een zodanige kennisgeving.

(2). Een Partij kan, om goede redenen verband houdend met de toepassing van deze Overeenkomst, na overleg, een andere Partij schriftelijk kennisgeving doen van het feit dat zij, met ingang van een datum niet eerder dan 90 dagen daarna, met betrekking tot die andere Partij niet langer artikel 1 van deze Overeenkomst zal toepassen. De rechten en verplichtingen van deze beide Partijen jegens de andere Partijen blijven door zulk een kennisgeving onverlet.

(3). Nadat de in het eerste en het tweede lid bedoelde kennisgevingen zijn gedaan, streven de betrokken Partijen ernaar, de eventueel daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 15

Deze Overeenkomst laat onverlet en is evenmin van invloed op, de positie van de Partijen of door een van de Partijen op zich genomen verplichtingen met betrekking tot het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee.

GEDAAN te Genève, op 3 augustus 1984, in achtvoud, in de Nederlandse, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse en de Japanse taal, waarbij elk van de teksten gelijkelijk authentiek is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.