Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht

Type Verdrag
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Bondsrepubliek Duitsland,

het Koninkrijk België,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

hierna genoemd „de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen”, enerzijds,

en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (EUROCONTROL),

hierna genoemd „de Organisatie”, anderzijds,

Overwegende dat de Permanente Commissie voor de veiligheid van de luchtvaart van de Organisatie (hierna genoemd „de Commissie”) op voorstel van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomstig Bijlage 3 van het op 12 februari 1981 te Brussel ondertekende Protocol tot wijziging van het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL” van 13 december 1960 (hierna genoemd „het Protocol”) een regeling inzake de toekomst van het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht (hierna genoemd „het Centrum Maastricht”) heeft aanvaard, en tot toepassing ervan zal besluiten,

Overwegende dat het Centrum Maastricht gehandhaafd zal worden als EUROCONTROL-instelling ten einde voor de Organisatie de essentiële schakel te vormen tussen de verplichte taken die voorzien zijn in artikel 2, lid 1, van het in 1981 te Brussel gewijzigde Verdrag EUROCONTROL (hierna genoemd „het gewijzigd Verdrag”) en de feitelijke verlening van luchtverkeersdiensten waardoor de Organisatie haar technische en operationele vaardigheid op het stuk van de luchtverkeersdiensten kan behouden en ontwikkelen,

Overwegende dat deze regeling beantwoordt aan de wens van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen, de Organisatie namens de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen en overeenkomstig de bepalingen van het gewijzigd Verdrag, inzonderheid de artikelen 2.2(b) en 12, te belasten met de terbeschikkingstelling en exploitatie van de installaties en diensten voor het luchtverkeer,

Overwegende dat de Commissie de Beschikking nr. 128 met datum 9 december 2015 met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een voor het hele Agentschap geldende kostentoedelingsmethodologie en met betrekking tot de kostentoedeling op permanente basis van de ondersteunende diensten voor de werking van het MUAC en de compensatiekosten voor nationale belasting die worden geheven op pensioenen en aanvullende voordelen, die door de Organisatie worden betaald aan voormalige personeelsleden toegewezen aan het MUAC, heeft goedgekeurd,

Overwegende dat de Commissie de Beschikking nr. 129 met datum 9 december 2015 met betrekking tot het nemen van beslissingen inzake maatregelen met een operationeel, technisch of financieel karakter of met betrekking tot de begroting, zoals investeringen, en tevens het mandaat van de Directeur van het MUAC over de ondersteunende diensten, die noodzakelijk zijn voor de werking van het MUAC, heeft goedgekeurd,

Overwegende dat zowel onder het in 1981 gewijzigd Verdrag van EUROCONTROL en het in 1997 herziene Verdrag van EUROCONTROL de Organisatie bij beschikking van respectievelijk haar Permanente Commissie en de Algemene Vergadering gemachtigd is ondernemingen te creëren om de uitvoering van haar taken mogelijk te maken,

Overwegende dat het gewijzigd Verdrag het de lidstaten die de Organisatie de uitvoering van specifieke taken hebben toevertrouwd volgensartikel 2, lid 2 van het gewijzigd Verdrag toestaat om bepaalde maatregelen te nemen met betrekking tot de uitvoering van deze taken,

Overwegende dat het toepassingsgebied van deze maatregelen bepaald wordt door artikel 6.1 (b) van het gewijzigd Verdrag,

Overwegende dat de Beschikking van de Commissie nr. 129 met datum 9 december 2015 bepaalt dat de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen de verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen op Deel I van de begroting van het Agentschap van de beslissingen die door hen genomen worden op basis van de maatregelen die worden aangenomen op grond van deze beschikking en van de maatregelen die worden ondernomen door de Directeur van het Centrum Maastricht op grond van zijn mandaat voor de ondersteunende diensten die noodzakelijk zijn voor het Centrum Maastricht, en de aansprakelijkheid aanvaarden die voortvloeit uit dergelijke beslissingen en maatregelen in het geval de Organisatie verantwoordelijk wordt gehouden onder het gewijzigd Verdrag als een direct gevolg van deze beslissingen en maatregelen,

Overwegende dat de Organisatie een recht op verhaal heeft op de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen in het geval een beroep wordt gedaan op de aansprakelijkheid van de Organisatie volgens artikel 25, lid 2 van het gewijzigd Verdrag als direct gevolg van deze beslissingen en maatregelen,

Overwegende dat overeenkomstig artikel 4, lid 2 van deze Overeenkomst de Directeur van het Centrum Maastricht het dagelijks beheer in verband met de exploitatie van de luchtverkeersdiensten, inclusief sociale dialoog, zal garanderen, en

Met dien verstande dat de sociale dialoog de discussies met de vakbonden en het Personeelscomité inhoudt met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden voor personeel dat werkzaam is bij het Centrum Maastricht, maar niet de uiteindelijke goedkeuring van deze voorwaarden,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1
1.

De Nationale Overeenkomstsluitende Partijen belasten de Organisatie overeenkomstig artikel 2, lid 2(b) van het gewijzigd Verdrag met de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het en-route luchtverkeer binnen de in deze Overeenkomst gestelde grenzen en op de daarin aangegeven wijze. Hiertoe maakt de Organisatie gebruik van de installaties van het Centrum Maastricht en levert zij het personeel dat voor de exploitatie en het onderhoud van het Centrum noodzakelijk is.

2.

Elk der Nationale Overeenkomstsluitende Partijen behoudt, wat betreft het luchtruim boven haar grondgebied en de op basis van het Luchtvaartplan voor het gebied Europa van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (hierna genoemd „ICAO”) toegewezen gedeelten van het luchtruim boven open zee, haar bevoegdheden en verplichtingen met betrekking tot wetgeving op het stuk van de luchtvaart, reglementering, organisatie van het luchtruim en betrekkingen met internationale organisaties zoals de ICAO, gebruikers van het luchtruim en andere derden.

Artikel 2
1.

De Organisatie stelt de installaties ter beschikking en exploiteert de diensten voor het in artikel 3, lid 3, van het gewijzigd Verdrag gedefinieerde en-route luchtverkeer voor het luchtruim waarvan de grenzen in Bijlage I bij deze Overeenkomst omschreven zijn.

2.

Om de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het en-route luchtverkeer overeenkomstig artikel 1, lid 1 van deze Overeenkomst mogelijk te maken, of de verlening van andere specifieke diensten door het Centrum Maastricht mogelijk te maken, kan de Organisatie, bij beschikking van de Commissie en op verzoek van en in samenwerking met de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen ondernemingen, waarvan de statuten ofwel door het internationaal publiekrecht ofwel de nationale wetgeving van een Lidstaat van de Organisatie beheerst worden, creëren, opheffen of een meerderheidsaandeel in deze ondernemingen verwerven.

3.

De Nationale Overeenkomstsluitende Partijen nemen binnen de grenzen van hun bevoegdheid alle maatregelen die nodig zijn om de Organisatie in staat te stellen haar verantwoordelijkheden in het kader van deze Overeenkomst te dragen, in het bijzonder wat betreft de toewijzing van radiofrequenties.

Artikel 3

De Organisatie zal, teneinde de veiligheid, doeltreffendheid en een snel verloop van het luchtverkeer te verzekeren, met gebruikmaking van de meest rendabele middelen:

Artikel 4
1.

De Directeur van het Centrum Maastricht stelt de maatregelen met een operationeel, technisch of financieel karakter, of met betrekking tot de begroting vast, evenals de overeenkomstige begrotingsmiddelen conform het gestelde in artikel 6 van deze Overeenkomst.

2.

De Directeur van het Centrum Maastricht verzorgt het dagelijks beheer in verband met de exploitatie van de luchtverkeersdiensten, met inbegrip van het personeel, de sociale dialoog met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden voor personeelsleden tewerkgesteld in het Centrum Maastricht en het materieel. Hiertoe zal de Directeur van het Centrum Maastricht:

3.

De Directeur van het Centrum Maastricht zal de benodigde ondersteunende diensten voor het Centrum Maastricht organiseren. Hij kan deze ondersteunende diensten bij de Organisatie, derde partijen of via andere wegen werven. Voordat een beslissing wordt genomen door de Directeur van het Centrum Maastricht om niet langer gebruik te maken van de ondersteunende diensten van de Organisatie, zal door de Directeur van het Centrum Maastricht in samenwerking met de Directeur van het Agentschap die verantwoordelijk is voor financiële zaken, een businesscasus worden opgesteld met een kosten-batenanalyse en een analyse van de impact op de begroting van de Organisatie en zal deze aan de Lidstaten worden gestuurd om transparantie te garanderen. In het geval dat de Directeur van het Centrum Maastricht besluit niet langer gebruik te maken van de ondersteunende diensten van de Organisatie zal er, te rekenen vanaf de datum waarop de schriftelijke bekendmaking van deze beslissing door de Directeur van het Centrum Maastricht aan de Directeur-Generaal van het Agentschap is gedaan, een opzegtermijn van start gaan. Deze opzegtermijn zal de periode van 12 maanden niet overschrijden, tenzij de Directeur van het Centrum Maastricht en de Directeur-Generaal van het Agentschap gezamenlijk een langere periode overeenkomen, in het bijzonder wanneer er een negatieve impact op de begroting van de Organisatie mogelijk is.

4.

De Nationale Overeenkomstsluitende Partijen zullen de verantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen op Deel I van de begroting van de Organisatie van de acties die door de Directeur van het Centrum Maastricht worden ondernomen volgens lid 1, 2 en 3 van dit artikel. In het geval er beslissingen worden genomen door de Directeur van het Centrum Maastricht met betrekking tot de ondersteunende diensten volgens lid 3 van dit artikel, zal deze verantwoordelijkheid worden beperkt tot het einde van de opzegtermijn die in dat lid wordt genoemd. De Organisatie zal alle redelijke maatregelen treffen om de impact van deze verantwoordelijkheid op de begroting voor de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen te beperken.

Artikel 5
1.

Het Maastricht Besluitvormingsorgaan is hierbij opgericht. Het bestaat uit de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

De beslissingen van het Maastricht Besluitvormingsorgaan vereisen een unanieme stem door de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen en zijn bindend voor hen allen.

3.

Het Maastricht Besluitvormingsorgaan zal interne procedureregels opstellen, waaronder regels die van toepassing zijn op de verkiezing van een voorzitter en een vicevoorzitter.

Artikel 6
1.

Het Maastricht Besluitvormingsorgaan zal:

2.

Voor alle andere maatregelen met betrekking tot het Centrum Maastricht zijn de bepalingen van het gewijzigd Verdrag en die in Bijlage I daarvan, met uitzondering van het bepaalde in artikel 7, lid 1, 2e, 3e en 4e zin, inzake de procedures voor het nemen van maatregelen ten aanzien van de in artikel 2, lid 1 van het gewijzigd Verdrag opgesomde taken naar analogie van toepassing. De bij eenvoudige of gewogen meerderheid te stellen handelingen vereisen twee derde van de uitgebrachte stemmen, onder voorbehoud van de eenparige voor het voorstel uitgebrachte stem van de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen.

3.

De Nationale Overeenkomstsluitende Partijen dragen de verantwoordelijkheid voor de gevolgen op Deel I van de begroting van de Organisatie van de beslissingen van het Maastricht Besluitvormingsorgaan op basis van de maatregelen en richtlijnen die genomen worden overeenkomstig lid 1 van dit artikel. De Organisatie zal alle redelijke maatregelen treffen om de impact van deze verantwoordelijkheid op de begroting voor de Nationale Overeenkomstsluitende Partijen te beperken.

Artikel 7
1.

De investeringen in verband met de installaties van het Centrum Maastricht die vereist zijn voor de uitvoering van de krachtens deze Overeenkomst aan de Organisatie opgedragen taken, worden verricht door de Organisatie.

2.

In het geval de Organisatie een onderneming creëert volgens artikel 2, lid 2 van deze Overeenkomst kan het eigendom van de gebouwen, uitrusting en installaties van het Centrum Maastricht worden overgedragen aan deze onderneming.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.