Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
Deze Overeenkomst kan, hetzij in haar geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba, indien die landen belastingen heffen die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is. Zulk een uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.
Tenzij anders is overeengekomen, brengt de beëindiging van de Overeenkomst niet met zich mee, dat tevens de uitbreiding van de Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba wordt beëindigd.
HOOFDSTUK VII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 30. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking op de dertigste dag na de laatste der beide data waarop de onderscheiden Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat de in hun onderscheiden Staten grondwettelijk vereiste formaliteiten zijn vervuld en, onder voorbehoud van de bepalingen van het derde, vierde, vijfde en zesde lid, vinden de bepalingen ervan toepassing:
- (a). met betrekking tot aan de bron geheven belastingen op bedragen betaald of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het kalenderjaar waarin de Overeenkomst in werking is getreden;
- (b). met betrekking tot andere belastingen voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar waarin de Overeenkomst in werking is getreden.
Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde, vierde, vijfde en zesde lid houdt de bestaande Overeenkomst op van toepassing te zijn met betrekking tot belastingen waarop deze Overeenkomst overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van toepassing is.
Indien echter enige bepaling van de bestaande Overeenkomst, met uitzondering van die bepalingen die het onderwerp zijn van het vierde, vijfde en zesde lid, een grotere vermindering van belasting zou hebben opgeleverd dan ingevolge deze Overeenkomst wordt verleend, blijft zulk een bepaling als hiervoor bedoeld van toepassing voor belastingjaren die aanvangen voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Indien een dividend wordt betaald door een lichaam dat op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst inwoner is van een van de Staten en indien met betrekking tot het dividend wordt voldaan aan de voorwaarden neergelegd in de letters (a), (b) en (c) van het derde lid van artikel VII van de bestaande Overeenkomst, is het derde lid van artikel VII van de bestaande Overeenkomst op het dividend van toepassing in het jaar van ondertekening van deze Overeenkomst en in de drie daaropvolgende kalenderjaren. Voor de toepassing van dat derde lid:
- (a). worden voordelen verkregen door een lichaam dat inwoner is van een van de Staten uit de vervreemding van aandelen in een lichaam dat geen inwoner is van die Staat, geacht te zijn inkomsten die door het eerstbedoelde lichaam, hetzij verkregen, hetzij vorderbaar waren, in de vorm van of in de plaats van betaling van dividenden door het laatstbedoelde lichaam;
- (b). wordt een verwijzing naar „lichaam” in dit lid en in het derde lid van artikel VII beschouwd tevens een opvolgend lichaam daarvan te omvatten, die het resultaat is van een juridische fusie.
Dit lid is echter in geen geval van toepassing op een dividend betaald na 31 december 1988.
Indien enige bepaling van de bestaande Overeenkomst aan een inwoner van Nederland een grotere vermindering van belasting zou hebben opgeleverd met betrekking tot interest (andere dan interest van obligaties) van enige vordering, verzekerd door hypotheek op een in Canada gelegen onroerende zaak, en indien de hypotheek tot zekerheid diende van een op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst bestaande verplichting, blijft die bepaling van toepassing op zodanige interest die wordt ontvangen in het jaar van ondertekening van deze Overeenkomst en in de 18 kalendermaanden die op dat jaar volgen. Dit lid zal echter in geen geval van toepassing zijn op interest ontvangen na 30 juni 1987 of op voor die datum ontvangen interest die betrekking heeft op een tijdvak na die datum.
Indien enige bepaling van de bestaande Overeenkomst aan een inwoner van een van de Staten een grotere vermindering van belasting zou hebben opgeleverd ter zake van vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids- of handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting, betaald ingevolge een op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst bestaande overeenkomst, blijft die bepaling van toepassing met betrekking tot elke vergoeding betaald in het jaar van ondertekening van deze Overeenkomst en in de drie daaropvolgende kalenderjaren. Dit lid is echter in geen geval van toepassing op vergoedingen betaald na 31 december 1988 of op vergoedingen betaald voor die datum voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, uitrusting na die datum.
De bestaande Overeenkomst wordt beëindigd op de laatste dag waarop zij overeenkomstig de voorgaande bepalingen van dit artikel van toepassing is.
De beëindiging van de bestaande Overeenkomst, zoals voorzien in het zevende lid, doet de Overeenkomst tussen de Regering van Canada en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, zoals tot stand is gekomen door een notawisseling gedagtekend 23 september 1929 betreffende wederzijdse vrijstelling van belastingen van de inkomsten, verkregen met de exploitatie van schepen, niet herleven. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt die Overeenkomst beëindigd.
In deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „bestaande Overeenkomst” de op 2 april 1957 te Ottawa ondertekende Overeenkomst tussen Canada en het Koninkrijk der Nederlanden ter vermijding van dubbele belasting en ter voorkoming van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen van inkomsten, zoals deze is gewijzigd bij de op 28 oktober 1959 te Ottawa ondertekende Aanvullende Overeenkomst en zoals deze nader is gewijzigd bij de op 3 februari 1965 te Ottawa ondertekende Aanvullende Overeenkomst.
Artikel 31. Beëindiging
Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten wordt beëindigd. Elk van de Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van het vijfde jaar na het jaar van de inwerkingtreding een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn:
- (a). met betrekking tot aan de bron geheven belastingen op bedragen betaald of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op dat waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan;
- (b). met betrekking tot andere belastingen voor belastingjaren die aanvangen op of na 1 januari van het kalenderjaar volgend op dat waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan.
Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.
I. Ad Artikel 3, eerste lid, letter e
In de Franse tekst van de Overeenkomst, omvat de uitdrukking „société” mede een „corporation” in de zin van het Canadese recht.
II. Ad Artikelen 3, 5 en 8
De aanlegplaats of -plaatsen die in een van de Staten zijn gelegen waarvan geregeld gebruik wordt gemaakt bij het vervoer door schepen van goederen of passagiers uitsluitend tussen plaatsen in een van de Staten, vormen voor de onderneming welke die schepen exploiteert, een vaste inrichting in die Staat.
IIA. ad Artikel 4
Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „inwoner van een van de Staten” ook omvat:
- a. de Regering van die Staat of een staatkundig onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, of een instelling of instantie van die Regering, dat onderdeel of dat lichaam;
- b. een trust, een lichaam of een andere organisatie, die of dat in het algemeen is vrijgesteld van belasting in een van de Staten en inwoner is van die Staat overeenkomstig de wetgeving van die Staat, en die of dat opgericht en uitsluitend werkzaam is voor het beheer of het verstrekken van voordelen uit een of meer fondsen of krachtens een of meer regelingen, ingesteld voor het verstrekken van pensioen- of uittredingsuitkeringen of andere werknemersvoordelen;
- c. een trust, een lichaam of een andere organisatie, die of dat uitsluitend werkzaam is voor godsdienstige, liefdadige, wetenschappelijke, opvoedkundige of openbare doeleinden, en die of dat in het algemeen is vrijgesteld van belasting in een van de Staten en inwoner is van die Staat overeenkomstig de wetgeving van die Staat.
III. Ad Artikel 4
Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.
IV. Ad Artikel 6, eerste lid
De bepalingen van het eerste lid van artikel 6 zijn ook van toepassing op inkomsten of voordelen uit de vervreemding van de daarin bedoelde goederen.
V. Ad Artikel 6
In het geval dat een van de Staten ophoudt inwoners van de andere Staat, die in eerstbedoelde Staat aan belasting zijn onderworpen ter zake van inkomsten uit aldaar gelegen onroerende goederen, toe te staan de belasting over die inkomsten, overeenkomstig en met inachtneming van de nationale wetgeving van de eerstbedoelde Staat, naar een netto grondslag te berekenen, kan een inwoner van de andere Staat, die aldus aan belasting is onderworpen ter zake van die inkomsten, de belasting over die inkomsten berekenen overeenkomstig en met inachtneming van de nationale wetgeving van de eerstbedoelde Staat, zoals die gold op het tijdstip waarop die Staat ophield de berekening toe te staan. Interest op enige vordering, verzekerd door hypotheek, of op een andere schuld verzekerd door in een van de Staten gelegen onroerende goederen, wordt geacht uit die Staat afkomstig te zijn, in de mate waarin die interest, ingevolge enige berekening als bedoeld in de voorgaande zin, als aftrekpost in aanmerking is genomen bij de berekening van de belasting over de inkomsten van een inwoner van de andere Staat uit in de eerstbedoelde Staat gelegen onroerende goederen.
VA. Ad Artikelen 5, 6, 7, 14 en 23
Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als een onroerende zaak die is gelegen in de Staat op wiens zeebodem en ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten worden geacht te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij, of voordelen uit, vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.
VI. Ad Artikel 7
Het is wel te verstaan dat in het geval van voordelen uit toezicht, levering, installatie-, of constructiewerkzaamheden, alleen dat deel daarvan aan een vaste inrichting wordt toegerekend, dat voortvloeit uit het werkelijk verrichten van die werkzaamheden door die vaste inrichting. Dienovereenkomstig worden voordelen behaald met de levering van goederen, al dan niet in verband met deze werkzaamheden, aan die vaste inrichting, door het hoofdkantoor, door een andere vaste inrichting of door een derde persoon, niet aan die vaste inrichting toegerekend.
VII. Ad Artikelen 10, 11 en 12 en 21
Indien belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11, 12 en 21 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
VIII. Ad Artikel 11, derde lid
De uitdrukking „instantie” betekent iedere eenheid in het leven geroepen of opgericht door de Regering van een van beide Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam van een van beide Staten, ten einde werkzaamheden van publiekrechtelijke aard uit te voeren.
IX. Ad Artikel 12, vierde lid
Vergoedingen voor technische diensten, daaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor contracten inzake bouw- of constructiewerkzaamheden met inbegrip van de daartoe behorende blauwdrukken, dan wel voor diensten van raadgevende of toezichthoudende aard worden niet beschouwd als vergoedingen voor inlichtingen omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap, behalve voorzover de bedragen van die vergoedingen zijn gebaseerd op produktie, verkoop, verrichtingen, voordelen of een andere soortgelijke grondslag die verband houdt met het gebruik van deze inlichtingen.
X. Ad Artikel 13, vierde lid
De uitdrukking „daarmee gelieerde personen” betekent in het geval van lichamen, gelieerde lichamen, zoals bedoeld in letter (d) van het zevende lid van artikel 10 en in het geval van een natuurlijke persoon, zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten in de rechte linie en in de tweede graad van de zijlinie.
XI. Ad Artikelen 15 en 16
Het is wel te verstaan dat de uitdrukkingen „salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen” en „directeursbeloningen (,directors' fees') en andere beloningen” alle inkomsten omvatten uit een dienstbetrekking of functie.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN in tweevoud te 's-Gravenhage, de 27e mei 1986, in de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde elk van deze teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
(w.g.) H. VAN DEN BROEK
(w.g.) H. E. KONING
Voor de Regering van Canada,
(w.g.) LAWRENCE A. H. SMITH
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)