Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek der Filippijnen ter bevordering en bescherming van investeringen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek der Filippijnen
Geleid door de wens de van oudsher tussen hun landen bestaande vriendschapsbanden te versterken, de economische betrekkingen uit te breiden en te intensiveren, en investeringen te bevorderen op basis van gelijkheid en tot wederzijds voordeel van beide landen,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst:
- (a). wordt onder de term „grondgebied” verstaan:
- (i). met betrekking tot de Republiek der Filippijnen, het grondgebied als omschreven in artikel 1 van de grondwet;
- (ii). met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, het grondgebied dat het Koninkrijk der Nederlanden vormt. Het omvat mede de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij, voor zover die Partij overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden kan uitoefenen.
- (b). omvat de term „onderdaan”, met betrekking tot een bepaalde Overeenkomstsluitende Partij:
- (i). natuurlijke personen die volgens het recht van die Overeenkomsttende Partij haar nationaliteit bezitten;
- (ii). onverminderd het bepaalde in (iii) hieronder, rechtspersonen die zijn opgericht overeenkomstig het recht van die Overeenkomstsluitende Partij en in feite zaken doende krachtens de in enig deel van het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij, waarin een centrum van daadwerkelijk beheer is gelegen, geldende wetten;
- (iii). rechtspersonen die onder, al dan niet rechtstreeks, toezicht staan van onderdanen van die Overeenkomstsluitende Partij, maar zijn opgericht overeenkomstig het recht van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
- (c). omvat de term „investering” alle vermogensbestanddelen van de htmatige handel en meer in het bijzonder, doch niet uitsluitend:
- (i). roerende en onroerende goederen, alsmede alle andere rechten met betrekking tot eigendom zoals hypotheken, verhaalsrechten en pandrechten;
- (ii). aandelen, effecten en obligaties of belangen in de eigendom van onderdanen;
- (iii). recht op geld of op enige prestatie met een financiële waarde;
- (iv). rechten op het gebied van de intellectuele en industriële eigendom, technische werkwijzen, know-how en goodwill;
- (v). commerciële concessies verleend bij wet of krachtens overeenkomst, overeenkomstig of ingevolge de wet.
- (d). wordt onder de term „inkomsten” verstaan de door een investering opgebrachte bedragen, in het bijzonder, doch niet uitsluitend, winst, rente, vermogensaanwas, dividenden, royalty's of honoraria.
Artikel 2
Deze Overeenkomst is alleen van toepassing op investeringen van buitenaf, gedaan binnen het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij door onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of voortkomend uit, ofwel rechtstreeks samenhangend met zulke investeringen, zulks overeenkomstig de wetten en voorschriften van de eerstgenoemde Partij, waaronder begrepen registratie bij de bevoegde organen van de ontvangende Overeenkomstsluitende Partij, indien haar wetgeving zulks verlangt.
Artikel 3
Elke Overeenkomstsluitende Partij stimuleert en schept gunstige voorwaarden voor investeringen, overeenkomend met haar nationale doelstellingen, door onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de wetten en voorschriften van de Partij op wier grondgebied de investering is gedaan, waaronder begrepen eventuele regels betreffende de registratie en taxatie van zulke investeringen.
De investeringen van onderdanen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden op eerlijke en onpartijdige wijze behandeld wat de binnenkomst, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot hiervan of de beschikking hierover betreft en genieten volledige bescherming en zekerheid op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt alle verplichtingen in acht, die voortvloeien uit een bepaalde verbintenis die zij mocht hebben aangegaan met betrekking tot een bepaalde investering van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 4
Elke Overeenkomstsluitende Partij kent, op haar grondgebied, aan investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van onderdanen van derde Staten.
Het bepaalde in deze Overeenkomst met betrekking tot de toekenning van een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan de investeringen van onderdanen van derde Staten wordt niet uitgelegd als de verplichting van de ene Overeenkomstsluitende Partij de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij het voordeel van een behandeling, voorkeur of voorrecht te doen genieten, voortvloeiend uit:
- (a). een bestaande of toekomstige douane-unie, gemeenschappelijke markt, vrijhandelszone, dan wel regionale economische organisatie, waarvan één der Overeenkomstsluitende Partijen lid is of zal kunnen worden;
- (b). een internationale overeenkomst of regeling die geheel of voornamelijk op belasting betrekking heeft of binnenlandse wetgeving die geheel of voornamelijk op belasting betrekking heeft;
- (c). het lidmaatschap van de Associatie van Zuidoostaziatische landen (ASEAN), met betrekking tot de Republiek der Filippijnen.
Artikel 5
Investeringen of inkomsten van onderdanen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden niet onderworpen aan onteigening of nationalisatie of aan een maatregel van gelijke strekking - alle zodanige maatregelen worden hierna in dit artikel „onteigening” genoemd - behalve ten algemenen nutte, in het openbaar belang of in het belang van de nationale verdediging en tegen betaling van een billijke schadevergoeding. Zulk een schadevergoeding bedraagt de marktwaarde van de onteigende investering, of bij het ontbreken van een vast te stellen marktwaarde, de daadwerkelijk geleden schade op of onmiddellijk voorafgaande aan de datum van onteigening. De schadevergoeding dient te geschieden zonder onnodige vertraging, dient werkelijk beschikbaar te zijn en dient, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, derde lid, vrij te kunnen worden overgemaakt in vrij inwisselbare valuta naar het door de betrokken onderdaan aangegeven land. De betrokken onderdaan heeft ingevolge de wet van de Overeenkomstsluitende Partij die de onteigening uitvoert, recht op onverwijlde toetsing door een rechterlijke instantie of door een eventuele andere onafhankelijke autoriteit van die Partij, van zijn geval en van de taxatie van zijn investering overeenkomstig de in dit lid neergelegde beginselen.
Artikel 6
Indien een investering van een onderdaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij de wet ingesteld stelsel verzekerd of gevrijwaard is tegen niet-commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar, de garant of herverzekeraar in de rechten van genoemde onderdaan, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering of garantie, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend. Dit houdt echter niet noodzakelijkerwijs in een erkenning van de zijde van de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij van de merites van een geval of van de hoogte van een daaruit voortvloeiende vordering.
Artikel 7
Iedere Overeenkomstsluitende Partij staat, met betrekking tot investeringen, aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij de onbeperkte overmaking toe, in vrij inwisselbare valuta, van hun investeringen en de opbrengsten daaruit, naar het door die onderdanen aangegeven land, met inachtneming van het recht van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, op billijke wijze en te goeder trouw, die maatregelen te nemen die nodig zijn om het ongeschonden en onafhankelijke karakter van haar valuta, haar externe financiële positie en haar betalingsbalans veilig te stellen, en wel op een wijze die verenigbaar is met haar rechten en verplichtingen als lid van het Internationale Monetaire Fonds.
De op zulk een overmaking van toepassing zijnde wisselkoers is de koers die ten tijde van de overmaking geldt.
In gevallen waarin ingevolge artikel 5 grote bedragen aan schadevergoeding zijn betaald, kan de betrokken Overeenkomstsluitende Partij verlangen dat de overmaking daarvan plaats heeft in redelijke termijnen.
Artikel 8
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen op verzoek van elk der Partijen met elkaar overleg te plegen omtrent elke aangelegenheid die in de beide landen over en weer gedane investeringen betreft of die anderszins van invloed is op de uitvoering van deze Overeenkomst.
Artikel 9
De Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij een investering doet of beoogt te doen, stemt in met elk verzoek van de zijde van zulk een onderdaan elk geschil dat zich in verband met de investering voordoet, voor bemiddeling of arbitrage voor te leggen aan het Centrum dat is opgericht krachtens het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington voor ondertekening werd opengesteld.
Een rechtspersoon, opgericht of gesticht ingevolge de op het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij van kracht zijnde wet en waarvan de meerderheid van de aandelen, voordat zulk een geschil zich voordeed, in het bezit was van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wordt overeenkomstig artikel 25, tweede lid, letter (b) van het Verdrag, voor de toepassing van het Verdrag, behandeld als onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 10
Enig geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, dat niet op bevredigende wijze langs diplomatieke weg of anderszins in der minne kan worden geschikt, wordt op verzoek van een der Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht ter beslissing overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en de van toepassing zijnde rechtsbeginselen.
Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden, waarvan er een door elke Partij wordt gekozen binnen een maand na ontvangst van het verzoek om arbitrage; het derde lid wordt gekozen door de aldus door de Partijen gekozen leden, en wel binnen twee maanden na de aanwijzing van het tweede lid.
Indien de noodzakelijke benoemingen niet binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde tijdvakken zijn verricht, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen, indien ook anderszins geen overeenstemming bestaat, de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Secretaris-Generaal onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien hij anderszins verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, wordt de President van het Internationale Gerechtshof verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de President onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of indien ook hij verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, wordt de Vice-President of het lid van het Internationale Gerechtshof dat op hem volgt in anciënniteit en dat geen onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.
Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Een zodanige uitspraak is bindend voor beide Overeenkomstsluitende Partijen. De commissie stelt haar eigen procedureregels vast.
Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van haar eigen lid van het scheidsgerecht en van haar vertegenwoordiging bij de arbitrageprocedure; de kosten van de Voorzitter en de overige kosten worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.
Artikel 11
Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het deel van het Rijk in Europa.
Artikel 12
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen hiertoe grondwettelijk vereiste procedures is voldaan, en zij blijft van kracht gedurende een tijdvak van vijf jaar.
Tenzij door een van beide Overeenkomstsluitende Partijen ten minste zes maanden voor het verstrijken van haar geldigheid kennisgeving van opzegging wordt gedaan, wordt deze Overeenkomst stilzwijgend verlengd voor telkens een tijdvak van vijf jaar, waarbij elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen, door kennisgeving van opzegging ten minste zes maanden voor het verstrijken van de lopende termijn.
Een zodanige beëindiging heeft geen invloed op de nakoming van krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst aangegane contractuele verplichtingen.
Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorgaande artikelen daarvan van kracht gedurende een tijdvak van 15 jaar, te rekenen vanaf die datum.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives, duly authorized thereto, have signed the present Agreement.
DONE in duplicate at Manila in the English language, on this 27th day of February 1985.
For the Government of the Kingdom ot the Netherlands
(sd.) W. HELLEMA
For the Government of the Republic of the Philippines
(sd.) ARTURO M. TOLENTINO
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.