Verdrag betreffende arbeidsveiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationale Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen in haar zevenenzestigste zitting op 3 juni 1981,
Besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot veiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu, welk onderwerp als zesde punt op de agenda van de zitting voorkomt, en
Vastgesteld hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag dienen te krijgen, aanvaardt heden, de tweeëntwintigste juni van het jaar negentienhonderd eenentachtig het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als Verdrag betreffende beroepsveiligheid en gezondheid 1981:
DEEL I. TOEPASSINGSGEBIED EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1
Dit Verdrag is van toepassing op alle takken van economische bedrijvigheid.
Een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt kan, na raadpleging in een zo vroeg mogelijk stadium van de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers, bepaalde takken van economische bedrijvigheid, zoals de zeescheepvaart of de visserij, geheel of gedeeltelijk van de toepassing van dit Verdrag uitsluiten, indien zich met betrekking tot deze bijzondere problemen van ernstige aard voordoen.
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, is gehouden in het eerste verslag over de toepassing van dit Verdrag, ingediend ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, alle bedrijfstakken te vermelden, die in toepassing van het tweede lid van dit artikel eventueel zijn uitgesloten, onder opgave van redenen, en dient een beschrijving te geven van de maatregelen die zijn genomen om de werknemers in de uitgesloten bedrijfstakken voldoende bescherming te bieden, en in de volgende verslagen te vermelden welke vooruitgang in de richting van een meer omvattende toepassing is gemaakt.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing op alle werknemers in de daardoor bestreken takken van economische bedrijvigheid.
Een Lid dat dit Verdrag bekrachtigt kan, na raadpleging in een zo vroeg mogelijk stadium van de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers, beperkte categorieën werknemers geheel of gedeeltelijk van de toepassing van dit Verdrag uitsluiten, indien zich met betrekking tot deze bijzondere moeilijkheden voordoen.
Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt, is gehouden in het eerste verslag over de toepassing van dit Verdrag, ingediend ingevolge artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie de beperkte categorieën werknemers te vermelden, die in toepassing van het tweede lid van dit artikel eventueel zijn uitgesloten, onder opgave van redenen, en dient in de volgende verslagen te vermelden, welke vooruitgang in derichting van een meer omvattende toepassing is gemaakt.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- (a). de uitdrukking „takken van economische bedrijvigheid”: alle takken van bedrijf waarin werknemers in dienst zijn, met inbegrip van de overheidsdienst;
- (b). de uitdrukking „werknemers”: alle personen in loondienst, met inbegrip van overheidsdienaren;
- (c). de uitdrukking „arbeidsplaats”: alle plaatsen waar werknemers moeten zijn of moeten heengaan wegens hun werk en die onder direct of indirect toezicht van de werkgever staan;
- (d). de uitdrukking „voorschriften”: alle bepalingen waaraan door de bevoegde autoriteit of autoriteiten kracht van wet is toegekend;
- (e). de uitdrukking „gezondheid”: in samenhang met werk, niet alleen de afwezigheid van ziekten of gebreken, doch tevens de materiële en immateriële factoren die de gezondheid beïnvloeden en die rechtstreeks samenhangen met arbeidsveiligheid en arbeidshygiëne.
DEEL II. BEGINSELEN VAN NATIONAAL BELEID
Artikel 4
Elk Lid dient, in het licht van de nationale omstandigheden en praktijk, en in overleg met de meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers, een samenhangend nationaal beleid inzake arbeidsveiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu te formuleren, ten uitvoer te leggen en periodiek opnieuw te bezien.
Het doel van het beleid is het voorkomen van ongevallen en schade aan de gezondheid voortvloeiend uit, samenhangend met of zich voordoend tijdens het werk door, voor zover redelijkerwijze uitvoerbaar, de oorzaken van de aan het arbeidsmilieu inherente gevaren tot een minimum te beperken.
Artikel 5
Het in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde beleid dient rekening te houden met de volgende, voornaamste activiteitsvelden voor zover deze van invloed zijn op de arbeidsveiligheid en de gezondheid en op het arbeidsmilieu:
- (a). het ontwerp, de beproeving, de keuze, de vervanging, de installatie, de opstelling, het gebruik en het onderhoud van de materiële arbeidsfactoren (arbeidsplaatsen, arbeidsmilieu, gereedschappen, machines en uitrusting, chemische, fysische en biologische stoffen en agentia, arbeidsprocédés);
- (b). de betrekkingen tussen de materiële arbeidsfactoren en de personen die het werk uitvoeren of toezicht daarop uitoefenen alsmede de aanpassing van machines, uitrusting, werktijden, organisatie van het werk en arbeidsprocédés aan de lichamelijke en geestelijke vermogens van de werknemers;
- (c). de opleiding, met inbegrip van noodzakelijke voortgezette opleiding, de kwalificatie en motivatie van de personen die in de een of andere hoedanigheid betrokken zijn bij het bereiken van een behoorlijk veiligheids- en gezondheidsniveau;
- (d). de communicatie en samenwerking op het niveau van de arbeidsgroep en dat van de onderneming en op alle andere passende niveaus tot en met het nationaal niveau;
- (e). de bescherming van werknemers en hun vertegenwoordigers tegen disciplinaire maatregelen die het gevolg zijn van overeenkomstig het beleid, bedoeld in artikel 4 van dit Verdrag, terecht door hen ondernomen acties.
Artikel 6
Bij de formulering van het in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde beleid dienen de onderscheiden taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van arbeidsveiligheid en gezondheid en het arbeidsmilieu te worden aangegeven van overheden, werkgevers, werknemers en anderen, met inachtneming van zowel het complementaire karakter van deze verantwoordelijkheden als de nationale omstandigheden en praktijk.
Artikel 7
De situatie aangaande arbeidsveiligheid en gezondheid en het arbeidsmilieu dient met passende tussenpozen te worden onderzocht, hetzij in het algemeen, hetzij ten aanzien van bepaalde gebieden, ten einde belangrijke problemen te onderkennen, doeltreffende methoden te ontwikkelen om deze op te lossen en prioriteiten voor te treffen maatregelen te stellen, alsmede de behaalde resultaten te evalueren.
DEEL III. MAATREGELEN OP NATIONAAL NIVEAU
Artikel 8
Ieder Lid dient, door middel van wetten of voorschriften of een andere methode die in overeenstemming is met de nationale omstandigheden en praktijk, en in overleg met de betrokken representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers die stappen te ondernemen die noodzakelijk zijn om uitvoering te geven aan artikel 4 van dit Verdrag.
Artikel 9
De naleving van wetten en voorschriften betreffende arbeidsveiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu dient te worden verzekerd door een toereikend en passend controlestelsel.
Dit controlestelsel dient te voorzien in passende sancties bij schending van de wetten en voorschriften.
Artikel 10
Er dienen maatregelen te worden genomen om werkgevers en werknemers van advies te dienen, opdat dezen aan hun wettelijke verplichtingen kunnen voldoen.
Artikel 11
Ten einde uitvoering te geven aan het in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde beleid, dient de bevoegde autoriteit of dienen de bevoegde autoriteiten te verzekeren dat geleidelijk de volgende taken worden verricht:
- (a). de vaststelling, wanneer de aard en mate van de gevaren zulks vereisen, van voorwaarden betreffende het ontwerp, de bouw en de inrichting van ondernemingen, de aanvang van hun werkzaamheden, belangrijke veranderingen die daarin moeten worden aangebracht en iedere verandering van de primaire bestemming, de veiligheid van bij het werk gebruikte technische uitrusting, alsook de toepassing van door de bevoegde autoriteiten omschreven procedures;
- (b). de vaststelling van arbeidsprocédés die dienen te worden verboden, beperkt of onderworpen aan machtiging of controle door de bevoegde autoriteit of autoriteiten, alsmede de vaststelling van stoffen en agentia, blootstelling waaraan dient te worden verboden, beperkt of onderworpen aan machtiging of controle door de bevoegde autoriteit of autoriteiten; er dient rekening te worden gehouden met de gevaren voor de gezondheid veroorzaakt door gelijktijdige blootstelling aan verschillende stoffen of agentia;
- (c). de vaststelling en toepassing van procedures voor de melding van arbeidsongevallen en beroepsziekten, door werkgevers en, waar passend, verzekeringsinstellingen en andere rechtstreeks betrokkenen, en de opstelling van jaarstatistieken inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- (d). het instellen van een onderzoek wanneer zich arbeidsongevallen, beroepsziekten of gevallen van andere schade aan de gezondheid voordoen tijdens of in samenhang met het werk, die op een ernstige situatie lijken te wijzen;
- (e). de jaarlijkse publikatie van informatie inzake maatregelen, genomen ingevolge het in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde beleid en inzake arbeidsongevallen, beroepsziekten en andere schade aan de gezondheid zich voordoend tijdens of in samenhang met het werk;
- (f). de invoering of uitbreiding van stelsels, met inachtneming van nationale omstandigheden en mogelijkheden, voor het onderzoek van chemische, fysische en biologische agentia met betrekking tot het gevaar voor de gezondheid van werknemers.
Artikel 12
Overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk dienen maatregelen te worden genomen ten einde te verzekeren dat degenen die machines, uitrusting of stoffen voor gebruik bij de beroepsuitoefening ontwerpen, vervaardigen, invoeren, verschaffen of overdragen:
- (a). zich ervan overtuigen dat, voor zover redelijkerwijze uitvoerbaar, de machines, de uitrusting of de stof geen gevaar met zich brengen voor de veiligheid en gezondheid van degenen die deze op de juiste wijze gebruiken;
- (b). informatie verstrekken betreffende de juiste installatie en het juiste gebruik van machines en uitrusting en het juiste gebruik van stoffen, alsmede informatie betreffende gevaren van machines en uitrusting en gevaarlijke eigenschappen van chemische stoffen en fysische en biologische agentia of produkten, alsook instructies hoe bekende gevaren te vermijden;
- (c). studies en onderzoek verrichten of zich op andere wijze op de hoogte blijven stellen van de ontwikkelingen in wetenschap en techniek om te kunnen voldoen aan het bepaalde in de letters (a) en (b) van dit artikel.
Artikel 13
Een werknemer die zich teruggetrokken heeft uit een arbeidssituatie waarvan hij met reden kan aannemen dat deze een onmiddellijk en ernstig gevaar voor zijn leven of gezondheid oplevert, dient te worden beschermd tegen niet-gerechtvaardigde consequenties, zulks overeenkomstig de nationale omstandigheden en praktijk.
Artikel 14
Er dienen maatregelen te worden genomen ten einde, op een in de nationale omstandigheden en praktijk passende wijze, te bevorderen dat zaken de arbeidsveiligheid, de gezondheid en het arbeidsmilieu betreffende, worden opgenomen in onderwijs- en opleidingsprogramma's op alle niveaus, met inbegrip van hoger technisch en medisch onderwijs en hoger beroepsonderwijs, op een wijze die voorziet in de opleidingsbehoefte van alle werknemers.
Artikel 15
Ten einde de samenhang tussen het in artikel 4 van dit Verdrag bedoelde beleid en de voor de tenuitvoerlegging daarvan genomen maatregelen te verzekeren, dient elk Lid, na raadpleging in een zo vroeg mogelijk stadium van de meest representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers en van andere daarvoor in aanmerking komende organen, regelingen te treffen, overeenkomstig de nationale omstandigheden en praktijk, ter verzekering van de vereiste coördinatie tussen de verschillende autoriteiten en organen die uitvoering moeten geven aan de Delen II en III van dit Verdrag.
Wanneer de omstandigheden zulks vereisen en de nationale omstandigheden en praktijk zich niet daartegen verzetten, dienen deze regelingen de totstandkoming van een centraal orgaan te omvatten.
DEEL IV. MAATREGELEN OP HET NIVEAU VAN DE ONDERNEMING
Artikel 16
Van de werkgevers wordt geëist dat dezen, voor zover redelijkerwijze uitvoerbaar, verzekeren dat de arbeidsplaatsen, machines, uitrusting en werkwijzen waarover zij zeggenschap hebben veilig en zonder gevaar voor de gezondheid zijn.
Van de werkgevers wordt geëist dat dezen, voor zover redelijkerwijze uitvoerbaar, verzekeren dat de chemische, fysische en biologische stoffen en agentia waarover zij zeggenschap hebben, zonder gevaar voor de gezondheid zijn wanneer de juiste beschermende maatregelen worden genomen.
Van de werkgevers wordt geëist dat dezen, waar nodig geschikte beschermende kleding en beschermingsmiddelen verschaffen om, voor zover redelijkerwijze uitvoerbaar, het gevaar van ongevallen of van nadelige invloeden op de gezondheid te voorkomen.
Artikel 17
Indien twee of meer ondernemingen tegelijkertijd op een zelfde arbeidsplaats werk uitvoeren, dienen zij samen te werken bij de toepassing van de vereisten van dit Verdrag.
Artikel 18
Van de werkgevers wordt geëist dat dezen, waar nodig, voorzien in maatregelen voor optreden in geval van nood en bij ongevallen, met inbegrip van toereikende middelen voor de verlening van eerste hulp.
Artikel 19
Op het niveau van de onderneming dienen er regelingen te bestaan volgens welke:
- (a). de werknemers bij het verrichten van hun werk, medewerken aan de nakoming door hun werkgever van de hem opgelegde verplichtingen;
- (b). de vertegenwoordigers van werknemers in de onderneming met de werkgever samenwerken op het terrein van arbeidsveiligheid en gezondheid;
- (c). de vertegenwoordigers van werknemers in een onderneming voldoende informatie wordt verschaft omtrent door de werkgever genomen maatregelen ter verzekering van de arbeidsveiligheid en gezondheid en hun representatieve organisaties kunnen raadplegen omtrent zulke informatie, mits geen fabrieksgeheimen openbaar worden gemaakt;
- (d). de werknemers en hun vertegenwoordigers in de onderneming een passende opleiding in arbeidsveiligheid en gezondheid wordt gegeven;
- (e). de werknemers of hun vertegenwoordigers en, al naar gelang het geval, hun representatieve organisaties in een onderneming, in overeenstemming met de nationale wetgeving en praktijk, in staat worden gesteld een onderzoek in te stellen naar, en door de werkgever worden geraadpleegd omtrent, alle aspecten van arbeidsveiligheid en gezondheid, samenhangend met hun werk; hiertoe kunnen bij onderlinge overeenstemming technische adviseurs van buiten de onderneming worden aangetrokken;
- (f). een werknemer onverwijld aan zijn directe chef elke situatie meldt waarvan hij reden heeft aan te nemen dat deze een onmiddellijk en ernstig gevaar voor zijn leven of gezondheid oplevert; totdat de werkgever, indien nodig, corrigerende maatregelen heeft genomen, kan hij niet van de werknemers verlangen, dat dezen terugkeren in een arbeidssituatie waarin er bij voortduring een onmiddellijk en ernstig gevaar voor het leven of de gezondheid bestaat.
Artikel 20
Samenwerking tussen bedrijfsleiding en werknemers en/of hun vertegenwoordigers binnen de onderneming dient een wezenlijk onderdeel te vormen van de ingevolge de artikelen 16 tot en met 19 van dit Verdrag genomen organisatorische en andere maatregelen.
Artikel 21
De maatregelen inzake arbeidsveiligheid en gezondheid mogen geen kosten voor de werknemers met zich brengen.
DEEL V. SLOTBEPALINGEN
Artikel 22
Dit Verdrag houdt geen herziening in van bestaande internationale arbeidsverdragen of aanbevelingen.
Artikel 23
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
Artikel 24
Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 25
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaar na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.