Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en
de Regering van de Verenigde Staten van Amerika,
Geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen, zijn het volgende overeengekomen :
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag:
-
- wordt onder „Verenigde Staten” verstaan de Verenigde Staten van Amerika en wordt onder „Nederland” verstaan het Koninkrijk der Nederlanden;
-
- wordt onder „grondgebied” verstaan, wat de Verenigde Staten betreft, de Staten, het District Columbia, het Gemenebest van Puerto Rico, de Maagdeneilanden, Guam en Amerikaans Samoa, en, wat Nederland betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
-
- wordt onder „onderdaan” verstaan, wat de Verenigde Staten betreft, een onderdaan van de Verenigde Staten zoals omschreven in artikel 101, Immigration and Nationality Act, zoals gewijzigd, en wat Nederland betreft, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;
-
- wordt onder „wetten” verstaan de in artikel 2 vermelde wetten en regelingen;
-
- wordt onder „Bevoegde Autoriteit” verstaan, wat de Verenigde Staten betreft, ”The Secretary of Health and Human Services” en wat Nederland betreft, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
-
- wordt onder „uitvoeringsorgaan” verstaan, wat de Verenigde Staten betreft, de "Social Security Administration”, en wat Nederland betreft, het orgaan of de autoriteit, belast met de uitvoering van het geheel of een gedeelte van de in artikel 2, lid l(b) vermelde wetten, alsmede de Nederlandse rechtbanken die bevoegd zijn voor zaken betreffende die wetten;
-
- wordt onder „verzekeringstijdvak” verstaan een tijdvak van premiebetaling, een tijdvak van inkomsten uit loondienst of uit zelfstandige arbeid of een tijdvak van wonen, dat door de wetten krachtens welke een zodanig tijdvak is vervuld als een verzekeringstijdvak wordt omschreven of aangemerkt, of elk soortgelijk tijdvak voor zover het krachtens deze wetten met een verzekeringstijdvak wordt gelijkgesteld;
-
- wordt onder „uitkering” verstaan een uitkering, pensioen of bijslag waarin de wetgeving van een Verdragsluitende Staat voorziet, met inbegrip van de aanvullingen of verhogingen die van toepassing zijn op die uitkering, dat pensioen of die bijslag uit hoofde van de in artikel 2 bedoelde wetgeving;
-
- elke term die niet in dit Verdrag is omschreven heeft de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetten die worden toegepast.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing
- (a). Wat de Verenigde Staten betreft, op de wetten betreffende het Federale Programma inzake Ouderdomsverzekering, Verzekering van nagelaten betrekkingen en Invaliditeitsverzekering:
- i). Titel II van de "Social Security Act" en de krachtens deze wet getroffen regelingen, met uitzondering van de artikelen 226, 226A en 228 van die titel en de krachtens deze artikelen getroffen regelingen, en
- ii). Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 21 van de Internal Revenue Code van 1986 en de krachtens deze hoofdstukken getroffen regelingen;
- (b). Wat Nederland betreft, op de wetten betreffende:
- i). de invaliditeitsverzekering;
- ii). de algemene ouderdomsverzekering;
- iii). de algemene weduwen- en wezenverzekering;
- iv). de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen);
- v). de werkloosheidsverzekering;
- vi). de kinderbijslagen.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op toekomstige wetgeving van een Verdragsluitende Staat, die de in het eerste lid genoemde wetten uitbreidt tot nieuwe groepen rechthebbenden, tenzij de Bevoegde Autoriteit van die Verdragsluitende Staat binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de nieuwe wetgeving de Bevoegde Autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat ervan in kennis stelt dat zij een zodanige uitbreiding van het Verdrag niet wenst.
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, omvatten de in het eerste lid genoemde wetten geen verdragen of andere internationale overeenkomsten of supranationale wetgeving inzake sociale zekerheid die van kracht zijn tussen een van beide Verdragsluitende Staten en een derde Staat, of wetten en regelingen die zijn afgekondigd voor de specifieke uitvoering van deze internationale regelingen.
Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden.
Artikel 3
Tenzij anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen op wie de wetten van één of van beide Verdragsluitende Staten van toepassing zijn, dan wel zijn geweest, alsmede op gezinsleden en nagelaten betrekkingen van bedoelde personen voorzover zij rechten ontlenen aan deze personen.
Artikel 4
Behoudens het bepaalde in het tweede lid worden de volgende personen, zolang zij wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, voor de toepassing van de wetten van deze Staat gelijkgesteld met onderdanen van deze Staat:
- a). de onderdanen van de andere Verdragsluitende Staat;
- b). vluchtelingen, als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en in het eerste lid van artikel 1 van het Protocol van 31 januari 1967 bij genoemd Verdrag;
- c). staatlozen, als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954;
- d). gezinsleden en nagelaten betrekkingen, ongeacht hun nationaliteit, van de onder a), b) en c) bedoelde personen met betrekking tot rechten die zij ontlenen aan deze personen.
Het eerste lid is niet van toepassing op de wetten inzake verplichte verzekering van de Verenigde Staten.
Artikel 5
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, zijn de bepalingen in de wetten van een Verdragsluitende Staat die de betaling van invaliditeitspensioenen, ouderdomspensioenen of pensioenen voor nagelaten betrekkingen beperken uitsluitend op grond van het feit dat een persoon niet op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat woont of niet op dit grondgebied aanwezig is, niet van toepassing op personen die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat.
Wat Nederland betreft:
Uitkeringen uit hoofde van de Nederlandse Kinderbijslagwet worden ook betaald, wanneer de desbetreffende verzekerde of het kind woont of verblijft op het grondgebied van de Verenigde Staten.
TITEL II. BEPALINGEN INZAKE DE TOEPASSELIJKE WETTEN
Artikel 6
Tenzij in deze Titel anders is bepaald, zijn op een werknemer die op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat zijn werkzaamheden uitoefent, met betrekking tot die werkzaamheden uitsluitend de wetten van die Verdragsluitende Staat van toepassing, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat woont, of indien zijn werkgever op het grondgebied van deze andere Verdragsluitende Staat woont, danwel de zetel van de onderneming van deze werkgever aldaar gevestigd is.
Artikel 7
Op een zelfstandige die op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat woont zijn uitsluitend de wetten van die Staat van toepassing.
Artikel 8
Behoudens het bepaalde in artikel 9 zijn op degene die in Nederland woont en in Nederland als werknemer of zelfstandige werkt, met betrekking tot alle werkzaamheden die hij als werknemer of zelfstandige uitoefent op het grondgebied van beide Verdragsluitende Staten, uitsluitend de Nederlandse wetten van toepassing.
Artikel 9
Wanneer een persoon die in dienst is van een op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat gevestigde werkgever door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om gedurende een tijdvak dat vermoedelijk niet langer is dan 5 jaar op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat te werken, blijven op die persoon uitsluitend de wetten van eerstbedoelde Verdragsluitende Staat van toepassing, alsof hij op het grondgebied van eerstbedoelde Verdragsluitende Staat werkzaam was.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer een persoon die door een werkgever van het grondgebied van de Verenigde Staten wordt uitgezonden naar het grondgebied van Nederland, op het grondgebied van Nederland tevens in dienst is van een andere aldaar gevestigde werkgever.
Indien ingevolge het eerste lid op een persoon de wetten van de Verdragsluitende Staat van het grondgebied waarvan hij is uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat van toepassing blijven, is dat lid van overeenkomstige toepassing op zijn gezinsleden die hem vergezellen, tenzij deze gezinsleden zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de laatstbedoelde Verdragsluitende Staat.
Artikel 10
- a). Indien een persoon die als officier of als lid van de bemanning van een Amerikaans schip werkzaam is, verzekerd is krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Staten, zijn op hem uitsluitend de wetten van de Verenigde Staten van toepassing.
- b). Indien een persoon die als officier of als lid van de bemanning van een schip dat geen Amerikaans schip is, werkzaam is, verzekerd is krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Staten, zijn op hem uitsluitend de Nederlandse wetten van toepassing.
Indien een persoon die als officier of als lid van de bemanning van een luchtvaartuig werkzaam is, verzekerd is krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Staten, zijn op hem uitsluitend de wetten van toepassing van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de hoofdzetel van de werkgever is gevestigd.
Artikel 11
Wanneer dezelfde activiteit krachtens de wetten van de ene Verdragsluitende Staat wordt aangemerkt als zelfstandige arbeid en krachtens de wetten van de andere Verdragsluitende Staat als arbeid in loondienst, wordt deze activiteit behandeld overeenkomstig de bepalingen van deze Titel betreffende zelfstandige arbeid indien de persoon ingezetene is van de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat en overeenkomstig de bepalingen van deze Titel betreffende arbeid in loondienst in alle andere gevallen.
Artikel 12
Dit verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, en van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963.
Op onderdanen van een van de Verdragsluitende Staten die door de regering van deze Verdragsluitende Staat te werk gesteld zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat en die niet op grond van de in het eerste lid genoemde Verdragen vrijgesteld zijn van de wetten van de laatstbedoelde Verdragsluitende Staat zijn uitsluitend de wetten van de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat van toepassing. Voor de toepassing van dit lid omvat te werk gesteld zijn door de Regering van de Verenigde Staten ook tewerkstelling door een Amerikaanse overheidsinstelling.
De bepalingen van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die de in dat lid bedoelde personen die door de regering van een Verdragsluitende Staat worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat vergezellen, tenzij deze gezinsleden zelf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat werkzaamheden verrichten in loondienst of als zelfstandige.
Artikel 13
Voor de toepassing van de Nederlandse wetten wordt degene op wie overeenkomstig deze Titel de Nederlandse wetten van toepassing zijn geacht op Nederlands grondgebied te wonen, en wordt degene op wie overeenkomstig deze Titel de wetten van de Verenigde Staten van toepassing zijn, geacht niet op dat grondgebied te wonen.
Artikel 14
De Bevoegde Autoriteiten van de beide Verdragsluitende Staten kunnen in het belang van personen of van groepen personen uitzonderingen op de bepalingen van deze Titel overeenkomen, op voorwaarde dat op de betrokkenen de wetten van één van de Verdragsluitende Staten van toepassing zijn.
TITEL III. BEPALINGEN BETREFFENDE UITKERINGEN
HOOFDSTUK A. BEPALINGEN DIE VOOR DE VERENIGDE STATEN GELDEN
Artikel 15
Wanneer een persoon ten minste zes verzekeringskwartalen krachtens de wetten van de Verenigde Staten heeft vervuld, maar niet voldoende verzekeringskwartalen heeft om te voldoen aan de voorwaarden voor het recht op uitkeringen krachtens de wetten van de Verenigde Staten, neemt het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten voor de vaststelling van het recht op uitkeringen krachtens dit artikel de krachtens de Nederlandse wetten vervulde verzekeringstijdvakken in aanmerking mits deze tijdvakken niet samenvallen met verzekeringstijdvakken die reeds krachtens de wetten van de Verenigde Staten zijn toegekend.
Voor de toepassing van het eerste lid neemt het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten niet de verzekeringstijdvakken in aan merking die uitsluitend op basis van wonen op Nederlands grondgebied krachtens de Nederlandse wetten zijn vervuld.
Voor de vaststelling van het recht op uitkeringen krachtens het eerste lid van dit artikel kent het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten een verzekeringskwartaal toe voor elke drie maanden van verzekering die door het Nederlandse uitvoeringsorgaan worden opgegeven; er wordt evenwel geen verzekeringskwartaal toegekend voor een kalenderkwartaal dat reeds als verzekeringskwartaal is toegekend krachtens de wetten van de Verenigde Staten. Per jaar kunnen niet meer dan vier verzekeringskwartalen worden toegekend.
Wanneer het recht op uitkering krachtens de wetten van de Verenigde Staten overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is vastgesteld, berekent het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten krachtens de wetten van de Verenigde Staten een pro rata basisverzekeringsbedrag (Primary Insurance Amount) gebaseerd op (a) de uitsluitend krachtens de wetten van de Verenigde Staten toegekende gemiddelde verdiensten van de betrokkene en (b) de verhouding van de duur van diens krachtens de wetten van de Verenigde Staten vervulde verzekeringstijdvakken tot de duur van de totale verzekeringsloopbaan zoals vastgesteld overeenkomstig de wetten van de Verenigde Staten. Uitkeringen die worden betaald krachtens de wetten van de Verenigde Staten worden gebaseerd op het pro rata basisverzekeringsbedrag (Primary Insurance Amount).
Het recht op een uitkering van de Verenigde Staten dat is vastgesteld overeenkomstig het eerste lid eindigt wanneer voldoende verzekeringstijdvakken krachtens de wetten van de Verenigde Staten verkregen zijn voor het recht op een gelijke of hogere uitkering zonder beroep op het bepaalde in het eerste lid.
HOOFDSTUK B. BEPALINGEN DIE VOOR NEDERLAND GELDEN
Artikel 16. Invaliditeitsuitkering
Indien een onderdaan van één van de Verdragsluitende Staten of een in artikel 4, eerste lid, onder (b) of (c) bedoelde persoon, op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, onderworpen was aan de wetten van de Verenigde Staten en hij voordien in totaal ten minste twaalf maanden krachtens de Nederlandse wetten inzake invaliditeitsverzekering verzekerd is geweest, heeft hij recht op een uitkering vastgesteld volgens die Nederlandse wetten en berekend volgens de regels van het derde tot en met het zevende lid.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt een persoon geacht onderworpen te zijn aan de wetten van de Verenigde Staten wanneer hij krachtens deze wetten voor een uitkering verzekerd is of hem ten minste vier verzekeringskwartalen krachtens deze wetten zijn toegekend gedurende een tijdvak van acht kalenderkwartalen eindigend met het kalenderkwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit in de zin van de Nederlandse wetten is ontstaan.
Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt berekend naar verhouding van de totale duur van de door de betrokkene na het bereiken van de 15-jarige leeftijd krachtens de Nederlandse wetten vervulde verzekeringstijdvakken tot de duur van het tijdvak gelegen tussen de datum waarop hij de 15-jarige leeftijd bereikte en de datum waarop zijn arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan.
Indien de betrokkene, op het tijdstip dat de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, werknemer was of met een werknemer was gelijkgesteld, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966. Indien dit niet het geval is, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van 11 december 1975.
De volgende krachtens de Nederlandse wetten vervulde verzekeringstijdvakken worden in aanmerking genomen:
- a). verzekeringstijdvakken gedurende arbeid vervuld krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering van 18 februari 1966 (WAO);
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.