Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Hongarije inzake luchtvaartdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Hongarije,
Partij zijnde bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;
Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart;
Geleid door de wens een nieuwe Overeenkomst te sluiten ten behoeve van de instelling van luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden, ter vervanging van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Hongaarse Volksrepubliek inzake burgerluchtvaart, gedaan te Boedapest op 28 mei 1957,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Tenzij het zinsverband anders vereist, hebben in deze Overeenkomst en de Bijlage de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:
- a. onder „het Verdrag” wordt verstaan: het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening is opengesteld, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van het Verdrag aangenomen Bijlagen en alle wijzigingen van de Bijlagen of het Verdrag overeenkomstig de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover deze Bijlagen en wijzigingen in werking zijn getreden voor, of zijn bekrachtigd door beide Overeenkomstsluitende Partijen;
- b. onder „luchtvaartautoriteiten” wordt verstaan:
- -. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Minister van Verkeer en Waterstaat;
- -. wat de Republiek Hongarije betreft, de Minister van Vervoer, Verbindingen en Waterbeheer; of in beide gevallen elke persoon of instantie die bevoegd is elke functie die thans door de genoemde minister wordt uitgeoefend, te vervullen;
- c. onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” wordt verstaan: een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig artikel 4 van deze Overeenkomst;
- d. de term „grondgebied” heeft, met betrekking tot een Staat, de betekenis die daaraan in artikel 2 van het Verdrag wordt toegekend;
- e. de begrippen „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden” hebben de betekenis die daaraan in artikel 96 van het Verdrag onderscheidenlijk wordt toegekend;
- f. onder „overeengekomen dienst” en „omschreven route” wordt onderscheidenlijk verstaan: een internationale luchtdienst ingevolge artikel 2 van deze Overeenkomst en de in het desbetreffende gedeelte van de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven route;
- g. onder „boordproviand” wordt verstaan: consumptiegoederen bestemd voor gebruik of verkoop aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, met inbegrip van verstrekte etenswaren en dranken;
- h. onder „Overeenkomst” wordt verstaan: deze Overeenkomst, de in toepassing daarvan opgestelde Bijlage en alle wijzigingen op de Overeenkomst en de Bijlage;
- i. onder „tarief” wordt verstaan: elk bedrag in rekening gebracht of in rekening te brengen door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via agenten, aan alle natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer door de lucht van passagiers (en hun bagage) en vracht (post uitgezonderd), daarbij inbegrepen:
- I. de voorwaarden betreffende het beschikbaar zijn en het van toepassing zijn van een tarief, en
- II. de heffingen en voorwaarden voor alle bij zulk vervoer bijkomende diensten die door de luchtvaartmaatschappijen worden aangeboden;
- j. onder „geautomatiseerd boekingssysteem” (GBS) wordt verstaan: een geautomatiseerd systeem waarin informatie is opgeslagen over vluchtschema's, beschikbare plaatsen, prijzen en verwante diensten en door middel waarvan plaatsen kunnen worden geboekt en/of vliegbiljetten kunnen worden afgegeven en dat enkele of al deze faciliteiten ter beschikking van reisagenten stelt;
- k. onder „verandering van luchtvaartuig” wordt verstaan: de exploitatie van een van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij op zodanige wijze dat op een of meer sectoren van de route wordt gevlogen met luchtvaartuigen die een andere capaciteit hebben dan die gebruikt op een andere sector.
Artikel 2. Verleende rechten
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij:
- a. het recht om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
- b. het recht om op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; en
- c. het recht om tijdens de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route op haar grondgebied te landen voor het opnemen of afzetten van internationaal verkeer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd.
Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij het recht te geven tot deelneming aan luchtvervoer tussen punten gelegen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 3. Verandering van luchtvaartuig
Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan op iedere vlucht of op alle vluchten op overeengekomen diensten van luchtvaartuig veranderen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of op enig punt langs de omschreven routes, mits:
- a. luchtvaartuigen die verder dan het punt waarop van luchtvaartuig wordt veranderd worden gebruikt, in aansluiting op de inkomende of uitgaande luchtvaartuigen in de dienstregeling worden opgenomen, naar gelang het geval,
- b. indien op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van luchtvaartuig wordt veranderd en wanneer verder dan het punt van verandering meer dan een luchtvaartuig wordt geëxploiteerd, ten hoogste één luchtvaartuig van gelijke grootte is als, en geen enkel luchtvaartuig groter is dan, het luchtvaartuig dat in derde en vierde-vrijheidssectoren wordt gebruikt.
Bij verandering van luchtvaartuig kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij gebruik maken van haar eigen uitrusting en, met inachtneming van de nationale voorschriften, van geleaste uitrusting, en zij kan daartoe commerciële overeenkomsten met een andere luchtvaartmaatschappij aangaan.
Een aangewezen luchtvaartmaatschappij kan verschillende of dezelfde vluchtnummers gebruiken voor de sectoren waarop haar verandering van luchtvaartuig betrekking heeft.
Artikel 4. Aanwijzing en verlening van vergunningen
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.
Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent elke Overeenkomstsluitende Partij onverwijld aan de aldus door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, de vereiste exploitatievergunningen.
Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij te allen tijde een aanvang maken met de gehele of gedeeltelijke exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij aan de bepalingen van deze Overeenkomst voldoet en de tarieven voor deze diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 6 van deze Overeenkomst.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of deze vergunning te verlenen onder noodzakelijk geachte voorwaarden ter zake van de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij, indien niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.
Artikel 5. Intrekking en opschorting van vergunningen
De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht ten aanzien van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij de in artikel 4 bedoelde vergunningen niet te verlenen, deze vergunningen in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden:
- a. ingeval die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs door in overeenstemming met het Verdrag toegepaste wetten en voorschriften;
- b. ingeval die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij na te leven;
- c. ingeval niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen; en
- d. indien die luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie te voeren in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden.
Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de hierboven bedoelde wetten en voorschriften, worden de in het eerste lid van dit artikel opgesomde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Tenzij anders door de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen, vangt zulk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek ter zake.
Artikel 6. Tarieven
De Overeenkomstsluitende Partijen stemmen in met de toepassing van een regeling voor goedkeuring van het tarief door het land van oorsprong zoals vervat in de bepalingen van dit artikel.
Elke Overeenkomstsluitende Partij staat toe dat de tarieven voor luchtvervoer door elke aangewezen luchtvaartmaatschappij worden vastgesteld op basis van commerciële overwegingen ten aanzien van de marktsituatie en andere relevante factoren, met inbegrip van de exploitatiekosten en tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen voor enig gedeelte van de omschreven route. Wanneer mogelijk worden tarieven overeengekomen tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen.
De luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen verlenen geen goedkeuring aan tarieven voor luchtvervoer dat afkomstig is uit hun onderscheiden grondgebieden indien die tarieven:
- a. op onredelijke wijze discriminerend zijn wat prijzen en/of andere voorwaarden betreft;
- b. onredelijk hoog of beperkend zijn wegens misbruik van een overheersende positie en derhalve de belangen van consumenten schaden;
- c. kunstmatig laag zijn vanwege onder meer rechtstreekse of indirecte overheidssubsidie of -steun die gericht is op bescherming van de luchtvaartmaatschappij in kwestie.
Indien de luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij waaruit het luchtvervoer afkomstig is, van oordeel zijn dat een tarief niet in overeenstemming is met de in het tweede lid neergelegde beginselen en dat interventie vereist is, stellen zij de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij onmiddellijk daarvan in kennis.
De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waaruit het luchtvervoer afkomstig is, kunnen eenzijdig maatregelen nemen om de invoering van bedoeld tarief te beletten.
Wanneer een route wordt geëxploiteerd met uitoefening van vijfde-vrijheidsverkeersrechten is het een aangewezen luchtvaartmaatschappij niet toegestaan voor vergelijkbare categorieën tarieven in rekening te brengen die lager zijn dan de tarieven in rekening gebracht door luchtvaartmaatschappijen die derde- en vierde-vrijheidsverkeersrechten uitoefenen.
Wanneer een route wordt geëxploiteerd met uitoefening van vijfdevrijheidsverkeersrechten heeft een aangewezen luchtvaartmaatschappij echter wel het recht dezelfde tarieven te hanteren als enige andere luchtvaartmaatschappij die dezelfde route exploiteert met uitoefening van derde-, vierde- of vijfde-vrijheidsverkeersrechten.
Elke Partij kan verlangen dat tarieven die in rekening worden gebracht of zullen worden gebracht naar of vanuit haar grondgebied, bij haar luchtvaartautoriteiten worden ingediend.
Indien indiening wordt verlangd, worden de tarieven door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen ten hoogste dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van inwerkingtreding overgelegd, tenzij genoemde autoriteiten ermede instemmen deze periode in bijzondere gevallen te bekorten.
De tarieven kunnen uitdrukkelijk worden goedgekeurd of worden, indien geen van de luchtvaartautoriteiten in kwestie binnen vijftien (15) dagen na de datum van voorlegging overeenkomstig het zevende lid van dit artikel te kennen heeft gegeven de tarieven niet goed te keuren, geacht te zijn goedgekeurd.
Indien de termijn voor de voorlegging van tarieven wordt verkort, zoals bepaald in het zevende lid van dit artikel, wordt de termijn waarbinnen van het niet goedkeuren kennis dient te worden gegeven dienovereenkomstig verkort.
Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld.
De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen geen tarieven berekenen die afwijken van die welke in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel zijn vastgesteld.
Wanneer zulks noodzakelijk is of door een der Partijen wordt verlangd, plegen de luchtvaartautoriteiten overleg omtrent de toepassing van dit artikel en/of de door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen toegepaste tarieven.
Artikel 7. Commerciële activiteiten
Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen toegestaan om:
- a. op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij kantoren te vestigen ten behoeve van de bevordering van het luchtvervoer en de verkoop van luchtdiensten (met inbegrip van bijv. vliegbiljetten, het afgeven van eigen biljetten en luchtvrachtbrieven) alsook andere voor het verzorgen van luchtvervoer vereiste voorzieningen ;
- b. op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij rechtstreeks, of naar eigen goeddunken, via hun agenten zich met de verkoop van luchtvervoer bezig te houden.
Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij toegestaan om haar in verband met het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
In deze behoeften aan personeel kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel of door gebruikmaking van diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.
Bovenvermelde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Beide Overeenkomstsluitende Partijen zien af van het vereiste van arbeidsvergunningen, bezoekersvisa of andere soortgelijke documenten voor personeel dat bepaalde tijdelijke diensten verleent of taken vervult, behalve in door de betrokken nationale autoriteiten te bepalen bijzondere omstandigheden. Wanneer zulke vergunningen, visa of documenten vereist zijn, worden zij onverwijld en kosteloos verstrekt, opdat de binnenkomst van het betrokken personeel in de Staat niet wordt vertraagd.
Artikel 8. Geautomatiseerde boekingssystemen
De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat:
- a. het belang van gebruikers van luchtvervoerdiensten zal worden beschermd tegen alle misbruik van desbetreffende informatie, met inbegrip van misleidende weergave daarvan;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.