Overeenkomst tot oprichting van het Multilaterale Agentschap voor Investeringsgaranties
De Overeenkomstsluitende Staten,
Gezien de noodzaak de internationale samenwerking op het gebied van de economische ontwikkeling te versterken en de bijdrage van buitenlandse investeringen in het algemeen en van particuliere buitenlandse investeringen in het bijzonder tot deze ontwikkeling te stimuleren;
Erkennend dat de toestroming van buitenlandse investeringen naar de ontwikkelingslanden zou worden vergemakkelijkt en verder bevorderd door vermindering van de zorgen met betrekking tot niet-commerciële risico's;
Ernaar strevend de toestroming van kapitaal en technologie voor produktiedoeleinden naar de ontwikkelingslanden te vergroten op voorwaarden die verenigbaar zijn met hun behoeften, beleid en doeleinden met betrekking tot hun ontwikkeling, en op de grondslag van billijke en vaste normen voor de behandeling van buitenlandse investeringen;
Ervan overtuigd dat het Multilaterale Agentschap voor Investeringsgaranties een belangrijke rol kan spelen bij het bevorderen van buitenlandse investeringen, daarbij programma's voor nationale en regionale investeringsgaranties en particuliere verzekeraars van niet-commerciële risico's aanvullend; en
Beseffend dat dit Agentschap zoveel mogelijk aan zijn verplichtingen dient te voldoen zonder gebruikmaking van zijn niet-volgestorte kapitaal en dat het daartoe nodig is de investeringsvoorwaarden verder te verbeteren;
Zijn als volgt overeengekomen:
HOOFDSTUK I. OPRICHTING, STATUS, DOELEINDEN EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Oprichting en status van het Agentschap
(a). Hierbij wordt het Multilaterale Agentschap voor Investeringsgaranties opgericht (hierna te noemen: „het Agentschap”)
(b). Het Agentschap heeft volledige rechtspersoonlijkheid en is, in het bijzonder, bevoegd:
- (i). overeenkomsten te sluiten;
- (ii). roerende en onroerende goederen te kopen en te verkopen; en
- (iii). gerechtelijke procedures aan te spannen.
Artikel 2. Doeleinden en taken
Het doel van het Agentschap is de bevordering van de investeringsstroom voor produktiedoeleinden tussen de lidstaten en in het bijzonder naar de ontwikkelingslanden die lid zijn van het Agentschap, ter aanvulling van de werkzaamheden van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (hierna te noemen: „de Bank”), de Internationale Financieringsmaatschappij en andere internationale instellingen voor ontwikkelingsfinanciering. Daartoe zal het Agentschap:
- (a). garanties verstrekken, medeverzekering en herverzekering daarbij inbegrepen, tegen niet-commerciële risico's met betrekking tot investeringen in een lidland die uit andere lidlanden afkomstig zijn;
- (b). passende aanvullende maatregelen nemen ter bevordering van de investeringsstroom naar en tussen de ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn; en
- (c). alle andere incidentele bevoegdheden uitoefenen die nodig of wenselijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doel.
Op alle besluiten van het Agentschap zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing.
Artikel 3. Begripsomschrijvingen
Ten behoeve van de uitvoering van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
- (a). „lid”: een Staat ten aanzien waarvan deze Overeenkomst in werking is getreden krachtens het bepaalde in artikel 61;
- (b). „gastheerland” of „regering van een gastheerland”: een lidland, de regering daarvan of een bevoegd gezag in een lidland op het grondgebied waarvan, zoals omschreven in artikel 66, een investering die door het Agentschap is gegarandeerd of herverzekerd of waarvan de garandering of de herverzekering door het Agentschap wordt overwogen, wordt gedaan;
- (c). „ontwikkelingsland dat lid is van het Agentschap”: een lid dat als zodanig is vermeld in Aanhangsel A van deze Overeenkomst, zoals van tijd tot tijd gewijzigd door de in artikel 30 genoemde Raad van Bestuur (hierna te noemen: „de Raad”);
- (d). „bijzondere meerderheid van stemmen”: een instemmende uitspraak, verkregen met ten minste tweederde van het totale aantal uitgebrachte stemmen dat ten minste vijfenvijftig procent van de inschrijvingen op het aandelenkapitaal van het Agentschap vertegenwoordigt;
- (e). „vrij bruikbare valuta”: (i) elke valuta die als zodanig door het Internationale Monetaire Fonds van tijd tot tijd is aangewezen, en (ii) elke andere vrij beschikbare en volledig bruikbare valuta die het in artikel 30 genoemde College van Bewindvoerders (hierna te noemen: „het College”) ten behoeve van de uitvoering van deze Overeenkomst kan aanwijzen na overleg met het Internationale Monetaire Fonds en met goedkeuring van het land van deze valuta.
HOOFDSTUK II. LIDMAATSCHAP EN KAPITAAL
Artikel 4. Lidmaatschap
(a). Het lidmaatschap van het Agentschap staat open voor alle leden van de Bank en voor Zwitserland.
(b). De oorspronkelijke leden zijn de Staten die in Aanhangsel A van deze Overeenkomst zijn vermeld en partij bij deze Overeenkomst worden vóór of op 30 oktober 1987.
Artikel 5. Kapitaal
(a). Het maatschappelijk aandelenkapitaal van het Agentschap bedraagt één miljard aan Bijzondere Trekkingsrechten (SDR 1.000.000.000). Het maatschappelijk aandelenkapitaal wordt verdeeld in 100.000 aandelen met een pariwaarde van SDR 10.000 per aandeel, waarop door de leden kan worden ingeschreven. Alle betalingsverplichtingen van de leden met betrekking tot het maatschappelijk aandelenkapitaal worden vereffend op de grondslag van de gemiddelde waarde van de SDR, uitgedrukt in Amerikaanse dollars, over het tijdvak van 1 januari 1981 tot en met 30 juni 1985, waarbij deze waarde is vastgesteld op Am. $ 1,082 per SDR.
(b). Het maatschappelijk aandelenkapitaal wordt verhoogd bij toelating van een nieuw lid, voor zover het op dat tijdstip toegestane aantal aandelen onvoldoende is om de aandelen te verschaffen waarop door het nieuwe lid krachtens het bepaalde in artikel 6 dient te worden ingeschreven.
(c). Met een bijzondere meerderheid van stemmen kan de Raad te allen tijde het maatschappelijk aandelenkapitaal van het Agentschap verhogen.
Artikel 6. Inschrijving op aandelen
Elk oorspronkelijk lid van het Agentschap schrijft a pari in op het aantal aandelen van het aandelenkapitaal, vermeld achter zijn naam in Aanhangsel A van deze Overeenkomst. Alle andere leden schrijven in op het door de Raad vastgestelde aantal aandelen van het aandelenkapitaal en op de door de Raad vastgestelde voorwaarden, doch in geen geval tegen een prijs van uitgifte beneden pari. Elk lid dient op ten minste vijftig aandelen in te schrijven. De Raad kan voorschriften geven aan de hand waarvan de leden kunnen inschrijven op aanvullende aandelen van het maatschappelijk aandelenkapitaal.
Artikel 7. Verdeling en verzoeken tot storting van het kapitaal waarvoor is ingeschreven
Het bedrag van de aanvankelijke inschrijving van elk lid wordt als volgt voldaan:
- (i). Binnen negentig dagen na de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt ten aanzien van het betrokken lid, wordt tien procent van de prijs van elk aandeel contant betaald overeenkomstig het bepaalde in lid (a) van artikel 8 en nogmaals tien procent in de vorm van niet-verhandelbare, niet-rentedragende promessen of soortgelijke schuldbewijzen, die krachtens een besluit van het College dienen te worden verzilverd ten behoeve van de nakoming van de verplichtingen van het Agentschap.
- (ii). Het resterende bedrag kan worden gevorderd indien het Agentschap dit nodig heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Artikel 8. Betaling van de inschrijvingen op aandelen
(a). De betalingen van de inschrijvingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, met dien verstande dat betalingen door ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn, mogen plaatsvinden in hun eigen valuta tot en met een bedrag dat overeenkomt met vijfentwintig procent van het à contant volgestorte gedeelte van de inschrijvingen dat verschuldigd is krachtens het bepaalde in artikel 7 (i).
(b). Verzoeken tot storting op een gedeelte van de ontbetaalde inschrijvingen dienen gelijk te zijn voor alle aandelen.
(c). Indien na een verzoek tot storting het door het Agentschap ontvangen bedrag niet voldoende is voor de nakoming van de verplichtingen die het verzoek noodzakelijk hebben gemaakt, kan het Agentschap daarna achtereenvolgende verzoeken tot storting op onbetaalde inschrijvingen doen, totdat het totale door het Agentschap ontvangen bedrag toereikend is om aan deze verplichtingen te voldoen.
(d). De aansprakelijkheid ten aanzien van de aandelen is beperkt tot het niet-volgestorte deel van de prijs bij uitgifte.
Artikel 9. Waardebepaling van valuta's
Indien het voor de uitvoering van deze Overeenkomst noodzakelijk is de waarde van een valuta uit te drukken in een andere valuta, wordt deze waarde op billijke wijze door het Agentschap vastgesteld, na overleg met het Internationale Monetaire Fonds.
Artikel 10. Restituties
(a). Zodra zulks mogelijk is, betaalt het Agentschap aan de leden die bedragen terug die betaald zijn na verzoeken tot storting op de aandelen waarop zij hebben ingeschreven, indien en voor zover:
- (i). het verzoek is geschied ten behoeve van de betaling van een vordering die voortvloeit uit een garantie- of een herverzekeringsovereenkomst, en het Agentschap daarna het bedrag van zijn betaling geheel of gedeeltelijk heeft terugontvangen in vrij bruikbare valuta; of
- (ii). het verzoek is geschied als gevolg van het niet-nakomen van de betalingsverplichtingen door een lid en dit lid dit verzuim daarna geheel of gedeeltelijk heeft hersteld; of
- (iii). de Raad met een bijzondere meerderheid van stemmen vaststelt dat de financiële positie van het Agentschap zodanig is, dat alle of een deel van deze bedragen kunnen worden terugbetaald uit de inkomsten van het Agentschap.
(b). Elke restitutie aan een lid krachtens het bepaalde in dit artikel geschiedt in een vrij inwisselbare valuta naar verhouding van de betalingen die dit lid heeft gedaan met betrekking tot het gehele bedrag dat betaald is krachtens verzoeken die vóór deze restitutie hebben plaatsgevonden.
(c). Het equivalent van de krachtens het bepaalde in dit artikel aan een lid gerestitueerde bedragen maakt deel uit van de verplichtingen van het lid betreffende de niet-volgestorte aandelen ingevolge het bepaalde in artikel 7 (ii).
HOOFDSTUK III. WERKZAAMHEDEN
Artikel 11. Gedekte risico's
(a). Behoudens het bepaalde in de leden (b) en (c) hieronder kan het Agentschap de daarvoor in aanmerking komende investeringen garanderen tegen verliezen, voortvloeiend uit één of meer van de volgende risico's:
- (i). Overmaking van valuta de invoering door het gastheerland van beperkingen inzake de overmaking van de valuta van het gastheerland naar het buitenland in een vrij bruikbare valuta of een andere valuta die aanvaardbaar is voor de houder van de garantie, daarbij inbegrepen een verzuim van de regering van het gastheerland om binnen een redelijke tijdsperiode te reageren op een verzoek van deze houder om deze overmaking;
- (ii). Onteigening en soortgelijke maatregelen Een wettelijke of administratieve maatregel of nalatigheid van de zijde van de regering van het gastheerland die ertoe leidt dat de houder van een garantie wordt beroofd van de eigendom van of de zeggenschap over, of van een aanzienlijk voordeel uit, zijn investering, met uitzondering van niet-discriminatoire maatregelen voor algemene toepassing die regeringen gewoonlijk nemen ten behoeve van de regeling van de economische activiteit op hun grondgebied;
- (iii). Contractbreuk een verwerping van of een inbreuk op een overeenkomst met de houder van een garantie door de regering van het gastheerland, indien (a) de houder van een garantie geen toegang heeft tot een gerechtelijke of scheidsrechterlijke instantie ter behandeling van de vordering wegens verwerping of inbreuk, of (b) een beslissing door deze instantie niet wordt genomen binnen de redelijke tijdsperiode die in de garantieovereenkomsten krachtens de voorschriften van het Agentschap wordt voorgeschreven, of (c) deze beslissing niet kan worden uitgevoerd; en
- (iv). Oorlog en burgerlijke onlusten een militaire actie of burgerlijke onlusten op enig deel van het grondgebied van het gastheerland waarop deze Overeenkomst van toepassing is krachtens het bepaalde in artikel 66.
(b). Na een gemeenschappelijk verzoek van de investeerder en het gastheerland kan het College, met een bijzondere meerderheid van stemmen, de uitbreiding van de dekking krachtens het bepaalde in dit artikel goedkeuren tot andere specifieke niet-commerciële risico's dan die welke in lid (a) zijn bedoeld, doch in geen geval tot het risico van devaluatie of waardevermindering van valuta.
(c). Verliezen worden niet gedekt, indien zij het gevolg zijn van:
- (i). een maatregel of een verzuim van een regering van een gastheerland waarmede de houder van de garantie heeft ingestemd of waarvoor hij aansprakelijk is geweest; en
- (ii). een maatregel of een verzuim van de regering van een gastheerland of een andere gebeurtenis die plaats heeft gevonden vóór het sluiten van de garantieovereenkomst.
Artikel 12. Investeringen die in aanmerking komen voor een garantie
(a). Investeringen die in aanmerking komen voor een garantie, omvatten mede deelnemingen in het aandelenkapitaal, met inbegrip van leningen op middellange en op lange termijn, gesloten of gegarandeerd door houders van aandelen in de betrokken onderneming, alsmede die vormen van rechtstreekse investering waartoe door het College wordt besloten.
(b). Het College kan, met een bijzondere meerderheid van stemmen, de voor een garantie in aanmerking komende investeringen uitbreiden tot elke andere vorm van investering op middellange of lange termijn, met dien verstande dat andere leningen dan die welke in lid (a) zijn genoemd, slechts dan voor een garantie in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op een specifieke investering die door het Agentschap wordt gedekt of zal worden gedekt.
(c). Garanties worden beperkt tot investeringen waarvan de uitvoering begint na de inschrijving van het verzoek om garantieverlening door het Agentschap. Deze investeringen omvatten mede:
- (i). elke overmaking van buitenlandse valuta die geschiedt ten behoeve van de modernisering, de uitbreiding of de ontwikkeling van een bestaande investering; alsmede
- (ii). het gebruik van inkomsten uit bestaande investeringen die anders uit het gastheerland zouden kunnen worden overgemaakt naar het buitenland.
(d). Bij het verlenen van een garantie voor een investering overtuigt het Agentschap zich van:
- (i). de economische gerechtvaardigdheid van de investering en van de bijdrage daarvan tot de ontwikkeling van het gastheerland;
- (ii). de overeenstemming van de investering met de wetten en voorschriften van het gastheerland;
- (iii). de verenigbaarheid van de investering met de vastgestelde ontwikkelingsdoeleinden en -prioriteiten van het gastheerland; alsmede
- (iv). de investeringsvoorwaarden in het gastheerland, met inbegrip van de mogelijkheid van billijke en onpartijdige behandeling en wettelijke bescherming voor de investering.
Artikel 13. Investeerders die in aanmerking komen voor een garantie
(a). Iedere natuurlijke persoon en elke rechtspersoon kan in aanmerking komen voor een garantie van het Agentschap, mits:
- (i). deze natuurlijke persoon onderdaan is van een lidland dat niet het gastheerland is;
- (ii). deze rechtspersoon is opgericht en zijn hoofdzetel heeft in een lidland, of waarvan de meerderheid van het kapitaal in handen is van een lidland of van lidlanden of van onderdanen daarvan, met dien verstande dat dit lidland niet het gastheerland is in één van de bovengenoemde gevallen; alsmede
- (iii). deze rechtspersoon, al dan niet als particuliere onderneming, op commerciële grondslag werkzaam is.
(b). Ingeval de investeerder meer dan één nationaliteit bezit, prevaleert, ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde in lid (a), de nationaliteit van een lidland boven de nationaliteit van een land dat geen lid van het Agentschap is, terwijl de nationaliteit van het gastheerland de voorrang heeft boven de nationaliteit van elk ander lidland.
(c). Na een gemeenschappelijk verzoek van de investeerder en het gastheerland kan het College, met een bijzondere meerderheid van stemmen, de inaanmerkingkoming voor een garantie uitbreiden tot een natuurlijke persoon die de nationaliteit bezit van het gastheerland, of tot een rechtspersoon die in het gastheerland is opgericht, of waarvan de meerderheid van het kapitaal in handen is van onderdanen van het gastheerland, mits de geïnvesteerde activa afkomstig zijn van buiten het gastheerland.
Artikel 14. Gastheerlanden die voor een investeringsgarantie in aanmerking komen
Investeringen worden slechts krachtens het bepaalde in dit hoofdstuk gegarandeerd, indien zij worden gedaan op het grondgebied van een ontwikkelingsland dat lid van het Agentschap is.
Artikel 15. Goedkeuring van het gastheerland
Het Agentschap sluit geen garantieovereenkomsten af, voordat het gastheerland de garantieverlening door het Agentschap met betrekking tot de ter dekking aangewezen risico's heeft goedgekeurd.
Artikel 16. Voorwaarden en bedingen
De voorwaarden en bedingen van elke garantieovereenkomst worden door het Agentschap vastgesteld met inachtneming van de door het College gegeven regels en voorschriften, met dien verstande dat het Agentschap niet het totale verlies van de gegarandeerde investering dekt. Garantieovereenkomsten worden door de President volgens de aanwijzingen van het College goedgekeurd.
Artikel 17. Betaling van vorderingen
De President beslist, volgens de aanwijzingen van het College, over de betaling van vorderingen aan een houder van een garantie in overeenstemming met de garantieovereenkomst en met de door het College goedgekeurde richtlijnen. Ingevolge de bepalingen van de garantieovereenkomst dienen de houders van garanties, alvorens een betaling door het Agentschap wordt gedaan, de in de gegeven omstandigheden passend geachte administratieve rechtsmiddelen aan te wenden, mits zij daartoe krachtens de wetten van het gastheerland gemakkelijk toegang hebben. In deze overeenkomsten kan worden voorgeschreven dat er een bepaalde redelijke tijdsperiode dient te verlopen tussen het tijdstip van de gebeurtenis waaruit de vordering voortvloeit, en het tijdstip van betaling van de vordering.
Artikel 18. Subrogatie
(a). Bij betaling of bij toestemming tot betaling van een vergoeding aan een houder van een garantie treedt het Agentschap in de op de gegarandeerde investering betrekking hebbende rechten of vorderingen die de houder van de garantie heeft kunnen doen gelden jegens het gastheerland en andere schuldenaars. De voorwaarden bedingen van deze subrogatie zijn vermeld in de garantieovereenkomst.
(b). De rechten van het Agentschap ingevolge het bepaalde in lid (a) worden door alle leden erkend.
(c). Bedragen in de valuta van het gastheerland die door het Agentschap als gesubrogeerde zijn verkregen ingevolge het bepaalde in lid (a), ontvangen van het gastheerland een behandeling, met betrekking tot het gebruik en de omrekening, die even gunstig is als de behandeling die zulke gelden in het bezit van de houder van de garantie zouden ontvangen. Deze bedragen kunnen in elk geval door het Agentschap worden gebruikt voor de betaling van zijn administratieve kosten en andere onkosten. Het Agentschap tracht tevens overeenkomsten te sluiten met gastheerlanden inzake andere mogelijkheden tot gebruik van deze valuta's voor zover deze niet vrij inwisselbaar zijn.
Artikel 19. Betrekkingen met nationale en regionale instellingen
Het Agentschap werkt samen met, en tracht de werkzaamheden aan te vullen van, de nationale instellingen van leden en van de regionale instellingen waarvan de meerderheid van het kapitaal in handen is van de leden, die soortgelijke werkzaamheden verrichten als het Agentschap, ten einde zowel de doeltreffendheid van de door hen verleende onderscheiden diensten als hun bijdrage tot versterkte toestroming van buitenlandse investeringen zo groot mogelijk te maken. Daartoe kan het Agentschap overeenkomsten sluiten met deze instellingen inzake de bijzonderheden van deze samenwerking, met inbegrip van inzonderheid de methoden van herverzekering en medeverzekering.
Artikel 20. Herverzekering met betrekking tot nationale en regionale instellingen
(a). Het Agentschap kan met betrekking tot een specifieke investering een herverzekering verstrekken tegen een verlies dat voortvloeit uit één of meer niet-commerciële risico's die verzekerd zijn door een lid of een instelling daarvan of door een regionale instelling voor investeringsgaranties waarvan de meerderheid van het kapitaal in handen is van de leden. Het College stelt van tijd tot tijd, met een bijzondere meerderheid van stemmen, maximumbedragen vast voor de eventuele verplichtingen die door het Agentschap kunnen worden aanvaard met betrekking tot herverzekeringsovereenkomsten. Met betrekking tot specifieke investeringen die ten minste twaalf maanden vóór de ontvangst van het verzoek om herverzekering door het Agentschap zijn voltooid, wordt het maximumbedrag aanvankelijk bepaald op tien procent van het totale bedrag van de eventuele verplichtingen van het Agentschap krachtens het bepaalde in dit hoofdstuk. De in de artikelen 11 tot en met 14 omschreven voorwaarden om voor garantieverlening in aanmerking te komen, zijn van toepassing op herverzekeringstransacties, met dien verstande dat de herverzekerde investeringen niet behoeven te worden uitgevoerd na het verzoek om herverzekering.
(b). De wederzijdse rechten en verplichtingen van het Agentschap en van een herverzekerd lid of een herverzekerde instelling worden opgenomen in de herverzekeringsovereenkomsten, behoudens de door het College uitgevaardigde regels en voorschriften. Het College dient zijn goedkeuring te hechten aan elke herverzekeringsovereenkomst inzake een investering die geschied is vóór de ontvangst van het verzoek om herverzekering door het Agentschap, ten einde de risico's zoveel mogelijk te beperken, te waarborgen dat het Agentschap premies ontvangt die evenredig zijn aan het risico van het Agentschap, en ervoor te zorgen dat de herverzekerde instelling zich naar behoren bezighoudt met de bevordering van nieuwe investeringen in ontwikkelingslanden die lid zijn van het Agentschap.
(c). Het Agentschap zorgt er zoveel mogelijk voor dat het Agentschap of de herverzekerde instelling dezelfde rechten van subrogatie en arbitrage heeft als waarover het Agentschap zou beschikken indien het de eerste borg zou zijn. Krachtens de voorwaarden en bedingen voor herverzekering dient van administratieve rechtsmiddelen gebruik te worden gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, alvorens een betaling wordt gedaan door het Agentschap. De subrogatie wordt met betrekking tot het desbetreffende gastheerland pas van kracht, nadat dit land de herverzekering door het Agentschap heeft goedgekeurd. Het Agentschap neemt in de herverzekeringsovereenkomsten bepalingen op krachtens welke de herverzekerde verplicht is de rechten of vorderingen met betrekking tot de herverzekerde investering naar zijn beste vermogen te trachten te verwezenlijken.
Artikel 21. Samenwerking met particuliere verzekeraars en met herverzekeraars
(a). Het Agentschap kan overeenkomsten sluiten met particuliere verzekeraars in lidlanden, ten einde zijn eigen werkzaamheden te bevorderen en deze verzekeraars aan te moedigen dekking van niet-commerciële risico's te verschaffen in ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn, op dezelfde voorwaarden als die welke door het Agentschap worden toegepast. Deze overeenkomsten kunnen voorzien in de herverzekering door het Agentschap volgens de in artikel 20 omschreven voorwaarden en procedures.
(b). Het Agentschap kan de door het Agentschap verstrekte garantie of garanties geheel of gedeeltelijk herverzekeren bij een geschikte herverzekeringsinstelling.
(c). Het Agentschap streeft er in het bijzonder naar investeringen te garanderen waarvoor geen vergelijkbare dekking op redelijke voorwaarden beschikbaar is van de zijde van particuliere verzekeraars en herverzekeraars.
Artikel 22. Garantiebeperkingen
(a). Tenzij anderszins door de Raad met een bijzondere meerderheid van stemmen is bepaald, mag het totale bedrag van de eventuele verplichtingen die door het Agentschap krachtens het bepaalde in dit hoofdstuk kunnen worden aanvaard, niet meer zijn dan honderdvijftig procent van het bedrag van het onaangetaste kapitaal van het Agentschap waarvoor is ingeschreven, en zijn reserves, plus het door het College vastgestelde gedeelte van de herverzekeringsdekking. Het College beoordeelt van tijd tot tijd de samenstelling van de risicoportefeuille van het Agentschap aan de hand van zijn ervaring met vorderingen, de mate van risicospreiding, de herverzekeringsdekking en andere van belang zijnde factoren, ten einde te kunnen vaststellen of wijzigingen in het maximale totaalbedrag van de eventuele verplichtingen dienen te worden aanbevolen aan de Raad. Het maximumbedrag dat door de Raad wordt vastgesteld, mag in geen geval groter zijn dan vijfmaal het bedrag van het onaangetaste kapitaal van het Agentschap waarvoor is ingeschreven, zijn reserves, plus het noodzakelijk geachte gedeelte van de herverzekeringsdekking.
(b). Behoudens de in lid (a) bedoelde algemene garantielimiet kan het College de volgende maximale totaalbedragen voorschrijven met betrekking tot:
- (i). de eventuele verplichtingen die door het Agentschap krachtens het bepaalde in dit hoofdstuk kunnen worden aanvaard voor alle garanties die aan de investeerders van elk afzonderlijk lid zijn verstrekt. Bij het bepalen van deze maxima houdt het College naar behoren rekening met het aandeel van elk lid in het aandelenkapitaal van het Agentschap en met de noodzaak soepelere beperkingen op te leggen met betrekking tot investeringen die afkomstig zijn uit ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn; en
- (ii). de eventuele verplichtingen die door het Agentschap kunnen worden aanvaard met betrekking tot de risicospreidende factoren als individuele projecten, individuele gastheerlanden en soorten investeringen of risico's.
Artikel 23. Bevordering van investeringen
(a). Het Agentschap verricht onderzoek, onderneemt stappen ter bevordering van de toestroming van investeringen en verspreidt informatie over investeringsmogelijkheden in ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn, ten einde het klimaat voor buitenlandse investeringen in deze landen te verbeteren. Het Agentschap kan, op verzoek van een lid, technische adviezen en hulp geven ter verbetering van de investeringsvoorwaarden op het grondgebied van dit lid. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden zal het Agentschap:
- (i). zich laten leiden door de desbetreffende investeringsovereenkomsten tussen de lidlanden;
- (ii). trachten belemmeringen met betrekking tot de toestroming van investeringen naar ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn, uit de weg te ruimen, zowel in ontwikkelde landen die lid van het Agentschap zijn, als in ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn; en
- (iii). coördinerend optreden met andere instellingen die zich bezighouden met de bevordering van buitenlandse investeringen, en in het bijzonder met de Internationale Financieringsmaatschappij.
(b). Het Agentschap zal voorts:
- (i). de minnelijke schikking van geschillen tussen investeerders en gastheerlanden bevorderen;
- (ii). trachten met ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn, en in het bijzonder met toekomstige gastheerlanden, overeenkomsten te sluiten die waarborgen dat het Agentschap, met betrekking tot de door het Agentschap gegarandeerde investeringen, een ten minste even gunstige behandeling ontvangt als die welke door het desbetreffende lid is overeengekomen voor de meestbegunstigde instelling voor investeringsgaranties of Staat in een investeringsovereenkomst, waarbij deze overeenkomsten met een bijzondere meerderheid van stemmen door het College dienen te worden goedgekeurd; en
- (iii). het sluiten van overeenkomsten, tussen de leden van het Agentschap, inzake de bevordering en de bescherming van investeringen stimuleren en vergemakkelijken.
(c). Het Agentschap schenkt in zijn activiteiten ter bevordering van investeringen bijzondere aandacht aan het belang van de toeneming van de investeringsstroom tussen de ontwikkelingslanden die lid van het Agentschap zijn.
Artikel 24. Garanties van investeringen met borgstelling
Behalve het verlenen van garanties ingevolge het bepaalde in dit hoofdstuk kan het Agentschap ook investeringen garanderen ingevolge de borgstellingsregelingen, zoals bepaald in Bijlage I bij deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK IV. FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 25. Financieel beheer
Het Agentschap voert zijn werkzaamheden uit op de grondslag van gezond zakelijk en voorzichtig financieel beheer, ten einde onder alle omstandigheden aan zijn financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen.
Artikel 26. Premies en vergoedingen
Het Agentschap stelt de voor elk type risico toepasselijke premies, vergoedingen en eventuele andere kosten vast en herziet deze periodiek.
Artikel 27. Bestemming van het netto-inkomen
(a). Behoudens het bepaalde in lid (a)(iii) van artikel 10 bestemt het Agentschap het netto-inkomen voor de reserves, totdat deze een bedrag van vijfmaal het aandelenkapitaal van het Agentschap waarvoor is ingeschreven, hebben bereikt.
(b). Nadat de reserves van het Agentschap het in lid (a) voorgeschreven peil hebben bereikt, beslist de Raad of, en in welke mate, het netto-inkomen van het Agentschap bij de reserves wordt gevoegd, of wordt verdeeld over de leden van het Agentschap, of anderszins wordt gebruikt. Een verdeling van het netto-inkomen over de leden van het Agentschap geschiedt in verhouding tot het aandeel van elk lid in het aandelenkapitaal van het Agentschap in overeenstemming met een besluit van de Raad dat met een bijzondere meerderheid van stemmen is genomen.
Artikel 28. Begroting
De president stelt een jaarlijkse begroting van de inkomsten en uitgaven van het Agentschap op, die aan het College ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Artikel 29. Financiële verantwoording
Het Agentschap publiceert een jaarverslag dat onder andere de balans van het Agentschap en die van het in Bijlage I bij deze Overeenkomst genoemde Borgstellingsfonds bevat, zoals geverifieerd door een onafhankelijk accountantsbureau. Het Agentschap zendt periodiek aan de leden een beknopt verslag van zijn financiële positie, alsmede een verlies- en winstrekening waaruit de resultaten van zijn werkzaamheden blijken.
HOOFDSTUK V. ORGANISATIE EN BESTUUR
Artikel 30. Structuur van het Agentschap
Het Agentschap heeft een Raad van Bestuur, een College van Bewindvoerders, een President en personeel voor het uitvoeren van de taken die het Agentschap nodig oordeelt.
Artikel 31. De Raad van Bestuur
(a). Alle bevoegdheden van het Agentschap berusten bij de Raad van Bestuur, met uitzondering van de bevoegdheden die, krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst, in het bijzonder zijn verleend aan een ander orgaan van het Agentschap. De Raad kan de uitvoering van elk van zijn bevoegdheden overdragen aan het College, met uitzondering van de bevoegdheid:
- (i). nieuwe leden toe te laten en de voorwaarden van hun toelating vast te stellen;
- (ii). een lid te schorsen;
- (iii). te beslissen over de verhoging of de verlaging van het maatschappelijk kapitaal;
- (iv). het maximum van het totale bedrag van de eventuele verplichtingen krachtens het bepaalde in lid (a) van artikel 22 te verhogen;
- (v). een lid aan te wijzen als ontwikkelingsland dat lid van het Agentschap is, krachtens het bepaalde in lid (c) van artikel 3;
- (vi). een nieuw lid in te delen in de eerste categorie of in de tweede categorie ten behoeve van stemmingen krachtens het bepaalde in lid (a) van artikel 39 of een bestaand lid voor hetzelfde doel opnieuw in de delen;
- (vii). de vergoeding van de Bewindvoerders en hun Plaatsvervangers vast te stellen;
- (viii). de werkzaamheden te staken en het Agentschap te liquideren;
- (ix). de activa van het Agentschap bij liquidatie te verdelen onder de leden; en
- (x). deze Overeenkomst, de Bijlagen en Aanhangsels daarvan te wijzigen.
(b). De Raad is samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidlanden, nl. uit elk land één Bestuurder en één Plaatsvervanger, benoemd op de door elk lid vastgestelde wijze. Een Plaatsvervanger heeft geen stemrecht, behalve bij afwezigheid van zijn principaal. De Raad kiest één van de Bestuurders als Voorzitter.
(c). De Raad houdt een jaarvergadering, alsmede andere vergaderingen die door de Raad nodig worden geacht of die door het College worden bijeengeroepen. Het College roept de Raad bijeen op verzoek van vijf leden of van leden die over vijfentwintig procent van het totale aantal stemmen beschikken.
Artikel 32. Het College van Bewindvoerders
(a). Het College is verantwoordelijk voor de uitvoering van de algemene werkzaamheden van het Agentschap en neemt ten behoeve van de uitvoering van deze taak alle maatregelen die nodig of toegestaan zijn krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst.
(b). Het College bestaat uit ten minste twaalf Bewindvoerders. Het aantal Bewindvoerders kan door het College worden aangepast naar aanleiding van wijzigingen in het lidmaatschap. Elke Bewindvoerder kan een Plaatsvervanger benoemen met volledige bevoegdheid om namens hem op te treden ingeval de Bewindvoerder afwezig is of niet in staat is te handelen. De President van de Bank is ambtshalve Voorzitter van het College, doch bezit geen stemrecht, tenzij de stemmen staken, in welk geval hij een beslissende stem heeft.
(c). De Raad bepaalt de duur van de ambtstermijn van de Bewindvoerders. Het eerste College wordt door de Raad ingesteld, tijdens de openingsbijeenkomst van de Raad.
(d). Het College komt bijeen op verzoek van zijn Voorzitter, die op eigen initiatief handelt of op verzoek van drie Bewindvoerders.
(e). Tot aan het tijdstip waarop de Raad besluit dat het Agentschap een vast College krijgt dat in permanente zitting bijeen is, ontvangen de Bestuurders en de Plaatsvervangers slechts vergoeding voor de kosten van bijwoning van de vergaderingen van het College en voor de vervulling van andere officiële functies namens het Agentschap. Bij de instelling van een College dat in permanente zitting bijeen is, ontvangen de Bewindvoerders en de Plaatsvervangers een vergoeding die de Raad passend oordeelt.
Artikel 33. President en personeel
(a). De President bestuurt, onder het algemene toezicht van het College, de gewone werkzaamheden van het Agentschap. Hij is belast met de organisatie, de aanstelling en het ontslag van het personeel.
(b). De President wordt door het College benoemd op voordracht van de Voorzitter daarvan. De Raad stelt het salaris en de arbeidsvoorwaarden van de President vast.
(c). De President en het personeel staan bij het vervullen van hun functies geheel in dienst van het Agentschap en niet van een andere autoriteit. Elk lid van het Agentschap eerbiedigt het internationale karakter van deze verplichting en onthoudt zich van elke poging tot beïnvloeding van de President of van het personeel bij de vervulling van hun functies.
(d). Bij het aanstellen van personeel schenkt de President, behoudens de zeer grote noodzaak van een zo hoog mogelijk peil van doelmatigheid en technische bekwaamheid, de nodige aandacht aan het belang van het werven van personeel op een zo breed mogelijke geografische basis.
(e). De President en het personeel handhaven te allen tijde het vertrouwelijke karakter van informatie die verkregen is bij de uitvoering van de werkzaamheden van het Agentschap.
Artikel 34. Verbod van politieke activiteiten
Het Agentschap, de President en het personeel daarvan mengen zich niet in de politieke aangelegenheden van een lid. Behoudens het recht van het Agentschap rekening te houden met alle omstandigheden met betrekking tot een investering, laten zij zich bij hun beslissingen niet beïnvloeden door het politieke karakter van het betrokken lid of de betrokken leden. Overwegingen die van belang zijn voor hun beslissingen, worden onpartijdig tegen elkaar afgewogen, ten einde de in artikel 2 omschreven doeleinden te verwezenlijken.
Artikel 35. Betrekkingen met internationale organisaties
Het Agentschap werkt, binnen het kader van de voorwaarden van deze Overeenkomst, samen met de Verenigde Naties en met andere intergouvernementele organisaties die gespecialiseerde taken op verwante gebieden hebben, waaronder in het bijzonder de Bank en de Internationale Financieringsmaatschappij.
Artikel 36. Plaats van het hoofdkantoor
(a). Het hoofdkantoor van het Agentschap wordt gevestigd in Washington, D.C., tenzij de Raad met een bijzondere meerderheid van stemmen besluit het hoofdkantoor in een andere plaats te vestigen.
(b). Het Agentschap kan andere kantoren oprichten, indien de werkzaamheden zulks noodzakelijk maken.
Artikel 37. Depositobanken voor activa
Elk lid wijst zijn centrale bank aan als depositobank waarbij het Agentschap tegoeden in de valuta van dit lid of andere activa van het Agentschap in bewaring kan geven, of, indien het lid geen centrale bank heeft, wijst het voor dit doel een andere instelling aan die door het Agentschap aanvaardbaar wordt geacht.
Artikel 38. Communicatiekanaal
(a). Elk lid wijst een passend bevoegd gezag aan waarmee het Agentschap in verbinding kan treden in alle aangelegenheden die uit deze Overeenkomst voortvloeien. Het Agentschap kan de mededelingen van dit bevoegd gezag beschouwen als waren zij door het lid zelf gedaan. Op verzoek van een lid pleegt het Agentschap overleg met dit lid met betrekking tot de in de artikelen 19 tot en met 21 behandelde zaken betreffende instellingen of verzekeraars van dit lid.
(b). Indien de goedkeuring van een lid is vereist, alvorens het Agentschap een handeling kan verrichten, wordt de goedkeuring geacht te zijn verleend, tenzij het lid bezwaar maakt binnen de redelijke termijn die door het Agentschap is vastgesteld voor de mededeling van de voorgestelde handeling aan het lid.
HOOFDSTUK VI. STEMRECHT, WIJZIGINGEN IN INSCHRIJVINGEN EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 39. Stemrecht en wijzigingen in inschrijvingen
(a). Ten einde zowel het gelijke belang in het Agentschap van de in Aanhangsel A van deze Overeenkomst genoemde twee categorieën Staten als het belang van de financiële deelneming van elk lid tot uitdrukking te brengen in het stemrecht, mag elk lid 177 stemmen uitbrengen op grond van zijn lidmaatschap en één stem op grond van zijn inschrijving op elk aandeel dat dit lid bezit.
(b). Indien op enig tijdstip binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het totale van de op grond van hun lidmaatschap en hun inschrijving uit te brengen stemmen van leden die onder één van de beide in Aanhangsel A van deze Overeenkomst genoemde categorieën vallen, minder is dan veertig procent van het totale aantal stemmen, worden de leden uit deze categorie zoveel extra stemmen toegekend als nodig zijn om het totale aantal stemmen uit deze categorie te doen overeenkomen met dit percentage van het totale aantal stemmen. Deze extra stemmen worden verdeeld over de leden van deze categorie in de verhouding waarin het aantal stemmen van elk lid op grond van het lidmaatschap staat tot het totale aantal stemmen in deze categorie op grond van de inschrijving. Dit aantal extra stemmen wordt automatisch aangepast, ten einde te waarborgen dat dit percentage wordt gehandhaafd, en wordt geannuleerd aan het einde van het eerdergenoemde tijdvak van drie jaar.
(c). Gedurende het derde jaar, volgend op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, herziet de Raad de toewijzing van aandelen en laat zich bij zijn beslissing door de volgende beginselen leiden:
- (i). het aantal stemmen van de leden dient het aantal werkelijke inschrijvingen op het aandelenkapitaal van het Agentschap uit te drukken, alsmede het aantal stemmen op grond van het lidmaatschap, zoals bepaald in lid (a) van dit artikel;
- (ii). aandelen die zijn toegewezen aan landen die deze Overeenkomst niet hebben ondertekend, worden beschikbaar gesteld voor hertoewijzing aan zodanige leden en op zodanige wijze, dat daardoor stempariteit tussen de bovengenoemde categorieën mogelijk wordt gemaakt; en
- (iii). de Raad treft maatregelen ter vergemakkelijking van de mogelijkheid voor leden om op de hun toegewezen aandelen in te schrijven.
(d). Binnen het in lid (b) van dit artikel bepaalde tijdvak van drie jaar worden alle besluiten van de Raad en van het College met een bijzondere meerderheid van stemmen genomen, met dien verstande dat besluiten waarvoor krachtens deze Overeenkomst een grotere meerderheid vereist is, met deze grotere meerderheid worden genomen.
(e). Ingeval het aandelenkapitaal van het Agentschap wordt verhoogd krachtens het bepaalde in lid (c) van dit artikel, heeft elk lid dat daarom verzoekt, het recht in te schrijven op het gedeelte van de verhoging dat overeenkomt met de verhouding waarin het aandelenkapitaal waarop dit lid voordien had ingeschreven, staat tot het totale aandelenkapitaal van het Agentschap, doch een lid is niet verplicht in te schrijven op een deel van het verhoogde aandelenkapitaal.
(f). De Raad vaardigt voorschriften uit betreffende het doen van aanvullende inschrijvingen krachtens het bepaalde in lid (e) van dit artikel. In deze voorschriften worden redelijke tijdslimieten gegeven voor de indiening van verzoeken tot inschrijving door de leden.
Artikel 40. Uitoefening van stemrecht in de Raad
(a). Elke Bestuurder is gerechtigd het aantal stemmen van het lid dat hij vertegenwoordigt, uit te brengen. Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, worden de besluiten van de Raad bij meerderheid van stemmen genomen.
(b). Een quorum voor een vergadering van de Raad wordt gevormd door een meerderheid van de Bestuurders die ten minste tweederde van het totale aantal stemmen vertegenwoordigen.
(c). De Raad kan door middel van een voorschrift een procedure vaststellen waarbij het College, indien dit zulks in het belang van het Agentschap acht, de Raad kan verzoeken om een beslissing te nemen inzake een specifieke kwestie, zonder de Raad in vergadering bijeen te roepen.
Artikel 41. Verkiezing van Bewindvoerders
(a). De bewindvoerders worden gekozen overeenkomstig het bepaalde in Aanhangsel B.
(b). De Bewindvoerders blijven in functie tot hun opvolgers zijn gekozen. Indien de functie van Bewindvoerder meer dan negentig dagen vóór afloop van zijn ambtstermijn vacant wordt, wordt voor het overblijvende gedeelte van deze termijn een nieuwe Bewindvoerder gekozen door de Bestuurders die de vorige Bewindvoerder hebben gekozen. Voor deze verkiezing is een meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig. Zolang de functie vacant blijft, oefent de Plaatsvervanger van de vorige Bewindvoerder diens bevoegdheden uit, met uitzondering van zijn bevoegdheid een Plaatsvervanger te benoemen.
Artikel 42. Uitoefening van stemrecht in het College
(a). Elke Bewindvoerder is gerechtigd het aantal stemmen van de leden wier stemmen hij voor zijn verkiezing op zich heeft verenigd, uit te brengen. Alle stemmen die een Bewindvoerder mag uitbrengen, worden als eenheid uitgebracht. Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, worden de besluiten van het College bij meerderheid van stemmen genomen.
(b). Een quorum voor een vergadering van het College wordt gevormd door een meerderheid van de Bewindvoerders die ten minste de helft van het totale aantal stemmen vertegenwoordigen.
(c). Het College kan door middel van een voorschrift een procedure vaststellen waarbij de Voorzitter van het College, indien hij zulks in het belang van het Agentschap acht, het College kan verzoeken om een beslissing te nemen inzake een specifieke kwestie, zonder het College in vergadering bijeen te roepen.
HOOFDSTUK VII. IMMUNITEITEN EN VOORRECHTEN
Artikel 43. Doel
Ten einde het Agentschap in staat te stellen zijn taken te vervullen, worden de in dit hoofdstuk vermelde immuniteiten en voorrechten toegekend aan het Agentschap op het grondgebied van elk lid.
Artikel 44. Rechtshandelingen
Andere vorderingen dan die welke binnen de werkingssfeer van het bepaalde in de artikelen 57 en 58 vallen, kunnen tegen het Agentschap slechts worden ingesteld voor een bevoegde rechter op het grondgebied van een lid waar het Agentschap een kantoor heeft of een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor de inontvangstneming van gerechtelijke stukken. Tegen het Agentschap mogen zulke processen niet worden aangespannen door (i) leden of personen die optreden namens of vordering hebben op leden, of (ii) met betrekking tot personeelsaangelegenheden. De eigendommen en de activa van het Agentschap, ongeacht waar zij zich bevinden en wie daarvan de houder is, zijn onvatbaar voor elke vorm van inbeslagneming, beslaglegging of executie vóór het uitspreken van het eindvonnis of de definitieve gerechtelijke beslissing tegen het Agentschap.
Artikel 45. Activa
(a). De eigendommen en de activa van het Agentschap, ongeacht waar deze zich bevinden en wie daarvan de houder is, zijn onvatbaar voor onderzoek, vordering, inbeslagneming of onteigening of andere vormen van beslaglegging op last van de uitvoerende of de wetgevende macht.
(b). Voor zover zulks nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden van het Agentschap ingevolge het bepaalde in deze Overeenkomst, zijn alle eigendommen en activa van het Agentschap vrijgesteld van beperkende bepalingen, regelingen, controles en moratoria van welke aard ook, met dien verstande dat de eigendommen en activa die door het Agentschap zijn verkregen als rechtsopvolgers of gesubrogeerde van een houder van een garantie, een herverzekerde instelling of een door een herverzekerde instelling verzekerde investeerder, vrijgesteld zijn van de toepasselijke beperkende bepalingen, regelingen en controles betreffende buitenlandse valuta die van kracht zijn op het grondgebied van het desbetreffende lid, voor zover de houder, de instelling of de investeerder ten aanzien van wie of ten aanzien waarvan het Agentschap als gesubrogeerde is opgetreden, aanspraak kan maken op een zodanige behandeling.
(c). Ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde in dit hoofdstuk worden onder „activa” tevens begrepen de activa van het in Bijlage I bij deze Overeenkomst genoemde Borgstellingsfonds, alsmede de andere door het Agentschap beheerde activa ten behoeve van de verwezenlijking van zijn doel.
Artikel 46. Archief en mededelingen
(a). Het archief van het Agentschap is onschendbaar, ongeacht de plaats waar het zich bevindt.
(b). De officiële mededelingen van het Agentschap worden door de leden op dezelfde wijze behandeld als de officiële mededelingen van de Bank.
Artikel 47. Belastingen
(a). Het Agentschap, zijn activa, eigendommen en inkomsten, alsmede de werkzaamheden en transacties tot de uitvoering waarvan het Agentschap krachtens deze Overeenkomst bevoegd is, zijn vrijgesteld van alle belastingen en douanerechten. Het Agentschap is tevens vrijgesteld van de verplichting tot inning of betaling van belastingen of heffingen.
(b). Behalve in het geval van personeel dat onderdaan is van het land waar het zich bevindt, wordt geen belasting geheven op of met betrekking tot onkostenvergoedingen die door het Agentschap worden betaald aan Bestuurders of hun Plaatsvervangers, of op of met betrekking tot salarissen, onkostenvergoedingen of andere vergoedingen die door het Agentschap worden betaald aan de Voorzitter van het College, de Bewindvoerders, hun Plaatsvervangers, de President of het personeel van het Agentschap.
(c). Er wordt geen belasting geheven, van welke aard ook, op een door het Agentschap gegarandeerde of herverzekerde investering (met inbegrip van de winst daaruit) of op door het Agentschap herverzekerde verzekeringspolissen (met inbegrip van premies en andere inkomsten daaruit), ongeacht wie daarvan de houder is: (i) indien deze belasting onderscheid zou maken ten nadele van zulke investeringen of verzekeringspolissen, uitsluitend op grond van het feit dat deze worden gegarandeerd of herverzekerd door het Agentschap; of (ii) indien de plaats waar een kantoor van het Agentschap is gevestigd of waar het Agentschap zijn bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond van deze belasting zou zijn.
Artikel 48. Functionarissen van het Agentschap
Alle Bestuurders, Bewindvoerders, Plaatsvervangers, de President en het personeel van het Agentschap:
- (i). genieten immuniteit ten aanzien van rechtsvorderingen in verband met handelingen die zij uit hoofde van hun functie hebben verricht;
- (ii). genieten, indien zij niet de nationaliteit bezitten van het land waar zij zich bevinden, dezelfde onschendbaarheid ten aanzien van immigratiebeperkingen, registratieplichten voor buitenlanders en militaire dienstplicht, alsmede dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbeperkingen als door de betrokken leden aan de vertegenwoordigers, leidinggevend en ander personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere leden worden toegekend; en
- (iii). genieten dezelfde behandeling met betrekking tot reisfaciliteiten als door de betrokken leden aan de vertegenwoordigers, leidinggevend en ander personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere leden wordt verleend.
Artikel 49. Toepassing van het bepaalde in dit hoofdstuk
Elk lid neemt de nodige maatregelen op zijn eigen grondgebied om overeenkomstig zijn eigen wetgeving uitvoering te geven aan de in dit hoofdstuk uiteengezette beginselen en stelt het Agentschap in kennis van de genomen maatregelen.
Artikel 50. Afstand van voorrechten en immuniteiten
De in dit hoofdstuk bepaalde immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten worden in het belang van het Agentschap toegekend en daarvan kan afstand worden gedaan, voor zover en op de voorwaarden door het Agentschap te bepalen, in die gevallen waarin zulks niet schadelijk is voor de belangen van het Agentschap. Het Agentschap doet afstand van de immuniteit van een lid van zijn personeel in die gevallen waarin, naar de mening van het Agentschap, de immuniteit de loop van het recht zou belemmeren en afstand van de immuniteit kan worden gedaan zonder de belangen van het Agentschap te schaden.
HOOFDSTUK VIII. OPZEGGING, SCHORSING VAN HET LIDMAATSCHAP EN BEËINDIGING VAN DE WERKZAAMHEDEN
Artikel 51. Opzegging
Ieder lid kan, nadat een tijdvak van drie jaar is verstreken na de datum waarop deze Overeenkomst ten aanzien van dit lid in werking is getreden, op elk tijdstip zijn lidmaatschap van het Agentschap opzeggen door middel van een schriftelijke mededeling aan het hoofdkantoor van het Agentschap. Het Agentschap stelt de Bank, als depositaris van deze Overeenkomst, in kennis van de ontvangst van deze mededeling. Een opzegging wordt van kracht negentig dagen na de datum waarop het Agentschap deze mededeling heeft ontvangen.
Een lid kan deze mededeling herroepen, zolang de opzegging nog niet van kracht is geworden.
Artikel 52. Schorsing van leden
(a). Een lid dat zijn verplichtingen krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst niet nakomt, kan door de Raad worden geschorst met een meerderheid van stemmen van zijn leden die de meerderheid van het totale aantal stemmen bezitten.
(b). Zolang een lid geschorst is, kan het geen van de bij deze Overeenkomst verleende rechten uitoefenen, behalve het recht van opzegging en andere in dit hoofdstuk en in hoofdstuk IX bepaalde rechten, doch blijft het gebonden al zijn verplichtingen te vervullen.
(c). Ten einde vast te stellen of een geschorst lid in aanmerking komt voor een garantie of een herverzekering krachtens het bepaalde in hoofdstuk III van of Bijlage I bij deze Overeenkomst, wordt dit lid niet behandeld als een lid van het Agentschap.
(d). Het geschorste lid houdt één jaar na de datum van schorsing automatisch op lid te zijn, tenzij de Raad besluit de periode van schorsing te verlengen of het lid in zijn waardigheid te herstellen.
Artikel 53. Rechten en verplichtingen van Staten die ophouden lid te zijn
(a). Indien een Staat ophoudt lid te zijn, blijft deze aansprakelijk voor al zijn verplichtingen, met inbegrip van zijn onvoorziene verplichtingen, ingevolge deze Overeenkomst die van kracht zijn geweest vóór het ophouden van het lidmaatschap.
(b). Behoudens het bepaalde in lid (a) sluit het Agentschap een overeenkomst met deze Staat inzake de regeling van hun onderscheiden vorderingen en verplichtingen. Het College dient zijn goedkeuring te hechten aan deze overeenkomst.
Artikel 54. Opschorting van de werkzaamheden
(a). Indien het College zulks gerechtvaardigd acht, kan het de afgifte van nieuwe garanties voor een bepaalde periode opschorten.
(b). In het geval van onvoorziene omstandigheden kan het College alle werkzaamheden van het Agentschap opschorten voor een periode van ten hoogste de duur van deze situatie, mits de noodzakelijke maatregelen worden getroffen voor de bescherming van de belangen van het Agentschap en van derden.
(c). Het besluit tot opschorting van de Werkzaamheden is niet van invloed op de verplichtingen van de leden ingevolge deze Overeenkomst of op de verplichtingen van het Agentschap jegens de houders van een garantie- of een herverzekeringspolis of jegens derden.
Artikel 55. Liquidatie
(a). De Raad kan bij een bijzondere meerderheid van stemmen besluiten de werkzaamheden te beëindigen en het Agentschap te liquideren. Het Agentschap houdt daarna onmiddellijk op met alle verrichtingen, met uitzondering van die welke nodig zijn voor het op ordelijke wijze te-gelde-maken, in-stand-houden en beschermen van de activa en vereffenen van de schulden. Tot de definitieve vereffening van de schulden en de verdeling van de activa blijft het Agentschap bestaan en blijven alle rechten en verplichtingen van de leden ingevolge deze Overeenkomst onverminderd voortbestaan.
(b). Er vindt geen verdeling van activa plaats onder de leden, voordat aan alle verplichtingen jegens de houders van garanties en andere crediteuren is voldaan of alvorens deze verplichtingen zijn geregeld, en voordat de Raad heeft besloten deze verdeling te doen plaatsvinden.
(c). Behoudens het hierboven bepaalde verdeelt het Agentschap zijn overblijvende activa onder de leden naar verhouding van het aandeel van elk lid in het aandelenkapitaal. Het Agentschap verdeelt tevens alle overblijvende activa van het in Bijlage I bij deze Overeenkomst genoemde Borgstellingsfonds onder de leden die borgstelling hebben verleend, in de verhouding waarin de investeringen waarvoor elk lid borgstelling heeft verleend, staat tot het totaal van de investeringen met borgstelling. Geen enkel lid heeft recht op zijn aandeel in de activa van het Agentschap of het Borgstellingsfonds, voordat dit lid alle uitstaande vorderingen van het Agentschap op dit lid heeft voldaan. Elke verdeling van de activa geschiedt op de door de Raad vastgestelde tijdstippen en op de wijze die de Raad redelijk en rechtvaardig acht.
HOOFDSTUK IX. REGELING VAN GESCHILLEN
Artikel 56. Uitleg en toepassing van de Overeenkomst
(a). Meningsverschillen omtrent de uitleg van de bepalingen van deze Overeenkomst die rijzen tussen een lid van het Agentschap en het Agentschap of tussen leden van het Agentschap, worden ter beslissing voorgelegd aan het College. Een lid dat in bijzondere mate bij het meningsverschil is betrokken en dat niet anderszins wordt vertegenwoordigd door een onderdaan in het College, kan een vertegenwoordiger afvaardigen om elke vergadering van het College waarin dit meningsverschil wordt behandeld, bij te wonen.
(b). In elk geval waarin het College volgens het bepaalde in lid (a) een beslissing heeft genomen, kan een lid verzoeken dat de zaak wordt verwezen naar de Raad, waarvan het oordeel bindend is. Hangende de uitslag van de verwijzing naar de Raad kan het Agentschap, voor zover het dit nodig acht, op grond van de beslissing van het College handelen.
Artikel 57. Geschillen tussen het Agentschap en de leden
(a). Behoudens het bepaalde in artikel 56 en in lid (b) van dit artikel wordt elk geschil tussen het Agentschap en een lid of een instelling daarvan, alsmede elk geschil tussen het Agentschap en een land (of een instelling daarvan) dat niet langer lid is, geregeld overeenkomstig de in Bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde procedure.
(b). Geschillen betreffende vorderingen van het Agentschap in zijn hoedanigheid van gesubrogeerde of investeerder worden geregeld overeenkomstig (i) de in Bijlage II bij deze Overeenkomst beschreven procedure, of (ii) een tussen het Agentschap en het betrokken lid te sluiten overeenkomst inzake een alternatieve methode of alternatieve methoden voor de regeling van deze geschillen. In het laatste geval vormt het bepaalde in Bijlage II bij deze Overeenkomst de grondslag voor een zodanige overeenkomst, die in elk afzonderlijk geval met een bijzondere meerderheid van stemmen dient te worden goedgekeurd door het College, alvorens het Agentschap met de werkzaamheden aanvangt op het grondgebied van het betrokken lid.
Artikel 58. Geschillen waarbij houders van een garantie of een herverzekering betrokken zijn
Geschillen die naar aanleiding van een garantie- of herverzekeringsovereenkomst rijzen tussen de betrokken partijen, worden aan arbitrage onderworpen ten behoeve van een definitieve beslissing overeenkomstig de in de garantie- of de herverzekeringsovereenkomst bepaalde of bedoelde regels.
HOOFDSTUK X. WIJZIGINGEN
Artikel 59. Wijziging door de Raad
(a). Deze Overeenkomst en de Bijlagen daarbij kunnen worden gewijzigd met een meerderheid van drievijfde van de stemmen van de Bestuurders die viervijfde van het totale aantal stemmen uitbrengen, met dien verstande dat:
- (i). een voorstel tot wijziging van het recht uit het Agentschap te treden, zoals bepaald in artikel 51, of tot beperking van de aansprakelijkheid, zoals bepaald in lid (d) van artikel 8, de goedkeuring van alle Bestuurders vereist; en
- (ii). een voorstel tot wijziging van de in de artikelen 1 en 3 van Bijlage I bij deze Overeenkomst bepaalde verliesdelingsregeling die leidt tot uitbreiding van de aansprakelijkheid van een lid krachtens deze Overeenkomst, de goedkeuring van de Bestuurder van elk betrokken lid vereist.
(b). Aanhangsels A en B van deze Overeenkomst kunnen door de Raad met een bijzondere meerderheid van stemmen worden gewijzigd.
(c). Indien een wijziging van invloed is op een bepaling van Bijlage I bij deze Overeenkomst, dienen in het totale aantal stemmen ook de extra stemmen te zijn begrepen die krachtens het bepaalde in artikel 7 van deze Bijlage zijn toegekend aan leden en landen die borgstelling hebben verleend en tevens investeringen met borgstelling ontvangen.
Artikel 60. Procedure
Ieder voorstel tot wijziging van deze Overeenkomst, hetzij afkomstig van een lid of een Bestuurder of een Bewindvoerder, wordt ingediend bij de Voorzitter van het College, die het voorstel aan het College voorlegt. Indien de voorgestelde wijziging door het College wordt aanbevolen, wordt deze ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad overeenkomstig het bepaalde in artikel 59. Indien een wijziging naar behoren is goedgekeurd door de Raad, legt het Agentschap dit in een officiële mededeling aan alle leden vast. Wijzigingen worden negentig dagen na de datum van de officiële mededeling voor alle leden van kracht, tenzij de Raad daarvoor een andere datum vaststelt.
HOOFDSTUK XI. SLOTBEPALINGEN
Artikel 61. Inwerkingtreding
(a). Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door alle leden van de Bank en Zwitserland en dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende Staten in overeenstemming met hun constitutionele procedures.
(b). Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag dat ten minste vijf akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring zijn nedergelegd door ondertekenende Staten uit de eerste categorie, en ten minste vijftien akten zijn nedergelegd door ondertekenende Staten uit de tweede categorie, met dien verstande dat het totaal van de inschrijvingen van deze Staten ten minste éénderde van het in artikel 5 voorgeschreven maatschappelijke aandelenkapitaal van het Agentschap omvat.
(c). Voor elke Staat die zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring heeft nedergelegd nadat deze Overeenkomst in werking is getreden, treedt deze Overeenkomst in werking op de datum van deze nederlegging.
(d). Indien deze Overeenkomst niet binnen twee jaar na de openstelling voor ondertekening daarvan in werking is getreden, belegt de President van de Bank een conferentie van de belanghebbende landen, ten einde de toekomstige gedragslijn te bepalen.
Artikel 62. Openingsbijeenkomst
Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst belegt de President van de Bank de openingsbijeenkomst van de Raad. Deze bijeenkomst wordt gehouden op het hoofdkantoor van het Agentschap binnen zestig dagen na de datum waarop deze Overeenkomst in werking is getreden, of zo spoedig mogelijk daarna.
Artikel 63. Depositaris
De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van deze Overeenkomst, alsmede van de wijzigingen daarop, worden bij de Bank nedergelegd, die optreedt als de Depositaris van deze Overeenkomst. De Depositaris zendt gewaarmerkte afschriften van deze Overeenkomst aan de lidstaten van de Bank en aan Zwitserland.
Artikel 64. Registratie
De Depositaris laat deze Overeenkomst registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties en het krachtens dat artikel door de Algemene Vergadering aangenomen Reglement.
Artikel 65. Kennisgeving
De Depositaris stelt alle ondertekenende Staten en, na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, het Agentschap in kennis van:
- (a). de ondertekeningen van deze Overeenkomst;
- (b). de nederleggingen van de akten van bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring overeenkomstig het bepaalde in artikel 63;
- (c). de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 61;
- (d). de uitsluitingen van de territoriale toepassing ingevolge het bepaalde in artikel 66; en
- (e). de uittreding van een lid uit het Agentschap ingevolge het bepaalde in artikel 51.
Artikel 66. Territoriale toepassing
Deze Overeenkomst is van toepassing op het gehele grondgebied onder de rechtsmacht van een lid, met inbegrip van de gebieden waarvan een lid de internationale betrekkingen behartigt, behalve die welke door dit lid zijn uitgezonderd door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris van deze Overeenkomst hetzij op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, hetzij op enig later tijdstip.
Artikel 67. Periodieke beoordelingen
(a). De Raad geeft periodiek uitgebreide beoordelingen van de werkzaamheden van het Agentschap, alsmede van de behaalde resultaten, met het oog op de invoering van wijzigingen die noodzakelijk zijn om het Agentschap zijn doeleinden beter te kunnen doen verwezenlijken.
(b). De eerste beoordeling geschiedt vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. De data van de volgende beoordelingen worden door de Raad vastgesteld.
Artikel 1. Borgstelling
(a). Elk lid kan zich borg stellen voor een investering die door een investeerder van een bepaalde nationaliteit of door investeerders van een bepaalde nationaliteit of van diverse nationaliteiten wordt gedaan.
(b). Behoudens het bepaalde in de leden (b) en (c) van artikel 3 van deze Bijlage deelt elk borgstelling verlenend lid met de andere borgstelling verlenende leden in de verliezen die voortvloeien uit de garanties voor investeringen met borgstelling, indien en voor zover deze verliezen niet kunnen worden gedekt uit het in artikel 2 van deze Bijlage genoemde Borgstellingsfonds in de verhouding waarin het maximumbedrag van de eventuele verplichtingen krachtens de garanties voor investeringen met borgstelling staat tot het totale maximumbedrag van de eventuele verplichtingen krachtens de garanties voor investeringen waarvoor alle leden borgstelling hebben verleend.
(c). Bij het beslissen over de verlening van garanties ingevolge het bepaalde in deze Bijlage houdt het Agentschap naar behoren rekening met de verwachtingen dat het borgstelling verlenende lid aan zijn verplichtingen ingevolge het bepaalde in deze Bijlage kan voldoen en verleent voorrang aan investeringen waarvoor mede borgstelling wordt verleend door de betrokken gastheerlanden.
(d). Het Agentschap pleegt periodiek overleg met de borgstelling verlenende leden met betrekking tot zijn werkzaamheden ingevolge het bepaalde in deze Bijlage.
Artikel 2. Borgstellingsfonds
(a). Premies en andere inkomsten uit garanties van investeringen met borgstelling, met inbegrip van winsten uit de investering van deze premies en inkomsten, worden op een afzonderlijke rekening gestort, het Borgstellingsfonds genaamd.
(b). Alle administratieve uitgaven en betalingen van vorderingen op grond van garanties die ingevolge het bepaalde in deze Bijlage zijn verleend, worden uit het Borgstellingsfonds betaald.
(c). De activa van het Borgstellingsfonds worden bewaard en beheerd voor gezamenlijke rekening van de borgstelling verlenende leden en worden gescheiden en afzonderlijk gehouden van de activa van het Agentschap.
Artikel 3. Verzoeken aan leden die borgstelling hebben verleend
(a). Voor zover een bedrag door het Agentschap verschuldigd is in verband met een verlies ingevolge een garantie waarvoor borgstelling is verleend, en dit bedrag niet kan worden voldaan uit de activa van het Borgstellingsfonds, verzoekt het Agentschap elk lid dat borgstelling heeft verleend, zijn aandeel van dit bedrag, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in lid (b) van artikel 1 van deze Bijlage, aan het Fonds te betalen.
(b). Een lid is niet verplicht tot betaling van een bedrag na een verzoek ingevolge het bepaalde in dit artikel, indien als gevolg daarvan de in totaal door dit lid gedane betalingen het totale bedrag van de garanties inzake de investeringen waarvoor dit lid borgstelling heeft verleend, zouden overtreffen.
(c). Na het verstrijken van een garantie betreffende een investering waarvoor een lid borgstelling heeft verleend, wordt het bedrag van de aansprakelijkheid van dit lid verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van deze garantie; het bedrag van deze aansprakelijkheid wordt eveneens pro rata verminderd na betaling door het Agentschap van een vordering die verband houdt met een investering met borgstelling, en blijft anderszins van kracht tot het tijdstip waarop alle garanties voor de investeringen met borgstelling die ten tijde van deze betaling uitstaan, zijn verstreken.
(d). Indien een lid dat borgstelling heeft verleend, niet aansprakelijk is voor het bedrag van een verzoek ingevolge het bepaalde in dit artikel op grond van de in de leden (b) en (c) vervatte beperking, of indien een lid dat borgstelling heeft verleend, in gebreke blijft het ingevolge dit verzoek verschuldigde bedrag te betalen, wordt de aansprakelijkheid betreffende de betaling van dit bedrag pro rata gedeeld door de andere leden die borgstelling hebben verleend. De aansprakelijkheid van leden ingevolge het bepaalde in lid (d) is afhankelijk van de in de leden (b) en (c) vermelde beperking.
(e). Elke betaling van een lid dat borgstelling heeft verleend, ingevolge een verzoek overeenkomstig het bepaalde in dit artikel geschiedt onverwijld en in vrij inwisselbare valuta.
Artikel 4. Waardebepaling van valuta's en terugbetalingen
De bepalingen in deze Overeenkomst inzake de waardebepaling van valuta's en terugbetalingen met betrekking tot de kapitaalinschrijvingen zijn mutatis mutandis van toepassing op bedragen die door leden worden betaald wegens investeringen waarvoor borgstelling is verleend.
Artikel 5. Herverzekering
(a). Het Agentschap kan, op de in artikel 1 van deze Bijlage vermelde voorwaarden, herverzekeringsdiensten verlenen aan een lid, een instelling daarvan, een regionale instelling, zoals omschreven in lid (a) van artikel 20 van deze Overeenkomst, of een particuliere verzekeraar in een lidland. Het bepaalde in deze Bijlage betreffende de garanties en in de artikelen 20 en 21 van deze Overeenkomst is mutatis mutandis van toepassing op de krachtens dit lid verleende herverzekeringsdiensten.
(b). Het Agentschap kan herverzekering verkrijgen van investeringen die het Agentschap ingevolge het bepaalde in deze Bijlage heeft gegarandeerd, en voldoet de kosten van deze herverzekering uit het Borgstellingsfonds. Het College kan bepalen of en in hoever de in lid (b) van artikel 1 van deze Bijlage bedoelde verplichting van leden die borgstelling hebben verleend, tot deling in de verliezen kan worden beperkt op grond van de verkregen herverzekeringsdekking.
Artikel 6. Toe te passen beginselen
Behoudens het bepaalde in deze Bijlage zijn de bepalingen met betrekking tot de garantieverlening krachtens het bepaalde in hoofdstuk III van deze Overeenkomst en met betrekking tot het financiële beheer krachtens het bepaalde in hoofdstuk IV van deze Overeenkomst mutatis mutandis van toepassing op de garanties voor investeringen met borgstelling, mits (i) deze investeringen in aanmerking komen voor borgstelling, indien zij op het grondgebied van een lid, en in het bijzonder van een lid dat een ontwikkelingsland is, worden gedaan door (een) investeerders(s) die daarvoor krachtens het bepaalde in lid (a) van artikel 1 van deze Bijlage in aanmerking kom(t)(en), en mits (ii) het Agentschap niet aansprakelijk is met betrekking tot zijn eigen activa voor een garantie of herverzekering, verleend ingevolge het bepaalde in deze Bijlage, en in elke garantie- of herverzekeringsovereenkomst die ingevolge het bepaalde in deze Bijlage is gesloten, zulks uitdrukkelijk wordt bepaald.
Artikel 7. Stemrecht
Bij het nemen van beslissingen inzake investeringen met borgstelling bezit elk borgstelling verlenend lid één extra stem voor elk bedrag van de tegenwaarde van 10.000 Bijzondere Trekkingsrechten dat gelijk is aan het bedrag dat op grond van zijn borgstelling gegarandeerd of herverzekerd is, terwijl elk lid dat als gastheerland optreedt voor een investering met borgstelling, één extra stem bezit voor elk bedrag van de tegenwaarde van 10.000 Bijzondere Trekkingsrechten dat gelijk is aan het bedrag dat gegarandeerd of herverzekerd is met betrekking tot een investering met borgstelling waarvoor het lid als gastheerland optreedt. Deze extra stemmen worden slechts uitgebracht bij het nemen van beslissingen die verband houden met investeringen met borgstelling, en blijven overigens buiten beschouwing bij de vaststelling van het aantal stemmen van de leden.
Artikel 1. Toepassing van het bepaalde in de Bijlage
Alle geschillen binnen de werkingssfeer van het bepaalde in artikel 57 van deze Overeenkomst worden geregeld overeenkomstig de in deze Bijlage omschreven procedure, behalve in die gevallen waarin het Agentschap een overeenkomst met een lid heeft gesloten ingevolge het bepaalde in lid (b)(ii) van artikel 57.
Artikel 2. Onderhandelingen
De partijen bij een geschil binnen de werkingssfeer van het bepaalde in deze Bijlage trachten dit geschil te regelen door middel van onderhandelingen, alvorens om bemiddeling of arbitrage te verzoeken. De onderhandelingsmogelijkheden worden geacht te zijn uitgeput, indien de partijen geen overeenstemming bereiken binnen een termijn van honderdtwintig dagen, te rekenen van de datum van het verzoek om de onderhandelingen te beginnen.
Artikel 3. Bemiddeling
(a). Indien het geschil niet door middel van onderhandelingen wordt opgelost, kan elk van de partijen het geschil aan arbitrage onderwerpen overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van deze Bijlage, tenzij de partijen met wederzijdse instemming hebben besloten eerst gebruik te maken van de in dit artikel bepaalde bemiddelingsprocedure.
(b). In de overeenkomst inzake het gebruik van de bemiddelingsprocedure worden het geschil in kwestie, de vorderingen van de partijen met betrekking daartoe en, indien bekend, de naam van de door de partijen overeengekomen bemiddelaar vermeld. Bij gebreke van overeenstemming omtrent de bemiddelaar kunnen de partijen een gemeenschappelijk verzoek richten tot hetzij de Secretaris-Generaal van het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (hierna te noemen: ICSID) of tot de President van het Internationale Gerechtshof om een bemiddelaar aan te wijzen. De bemiddelingsprocedure wordt beëindigd, indien de bemiddelaar niet is aangewezen binnen een termijn van negentig dagen nadat de partijen zijn overeengekomen bemiddeling in te roepen.
(c). Tenzij anders is bepaald in deze Bijlage of door de partijen is overeengekomen, stelt de bemiddelaar de regels voor de bemiddelingsprocedure vast en laat zich daarbij leiden door de regels voor bemiddeling die ingevolge het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten zijn aanvaard.
(d). De partijen werken loyaal samen met de bemiddelaar en verschaffen hem in het bijzonder alle informatie en documentatie die hem zou kunnen helpen bij de vervulling van zijn taak; zij nemen zijn aanbevelingen in zeer ernstige overweging.
(e). Tenzij door de partijen anders is overeengekomen, legt de bemiddelaar, binnen een termijn van ten hoogste honderdtachtig dagen na de datum van zijn aanwijzing, aan de partijen een rapport over waarin de resultaten van zijn bemoeiingen worden vermeld en waarin de geschilpunten tussen de partijen en zijn voorstellen voor de regeling daarvan worden uiteengezet.
(f). Elke partij geeft, binnen zestig dagen na de datum van ontvangst van het rapport, aan de andere partij schriftelijk kennis van haar opvattingen omtrent het rapport.
(g). Geen van de partijen in een bemiddelingsprocedure is gerechtigd arbitrage in te roepen, tenzij:
- (i). de bemiddelaar zijn rapport niet binnen de in lid (e) vastgestelde termijn heeft overgelegd; of
- (ii). de partijen niet alle voorstellen in het rapport hebben aanvaard binnen zestig dagen na de ontvangst daarvan; of
- (iii). de partijen, na een gedachtenwisseling over het rapport, geen overeenstemming hebben bereikt over een regeling van alle geschilpunten binnen zestig dagen na de ontvangst van het rapport van de bemiddelaar; of
- (iv). een partij niet op de in lid (f) voorgeschreven wijze schriftelijk kennis heeft gegeven van haar opvattingen.
(h). Tenzij de partijen anders overeenkomen, worden de vergoedingen van de bemiddelaar vastgesteld aan de hand van de tarieven die van toepassing zijn op bemiddeling door het ICSID. Deze vergoedingen, alsmede de overige onkosten van de bemiddelingsprocedure, komen gelijkelijk ten laste van de partijen. Elke partij betaalt haar eigen uitgaven.
Artikel 4. Arbitrage
(a). De arbitrageprocedure vangt aan door middel van een kennisgeving van de arbitrage verzoekende partij (de eiser) aan de andere partij of partijen bij het geschil (de gedaagde(n)). In de kennisgeving worden de aard van het geschil, de gevraagde hulp en de naam van de door de eiser benoemde scheidsman vermeld. Binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving stelt de gedaagde de eiser in kennis van de naam van de door hem benoemde scheidsman. De twee partijen kiezen, binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de benoeming van de tweede scheidsman, een derde scheidsman, die optreedt als voorzitter van het scheidsgerecht.
(b). Indien het scheidsgerecht niet binnen zestig dagen na de datum van de kennisgeving is ingesteld, wordt de nog niet benoemde scheidsman of de nog niet gekozen voorzitter op gemeenschappelijk verzoek van de partijen benoemd door de Secretaris-Generaal van het ICSID. Indien geen gemeenschappelijk verzoek wordt ingediend, of indien de Secretaris-Generaal niet binnen dertig dagen na het verzoek de scheidsman of de voorzitter heeft benoemd, kan elk der partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de scheidsman of de voorzitter te benoemen.
(c). Geen enkele partij mag de door haar benoemde scheidsman vervangen door een andere scheidsman, zodra met de behandeling van het geschil is begonnen. Ingeval een scheidsman (met inbegrip van de voorzitter van het scheidsgerecht) zijn functie neerlegt, overlijdt of niet meer in staat is zijn functie uit te oefenen, wordt een opvolger benoemd op dezelfde wijze als is geschied bij de benoeming van zijn voorganger, en deze opvolger heeft dezelfde bevoegdheden en taken als de scheidsman die hij opvolgt.
(d). Het scheidsgerecht komt de eerste maal bijeen op de plaats en het tijdstip die door de voorzitter worden bepaald. Daarna stelt het scheidsgerecht de plaats en de tijdstippen van zijn bijeenkomsten vast.
(e). Tenzij anders in deze Bijlage is bepaald of door de partijen is overeengekomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast en laat zich daarbij leiden door de arbitrageregels die ingevolge het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten zijn aanvaard.
(f). Het scheidsgerecht stelt zijn eigen bevoegdheid vast, met dien verstande dat, indien bij het scheidsgerecht het bezwaar wordt ingebracht dat het geschil ingevolge het bepaalde in artikel 56 binnen de rechtsmacht van het College of de Raad valt of binnen de rechtsmacht van een gerechtelijke of een scheidsrechterlijke instantie die is aangewezen in een overeenkomst krachtens het bepaalde in artikel 1 van deze Bijlage, en het scheidsgerecht zich ervan heeft overtuigd dat het bezwaar gegrond is, het bezwaar door het scheidsgerecht. ter behandeling wordt verwezen naar het College of de Raad of de aangewezen instantie, al naar het geval is, terwijl de arbitrageprocedure wordt opgeschort tot inzake de kwestie een beslissing is genomen, die voor het scheidsgerecht bindend is.
(g). Bij elk geschil binnen de werkingssfeer van het bepaalde in deze Bijlage, past het scheidsgerecht de bepalingen van deze Overeenkomst toe, alsmede elke daarop betrekking hebbende overeenkomst tussen de partijen bij het geschil, de reglementen en voorschriften van het Agentschap, de geldende regels van het internationale recht, de binnenlandse wetten van het betrokken lidland, alsook de van toepassing zijnde bepalingen van een eventuele investeringsovereenkomst. Behoudens het bepaalde in deze Overeenkomst kan het scheidsgerecht een uitspraak ex aequo et bono doen, indien het Agentschap en het betrokken lid zulks overeenkomen. Het scheidsgerecht mag niet weigeren recht te spreken onder het motief van het stilzwijgen of de duisterheid van het recht.
(h). Het scheidsgerecht geeft alle partijen een onpartijdige behandeling. Alle besluiten van het scheidsgerecht worden bij meerderheid van stemmen genomen en dienen de gronden waarop deze zijn gebaseerd, te vermelden. De uitspraak van het scheidsgerecht wordt schriftelijk gegeven en wordt door ten minste twee scheidsmannen ondertekend, terwijl een afschrift daarvan aan elke partij wordt gezonden. De uitspraak is definitief en bindend voor alle partijen en is niet vatbaar voor beroep, vernietiging of herziening.
(i). Indien een geschil rijst tussen de partijen met betrekking tot de bedoeling of de betekenis van een uitspraak, kan elk van de partijen, binnen zestig dagen nadat de uitspraak is gedaan, een schriftelijk verzoek om uitleg van de uitspraak richten tot de voorzitter van het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan. De voorzitter legt, indien mogelijk, het verzoek voor aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan, en roept dit scheidsgerecht bijeen binnen zestig dagen na de ontvangst van het verzoek. Indien zulks onmogelijk is, wordt een nieuw scheidsgerecht ingesteld overeenkomstig het bepaalde in de leden (a) tot en met (d). Het scheidsgerecht kan de tenuitvoerlegging van de uitspraak schorsen in afwachting van zijn beslissing inzake de verzochte uitleg.
(j). Elk lid aanvaardt een krachtens het bepaalde in dit artikel gedane uitspraak als bindend en vatbaar voor tenuitvoerlegging binnen zijn grondgebied, alsof deze uitspraak een eindvonnis van een rechtbank in dit lidland was. De tenuitvoerlegging van de uitspraak wordt geregeld door de wetten betreffende de tenuitvoerlegging van vonnissen die van kracht zijn in de Staat op het grondgebied waarvan deze tenuitvoerlegging wordt verlangd, en dient geen inbreuk te maken op de van kracht zijnde wetten inzake onvatbaarheid voor tenuitvoerlegging.
(k). Tenzij de partijen anders overeenkomen, worden de aan de scheidsmannen verschuldigde honoraria en vergoedingen vastgesteld aan de hand van de tarieven die van toepassing zijn op de arbitrage van het ICSID. Elke partij betaalt haar eigen kosten die verbonden zijn aan de arbitrageprocedure. De kosten van het scheidsgerecht komen naar evenredigheid ten laste van de partijen, tenzij het scheidsgerecht anders beslist. Kwesties met betrekking tot de verdeling van de kosten van het scheidsgerecht of de procedure voor de betaling van deze kosten worden door het scheidsgerecht beslist.
Artikel 5. Betekening van dagvaardingen
Betekening van een mededeling of dagvaarding in verband meteen rechtsgeding ingevolge het bepaalde in deze Bijlage geschiedt schriftelijk. Zij geschiedt door het Agentschap aan de autoriteit die door het betrokken lid is aangewezen ingevolge het bepaalde in artikel 38 van deze Overeenkomst, en door dit lid op het hoofdkantoor van het Agentschap.
DONE at Seoul, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the International Bank for Reconstruction and Development, which has indicated by its signature below its agreement to fulfill the functions with which it is charged under this Convention.