Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Islamitische Republiek Pakistan inzake technische samenwerking

Type Verdrag
Publication 1989-02-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Islamitische Republiek Pakistan,

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide Staten en hun volken bevestigend;

Geleid door de vaste wens deze betrekkingen te verstevigen;

Voorts geleid door de wens de technische samenwerking te bevorderen en te dien einde het noodzakelijke juridische en administratieve kader te scheppen;

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I
1.

Het doel van deze Overeenkomst is de technische samenwerking op basis van schenkingen te bevorderen en te dien einde het juridische en administratieve kader te scheppen voor programma's en projecten van technische samenwerking waartoe de bevoegde autoriteiten van beide Partijen besluiten ten einde uitvoering te geven aan deze Overeenkomst.

2.

Een besluit samen te werken als bedoeld in het eerste lid hierboven, de bijdragen aan een programma of project en de wijze waarop dat programma of project wordt uitgevoerd, worden per geval vastgelegd in een door de bevoegde autoriteiten op te stellen afzonderlijk akkoord, overeenkomstig de beginselen vervat in deze Overeenkomst.

Artikel II

In verband met een programma of project zal de Regering van de Islamitische Republiek Pakistan:

Artikel III
1.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en het Nederlandse personeel is niet aansprakelijk voor burgerrechtelijke vorderingen voortvloeiende uit enig handelen of nalaten door een of meer leden van het genoemde personeel tijdens de werkzaamheden die vallen onder, of worden uitgevoerd in verband met deze Overeenkomst, dat de dood of het lichamelijk letsel van derden of schade aan eigendom van derden veroorzaakt, voor zover deze dood, dit letsel of deze schade niet door verzekering worden gedekt, en de Regering van Pakistan is niet gerechtigd een vordering in te dienen of een procedure in te stellen wegens aansprakelijkheid, tenzij die aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist optreden of grove nalatigheid van een of meer van de betrokken personen.

2.

Indien de Regering van de Islamitische Republiek Pakistan zulks verzoekt, verschaft de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de bevoegde autoriteiten van de Islamitische Republiek Pakistan de noodzakelijke administratieve of juridische bijstand voor een bevredigende regeling van de problemen die zouden kunnen ontstaan in verband met de toepassing van het eerste lid van dit artikel.

Artikel IV
1.

De Regering van Pakistan heeft het recht, na overleg met de Nederlandse Regering, te verzoeken om terugroeping van ieder lid van het Nederlandse personeel wiens werk of gedrag onbevredigend is.

De Nederlandse Regering heeft het recht, na eenzelfde overleg met de Pakistaanse Regering, te allen tijde enig lid van het Nederlandse personeel terug te roepen.

In geval van terugroeping stelt de Nederlandse Regering alles in het werk om een geschikte vervanger te vinden voor het teruggeroepen lid van het Nederlandse personeel, indien de Regering van Pakistan zulks verzoekt.

2.

Ieder lid van het Nederlandse personeel vervult zijn taak, waarover overeenstemming is bereikt tussen de onderscheiden bevoegde autoriteiten. Wat de dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot een project betreft, handelt ieder lid in nauw overleg met de Pakistaanse autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project, en houdt zich aan de werkinstructies die door deze autoriteiten worden gegeven.

De wijze van communicatie tussen het Nederlandse personeel en de bevoegde Nederlandse autoriteiten wordt vastgelegd in de onderscheiden akkoorden inzake het programma of project.

Artikel V

De Regering van de Islamitische Republiek Pakistan stelt de door de Nederlandse Regering voor een programma of project verschafte uitrusting (waaronder begrepen motorvoertuigen) en andere materialen vrij van havengelden, luchthavenbelasting, alle in- en uitvoerrechten, opslagkosten en andere officiële heffingen.

Artikel VI

De bepalingen van deze Overeenkomst betreffende Nederlands personeel zijn eveneens van toepassing op alle andere personen dan Pakistaanse onderdanen, in dienst van de Nederlandse Regering, en op alle andere personen dan Pakistaanse onderdanen, in dienst van maatschappijen waarmee de Nederlandse Regering een contract heeft gesloten voor het verrichten van werkzaamheden die vallen onder, of die worden ondernomen in verband met deze Overeenkomst.

Artikel VII

Voor de follow-up en de evaluatie van de samenwerking krachtens deze Overeenkomst zijn de bevoegde autoriteiten steeds wanneer zulks noodzakelijk is, voor elkaar beschikbaar voor overleg en verschaffen zij elkaar alle ter zake dienende gegevens omtrent de samenwerking waarom redelijkerwijs kan worden verzocht. De Regering van de Islamitische Republiek Pakistan stelt voorts, wanneer zulks passend en uitvoerbaar is, vertegenwoordigers van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden in staat een studie te maken van de verschillende door de Nederlandse Regering gesteunde werkzaamheden.

Artikel VIII
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de daarvoor in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures is voldaan.

2.

Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een aanvangsperiode van twee jaar. Indien geen der beide Regeringen drie maanden voordat de Overeenkomst afloopt, haar voornemen deze te beëindigen te kennen geeft, wordt de Overeenkomst telkens stilzwijgend verlengd voor achtereenvolgende tijdvakken van een jaar.

3.

Met betrekking tot programma's of projecten waarmede een aanvang is gemaakt voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorgaande artikelen van kracht tot het programma of project beëindigd is.

4.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

DONE at Islamabad on 1st June, 1988 in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) F. M. L. VAN GEEN

(F. M. L. Baron van Geen)

Ambassador

For the Government of the Islamic Republic of Pakistan

(sd.) SAEED AHMED QURESHI

(Saeed Ahmed Qureshi)

Secretary Economic Affairs Division

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.